zondag 18 juli 2010

Kindsoldaat

En toen vroeg mijn schoonmoeder aan haar zoon, die tevens mijn man is, of hij nou eens eindelijk die plunjezak wilde meenemen. Van 27 jaar geleden.
Dus die staat nu hier.
En wat moet je ermee hè. Met zo'n muf-ruikende legergroene zak vol met muf-ruikende legergroene zooi?
Bewaren? Als aandenken?
Hm. Mja. Zo leuk vond ie het allemaal niet, dat dienstplichtgedoe.
En ik blijf het ook maar een raar idee vinden hoor: Henk als soldaat. Dat klopt niet.
Maar dat krijg je dus met van die laatbloeiers: 'Ik wist op mijn achttiende gewoon nog niet dat ik in wezen een dienstweigeraar ben.'

Merlijn wist er overigens wel raad mee en wendde de plunje aan voor een spannend verkleedproject, op de tot nu toe heetste dag van het jaar.
Ik wist van niets, was gewoon naar het zwembad met Bo. En kwam gisteren dus zomaar ineens deze foto tegen, in de Mac van Henk.

O.M.G. Mijn zoon. Een kindsoldaat!



Ik vond de foto mooi.
Ik vond de foto een beetje confronterend.
Ik vond een aanleiding om eindelijk eens dit geweldige clipje te laten zien.

woensdag 14 juli 2010

Children of the Corn

Ja. En u weet het, als een kind dan jarig is geweest dan volgt er meestal nog een kinderfeestje.
(..)
Ik moet tot mijn grote schaamte bekennen dat wij al een paar jaar het feestje van Merlijn per ongeluk vergeten - of pas een half jaar later vieren. Maar ja, zo'n kind wordt ook ouder en trapt daar op een bepaald moment gewoon niet meer in, natuurlijk. In die rotgeintjes.
Dus. Dit jaar moest het er van komen en manmoedig smeedden wij het ijzer terwijl het heet was en planden het feestje meteen, hop, twee dagen na zijn verjaardag.

We gingen naar een maïsdoolhof.
Een doolhof in het maïsveld.
Wat men al niet verzint?

Nou speelde ik als kind zomers altijd in het maïsveld (ten strengste verboden door onze buur-boer destijds) en - hoewel het ons wel avontuurlijk leek voor die ontzettende stadskinderen - had ik dus eerlijk gezegd wat mijn bedenkingen bij dit kunstmatig georganiseerde doolhofgebeuren.
Maar het was leuk! Ja maar nee maar ja maar echt!
Het zou eventueel zo kunnen zijn dat de grote mensen (Henk en ik) het nét nog een tikje leuker vonden dan de kinderen, maar toch. Echt. Leuk.
En heet, dat ook.
Met die brandende zon op je kop, glijend door de klei-achtige blubber tussen de hoge planten, het leek verdorie verdacht veel op een mini-survival.
Wat ons dan wel weer leuk de gelegenheid gaf om de vriendjes en vriendinnetjes van Merlijn eens een beetje uit te checken. In gedachten kleurden wij denkbeeldige vierkantjes in met een potlood: geschikt, ongeschikt. En het liep flink uiteen, dat mag ik wel zeggen. Van kinderen die onophoudelijk zeurden over dorst, moe en warm en kinderen die het afzien juist supercool vonden en stoer voorop bleven lopen op zoek naar de verborgen opdrachten.

Doet u het verder maar met de foto's en het filmpje.
Het dondert hier.
En ik moet de komende week gaan plannen. (U weet misschien dat ik de afgelopen maanden nogal zat te springen om werk. Het stond een beetje stil hier. En net toen ik dacht: laat nu maar zitten, nu hoeft het niet meer, nu ga ik me lekker voorbereiden op de vakantie, stroomden de opdrachten ineens binnen. Argh, argh, argh.
Dus in plaats van rustig lijstjes te maken en stapeltjes met kleding enzo, moet ik nu ineens nog serieus aan de bak. En gaan we volgende week gewoon net als altijd gestresst op pad, met wat lukraak in de aanhanger gemikte bagage. Eigenlijk ook wel een geruststellend idee.)


zaterdag 10 juli 2010

Een opsomming van niks

Het wordt weer eens een onsamenhangend logje. Met duizendeneen onderwerpen. En ik heb eigenlijk best wel een hekel aan onsamenhangende logjes. Ik hou meer van een verhaal met een kop en een staart en, vooruit, een moraal.
De titels van onsamenhangende logjes zijn ook vreselijk. Dan krijg je zoiets als: 'Over kwijte slippers, de vlektyfus, het zwembad en mijn schoonmoeder.' Jeg.
Maar ja: als je gedurende een hele week verdomd om een logje te schrijven vanwege, zeg, de warmte, dan komt het er toch min of meer op neer.

Een opsomming dus.

Loïs was ziek. Een virus met vlekjes. De zestiende ziekte ofzo. Of de vlektyfus, zoals ik het deze week doorlopend gekscherend noemde. Wat echt niemand grappig bleek te vinden. (Misschien is het dat ook wel niet, geen idee: is de vlektyfus erg?)
Overigens had de ziekte van Loïs wel een soort van komisch begin. Het meisje kreeg ineens koorts, net toen ik Merlijn van school moest halen. Dus ik besloot haar niet op de fiets te zetten, maar in de wagen, in alleen een wit rompertje en met een drinkfles, en ging wandelen. Ze voelde zich meteen een stuk beter. Dacht ik. Dacht ik fout. Want even later loop ik dus door de school, vriendelijk te lachen naar iedereen, zegt ineens zo’n vader: ‘Weet je eigenlijk dat je kind heel erg aan het overgeven is?’
Eh? What the f..? Kijkend naar beneden zie ik Loïs met een ongelukkig gezichtje in een bad van tweedehands appel-kersensap zitten. In een roze rompertje met stipjes.
En de volgende dag zat ze dus zelf ook onder de stipjes. Vlekjes, overal. Ter visualisatie: samen met de tientallen ontstoken muggebulten (allergisch: jeu!) en de drie bloederige groeven in haar buik na een val in de struiken, maakte dit haar tot een wel heel charmante peuter.


Verder stond de week in het teken van de kwijte slippers. (Ik hou heel erg van het bijvoeglijk gebruik van het woord kwijt.) En ik weet het wel, een zoekgeraakte slipper is nou niet echt een probleem van wereldniveau, maar iets kwijt zijn, mensen, drives me crazy! Het brengt echt het állerirritantste in me boven.
De slipper van Merlijn is overigens drie keer opnieuw gewoon boven water gekomen, maar sinds gisteravond (een vrij wild (kinder)feestje waar ik verstandigerwijs niet over uitweide) zijn we de geweldige aardbeienteva’s van Loïs kwijt.
Gelukkig hebben we de foto nog.


En nou heb ik ineens geen zin meer. Een opsomming van niks zo, maar ja. Veel te warm.
(Laat dat noodweer maar losbarsten?)


zondag 4 juli 2010

Epiloog

En dat je dan ineens een glimp opvangt van hoe zo’n kinderbrein werkt.
Terwijl we dus aan het kanoën waren door de gracht, kwamen we langs ons vorige huis. Bo herinnert zich nog goed dat we daar woonden, Merlijn eigenlijk niet meer zo; hij was net drie toen we verhuisden.
Ik wees het hem aan.
‘Kijk, Loïs, hier hebben we gewoond’, zei Merlijn tegen zijn zusje. ’Toen was jij er nog niet, toen zat jij nog in mama’s buik.’
‘Nou,’ zei ik, ‘eigenlijk zat ze toen nog lang niet in mijn buik.’
Waarop Merlijn me blanco aankeek en zich hardop afvroeg: ‘Maar. Wáár was ze dán?’
Leuk hè: voordat Loïs ter wereld kwam zat ze in mijn buik. Like since forever. Of in elk geval sinds hijzelf werd geboren (ik weet niet hoe hij dat precies gedacht had). Hij ervaart het hoe dan ook als onvermijdelijk en volkomen logisch dat Loïs bestaat. En altijd al bij ons hoort.
Net als wij dat ook doen, feitelijk.

zaterdag 3 juli 2010

Toerist in eigen stad


Weet u nog, van de aardbeien? Nou, het waren dus geen aardbeien, het waren larven. Die in mij wilden dringen terwijl ik zwom in de Hoornse Plas. Met als gevolg rode jeukende uitslag en galbulten all-over. Gelukkig is er twitter, waardoor ik erop geattendeerd werd en gelukkig zijn er pilletjes: ik heb inmiddels weer een poezelig zacht babyhuidje.
Maar zwemmen in de Hoornse Plas is dus voorlopig geen optie.
En u moet weten, er zijn hier in Groningen grofweg twee plekken waar je met je kinderen naar toe kunt als het warm is: de Hoornse Plas en de Papiermolen (het buitenzwembad). Vrij eenvoudig te veronderstellen dus dat het momenteel nógal druk zou zijn in het zwembad.
En omdat het vandaag opnieuw warm was en anderhalf uur in de rij voor de ingang ons niet een heel aantrekkelijk vooruitzicht leek, moesten we iets anders verzinnen.

Onder een van de bruggen over de singel is 't Peddeltje gevestigd. 't Peddeltje verhuurt kano's, waarmee je helemaal rond het centrum van Groningen kunt peddelen. Langs de woonboten en het Groninger Museum. Zo leuk! (Maar kom er maar eens op.)



En daarna aten we een ijsje. En ik zei: 'Doemediema.'