woensdag 30 september 2009

Bo komt van Venus, Merlijn van Mars

Tegen een kennis deed ik laatst mijn beklag over Merlijn, over dat ie nooit eens opschoot, nooit eens iets afmaakte zonder dat ik keer op keer achter zijn vodden moest zitten. En dat de juf nu ook al had gezegd dat hij moeite had zich op meer dan één ding tegelijk te concentreren.
Waarop die kennis haar schouders ophaalde en zei: "Joh, het is een man! Die kunnen niet multitasken."
En ik dacht: zou dat het zijn?
In dat geval wordt nergens het verschil tussen man en vrouw zo inzichtelijk gemaakt als hier thuis.

Als ik tegen Bo en Merlijn zeg: "kleed je aan, jongens, want we moeten zo naar school," en even later kom ik uit de badkamer, dan is Bo in vol ornaat en vind ik Merlijn ergens op de grond tussen zijn speelgoed met - als ik geluk heb - één been in zijn spijkerbroek. Of met één sok aan.
Zo had Bo ruim voor haar zesde verjaardag al twee zwemdiploma’s, en lijkt er bij Merlijn maar geen schot in te zitten. Hij zwemt als een rat - we lieten hem op vakantie al gewoon zonder bandjes in het diepe, ik bedoel: verzuipen doet ie echt niet meer - maar hij schijnt iets raars met zijn benen te doen. Daarom mag hij niet afzwemmen. Toen ik onlangs maar weer eens informeerde naar zijn vorderingen, kreeg ik van de zwemleraar te horen: "Ja, het is dat been hè. Zijn linker been zwabbert. En hij kán het wel hoor, maar zo gauw hij wordt afgeleid door iets, door een ander kind, dan is het net of... of hij zijn benen weer vergeet. Begrijpt u?"

Ja, dat begrijp ik wel, ja.
It figures.
Maar ik snap er niets van.
Ik snap sowieso niet zoveel van Merlijn.
Hij is lief, hoor!
Maar ik snap hem gewoon niet.
Bo wel, Bo is een open boek; alles wat ze doet en zegt, zelfs alles wat ze niet zegt, het is allemaal logisch.
Maar Merlijn?
Gisteren kwam ik hem van school halen en trof hem aan in de zandbak op het plein.
Hij maakte vreemde sprongen en bleep-geluiden. Toen hij me zag riep hij: "Hee mam, kijk, ik ben een marsmannetje!"

Ja, vertel mij wat.

maandag 28 september 2009

Literal video versions: wist u dat ze bestonden?

Omdat ik het deze week heel druk heb, scheep ik u voorlopig even af met een filmpje. Een filmpje waar ik zelf nogal om moest lachen. Ook al is het eigenlijk té flauw.


donderdag 24 september 2009

It's MY f*cking show! riep Tori

Het was zover.
Speciaal voor de gelegenheid had ik een kek rokje aangetrokken. En mijn zwarte hakken. Zitschoenen weliswaar, maar dat kon. Want onze kaartjes zeiden: rij 23. Stoel 15 en 16.
(U kent ze, zitschoenen? Mooie schoenen die pijn doen bij het lopen, maar waarmee je prima naar een verjaardagsfeestje kan, of naar een concert met uitsluitend zitplaatsen, zoals in dit geval?)

Tussen het voorprogramma en de actual performance was een vrij lange pauze. Het duurde en duurde en we zaten daar maar, in het volle zaallicht. Henk vermaakte zich intussen best - sponzig als altijd alles absorberend wat met zijn vak te maken heeft - en zei aan de lopende band dingen als: Had die technicus niet even gewoon een zwart t-shirt aan kunnen doen? en Kijk, roboscans! en Zie je die mengtafel, er zijn dus maar 200 mensen op de wereld die haar kunnen bedienen en daar ben ik er een van.
En niet uit desinteresse hoor, oh nee, ik ben enorm geïnteresseerd in het werk van mijn liefste, maar het meeste van wat hij zei ging zo’n beetje langs me heen.
Want ik was waarachtig een beetje zenuwachtig. Aan het worden. Elk moment nu, zou ik iemand die ik al zoveel jaren bewonder, in het écht gaan zien. Pfff. Wat als nou blijkt dat ze haar beste tijd heeft gehad? Wat als ze er niet uitziet, rare kleren aanheeft, haar haar heeft geblondeerd? Wat als ze tegenvalt?

En toen kwam ze dan eindelijk op.
En wow: ze was geweldig!
En eh.. wow: wat een jurk! Zwart met geel, lang van achteren, wacht.....
*zoekt op youtube of er wellicht al iemand is geweest die beelden van gisteravond heeft ge-upload en jawel! Thanks ‘Kroldiament’! Dat scheelt me weer een beschrijving! (Kroldiament? Wat ís dat voor naam?) *




Lang van achteren dus en kort van voren. Dat is nodig, om wijdbeens tussen de vleugel en het hammond-orgel te kunnen zitten. (Tori Amos is de enige ter wereld die met het grootste gemak twee klavieren tegelijk bespeelt en er bovendien in slaagt dit er nog sexy uit te laten zien ook.)

Ze begon. En het was goed. Maar een beetje té goed, kan dat? Ze zong prachtig. Het licht was mooi. Maar het was allemaal wat ehm... afstandelijk. Vond ik. Misschien lag het wel aan mij, kwam ik gewoon niet helemaal over die jurk heen. Of over de zure zweetlucht die een van onze achterburen verspreidde. Of misschien waren mijn verwachtingen te hoog gespannen, waardoor het een tijdje duurde voor ze me 'had'. Voor ze me raakte. Wat uiteindelijk gelukkig wel gebeurde, tijdens het nummer Jacky’s Strength. (Kippenvel! Zo mooi!)

Het echte hoogtepunt moest toen overigens nog komen. Tijdens 'Precious Things', ongeveer op drie kwart van het concert, was de eerste rij opeens gaan staan, tegen het podium aan. Van de zijkanten kwamen veiligheidsbeambten aangelopen, om de mensen te manen vooral weer te gaan zitten. Wat niet zo best lukte, volledig in trance als iedereen was. Het zag er komisch uit; wij konden het schouwspel heel mooi volgen vanaf rij 23.
Plotseling merkte Tori ook dat er wat gaande was. Ze stopte abrupt met spelen en zingen, stond op en beet de (arme) mannen toe:
"What the f*ck! What are you doing! This is my f*cking show! If these people want to stand up they can f*cking stand up!!"
Zo.
Dat er ook nog iets anders uit dat tengere lijfje kan komen dan alleen maar mooie klanken.

Het voorval werd met gejoel en gejuich beantwoord en als één man stond de hele zaal op. Bij wijze van statement, uit respect, uit solidariteit, weet ik veel. Hoe dan ook, toen werd het eigenlijk pas echt leuk. Zo’n deinende zaal met swingende mensen maakt zo’n concert toch echter. Beter. De sfeer sloeg toe. En Tori moet dat ook gevoeld hebben, want ineens was het magisch. Ze speelde de sterren van de hemel, en nadat iedereen zijn handen had stukgeklapt, nog een prachtige toegift.
Ik was blij.
Maar. Mijn árme voeten.
Zitschoenen, weet u nog.


Oja, ik had ook nog foto's gemaakt:



Edit 17:27: Je moet ze even de tijd geven, die mensen, dan verschijnen de filmpjes vanzelf.
Nog een opname van gisteren, nu mét goed geluid maar helaas gefilmd vanuit een nogal beroerd standpunt.

dinsdag 22 september 2009

(Wel weer een typische Bo-actie)

Het is dinsdagmiddag. We fietsen naar het kindercircus of althans, ik fiets en Bo zit bij mij achterop. Ik fiets hard, we hebben wind mee en zogezegd flink de vaart erin.
Plotseling voel ik een hoop gewiebel, gevolgd door een fikse zwieper aan de fiets.
Ik kijk verschrikt achterom en zie nog net, vanuit mijn ooghoek, hoe Bo plat voorover tegen de stoeptegels smakt.

"Wat doe je!" roep ik uit, terwijl ik vol in de remmen ga, zonder stil te staan bij eventuele achterliggers.
"Ik wou van de fiets springen," snikt Bo. "Ik wou naast je gaan rennen. En toen viehiehiel ik..."
"Maar lieverd, dat kán toch ook helemaal niet! Van een rijdende fiets afspringen. En zeker niet als een fiets zo hard gaat als wij net gingen!"
"Waarom dan niehiet!"
"Dan val je!"
Ja, dat had ze gemerkt. Samen bekijken we haar bloedende knie en elleboog en testen we of ze alles nog goed kan bewegen.

"Sufferd," zeg ik en realiseer me weer eens dat kinderen een heleboel dingen die wij zo logisch vinden, gewoon nog niet weten. En ik vraag me af of ik het ook ooit op deze manier - proefondervindelijk - heb vastgesteld: dat het niet kan, van een rijdende fiets springen, of uit een rijdende auto. Zonder te vallen.


Ik moet ineens aan die film denken, die ik als kind wel 15 keer heb gezien en telkens weer even grappig vond. Die film waarin Gene Wilder tot 4 keer toe uit dezelfde trein springt (en wordt gegooid): Silver Streak, uit 1976.
(Let op bij 0:53)

zaterdag 19 september 2009

(eer)Gisteren, vandaag en morgen

Gisteren schreef ik niets. Ik wilde wel, maar het gebeurde niet.
Want ik was nogal..ehm..brak.

Ik was de avond tevoren naar de voorstelling La Divina Commedia geweest, van het Noord Nederlands Toneel.
Práchtig. Het decor, het briljante acteerwerk van Merijn de Jong, alles. Vond ik. En een beetje lang, dat vond ik ook.

Omdat het een première was, was er naderhand een premièrefeestje.
Met DJ’s en hapjes en prosecco in geinige kleine flesjes.
En nou was het vast geen premièrefeest zoals men in Amsterdam gewend is, maar toch: de hele 'hip and happening'- crowd van Groningen was present.
En ik kende bijna iedereen! (Maakt mij dat niet ook heel hip? Of moet dan ook iedereen mij kennen? Ik heb wel staan dansen met naast Noraly Beyer.)

U begrijpt het al, met mijn goede voornemens ging het een beetje de mist in. Want ik was niet om 11 uur thuis. En ook niet om 12 uur en ook niet om 1 uur.
En ik denk ook dat ik meer dan 4 glazen alcohol heb genuttigd, want op een bepaald moment op de terugweg vond ik mezelf plassend in de goot tussen twee geparkeerde auto’s terwijl mijn buurman (daar was ik mee, om oppas-technische redenen) probeerde de ketting van mijn fiets er weer om te leggen.
Ja.
Dus.
Maar dit wilt u allemaal niet horen van mij natuurlijk.
Nee.
Overigens zat ik de volgende ochtend wél weer om 8.15 uur op de fiets om het kroost naar school te brengen.


Vandaag scharrelde ik voor het luttele bedrag van 80 euro de complete wintergarderobe voor eerdergenoemd kroost bij elkaar, op de kinderkledingbeurs in Haren. Waar ik heel blij van werd. Want in het geval u dat nog niet wist: voor een dubbeltje op de eerste rang is my middle name.

En morgen, mórgen, gaan we naar Schier. Met ons vijven. Ik reserveerde een bakfiets en een kindertandem. En bestelde mooi weer.
We gaan goedmaken wat toen-die-keer een beetje misging.
En ik ga zwemmen in zee.
Want dat heb ik dit hele seizoen nog niet gedaan. En als ik niet heb gezwommen in zee, dan kan ik de winter niet in. En niet aan.

donderdag 17 september 2009

From RRRRussia with love


Het idee van Cisca was op zich al hartstikke leuk, maar het leukste was toch wel het lot dat mij vervolgens trof: mijn 'weldoener' bevond zich in Moskou.

Dus nu heb ik cadeaus uit Rusland.
Hoe круто is dat!!

Ik weet gewoon niet wat ik het leukst vind, Kwangie.
De Russische wijn?
De Russische chocolade (waarvan de verpakking zo mooi is dat ze moet worden ingelijst)?
Het giraffetje? (Giraf-je?)
Of de handdoek die je per ongeluk meenam uit het hotel en die toen ineens zo hartstikke handig van pas kwam om de fles wijn in te wikkelen? (zeg ik het zo goed?)

Bij nader inzien: de handdoek valt af. Want er staat niet de naam van het hotel op geborduurd. En er zit zelfs geen labeltje aan, met Russische wasinstructies. Dus.
Maar de rest: super!

Ik zeg: Kwangie, спасибо !

woensdag 16 september 2009

Een datum en een recept

Een paar dagen geleden was ik Spaanse kip aan het maken, en bij het openknippen van een pak gezeefde tomaten viel mijn oog op de houdbaarheidsdatum.

18-06-2011

Das mijn verjaardag.
Mijn veertigste.

En op de een of andere manier vond ik dat dus heel confronterend. Om die datum daar zo zwart op wit te zien staan.
Hm.
Hopelijk ben ík tegen die tijd nog wat langer houdbaar.





Maar Spaanse kip hè, zei ik.
Zo heet het. Hier in huis.
Geen idee of het recept echt Spaans is. Ik denk het eigenlijk niet (want kerrie? Uit Spanje?).
Maar wat maakt het uit: het is wel lekker.
En heel simpel te maken.

Wat u nodig heeft voor 4 personen:

- Kip (een hele, in stukken, of 4 grote poten, of drumsticks zoveel als u denkt dat goed is. Awel, kip dus. Maar geen filet.)
- 2 uien
- 2 rode paprika’s
- 6 tenen knoflook
- 2 pakken gepureerde tomaten
- bruine suiker
- zout, kerrie.

En dan:

Braad de kip aan in een grote pan. Bestrooi met zout en (véél, véél) kerrie. Gooi, als de kip aan alle kanten zo’n beetje verkleurd is, de grof gesneden ui en paprika erbij, evenals de (hele, gepelde) tenen knoflook en laat alles een tijdje meebakken. Blus af met de gepureerde tomaten, voeg 3 eetlepels bruine suiker toe en.... klaar!
Nouja, nu nog een (paar) uur op laag vuur laten pruttelen.

Serveer er rijst bij en bijvoorbeeld een frisse groene salade met stukjes appel.

dinsdag 15 september 2009

Fluffy and Pink

Zo. Tijd voor iets luchtigs. En roze.
Ik ga het hebben over Purk.
En nee, niet omdat ik hoop dat Purk ook binnen nu en twee dagen zal komen te overlijden, want dat wil ik helemaal niet. Een paar jaar geleden had me dat misschien nog een prima idee geleken (ja ik vond het zó’n onzin! Wát nou, nieuw personage in Sesamstraat. Sesamstraat was goed zoals het was, met Tommie, Pino en Ieniemienie, wie zat er nou te wachten op een roze babyvarken?), maar nu niet meer.

Ik vind Purk leuk.
Ik hou van Purk.
Want Loïs houdt van Purk.

Toen ze net geboren was kreeg ze van de buren een knuffel-Purk.
Wel ja, toe maar, een Purk-knuffel, dacht ik nuffig– want nog volop in de Purk-ontkenningsfase, maar al gauw bleek dat het roze beest het erg goed deed naast Loïs. Purk stónd haar gewoon heel goed. En andersom ook; Purk en Loïs, ze haalden elkaar helemaal op.
Dus wij besloten Loïs besloot binnen afzienbare tijd dat het hier lievelingsknuffel-material betrof.
Op de meeste foto’s van Loïs is Purk dan ook aanwezig. Soms prominent, soms wat meer in de marge, maar bijna altijd is er wel een plukje roze te zien.



De afgelopen dagen heeft de relatie tussen Loïs en Purk zich nog verder verdiept. Sinds we Purk op internet hebben opgezocht en haar - Purk is een meisje, wist u dat? - slaapliedje op youtube vonden.

We speelden het filmpje vandaag wel tien keer af. En al die tien keer bleef Loïs hysterisch "Park, park!" roepen naar het beeldscherm. Want zo noemt ze Purk: Park.

Hier komt ie, het liedje van Purk.
Of Park, zo u wilt.


zondag 13 september 2009

Nors en Saus


Om een niet nader te noemen reden bevonden we ons gisteren ineens in een niet nader te noemen Chinees restaurant, waar toevalligerwijs een lopend buffet plaatsvond.
“Dat is heel leuk,” zeiden we tegen Bo en Merlijn, “dan pak je een bord en dan mag je alles opscheppen wat je zelf lekker vindt!”
En we zeiden ook nog: “Gaan jullie maar eerst.”
(U vraagt zich nu af: hoe lang hebben die mensen eigenlijk al kinderen?)

Merlijn kwam als eerste terug, met zijn bord volgeladen met stukjes ananas-uit-blik. Meteen daarop volgde Bo, met vijf stokjes saté die in een soort pindasoep dreven.
Toen wij in koor uitriepen: “Zeg hadden jullie niet ook wat rijst kunnen opscheppen? Of bami?” keken ze ons meewarig aan. Ze mochten toch nemen wat ze lekker vonden?
Ja.
Dat hadden we gezegd, ja.
Overigens bleek ik zelf geen haar beter, want even later stond ik bij het buffet, me afvragend of het misschien erg asociaal zou zijn als ik de hele schaal met grote garnalen zou omkiepen op mijn bord? What the heck; ik deed het gewoon. En nam er voor de vorm nog wat sliertjes mihoen bij.
Alleen Henk schepte de hele schijf van vijf op zijn bord. 10 keer.

Terwijl we allemaal op onze eigen manier lekker aan het smullen waren merkte ik dat er een naam door mijn hoofd speelde.
(Heeft u dat ook wel eens? Dat er ineens een naam in uw hoofd zit? Die dan met een beetje pech nog de hele dag blijft hangen ook? Ik had dat in het verleden vaak met Rifka Lodeizen. Die naam blééf dan maar rondgalmen. Rifka. Rifka. Rifka.)
“Waar zit jij eigenlijk met je gedachten?” vroeg Henk.
“Orry,” prevelde ik.
“Sorry..?”
“Nee, Orry. Orry Main. Wie was dat ook alweer?”
En terwijl ik dat zei, zag ik Patrick Swayze voor mijn geestesoog, mank langs een spoorweg lopen.
North and South.
Nors en Saus.
Dat was vroeger (eind jaren tachtig?) dus echt een van mijn lievelingsseries! Met Orry en George, Brett en Ashton, Madeline, Constance, Virgilia, met al die feesten en mooie jurken, stiekeme rendez-vous in het bos...wauw, het kwam allemaal terug.

Raar hoor, het leven. Zo bevind je je op een doodgewone zaterdag ineens temidden van een merkwaardig obees gezelschap dat waarschijnlijk elke week naar datzelfde buffet komt om zich er voor 10 euro per persoon onbeperkt ongans te happen in de babipangang, en dan out of the blue denk je - voor het eerst sinds zeker vijftien jaar - aan Orry Main. Of all people.


Edit 15-09: Op 14 september 2009, daags na het verschijnen van bovenstaand stukje over Orry Main, overleed Patrick Swayze aan de gevolgen van alvleesklierkanker. Hij werd 57 jaar.


woensdag 9 september 2009

En ik heb me gek genoeg nooit meer afgevraagd wat er daarna met die schoenen is gebeurd

Elke keer als ik dus lees over gesneuvelde militairen, moet ik weer denken aan die bizarre en afschuwelijke ochtend.
Toen er ook een militair sneuvelde.
Maar dan anders.
Want deze militair was helemaal niet in oorlogsgebied, hij fietste gewoon – in zijn militaire uniform, dat wel - ’s morgens vroeg door Assen, op weg naar de kazerne.

Het gebeurde in 1986. Het verhaal - waarheidsgetrouw doch enigszins gedramatiseerd: mijn manier van verwerken toentertijd - schreef ik een paar jaar later.

'HERSENS'

Nog geen twintig centimeter van me vandaan sloeg zijn hoofd tegen de stoeprand, zijn schedel brak open en kotste de inhoud over mijn schoenen. Nooit had het begrip grijze massa zich zo helder bij me aangediend. De man in het legergroen keek me aan met donkere ogen vol ongeloof en ik vermoed dat ik minstens zo ongelovig terugkeek. Ik was veertien en zojuist uit de bus gestapt.

Het was onvoorstelbaar dat de man nog leefde. Hij bewoog zijn mond, alsof hij iets probeerde te zeggen, maar over zijn lippen kwamen alleen bloederige bellen. Het maakte een gorgelend geluid.
‘Heeft iemand een EHBO-diploma?’ riep een van de omstanders. Mensen roepen rare dingen in panieksituaties. Wat had iemand met een EHBO-diploma kunnen doen, zijn hersens er weer instoppen? Van de zenuwen was ik even bang dat ik de slappe lach kreeg.
Mijn vriendin Marije trok aan mijn arm. ‘Zullen we maar doorlopen,’ zei ze, ‘we hoeven hier toch niet te blijven staan, er zijn al genoeg mensen en we moeten naar school.’

‘Denk nou even na,’ fluisterde ik terug, ‘kijk dan, zijn halve hoofd ligt op mijn voeten. Ik kan toch niet zomaar weglopen, ik bedoel, ik kan het toch niet… meenemen ofzo.’

Ik staarde nog steeds onafgebroken naar beneden. De verbaasde blik van de man had plaats gemaakt voor een smekende, alsof hij wilde dat iemand hem zou uitleggen wat er gebeurd was.
‘Er moet een jas onder zijn hoofd.’ Een hoogblonde vrouw van middelbare leeftijd was naast me komen staan, met in haar handen een rode mantel die ze blijkbaar net had uitgetrokken.
‘Dat lijkt me niet zo’n heel goed idee,’ zei ik.
De man gorgelde.
De vrouw begon te huilen. ‘Opeens was er die klap,’ jammerde ze. ‘Ik had hem helemaal niet zien fietsen … opeens was er die klap en ik… en nou heb ik hem….het is mijn schuld….’
Ik was misselijk. Nog steeds had ik me geen centimeter durven verroeren.
De schemer trok langzaam op en met het lichter worden groeide mijn besef van de absurditeit van de toestand. Ik stond hier werkelijk, met een complete horrorfilm aan mijn voeten, tegen wil en dank verbonden met de doodstrijd van een volslagen onbekende.

‘De ambulance is al gebeld, hij komt eraan,’ riep een stem vanuit het publiek. ‘De ambulance komt eraan,’ herhaalde de vrouw, weer kalm opeens, tegen de man in de nog altijd groter wordende plas bloed. ‘Hou vol, het komt allemaal weer in orde.’
Vanuit de verte klonk de sirene.


‘Iedereen aan de kant, laat ons erbij.’ Het ging opeens allemaal heel snel.
Er kwam een brancard.
De man, die nu niet meer bewoog en geen bellen meer blies, werd voorzichtig opgetild en op de brancard gelegd. Het grootste gedeelte van de derrie op mijn voeten ging mee. Ik kon een golf maaginhoud net binnenhouden.
Een van de hulpverleners zei tegen me: ‘Dat is nou toch ook wat, hè,’ maar verder werd er niet tegen me gesproken. Ook niet door de agenten die vlak na de ambulance ter plaatse waren gearriveerd.

De deuren gingen dicht en de ambulance reed weg. De agenten liepen met de vrouw, die nu haar jas weer aanhad, mee naar haar op het oog nauwelijks beschadigde auto.
Het groepje mensen dat nog tot het einde toe was blijven kijken loste langzaam op, en toen was iedereen weg.
Alleen Marije zat nog op een muurtje.
Ik deed een paar stappen in haar richting. Mijn schoenen voelden zwaar, vooral de linker, het suède had zich volgezogen met bloed.
‘Ik doe ze maar uit denk ik,’ zei ik hardop tegen mezelf.
Ik ging op de stoep zitten en begon met stijve vingers aan de doorweekte veters te frunniken, krampachtig niet nadenkend bij wat ik aan het doen was - ik vond het normaal gesproken al vies om wisselgeld aan te pakken van de slager, omdat er soms stukjes gehakt tussen de kwartjes zaten.

‘Getverdemme zeg,’ zei Marije.
‘Alsjeblieft, hou even je mond.’
‘Denk je dat hij dood gaat?’
‘Ja.’
Na enige moeite lukte het mijn voeten te bevrijden. Ik trok ook mijn sokken uit.
‘En nu?’ vroeg Marije.
‘Nu ga ik naar huis.’ Ik stond op, veegde mijn handen af aan mijn broek en liep blootsvoets naar de bushalte aan de overkant.
‘Neem je ze niet mee?’ riep Marije me na, wijzend op mijn schoenen.
Ik schudde nee.



dinsdag 8 september 2009

Een traan en een lach en daarna nog meer tranen en lachen

In de auto zat ik: ik was onderweg naar mijn vriendin, die gisteren gewoon even twee prachtige kinderen op de wereld heeft gezet.
Het was stralend weer, de weg voor me was leeg en de radio stond keihard.
Er werd een oud nummer gedraaid: You can go your own way, van Fleetwood Mac.
Al honderden keren gehoord.
Maar!
Wat een geweldig nummer is dat eigenlijk!
Het voortstuwende tempo, die opzwepende drums, de stemmen van Lindsey Buckingham en Stevie Nicks... het was alsof ik het allemaal voor het eerst hoorde.
En toen gebeurde er iets.
Ik kreeg het warm en koud tegelijk, het kippenvel joeg over mijn hele lijf, ik voelde de tranen in mijn ogen springen..van wat? Van geluk? Ik weet het niet. Ik zat ineens in een soort trip van vroeger-en-nu, van jemig-wat-ben-ik-eigenlijk-al-oud-maar-wat-ben–ik-een-stuk-gelukkiger-dan-20 jaar-geleden.
Whatever. Het was fijn.


En toen dat weer achter de rug was, luisterde ik naar een cabaretfragment. Nou heb ik normaal gesproken weinig met cabaretiers en standup-comedians, maar dit was zó lollig dat opnieuw de tranen over mijn wangen stroomden, nu van het lachen.

Ik heb het gevonden op youtube, maar moet erbij zeggen dat het zonder beeld stukken leuker was. (Hee, nu ik daar zo over nadenk, cabaret op de radio is eigenlijk altijd veel leuker?)
Maar toch, hier:




En toen was ik er.
En ik stapte de ziekenhuiskamer binnen.
En daar zat mijn vriendinnetje, met in elke arm een baby.
En ik bewonderde de twee allerliefste mannetjes. De broertjes.
En opnieuw hield ik het niet droog.

Mooi man.

maandag 7 september 2009

Waarom ik vanmorgen het haar van mijn zoon kamde met een vork


Gisteravond hadden we een barbecue. De jaarlijkse pleinbarbecue. Een buurtbarbecue dus, maar omdat we aan een plein wonen noemen wij het de pleinbarbecue.
Enfin.
Door omstandigheden vond deze pleinbarbecue ditmaal niet op een zaterdag maar op een zondag plaats en aldus had ik mijzelf op rantsoen gezet: uiterlijk om 23.00 uur in bed en niet meer dan 4 glazen wijn. En hoewel ik me keurig aan mijn regels heb gehouden (ik had toch niets gezegd over hoe vol de glazen mochten zijn?) dacht ik toen ik in bed lag toch: mwah.
En dat dacht ik eigenlijk weer toen ik vanmorgen wakker werd.
Mwah.
Niet omdat ik een kater had hoor, dat niet, maar omdat ik niet meer precies wist wat ik allemaal had verteld en aan wie. Dus ik stond onder de douche en probeerde me te herinneren wat ik allemaal had verteld en aan wie. En net toen ik dacht: laat ook eigenlijk maar zitten, was het ineens daar: ongenadig scherp in het brute ochtendlicht.
O neee! Ik heb tegen de buurman-die-gaat-verhuizen gezegd dat ik hem zal missen! Aargh! (Hij zal toch wel hebben begrepen dat ik daarmee vooral zijn vrouw en kinderen bedoelde?)
O neee! En ik heb Kees verteld over mijn blog! Erger nog, ik heb hem verteld waar hij mijn blog kan vinden!

Ik zal het maar opbiechten, eigenlijk is dit hele oninteressante verhaal over de barbecue speciaal voor Kees.
"Dus morgen ga je schrijven over de barbecue?" vroeg hij, nadat ik hem in geuren en kleuren had moeten uitleggen waarom ik in godsnaam dacht dat mijn belevenissen interessant genoeg waren om geopenbaard te worden op het internet. "En ook over mij?"
"Wat jij wil, Kees," zei ik. "Mag ik je gewoon Kees noemen, of heb je liever K.? Of buurman K.? Tommy, misschien?"
Kees was goed.
Dus.
Bij deze.
Hoi Kees.
Was gezellig hè, de pleinbarbecue.


Waar wilde ik heen.
Oja.
Geen kater dus, vanmorgen. Maar het moet gezegd, alles ging wel een béétje langzamer dan anders. Terwijl ik ook een béétje meer haast had dan anders. Ik moest namelijk om 9.30 uur in Assen zijn, voor een interview. Wat inhield dat ik niet alleen al om 8.15 uur op de fiets moest zitten om de kinderen naar school en de oppas te brengen, maar er ook professioneel en verzorgd uit moest zien, dat wil zeggen: met kleren zonder spuug- en snotvlekken en met verse make-up (niet die van gisteravond).

Goed. Vlak voordat we de deur uit zouden stappen, zag ik het. Het vogelnest.
"Merlijn", riep ik. "Je haar!"
En omdat hij zich zo echt niet op school kon vertonen en ik geen tijd meer had om de twee trappen naar boven te rennen voor de borstel, deed ik wat u al heeft kunnen lezen in de titel van dit stukje: ik kamde zijn haar met een vork.

Wat wonderwel werkte, trouwens.

"Dit ga ik dus echt nooit aan iemand vertellen, hè," kreunde Merlijn.
(Dat hoeft ook niet, jongen. Dat doet je moeder wel.)

donderdag 3 september 2009

Bedgesprek, 2 september 2009, 23:53

- Volgens mij hebben we het niet goed gedaan, Henk.
- Ach, jawel...
- Nee, we hebben iets niet goed gedaan. Ik bedoel, we hebben wel goed voor ze gezorgd....enzo, en we houden heel veel van ze, maar volgens mij zijn we...
- Nou?
- Zijn we vergeten ze op te voeden.
- Welnee.
- Ze lopen over ons heen! Ze negeren ons! Toen ik van de week echt een keer heel boos was, omdat ze voor de honderdduizendste keer het traphekje open hadden laten staan, kregen ze gewoon de slappe lach! Halverwege mijn preek! Omdat Merlijn het berenkleed van Bo had aangetrokken als verkleedpak, ja. En omdat dat er inderdaad heel grappig uitzag, ja. Maar daar gaat het niet om! Ze zijn gewoon nergens van onder de indruk. Nergens!
- Gheghe.
- Respect! We zijn vergeten ze respect bij te brengen!
- Nee, ze voelen zich gewoon heel veilig. Ze zijn stabiel. Hun wereld vergaat niet als papa of mama boos is. Dat is heel goed. Daar moeten we juist trots op zijn.
- Stabiel? Veilig? Ammehoela! Ze zijn gewoon verschrikkelijk! En verschrikkelijk brutaal! En straks, als Loïs wat groter is, dan wordt ze net zo! En dan zijn ze met z'n drieën, Henk. Dan zijn wij in de MINDERHEID!
(...)
(...)
- Vreselijk.
- Ja. We moeten ze echt wat strakker gaan houden.
- Ja. 
- Hihi.
- Wat zijn ze goed he.
(....)
- Gelukt, bedoel ik.
- Ja.
- Ze zijn zo leuk.
- Ja.
- De leukste kinderen van de wereld.
- En zo mooi.
- Zó mooi.
- De leukste en liefste en mooiste kinderen van de hele wereld.
- Ja. Haha.
- Hihi

woensdag 2 september 2009

Het kortste eind en de ballen van Sylvia

“JE BENT DE ALLERSTOMSTE MOEDER VAN DE HELE WERELD!!” riepen Bo en Merlijn in koor langs de trap naar boven, nadat ik hen vanuit de badkamer had opgedragen om NU hun schoenen aan te trekken en HEEL SNEL te gaan ontbijten omdat we anders WEER TE LAAT op school zouden komen.
Vervolgens leerde ik dat uitgemaakt worden voor ‘stomste moeder van de wereld’ in combinatie met PMS garant staat voor instant-zelfmedelijden. Ik moest me inhouden om niet de trap af te rennen en met overslaande stem te gillen: Wat!? Ik doe alles voor jullie! Mijn hele leven draait om jullie! En wat doen jullie? Jullie rukken mijn hart eruit en vertrappen het!”
In plaats daarvan zei ik stoer en zachtjes voor me uit - zodat alleen mijn spiegelbeeld het kon horen - “Pff, dat menen jullie tóch niet, snotneuzen.” Om tegelijkertijd de ogen van datzelfde spiegelbeeld te zien vollopen met tranen.
Daar moet ik nog bij vertellen dat ik op dat moment juist mijn mascara op deed; u kunt zich een voorstelling maken van welk een dramatisch-pathetisch schouwspel ik getuige was.

Over pathetiek gesproken. Even later, op de fiets, gooide ik alle opvoedkundige regels overboord en zei, op de toon van mama is niet boos, mama is verdrietig: “Ik denk dat ik maar eens een tijdje wegga. Als jullie me toch niet lief vinden. Gewoon ergens op een wit strand zitten en lekker elke dag zwemmen.”
Zo. Dát zou ze leren! Hiermee had ik toch zeker wel gescoord dat ze met angstige stemmetjes zouden uitroepen: ‘Nee, mama! Niet weggaan alsjeblieft, we zullen je zo missen! Want je bent helemaal niet de stomste moeder, je bent juist de liefste moeder van de wereld!’
Yeah right.
“Volgens mijn juf is het anders helemaal niet goed om elke dag te zwemmen,” zei Merlijn.
“Welles,” hoorde ik mezelf zeggen. ‘Wel in de zee. Elke dag zwemmen in chloorwater, dát is niet goed en dat is wat de juf bedoelt, maar wel in de zee. Hoor.”
“Nietes.”
“Welles.”
“Nietes.”
“Welles.”
“Nietes.”
(Zucht.) “Kijk hier is je tas, er zit een appel in en een liga. Tot vanmiddag lieverd. Kus.”

Je trekt altijd aan het kortste eind, met kinderen. Dáar hadden ze ook wel eens een ademhalingsoefening aan mogen wijden, bij zwangerschapsyoga.


Gelukkig bleek het woensdagochtend te zijn. En ging ik, nadat ik ook Bo had afgeleverd, volgens conventie koffie drinken met een paar lotgenoten andere moeders in een hippe en trendy koffiebar.
Alwaar we roddelden. En spraken over dingen waarover vrouwen spreken: nieuwe laarzen en de gehaktballen van Sylvia Witteman.


(Edit 03-09: Terwijl ik gisteravond mijn fiets van het slot stond te doen om naar mijn vergadering te gaan, hoorde ik boven mij, door het openstaande slaapkamerraam: “JE BENT DE STOMSTE PAPA VAN DE WERELD! MAMA IS VEEL LIEVER!)

dinsdag 1 september 2009

Goede voornemens en Roodkapje-schoenen

Poeh Tjonge. Het was me het weekendje wel sprak oma.
Ik ben er helemaal klaar mee.
Met feestjes. Met taart en andere calorierijke hapjes, met alcohol en sigaretten, met laat naar bed.

Het is ook altijd hetzelfde. Neem nou het feest van onze buren, afgelopen zaterdag. Daar loop ik dan rond, en denk: 'ik ga het niet te laat maken hoor, als ik straks de kinderen naar bed heb gebracht dan ga ik nog heel even terug, drink nog één drankje, en dan taai ik ook af. Want morgen is Henk jarig en dan wil ik fit zijn.'
Dat denk ik dan. Dat denk ik dan heel oprecht.
En wat er dan precies gebeurt weet ik niet, maar ineens hè, ineens, is het dan half vier. En zitten er nog drie man en een halve paardenkop, slap te ouwehoeren rond een vuurkorf. En dan besef ik: 'gut, het is al half vier. Bijna iedereen is al naar huis. Er zitten nog drie man en een halve paardenkop, wat slap te ouwehoeren rond een vuurkorf. En die halve paardenkop, dat ben ik.'

Ik ben er helemaal klaar mee.
Ik moet er mee ophouden, met die aanstelleritis.
Weer eens een beetje verantwoordelijk zijn. Had ik al gezegd dat Loïs ook nog op het feest rondhing? Nouja, rondhing, in haar wandelwagen lag te slapen ergens in de hoek van de partytent?
Weer eens wat fruit eten, wat vroeger naar bed, sporten, knutselen en koekjes bakken met de kinderen, het huis opruimen, de ramen lappen, gezonde-hollandse-vrouwendingen doen.
Weet u, wat mij betreft zouden goede voornemens niet op 1 januari, maar op 1 september dienen te worden gemaakt. Na die losbandige zomervakantie.
Dus.
Bij deze.


Ander onderwerp.
Loïs heeft schoenen.
Nou had ze al geweldige schoenen, Puma’s in maatje 20 die van haar broer waren geweest, maar die wil ze niet aan. Misschien zitten ze niet lekker, of misschien houdt ze net als ik niet zo van sport. Of wie weet vond ze gewoon dat ze recht had op echt eigen, nieuwe schoenen om te vieren dat ze kan lopen. Waar ze dan nog groot gelijk in heeft ook.
Dus ik toog vanmorgen, nadat ik Merlijn en Bo had afgeleverd op school, met Loïs naar het winkelcentrum.

En zag daar hele leuke schoenen. Echt zó leuk, ik was op slag verliefd.
Maar. Ze zaten niet goed. For crying out loud!
Ze waren te breed voor de voetjes van Loïs.

En toen? Toen ben ik nadat ik een tijdje serieus heb staan overwegen om het kind de komende maanden hele dikke sokken aan te trekken zomaar over mezelf heen gestapt en heb ze niet genomen.
Ik nam die andere schoenen. Die wél heel goed aansloten om haar voetjes.
En waartegen Loïs maar steeds enthousiast riep: "Die! die!"

En weet u, hoe langer ik naar ze kijk, hoe leuker ik ze ga vinden.
Ze zijn heel...roodkapje. Ergens.



(Toch ook benieuwd naar die andere schoentjes? Klik)