dinsdag 27 mei 2014

Doorgaan is het doel


Het leven is een aaneenschakeling van problemen die opgelost moeten worden.

Net als in dat spelletje Highway, kent u dat nog? Het was een van de allereerste mini-computerspelletjes, uit het begin van de jaren 80.
Een naïef spelletje, net een stapje geavanceerder dan Pong, waarbij je met een autootje een drietal verschillende obstakels – boomtakken, honden en wegwijzers (van die laatsten heb ik me altijd  afgevraagd wat die midden op de weg deden) – moest zien te ontwijken.
De enige tools die je daartoe tot je beschikking had waren twee knopjes, waarmee je het autootje respectievelijk naar rechts en naar links kon laten springen.
En dat deed je dan dus, maniakaal, want je had geen keus.
Nou ja; je kon het natuurlijk ook niet doen, maar dan hield het op.
Game over.

Zo is het ook in het leven. Voortdurend ben je bezig met het ontwijken van obstakels en het oplossen van problemen. Om door te kunnen gaan.

Doorgaan is het doel.
Problemen oplossen, het middel.


(Er zijn natuurlijk ook problemen die niet op te lossen zijn. Die vallen uiteen in twee categorieën; problemen die rechtstreeks leiden naar ‘game over’ en problemen die resulteren in ‘doorgaan met handicap’.)


Zo, ik verslik me weer eens danig in de inleiding, zeg!

Ik wou eigenlijk alleen even vertellen dat ik mijn fietssleutel gisteren ineens kwijt was.
En dat ik dus een probleem had, dat moest worden opgelost en snel een beetje.
Ik heb mijn fiets namelijk nodig, niet alleen als transportmiddel, maar ook op existentieel niveau; mijn fiets is een cruciaal onderdeel van mijn imago.
Maar daar weet u alles van. 




Zondagmiddag lag de sleutel gewoon nog hier, op het plankje in het halletje, naast de zonnebril van Bo. (Als ik door mijn wimpers naar de foto tuur zie ik hem zelfs nog liggen.)

Maar maandagochtend was hij ineens weg.

En wat doe je dan? (Nadat je uiteraard hebt gevloekt en getierd en ge-'maandagochtend wat maak je me nou'-d?) Dan breng je je kind staand achterop de vouwfiets als een soort aap op je rug (wat veiligheidshalve vast niet verantwoord was, maar desalniettemin prima ging) naar school en daarna ga je zoeken.
En als zoeken niet helpt, dan ga je mensen whatsappen met de vraag of ze misschien per ongeluk na het feestje van Loïs je fietssleutel hebben meegenomen.
En als je daar maar weer mee ophoudt omdat het stom is, dan heb je gelukkig altijd nog......
Good Old Google!

De woorden 'fietssleutel', 'kwijt' en 'Groningen' boden onmiddellijk soelaas.
(Dat is het leuke hè, van deze tijd. Je kunt het zo gek niet verzinnen of het bestaat – zelfs dingen die je niet kunt verzinnen bestaan – en je kunt er meestal nog zomaar over beschikken ook! Het wachten is nu nog even op de teleporteermachine.)


Een fietsenmaker op locatie. Bestaat gewoon!
Die kun je bellen, als je pech hebt met je fiets, onderweg of thuis.
En dan komt ie eraan. Om je ketting te repareren, of je band te plakken. Of je slot door te zagen, dus.
Ja, en zónder dat je dus eerst een of ander duur lidmaatschap moet aangaan. Ik bedoel maar, daar kan de wegenwacht nog wat van leren.

Daar was hij al, mijn redder in nood, met een fiets bijna net zo leuk als de mijne. Hij flexte mijn slot open, leende me zijn eigen kettingslot en komt morgen terug om een nieuwe axa-unit te monteren.





En door.



zondag 18 mei 2014

Margriet More

Ik vond een mailtje in mijn inbox met de mededeling dat mijn blog aangeprezen gaat worden in de Margriet More, vergezeld van de vraag of ik t.z.t. een exemplaar wil ontvangen en zo ja, op welk adres.
Het tekstje dat erbij komt, bleek geschreven door iemand die mij behoorlijk goed begrepen heeft. Met juist geciteerde zinnen die ik zelf ook best grappig vond toen ik ze schreef. En als favoriet aangemerkte stukjes die ik zelf ook zou aanbevelen.
Dus ik was wel even in mijn nopjes.
(En voelde ook meteen weer de druk van te weinig bloggen de laatste tijd, maar dat terzijde.)


Maar toen dacht ik vervolgens: de Margriet More? Wát is nou weer de Margriet More?
Margriet dé Moor, die ken ik wel. Haha. Haha.
Flauw.
Natuurlijk, de Margriet, het tijdschrift ken ik heus ook.
Nog altijd in één adem genoemd met de Libelle. Ze zaten vroeger samen in de leesportefeuille van de buurvrouw. Het waren truttige tijdschriften. Misschien dat ze tegenwoordig een stuk hipper zijn geworden, wie weet.
Ik niet, ik ben geen tijdschriftenlezer. Ik lees nooit tijdschriften, behalve een sporadische Linda van een vriendin op het strand en, vooruit, het Volkskrant magazine – als je dat eigenlijk een tijdschrift mag noemen.

Goed, de Margriet weet ik dus.
Maar wat is dan de Margriet More?
Is dat een soort extra Margriet? Wat staat daar dan in dat weer niet in de gewone Margriet kan? (Dat vraag je je dan toch af?)
Of is het een themabijlage?
Een speciale editie voor de Margrietlezer met een maatje meer? (Pitch voor de redactie van Libelle: Plus Size Libelle.)

Ik kan het natuurlijk gewoon even googlen. Ga ik ook doen zo.
Maar ik vond het eerst wel even leuk om er slap over te ouwehoeren.


Eind augustus, dan staat mijn blog in de Margriet More!
Koopt hem allen!
Dan wordt u misschien op een leuk blog gewezen.

Goed verhaal dit.
Doei.

zaterdag 3 mei 2014

Berlijn

Ik was al eens eerder in Berlijn. Twee keer. De laatste keer was in 1989, een paar maanden voor de muur omging.
Ik kende Berlijn dus nog niet zoals het tegenwoordig is, behalve uit verhalen.
Ook Henk was nooit na 'die Wende' in Berlijn geweest. Het Berlijn dat wij wisten konden we dus niet aan de kinderen laten zien.

Wat zouden we eigenlijk gaan doen? De Reichstag bekijken? De Brandenburger Tor? Checkpoint Charlie? De Kurfürstendamm?
Nja..wellicht?
We hadden niet echt een plan.

Nou bleek het zomaar (nou ja, zomaar... ik heb een deal met de kosmos, weet u wel?) heel erg mooi weer te zijn – om niet te zeggen warm – dus de eerste dag besloten we dat we eerst maar eens dat Badeschiff moesten bezoeken waarover ik had gelezen; een zwembad, gemaakt als kunstproject, drijvend in de rivier de Spree.
Het bleek nog leuker dan ik dacht. Het zwembad is op het terrein van de Arena, (een multifunctionele concert/feest/kunstlocatie), met een strand en een bar, mooi en schoon en tegelijk heel hip en vrij en cultureel verantwoord, ik merk dat ik niet echt de woorden heb om het te omschrijven, maar we voelden ons er onmiddellijk thuis!


En toen besloten we dat we gewoon 'toller Orte' gingen opzoeken en van het mooie weer genieten. Niet perse naar de geijkte bezienswaardigheden. De Reichtstag en de Brandenburger Tor hadden we bovendien al gezien, vanuit de bus die ons met onze bagage van het station naar het airbnb-appartement bracht. (In Schöneberg, dat een heel mooie, relaxed-bruisende wijk blijkt te zijn, met heel veel jonge mensen, met kinderen en honden en speeltuinen.)

Reichtstag vanuit de bus, check!
Brandenburger Tor vanuit de bus, check!
ontbijt met Asian noodles
diva in bed

Op de derde avond zag ik ineens een foto van een Facebookvriend, waarop hij met zijn vriendinnetje poseerde tegen een liggende T-rex met op de achtergrond een reuzenrad.
De tekst erbij luidde zoiets als: 'Het waren mooie dagen in Berlijn.'
En ik dacht: huh? Waar is dat reuzenrad?
Dus dat vroeg ik toen maar even. En kwam erachter dat het een verlaten pretpark was, aan de rand van Berlijn, helemaal in het Oosten. Waar je stiekem binnen kon komen, door over het hek te klimmen. 
Waah!

Het pretpark, genaamd SpreePark, was sinds de opening in 1969 het enige pretpark in de DDR.
In 2001 ging het failliet en sindsdien is het een soort spookpark. Met nog bijna alle attracties intact, maar overwoekerd en in onbruik.
Het reuzenrad draait af en toe nog, door de wind.

Het was ZO GAAF.

Ik zeg altijd: geen beter pretpark dan een dood pretpark.



Overigens hingen we ook gewoon de toerist uit, hoor. (Zij het dan niet gehinderd door enige diepgaande voorkennis. Zo hadden we bijvoorbeeld geen idee voor welke fontein mijn man en kinderen hier poseerden. ‘Trevi-fontein, check!’ riep Henk. Haha)

(Henk maakt hier trouwens geen Hitlergroet, maar wil gewoon zijn dochtertje aaien.)

En hier neemt Bo een selfie, met op de achtergrond de Dom van Berlijn.
Hij staat er alleen niet helemaal op. Zij wel.

#dommie



Nu zijn we weer thuis en heb ik een probleem.
Ik vind Nederland niet meer leuk.
In Berlijn kun je gewoon (heel goed!) uit eten voor 10 euro per persoon, schenken ze je glas wijn bijna tot de rand toe vol, koop je drie grote bakken aardbeien voor 2 euro en reis je voor bijna niets met het openbaar vervoer. En iedereen is er aardig.
Dus.