zaterdag 28 december 2013

The night Santa stole my likes



Zo.
Heeft u de Kerst ook weer overleefd?
Wij wel hoor.
We zagen een film over een pratende eland met de stem van Jeroen van Koningsbrugge, we aten wild zwijn en pizza, en speelden monopoly.

En door!

Momenteel zit ik te broeden op een goed voornemen. Ik denk dat het iets wordt als: ‘meer genieten van het moment.’ Of: ‘meer in het nu leven.’
Daar ben ik niet zo goed in, namelijk. De afgelopen maand die als een sneltrein langs geraasd is maakte dat weer pijnlijk duidelijk.
Het was een en al stress, drukte en chaos.
Er was een Kerstdiner op de school van de kinderen, dat echt heel leuk was. Echt heel leuk.
Maar ik merkte het niet. Want ik zat met mijn hoofd bij wat er allemaal nog daarná kwam. Straks, straks is de echte Kerst en ik moet nog zoveel doehoen!, dat werk.
En dan blijkt achteraf ineens dat dat Kerstdiner op school het hoogtepunt was.
Toch jammer dan, dat ik het niet doorhad.


Ik wil eigenlijk even iets kwijt in de categorie: ‘whatever, maar toch raar’.

Vorige week blogde ik over de truthie. En het leek erop dat heel veel mensen dat leuk vonden.
Mijn verhaaltje werd her en der gedeeld op Facebook en heel vaak geretweet op Twitter.
Echt jonge, mijn truthie ging bijkans viral!

Onder aan mijn blog staat sinds een tijdje een knop. Een ‘vind ik leuk’ button, van Facebook. (Geen idee waarom, ik kan me niet herinneren dat ik dat heb gedaan. Ik zou ook niet kunnen vertellen hoe het moet, dus waarschijnlijk is het vanzelf gegaan. Oeh, die spannende wereld van het internet…)

Sinds die knop er zit krijg ik aanzienlijk minder reacties, maar dat geeft niet, want ik vind vind ik leuks ook leuk. 
Op Kerstavond hadden inmiddels 58 mensen op de knop onder het genoemde blogje geklikt. Achtenvijftig! Dat is bijna zestig! Woh!
Maar toen.

Het was Eerste Kerstdag 1961 2013 ik weet het nog zo goed, mijn konijnehok likebox was leeg....
Nou ja, bijna leeg: de teller stond ineens op 10.



Maarmaarmaar….!
Refresh refresh refresh.
Ja hoor, het staat er echt. 10.
Op de andere blogpagina’s was het aantal likes gewoon ongewijzigd.
Dus: huh?

Hebben, in de nacht voor Kerst, achtenveertig mensen zich bedacht? En de moeite genomen naar mijn blog te surfen om op de vind ik niet meer leuk knop te klikken? Really? What did I do!?

Of:

Heb ik alles gedroomd?


Nja, ik zei het: Whatever.
Maar toch raar.

donderdag 19 december 2013

Truthie

Selfie is gekozen tot het woord van het jaar 2013. Dat weten we inmiddels allemaal.
Ik zou persoonlijk hebben gekozen voor ‘koningslied’, omdat dat woord nog steeds op mijn lachspieren werkt (en ik er heel leuke herinneringen aan heb), maar het werd dus ‘selfie’.

En die selfies, ik vind daar iets van.
Ik vind ze te mooi allemaal.

Langzamerhand zijn we een virtuele wereld aan het bouwen waarin alles zo mooi mogelijk wordt voorgesteld. En zo lelijk mogelijk aan de andere kant; alles wordt uitvergroot en aangedikt op internet. Omdat het kan. Er ontstaat een digitale wereld van extremen, met veel minder nuance. Ik voorspel dan ook dat het in de virtuele wereld nog eerder en harder uit de hand gaat lopen dan in de echte wereld. De derde wereldoorlog zou zich wel eens in cyberspace kunnen afspelen.
(..)
Maar laat ik me beperken tot de selfies, voor ik weer eens enorm door de mand ga vallen als amateurfilosoof.

Ik ben benieuwd naar hoeveel pogingen er vooraf zijn gaan aan de gemiddelde selfie.
Daar zou iemand eens onderzoek naar moeten doen!
Hoeveel te licht bevonden selfies worden naar de prullenmand gesleept alvorens een nieuwe profielfoto op Twitter verschijnt?
Ik denk dat er meer afgekeurde selfies in het digitale heelal zweven, dan er mieren zijn op aarde.

Het moet maar eens afgelopen zijn, vind ik. Met die ijdeltuiterij.
Het is tijd voor de waarheid. Zet jezelf op de foto in je waarachtigste momenten. Als je net uit bed komt. Met uitgeveegde mascara. Of ei op je wang. Gewoon, net als in het echte leven. Maak een zelfportret als je onderuitgezakt op de bank met openhangende mond naar je laptop zit te staren. Dan ben je pas een held.

Ik voorspel een rage.
De truthie wordt het helemaal.
Ik weet nu al het woord van het jaar 2014.


(Haha.)

maandag 9 december 2013

De eighties-eruptie


Ik was een jaar of 15 toen ik voor het eerst de naam Nelson Mandela hoorde.
Op de radio, in dit liedje (hoewel ‘liedje’ een beetje raar klinkt voor zo'n protestsong):




Ik weet nog dat ik dacht: Wie is dat eigenlijk, Nelson Mandela?
Dus toen ging ik even googlen.

Haha. O nee.

Dit vind ik dus ineens een onthutsende ontdekking. Dat ik me eigenlijk al bijna niets meer kan voorstellen bij het pre-internettijdperk. Het is idioot hoe snel je gewend raakt aan dingen.
Hoe deed ik dat vroeger, als ik iets wilde weten? Ging ik dan een boek halen bij de bibliotheek? Vroeg ik het aan mijn ouders? Ik denk het.
Of eigenlijk denk ik het niet; zeker niet in het geval van Nelson Mandela, want toen was ik 15 en keihard aan het puberen en vroeg ik helemaal niets aan mijn ouders, behalve of het eten al klaar was en hoe laat ik thuis moest zijn ‘s nachts. (Waarschijnlijk dacht ik gewoon: nouja, daar kom ik vast nog wel eens achter, en ging weer verder met mijn leven.)

‘Wilde jij toen je 12 was ook graag een telefoon?’ vroeg Bo vanavond aan me.
‘Toen waren we er toch nog helemaal geen mobiele telefoons, gekkie,’ zei ik. ‘We hadden wel een telefoon, maar die zat vast met een snoer in de muur.’
En ik zag hem weer voor me, onze telefoon. Zo’n lelijk grijs-beige ding, met zo’n kiesschijf en een gekruld snoer. Hij stond op het bureau van mijn vader.
Als je moest bellen, dan zat je daar.
Later kreeg ik een eigen telefoon op mijn kamer. Van de Kijkshop. Een rode, die je in een houdertje aan de muur kon hangen. Hij hing bij mij op het deurkozijn. Ik kon in de vensterbank zitten bellen.
Het leuke was dat je kon doorverbinden.
Als ik de telefoon opnam en het was bijvoorbeeld iemand voor mijn moeder, dan kon ik zeggen: ‘Momentje, ik verbind u even door.’ En dan drukte ik op 1 waarmee ik naar beneden belde, naar het bureau van mijn vader. Mijn moeder nam op en ik zei: ‘Die of die is aan de telefoon voor je,’ en legde vervolgens op waarmee ik de verbinding tot stand bracht tussen de andere twee partijen. Machtig.
‘Oh, dat wil ik ook,’ zei Bo.

Een radio had ik dus ook op mijn kamer. Een radiocassettedeck. Die stond op een plank aan het voeteneind van mijn bed. Als er een leuk liedje kwam nam ik een snoekduik en landde op mijn buik op mijn bed, precies met mijn twee wijsvingers op de goede knoppen, de play en de rec. Tegelijk. Ik was daar erg goed in.
En dan: de euforie! Eindelijk dat ene mooie nummer te pakken. Maar tegelijk de stress: stond het bandje wel scherp, precies aan het eind van het vorige liedje? En de zorgen: gaat de deejay er zometeen niet te vroeg doorheen gaat praten?
Fantastisch waren ze, die cassettebandjes. De mooiste liedjes van de radio achter elkaar (met tussendoor telkens  een harde KLAK). En dat je dan twintig jaar later nog steeds, als je Dont’ leave me this way van de Communards hoort, daarna verder zingt met Take these broken wings. Omdat die nou eenmaal na elkaar kwamen op je bandje.

Euh. Sorry. Dat was even een eighties-eruptie.

Terwijl ik eigenlijk iets heel anders wilde vertellen. In 1990 ging ik een maand alleen op reis. Op interrail. Door Italië en Griekenland, naar steden en eilanden, in treinen, op boten, en dat allemaal zonder mobiele telefoon! Dat mijn moeder dat goed vond zeg! Ik kon alleen een teken van leven geven áls ik ergens een telefooncel vond, áls zo’n ding het dan ook nog deed en áls ik genoeg juiste muntjes had – want collectcall werkte nooit.
(En dan heb ik nog niet eens over je foto’s niet op Facebook kunnen zetten, hè.)


We gingen vandaag een kerstboom kopen bij de Ikea en ik vergat mijn telefoon, thuis.
Dat doe ik anders nooit! Ik vergeet nooit mijn telefoon!
Het zweet brak me uit. Maar omdat ik besloot dat het ook zo kinderachtig was om als een klein meisje te blijven jammeren tegen mijn drie kinderen in de auto, vermande ik me en dwong mezelf laconiek te blijven; vroeger kon ik dit toch ook!
Nou, en het ging best goed.
Hoewel het wel even jammer was dat ik geen foto’s kon maken en dat ik Henk niet even kon bellen met de vraag of we eigenlijk nog zo’n kerstboomstander in de schuur hadden liggen en ik me toch heel blij voelde toen we met de kerstboom naar huis reden. Ik ging lekker weer naar mijn telefoon.
Waar vier gemiste gesprekken, 3 whatsapps, 5 facebookmentions, 2 wordfeuduitnodigingen en 13 nieuwe mails op me lagen te wachten.

Ergens mis ik die jaren tachtig toch een beetje.


woensdag 27 november 2013

Merlin



Er is weer eens een tijdperk ten einde.
Televisiegewijs (of eigenlijk dvd-gewijs) stond bij ons het afgelopen half jaar in het teken van Merlin, de vijf seizoenen tellende televisieserie van de BBC over de jonge jaren van Merlijn en Koning Arthur.
Hoewel het officieel een jeugdserie (13 -15) is en niemand in ons gezin in die leeftijdscategorie valt, hebben we er enorm van genoten met z’n allen.
Want wát een leuke (spannende, mooie, grappige) serie!


KLIK!!!


Vandaag zagen we de aller-allerlaatste aflevering.
En nu zijn we collectief in een gat gevallen.
*Huil*

Ik moet het maar opbiechten, ik heb een guilty pleasure: ik ben gek op de Arthur-sage.
Camelot, de Pendragons, Morgana, Guinevere, de ridders van de Ronde Tafel; Parcival, Gawain, Lancelot, paarden, magie.... Pure romantiek…zucht.
Guilty.


Haha. Ik was pas in de bibliotheek en daar hoorde ik een moeder tegen haar peuter (met snottebel) zeggen: ‘Nee, Lancelot, dat mag niet, Lancelot. Die boekjes moet je terugzetten, Lancelot.’
Wie noemt zijn baby nou Lancelot?
(De ouders van Lance Armstrong waarschijnlijk, bedenk ik me nu.)
Maar haha. Daar moest ik dus om lachen.

(Zegt de moeder die haar zoon de naam Merlijn gaf.)


zaterdag 23 november 2013

Around the Corner is the Forest


Aanstaande zondag gaan we naar de opening van de expositie Around the Corner is the Forest van kunstenaarsduo Oscar Venema en Sandra de Groot, oftewel Oscart&Chaos.
Een bijzondere expositie voor ons, want Bo prijkt op een van de werken.
(En zelfs op de uitnodiging! Nah.)





Al eerder figureerde ze op een van hun schilderijen (dat op de Zomerexpo in het Haags Gemeentemuseum heeft gehangen - klik) en de fotoshoot die hieraan vooraf ging had blijkbaar materiaal opgeleverd voor nóg een schilderij.

De afgelopen weken kwamen er op Facebook voortdurend plaatjes voorbij van 'the making of'.
En dat was best gek; steeds weer ons meisje in die vervreemdende pose op mijn computerscherm.




Ik vind het prachtig. En dan heb ik het nog niet eens in het echt gezien!
(Maar zondag, dus.)

dinsdag 12 november 2013

Santorum

Noem me naïef, maar tot een tijdje geleden dacht ik eigenlijk dat homohaat en homofobie dingen waren van vroeger. Iets van lang geleden, uit de tijd van Spetters.
Sinds de jaren tachtig was het toch gewoon gewóón geworden? Iederéén was tegenwoordig toch homo? Een groot deel van mijn vriendenkring, de helft van de mensen op televisie, politici, noem maar op. Ik dacht eigenlijk (ik zei het al: naïef) dat het inmiddels algemeen geaccepteerd was, door de moderne mens. En dan toch in elk geval in Nederland!

Inmiddels weet ik dat dat geenszins het geval is; homohaat is nog steeds enorm actueel en lijkt (maar dat kan dus ook mijn perceptie zijn) de laatste tijd zelfs meer en meer toe te nemen. Met name in de grote steden moet je tegenwoordig bang zijn om gearmd over straat te gaan met iemand van dezelfde sekse. Om het over die hele Poetin-toestanden nog maar niet eens  te hebben. 

Maar goed, ik had dus blijkbaar een hele tijd niet verder gekeken dan mijn neus lang was.
Zo kwam ik er onlangs achter, dat er een heel internetfenomeen aan me voorbij gegaan was.
Een nogal hilarisch internetfenomeen, mag ik wel zeggen; ik moest er in elk geval heel hard om lachen. 

En omdat het u wellicht ook is ontgaan, vertel ik er hier even over.

Er was eens een senator in de VS en die heette Rick Santorum.
Een conservatieve Republikeinse senator, die in 2003 een aantal negatieve uitlatingen deed over homoseksualiteit. Zo stelde hij bijvoorbeeld dat homoseksualiteit ondermijnend is voor het gezinsleven en voor de maatschappij als geheel. Dat het huwelijk alleen een verbintenis mag zijn tussen één man en één vrouw. Dus niet tussen mensen van de zelfde sekse, noch tussen mensen en dieren, noch tussen volwassenen en minderjarigen. Waarmee hij dus en passant homoseksualiteit gelijk schaarde aan bestialiteit (seks met dieren) en seks met kinderen.

Vonden ze niet leuk, de homoseksuelen. En terecht!
Santorum had overigens niets tegen homoseksualiteit an sich, zo zei hij, maar wel tegen de seksuele handelingen die daarmee gepaard gingen.
Euh..tsja.

Nou was er een (homoseksuele) auteur, met een populair weblog: Dan Savage.
En die was boos.
En hij daagde zijn lezers uit om de beste definitie te verzinnen voor het tot dan toe niet bestaande zelfstandig naamwoord 'Santorum'.
(Wat op zich al geinig is, vind ik.)

Enige tijd later maakte hij de winnende definitie bekend:

"The frothy mixture of lube and fecal matter that is sometimes the by-product of anal sex." 

Haha.
Hahaha.
(Gétver! Alleen al dat woord frothy.)

Een machtig mooie definitie, die niet alleen keihard het doel (senator Rick Santorum pesten) raakte, maar ook blijkbaar in een schrijnende behoefte voorzag: voor het betreffende schuimige mengsel van glijmiddel en uitwerpsel bestond nog geen naam!
Nah.

Dan Savage lanceerde de website www.spreadingsantorum.com en met hulp van een google-bom belandde de term in de hoogste regionen van de zoekmachine. (En is daar nog steeds. Klik. Hahaha.)

Vond ie niet leuk natuurlijk, meneer Santorum.
Nee. Snap ik wel.

Na een tijdje bood Savage aan de website te verwijderen, als Santorum 5 miljoen dollar zou doneren aan een homorechtenorganisatie.
Wat die natuurlijk niet deed. Ook weer logisch: dat zou zijn geloofwaardigheid wel erg aantasten en bovendien: het kwaad was inmiddels lang geschied.

Haha. Santorum.


zondag 10 november 2013

The rise and fall van een super-schoolmoeder


Toen mijn loopbaan als moeder van schoolgaande kinderen begon, had ik altijd alles onder controle. 
Ik was die moeder die altijd als eerste een tasje meegaf met een bordje en een bekertje en bestek, voor het paasontbijt.
Een moeder die drie weken voor het schoolfeest al een outfitje had verzonnen voor haar kind, met accessoires en al.
Zo’n moeder die maanden voor een verjaardag al begon na te denken over een leuke, originele, traktatie. Die eierdozen en wc-rollen spaarde, voor de knutselhoek. En deze dan ook nog eens daadwerkelijk meebracht naar school, van tijd tot tijd.

Bovenal was ik zo’n moeder die altijd alles wist.
En daar ook bekend om stond.
Andere moeders en vaders belden mij op met vragen als:
‘Wat moeten ze ook alweer mee op schoolreisje?
‘Zijn de kinderen vrij tussen hemelvaart en het weekend?’
‘Moeten ze regenlaarzen aan naar de schooltuintjes?'
Want ik wist die dingen.

Eigenlijk heel irritant, als ik het nu zo bekijk.
Nja.
Er is hoe dan ook zes jaar later niet veel meer van over.
Ik ben enorm afgegleden, als schoolmoeder.
Inmiddels ben ik die moeder die altijd als állerlaatste inleverstrookjes inlevert.
Die altijd de laatste is met het meegeven van dingen. Als er – om even een actueel voorbeeld te geven – vanaf maandag wordt gevraagd een lampionstokje mee te geven voor Sint Maarten, kom ik daar vrijdagmiddag pas mee aanzetten. (En ontdek dan dat er geen batterijen in zitten.)

Ik ben die moeder van die kinderen die minstens drie keer per maand te laat op school zijn – zonder gymspullen, uiteraard. En tegelijkertijd die moeder die regelmatig (en dan meestal wél lekker op tijd) met haar kroost voor een dichte deur staat omdat ze niet wist dat het margedag was. En vervolgens haar kinderen de schuld in de schoenen probeert te schuiven: ‘Konden júllie dan niet even zeggen dat het vandaag margedag is? Tss.’
Ik ben zo'n moeder die haar zoon al heel vaak naar school liet gaan met vlekken in zijn kleren – omdat ze te laat zag dat hij weer eens zijn lievelingsshirt uit de wasmand had geplukt en aangetrokken. Een moeder die inmiddels vreest dat de haard van de hoofdluizenplaag op school wel eens in haar huishouden kon liggen.
Grapje. (GRAPJE!)

Maar serieus. Ik ben een regelrechte ramp. En als u denkt: het zal heus best meevallen, nee hoor: het valt niet mee.
Het valt op, dat wel.
Tijdens het tienminuten gesprek met de juf van Loïs afgelopen donderdag (een week later dan de originele afspraak, want die vergat ik) werd dat pijnlijk duidelijk.

‘Sorry hoor,’ zei ik. ‘Dat ik er vorige week niet was. Stom hè van me.’
‘Ja,’ zei de juf. ‘Weet je, Ik zag jou wel eens lopen, door de gangen, en dan dacht ik, die moeder, die heeft altijd alles onder controle. Ik wou dat ik die moeder nog eens in mijn klas kreeg. Maar het valt enorm tegen. Je bent verschríkkelijk.’
Haha.
Het is een juf met humor, dat moet gezegd.



Offtopic (omdat het te mooi is om niet te vertellen en om subtiel mee aan te geven dat ik dan wel een verschrikkelijke schoolmoeder mag zijn, maar als moeder heus blijkbaar nog wel deug):

Ik bracht vanavond Loïs naar bed en bleef nog even bij haar liggen. 
Ze zei: ‘Ik ken jou al lang hè.’
‘Ja,’ zei ik, ‘je kent me al meer dan vijf jaar.’
‘Nee,’ zei ze, 'neenee, ik ken jou al véél langer! Toen ik nog een engel was (?) kende ik jou al. Toen zag ik je al lopen, door de stad, en toen vond ik je al lief.’

(!)

zondag 27 oktober 2013

Meningen

Vroeger keek ik enorm op tegen mensen met een mening.
Ik hoopte dat als ik later groot was, ik ook een mening zou hebben.
Over politieke issues enzo.
Maar helaas, het valt nog steeds wat tegen. Ik blijf ambivalent met betrekking tot veel dingen. Zelfs als ik denk dat ik vol vuur ergens iets van vind, ben ik gemakkelijk op andere gedachten te brengen, met valide tegenargumenten.
‘Goh ja, daar zit ook wel weer wat in,’ denk ik dan.
(Ik zou echt een vreselijke rechter zijn.)

Zo voelde de afgelopen week de lichte druk om ook iets te zeggen over Zwarte Piet, maar ik wist dus niet zo goed wát. Want ik heb er eigenlijk niet echt een mening over.
Zo’n zwart knechtje in een glimmend pekske, met gouden ringen in zijn oren, het is op z’n minst dubieus. Waarom zouden we dat nou per se willen, als het blijkbaar een grote groep mensen kwetst?
Aan de andere kant, kan ik me de verontwaardiging van Sinterklaasliefhebbers (voor wie hun geliefde feest over het algemeen niets met discriminatie te maken heeft) ook wel weer voorstellen; waar bemoeien ze zich mee, daar bij die VN, laat ons gewoon ons fijne kinderfeest vieren met alle tradities die er bij horen, we doen toch niets fout?

Tsja. Eigenlijk moet ik eerlijk zeggen dat er iets was, dat voor mij persoonlijk de hele discussie over het al dan niet ethisch verantwoord zijn van Zwarte Piet, oversteeg.
Het kwam doordat ik las dat Verene Shepherd voorstelde dat Nederland maar beter helemaal kan stoppen met het Sinterklaasfeest.
Ik knapte bijna uit mijn vel van extase!
Dit was iets dat ik dusdanig voor onmogelijk hield, dat ik er zelfs nog nooit over nagedacht had!
Het Sinterklaasfeest kan áfgeschaft worden!?
HET SINTERKLAASFEEST KAN ÁFGESCHAFT WORDEN!

Het was een onverwacht kijkje in de hemel: nooit meer die nepheilige op die boot, nooit meer pepernoten (bah), nooit meer debiele leugens vertellen aan mijn kinderen, nooit meer die stomme liedjes zingen, met teksten die in het beste geval hopeloos ouderwets zijn en in het slechtste geval ronduit aanmatigend (want al ben ik zwart als roet, ik meen het wel goed – I rest my case).
De grote winterhindernis die december heet, leek ineens een stuk minder hoog.
Eventjes dan, want al snel volgde de teleurstelling; het gaat natuurlijk niet gebeuren.
Alleen al 2 miljoen pietitie-tekenaars zullen tot het bittere eind doorgaan met hun geliefde Sinterklaasfeest. Underground, desnoods.
(Ik zie het ook niet helemaal voor me eigenlijk, hoe dat dan precies gaat, met zo’n 'afgeschaft' feest. Wordt het dan strafbaar om je te verkleden met een baard en een tabberd en een mijter? Haha: zitten rond 5 december alle cellen vol met Sinten en Pieten. Laat je paardje maar buiten staan.)

Nee, we zijn er heus nog niet af, van die Sint.
Maar toch: de discussie heeft mij persoonlijk de schellen van de ogen doen vallen.
Ze heeft blootgelegd: Sinterklaas is een keuze.
We hoeven niet.
Die gedachte alleen al vind ik heel bevrijdend.

Ik zal eens even de mening van de kinderen polsen.

zaterdag 26 oktober 2013

Schakelen: van moving naar moving on



Ik zal het maar vast verklappen, dit is een verhaal zonder happy end.
Ik noem het: 'We kochten ons droomhuis en toen ging het niet door.'

Het ging zo:
We waren alweer zo’n beetje vergeten dat ons huis te koop stond, tot we drie weken geleden ineens weer kijkers kregen. Serieuze kijkers, die na een tweede bezichtiging volgens de makelaar wel eens een serieus bod konden gaan doen.
Reden voor ons om maniakaal door funda te gaan bladeren. In eerste instantie zonder veel succes, tot we door vrienden werden gewezen op een huis dat op de een of ander reden aan onze aandacht was ontsnapt.
En ja hoor.
Straalverliefd.
Een huis uit 1880, met een prachtige tuin en krakende trappen en een kelder en een zolder en gekke hoekjes en schuine daken en balken en authentieke elementen en glas in lood en nouja, alles wat we zochten dus.
Alleen een beetje klein.
Als in: een stuk kleiner dan het huis waarin we nu wonen.
Als in: bijna de helft kleiner. (Waar ik misschien even bij moet zeggen dat we nu in een best wel belachelijk groot huis wonen. Maar dan nog.)

Omdat er een heleboel geïnteresseerden waren en er al biedingen boven de vraagprijs lagen, moesten we, om mee te dingen, de volgende dag voor 12 uur een bod hebben gedaan.
De préssie, mensen. Na een halve nacht samen op de bank hebben zitten schuiven met mogelijkheden en meubelstukken, besloten we: het is klein, maar groot genoeg. Als we de helft van onze spullen wegdoen.

Dus we deden een bod, onder voorbehoud dat we inderdaad, zoals in de verwachting lag, ons huis zouden verkopen. Ons bod bleek het hoogste en werd geaccepteerd.
En toen hadden we ineens een huis gekocht! Soort van.
Ik was inmiddels wildenthousiast. De helft van onze meubels en spullen wegdoen! 
Hoe hip! Hoe duurzaam!
Downsizing, minimalisme!
En ik dacht aan mijn zusje, dat met haar gezin in een schoolbus woont op Hawaï.
Ik sloeg meteen helemaal door: ik zou er een boek over gaan schrijven! Over waarom een gezin (met vijf veel ruimte innemende ego’s) in een veel kleiner (maar veel liever) huis gaat wonen.
Met leuke tekeningetjes en foto’s, en hilarische verhalen over hoe dat dan allemaal gaat en hoe gelukkig we daar dan zijn enzo.
Ik had de cover al ontworpen.

Maar ja.

Toen ging het dus niet door.
Want vanmiddag om een uur of vier hoorden we dat de kopers van ons huis onverwacht de financiering niet rond krijgen.

Haha.
Dag droomhuis.
Dag boek.




woensdag 9 oktober 2013

The magic potion is starting to wear off

Ik zal het maar opbiechten, ik was nooit de vrolijkste mensch op aarde.
(Wel altijd lollig, want ik heb gelukkig humor; zij het dan weer niet van de lichtste soort.)
Mijn beeld van de mensheid is nogal pessimistisch. Ik kan daar allerlei redenen voor verzinnen, maar laten we het maar houden op mijn karakter.

Over kinderen krijgen had ik nooit serieus nagedacht. Niet dat ik ze perse niet wilde, maar ik zag het gewoon niet echt als iets voor mij. En daarnaast vroeg ik me ook wel eens af of het eigenlijk wel een goed idee was, om kinderen op deze 'verdorven wereld' te zetten.
Maar op een bepaald moment, vlak voor mijn dertigste verjaardag, was ik plotseling en onverwacht zwanger.
En alles veranderde.
Alles.
Met name mijn wereldbeeld; ik zag ineens alles zonnig.
Lelijke wereld? Nee, man, práchtig! Die baby in mijn buik maakte alles mooi.
Mijn gedachten veranderden van: Is het nog wel verantwoord om een kind op deze aarde te zetten? in: Voortplanten, dat is nou eenmaal wat de mens doet. (Iets dat zo natuurlijk voelde, dat moest wel goed zijn!) En bovendien, dacht ik: als alle intelligent-over-de -wereld-nadenkende mensen besluiten om geen of minder kinderen te baren, en de minder intelligent- over-de-wereld-nadenkende mensen blijven gewoon lekker aanfokken, dan leidt dat ook maar tot een vreemde wereldverhouding. (Ik stel dat niet zo politiek correct geloof ik, maar u begrijpt vast wat ik bedoel.)

Maar ik werd dus gelukkig. We kregen een kind, dat het mooiste kind van de wereld was.
En vrij snel daarna kregen we nog een kind. Ook weer het mooiste van de wereld. En vijf jaar later nóg een, om het geluksgevoel nog wat te prolongeren.
(Even een zijsprongetje: Ik las pas ergens dat uit onderzoek was gebleken dat het eerste kind het gelukkigst maakt. Dat werd gebracht als opzienbarend, maar mij lijkt het nogal logisch: Je eerste kind brengt je dubbel geluk: Je bent gelukkig met het kind, maar je bent ook gelukkig omdat je moeder bent geworden. Of vader. Bij een volgend kind bén je al vader of moeder, dus krijg je alleen het kind-geluk erbij. Duh.)

Goed, ik was dus gelukkig. Drie fantastische gezonde kinderen: alle reden, nietwaar?
Maar er is iets aan de hand de laatste tijd.
The magic potion is starting to wear off. 
De roze wolk waar ik tien jaar op heb gezeten, begint te verwaaien.
Langzaam begint mijn pessimistische kijk op de wereld zich weer een weg te banen door de roze mist.
En juist omdát ik kinderen heb, is ie heftiger dan tevoren. (Ik heb hier volgens mij een paradox te pakken, waar ik nog even een goede naam voor moet verzinnen.)
Ik heb last van dingen. Ik zie en lees overal narigheid en onheilstijdingen. Er maakt zich een doemdenkerigheid van me meester. Ik word weer cynischer.
En ik ben steeds boos op de politiek.
Zoals vandaag weer, over die stomme toestand met Rusland (die ik maar ten dele snap, omdat ik er natuurlijk geen verstand van heb, zoals van zoveel).
Wat ik ervan heb begrepen heb, is dat er een of andere Russische diplomaat is in Nederland, die teveel wodka drinkt en zijn kinderen slaat. Iemand die dit niet meer kon aanzien vertelde het aan de politie, die vervolgens de Rus in de boeien sloeg.
Maar ho! Dat mocht niet! Neenee! Deze meneer was onschendbaar!
Onschendbaar, dat betekent dat je hem niets mag maken. Hij staat hier boven de wet, zogezegd. Hij woont in een wereld waar je ongestraft je kinderen mag mishandelen; zo is dat geregeld in het verdrag van Wenen. (Really: het verdrag van huilen?)
Poetin was boos, omdat onze agentjes met hun handjes aan zijn onschendbare diplomaat hadden gezeten. En Nederland, Nederland heeft excuses gemaakt. Want dat moest natuurlijk, want ja: dat verdrag. ‘Sorry, hoor! Sorry meneer Poetin!’

Pff.

Ik vraag me ineens af of ik dit eigelijk wel mag opschrijven..?
Nja, ze komen maar hoor, met hun polonium.
Ik ben onschendbaar.

dinsdag 1 oktober 2013

NFF (en NNF)

Afgelopen zaterdag waren we op het NFF in Utrecht. Het Nederlands Film Festival. (Niet te verwarren met het NNF, het Natural Networking Festival, waar we dan weer drie weken geleden waren. En waar ik helemaal niet over verteld heb hier, terwijl het toch héél bijzonder was.)

Maar we waren dus in Utrecht, in het Louis Hartlooper Complex, waar de film Heroin in première ging, met een ieniemienie-bijrolletje voor Loïs.
Toen ongeveer op een kwart van de film de betreffende scène was geweest fluisterde Henk in mijn oor: ‘Nou, ga je mee, we kunnen weer gaan.’ Haha. Dat was natuurlijk kolder, want het was een nogal indrukwekkende film, zo indrukwekkend dat toen hij was afgelopen we ons kindsterretje alweer zo'n beetje vergeten waren. De film beschrijft een dag uit het leven van een verslaafde dakloze (of een dakloze verslaafde, dat weet ik nooit zo goed). Hij duurt nog geen anderhalf uur, maar ik was doodmoe op het eind. (Jézus wat een dag.)


Gelukkig hadden we de foto’s nog.








zaterdag 28 september 2013

In de war en een winkeltje genaamd Oompje

Ik ben een beetje in de war de laatste tijd.
Het is dat verdomde Facebook.
Ik zie en lees te veel.
Misschien heb ik gewoon heel leuke en interessante Facebookvrienden, maar er komen bij mij de hele dag de meest fantastische filmpjes, adembenemende foto’s, bijzonder grappige grapjes en huiveringwekkende nieuwsberichten voorbij.
Ik kan de hele dag wel blijven liken en delen. 

Maar ik ben in de war.
Want ik lees en zie te veel.
Vooral veel doemdenkerige artikelen en bangmakende documentaires de laatste tijd. Ik weet niet zo goed of er inderdaad nu opeens echt een heleboel rottigheid boven tafel komt, of dat ik gewoon in een doemdenkerige fase zit en daardoor onbewust juist dat soort berichten opzoek. (Zo weet ik ook nooit of ik nou een optimistische pessimist ben of een pessimistische optimist, maar dit terzijde.)

Zo was er bijvoorbeeld dit. Dankzij Tinkebell hebben we ineens een fosfaatprobleem.
(Het is een beetje gek, want ik was juist bezig een blog te schrijven over Tinkebell, waarin ik uiteindelijk concludeerde dat ze de nobelprijs voor de vrede zou moeten winnen. Maar dat ging nog over haar poezentas en de daarmee samenhangende haatmail en dat is dus ineens naar het tweede plan verschoven door de actualiteit.)
Tinkebell is ergens achter gekomen: het fosfaat raakt op, waardoor we geen kunstmest meer kunnen maken en we over 30 tot 100 jaar nog maar een kwart van de mensheid kunnen voeden. (Dat is het ff in een notendop, maar iedereen heeft het wel gezien, toch?)
Ze heeft zich laten steriliseren omdat dit volgens haar ‘de uiterste consequentie’ is van het probleem, zolang de politiek er geen toppriority van maakt.
En toen dacht ik: Fok. Ik heb gewoon drie kinderen. Drie! Drie fosfaatconsumerende entiteiten. En ik ontleen er nog een zekere trots aan ook. Ik heb wel even drie kinderen gebaard ja.
Maar what was I thinking! Sorry, Tinkebell.

Nja. In de war dus. (Want als we ons niet meer mogen voortplanten, wat zijn we dan nog voor rare mensen? (Behalve de laatsten?) Mensen zonder voorplanting zijn als voortplanting zonder mensen.)

En verder las ik dit. Die Joris Luyendijk zeg. Ik bleef vooral met het volgende beeld zitten: ‘...dan staan er binnen 36 uur tanks in de straten.’ 
Wat staat ons allemaal te wachten?
Het kon wel eens heel erg worden.
En dan zal het ons keihard om de oren slaan! Want in wezen geloven we natuurlijk allemaal niet dat het zo’n vaart zal lopen. (Een beetje zoals een roker gelooft dat hij er vast geen kanker van zal krijgen.)

En dan was er nog dit verhaal. Dat ik hardop aan mijn moeder voorlas. Vervolgens deed ik er nog een schepje bovenop door te zeggen dat toen zij tweeënveertig was, ze een luizenleven had. De economie floreerde, ze had een man met een goede baan waardoor zij niet hoefde te werken, er stonden twee auto’s voor de deur en ze had maar één kind. En dat ik dus wel even drie kinderen heb (sorry Tinkebell) en keihard moet buffelen om een bestaan te hebben.
Wat eigenlijk heel lullig van me was. Want buiten dat ik stiekem denk dat ik ploeterend en al een stuk gelukkiger ben dan mijn moeder destijds, heeft ze het momenteel financieel zwaar te verduren, door alles wat ze heeft moeten inleveren de laatste jaren. Ze komt nog maar nauwelijks rond en denkt er nu over haar autootje te verkopen. En mijn moeder zonder haar autootje is als … nouja, als Tinkebell zonder bril.

En toen kreeg ik ineens een ideetje. Want kijk, ze haakte/maakte een hoes voor mijn macbook. (Bezigheidstherapie verschaffen is een niet te onderschatten mantelzorgtaak.)
Fantastisch hè. Helemaal met schokwerend schuimrubber en gevoerd enzo.
Het betreft hier nog maar het protoype (want we weten het nog niet zo goed met de sluiting. Moet het wel met (houtjetouwtje)knopen? Of toch met een rits? Of een koord? Of iets anders?) maar het is veelbelovend, zeg nou zelf.

(Ja, er zitten vieze vingers op mijn laptop.)

Dus ik bedacht dat ik maar een winkeltje voor haar moet beginnen, op Etsy.com. Kan ze leuk bezig zijn én nog wat bijverdienen op haar drieëntachtigste. Het kon wel eens een ware hit worden. Oompje.

zondag 1 september 2013

BOar

Enige tijd geleden heb ik verteld dat Bo figureert in een kunstwerk dat werd geselecteerd voor de zomer-expo in het Haags Gemeentemuseum. Het werk hangt er inmiddels bijna drie maanden (de expositie is bijna afgelopen – u heeft nog twee weken) en wij waren er nog steeds niet geweest! Niet uit desinteresse, uiteraard, maar gewoon omdat Den Haag niet zo naast de deur ligt en onze agenda de vervelende neiging heeft stiekem dicht te slibben zonder dat we er erg in hebben.
Bij gerichte inventarisatie bleek de enige dag die nog in aanmerking kwam, de verjaardag van Henk. Hetgeen ineens, na een aanvankelijke lichte aarzeling, ongekende mogelijkheden bood! (Ik ben een fervent aanhanger van de logica: als je er niet bent, hoef je ook geen feestje te geven.)

We gingen met de trein. Dat doen we eigenlijk altijd, als we door Nederland reizen. Omdat we met korting kunnen, is de trein over het algemeen een stuk goedkoper dan ons benzine-slurpende sletje. Daarnaast – het is een raar gegeven – maakt zes uur in de trein zitten ons daadwerkelijk gelukkig. Ik weet niet precies waarom, misschien is het de afgedwongen quality-time, zonder computers, tv, en andere afleidende dingen. Of misschien is het omdat we, losgerukt uit ons dagelijkse decor, in een simpele setting van een treincoupé vol medereizigers, beseffen hoe leuk we eigenlijk zijn. Haha.
Hoe dan ook, ik hou het meest van 'ons', als we on the road zijn. Ik denk serieus dat wij met z’n vijven enorm geschikt zijn om te gaan backpacken door China. Maar nu dwaal ik af. (En zo ver ook, meteen!)

Den Haag.
Wat is Den Haag eigenlijk een mooie stad (achter de duinuh)! En zo groen! En wat grappig dat de trams de hele tijd door het gras rijden en dwars door het Scheveningse Bos!
En wat een waanzinnig gebouw is dat gemeentemuseum. Ontworpen door Berlage, opgetrokken uit gele baksteen, met zo’n typisch jaren ‘20 Amsterdamse-Schoolinterieur, met overal tegeltjes waardoor je de hele tijd denkt dat je in een zwembad bent.

En daar hing ie ineens: BOar. Indrukwekkender en groter en mooier dan we dachten (want we zagen hem hiervoor alleen nog maar op foto’s.) En we waren heel trots. Op Oscar en Sandra natuurlijk, maar ook op Bo.
Bo, die in eerste instantie nog wat reserves had gehad (‘Waarom hebben ze nou net die foto gekozen, waarop ik mijn ogen zo raar half dicht heb? - ‘Omdat in de kunst andere esthetische wetten gelden, Bo.’) vond het nu toch zelf ook wel heel leuk. En ze werd de hele tijd herkend, door andere bezoekers.

Na het museumbezoek namen we de bus naar het strand van Scheveningen, omdat we nog nooit in Scheveningen geweest waren en er nu zo dichtbij. Geweldig, wat een wanstaltige mix van vergane glorie en kermis. De McDonalds naast het Kurhaus, een failliete pier met een bungy-toren. Gamehallen naast veel te dure strandtenten. Allemaal heel erg vreselijk, maar toch leuk.