zaterdag 29 oktober 2011

Over een haantje de voorste, favicons en pompoensoep




Ha, ik was vandaag weer eens zo blij met mezelf! Eerst schreef ik drie artikelen - echt die rolden zo mijn toetsenbord uit (ook wel eens leuk) - en daarna maakte ik een favicon (u weet wel, zo'n pictogrammetje in de tab van een website) voor mijn blog, in plaats van het Blogger-icoontje.
(Ziet u hem? Of niet? Hij werkt (nog) niet in alle browsers.)
Of eigenlijk maakte ik er twee en kan ik niet kiezen. Welke vindt u het leukst?



Oja en we aten pompoensoep.
En ik deed creatief.
Ik maakte er zelfs een foto van die ik kan laten zien! Dat is leuk, want nu denkt u dat ik zo'n moeder ben die ook weet wanneer je kastanjes kunt zoeken en wanneer de bramen rijp zijn enzo.

maandag 24 oktober 2011

Freedom Party For Insects

'Mam, mogen we in de hut slapen?’
Nou goed dan, gingen ze in de hut slapen.
En ik maakte een filmpje.
Maar toen was het geluid raar, dus ik dacht: misschien kun je tegenwoordig wel muziek onder je filmpje zetten in Youtube. Nou, en of dat kan! Okee, niet je eigen muziek, maar je kunt een keuze maken uit de ‘gratis nummers uit onze bibliotheek’.
Die onze bibliotheek, die is dus bizár! Bizár! Geen idee hoe en door wie die lijst in vredesnaam is samengesteld, maar het is hórrible! Gekke fluitliedjes en malle klassieke deuntjes en veel rare partymuziek van iets (een band?) genaamd Musicshake, echt ik lachte me slap, maar er was niets dat ook maar enigszins geschikt was als soundtrack voor mijn filmpje.
Na twintig minuten stug doorzoeken zwichtte ik uiteindelijk voor een liedje van ene Suzy Callahan, met een nummer van haar album Freedom Party For Insects. Want dat klonk ineens wel toepasselijk.

(...)
En dan was het natuurlijk de bedoeling om hier nu het filmpje in kwestie te laten zien. Maar - heel verrassend vond ik zelf - iets hield me tegen; blijkbaar zijn er toch nog dingen die ik niet publiekelijk wil delen. Zoals een filmpje van drie lieve insecten kinderen in een nest in een hut in een kamer in een huis in een stad in een land op de aarde in de melkweg in het heelal.

Dus wat blijft er over?
Suzy Callahan.
Don't éver forget that name.


(Is niet het liedje van het filmpje, dat kan ik hier niet laten horen. Maar deze is leuker.)

vrijdag 21 oktober 2011

Loungen in de sky

Zoals ik gisteren al op facebook schreef: ouders zijn soms net gek.
We zijn vandaag even op en neer geweest naar Amsterdam, om onze oudste dochter naar een vriendinnetje te brengen waar ze één nachtje gaat logeren.
Het was de bedoeling om er ‘een dagje van te maken’, maar vanmorgen hadden we ineens helemaal geen zin om vroeg op te staan en het zou bovendien de hele dag regenen – ook in Amsterdam – dus namen we rustig de trein van half twaalf en stonden om 2 uur in de hoofdstad. Om 5 uur hadden we afgesproken voor de kind-overdracht.
Dus wat te doen? Naar Madame Tussauds? Het Rijksmuseuem? Het Anne Frankhuis?
We hadden niet zo'n zin om ergens lang in de rij te gaan staan en we waren pas ook al in een museum en je kunt ook overdrijven. Dus gingen we maar gewoon wat lopen. En eigenlijk is dat het leukste in Amsterdam; gewoon een beetje rondwandelen.
En het regende heus niet zo erg.
We bezochten ook nog even de nieuwe bibliotheek aan de Oosterdokskade en gingen toen koffie en warme chocolademelk drinken in de Skylounge boven het Minthotel. (Het welk Hotel? Het Mint Hotel. Geen idee waarom het zo heet, haha:


Maar dat is dus echt een gouden tip! (Thanks, Judith)
Voor als u weinig tijd heeft, maar toch héél Amsterdam wilt zien.
Wow.

En toen was het 5 uur en gingen we borrelen en pizza’s eten op de Lindengracht, lieten Bo achter en namen de trein terug naar ’t hoge noord’n.

We maakten heel veel foto’s.


dinsdag 18 oktober 2011

Mijn innerlijke Japanner

Het is vakantie en we hadden nog vrijkaartjes voor het museum, dus gingen we naar het museum.
Naar het Groninger Museum, met de expositie van Ruud van Empel. Die van die griezelige photoshopdingen maakt met niet-bestaande mensen.
Het leuke van zo’n museumbezoek is dat ik áltijd van te voren denk: als de kinderen het maar niet te saai vinden en zich gaan vervelen, maar dat dan áltijd blijkt dat ik degene ben die het het saaist vindt. Of saai is eigenlijk het goede woord niet, maar ik ben er gewoon niet zo goed in om lang stil te staan bij dingen (de aandachtsspanne van een doperwt), dus ook niet bij kunstwerken; ik moet altijd opletten dat ik niet ineens alvast drie zalen verder ben dan de rest van mijn gezelschap.
De GM-collector die we kregen uitgereikt bij de entree, maakte het er wat dat betreft niet beter op. (De collector, een unitje aan een sleutelhanger, hou je bij een kastje naast een schilderij – of een foto in dit geval – en dan gaat er een groen lampje branden en kun je later bij het verlaten van het museum op een computerscherm je verzameling naar je eigen emailadres versturen. Ik leg het een beetje suf uit, maar dat komt omdat ik er eigenlijk de ballen van snap. De techniek hè, het is me wat.)
Het ding wakkerde namelijk ook nog eens mijn innerlijke Japanner aan! (Bus uitspringen, 357 foto's maken van het Colosseum, 's avonds op hotelkamer kijken waar je bent geweest.)
Maar goed, thuis vond ik dus allemaal leuke plaatjes in mijn inbox. Zoals deze:



En zelf maakten we ook nog plaatjes:




zondag 16 oktober 2011

Een onschuldig trauma

Eigenlijk wilde ik een logje schrijven met de titel: A Chihuahua named Louis Vuitton, maar daar kon ik helaas weinig content bij verzinnen.
Dus daarom wordt het wat anders, een verhaaltje over een onschuldig trauma, hierna te noemen Het Trauma.

Het was in de tijd dat ik mijn sleutels en mijn telefoon nog aan een koord om mijn nek droeg. Ik reed met een auto vol groot afval richting de vuilstort. (Ik weet niet of bij u de vuilstort er net zo uitziet, maar bij ons is dat een terrein waar je met je auto overheen kunt rijden langs allemaal verdiepte containers, waarbij bordjes staan met Hout, Glas, Bouwafval, etc. En in het midden van het terrein staat een huisje, vanuit waar een paar mannen in oranje gemeentepakken de boel zo’n beetje in goede banen leiden. Eigenlijk heel lollig. Zelfs nu, met Het Trauma, vind ik het nog steeds een van de leukste huishoudelijke taken; naar de vuilstort gaan. Jammer dat het maar drie keer per jaar mag zonder ervoor te betalen.)

Een van de objecten die ik moest dumpen was een metalen rek. Een soort boekenkast. Van metaal.
Dus ik reed de auto naar het bordje Metaal, smeet het gevaarte met een forse zwaai de drie meter diepe container in en............ bleef eraan haken met het koord om mijn nek.

Nee!
Ja!

Net toen ik besefte dat ik werkelijk zou worden meegesleurd en beneden waarschijnlijk gespietst door een ijzeren stoelpoot, schoot het koord los en was ik vrij.
En zag ik hoe mijn mobiele telefoon in de diepte verdween.

Me nog heerlijk onbewust van Het Trauma dacht ik iets luchtigs als: Pfoei, dat ging maar net goed en toog op zoek naar iemand die me kon helpen mijn telefoon uit de bak te vissen.

Inmiddels was het enorm hard gaan regenen en even later stond ik dus druipend op de drempel van het gebouwtje waar de mannen aan de koffie zaten en meldde dapper dat mijn telefoon in een van de containers was gevallen en of iemand misschien even kon helpen, met een ladder ofzo.
Wat me - logisch - een hoop gegrinnik opleverde en ge-'haha, een vrouw zeker'.

En toen snauwde ik niet dat ze nou wel konden gaan staan ginnegappen, maar dat ik voor hetzelfde geld dóód had kunnen zijn, nee, natuurlijk niet.
Toen glimlachte ik hulpeloos.
Want ik wilde mijn telefoon terug.

Maar over Het Trauma: er is dus sindsdien iets met me gebeurd. Ik vind het op de vuilstort nog steeds hartstikke grappig allemaal, maar op het moment dat ik iets daadwerkelijk in een container wil gooien gaat het mis. Dan breekt het zweet me uit. En durf ik niet. Los te laten.
Nou draag ik allang geen koord meer om mijn nek, maar iets kan theoretisch ook blijven haken aan een knoop van je jas.

zaterdag 15 oktober 2011

Nachtspeler

In wezen ben ik een ochtendmens. Maar ja, als je je natuur maar stelselmatig verloochent, dan verander je vanzelf in een avondmens. Zelden lig ik er tegenwoordig voor 12 uur in. En dat is maar goed ook; er moet ’s avonds nog zoveel gedaan worden! Er moet werk worden afgemaakt en logjes worden geschreven, er moet worden gewordfeud en quality-time doorgebracht met de echtgenoot, er moeten boeken worden gelezen en huizen bekeken op funda. En als ik dan eindelijk eens naar bed wil gaan, kruip ik altijd nog even achter de piano.
En bijna altijd ontstaat er dan als vanzelf een liedje. Een melodie, die ik dan de volgende dag weer ben vergeten. Zo zijn er in de loop der jaren al vele melodieën verloren gegaan.
Maar ha! Vannacht was ik mezelf te slim af!
Ik zette mijn laptop op de piano en opende photobooth.
En tadaa: gevangen.



Ja, ik ben eigenlijk een heel romantisch zieltje.
Wist u niet hè.

dinsdag 11 oktober 2011

Mette Bus

Lezers, ik voel een warrig logje aankomen.
Ik wil namelijk allemaal dingetjes vertellen. Zo kocht ik gisteren van mijn laatste rotcenten mijn eigen boek (glamourous hè, dat schrijversbestaan) als cadeau voor mijn moeder, die donderdag jarig is. En oja: zo solliciteerde ik vandaag! Das heel gek, want ik wil immers helemaal geen baan, ik heb tenslotte al een baan bij mijn eigen tekstbureau, maar het was zo’n leuke vacature. Met zo’n profiel waarin ik me helemaal herkende. Dus vulde ik het online sollicitatieformulier in en schreef iets in de trant van: ‘Hoi. Ik solliciteer nu wel, maar eigenlijk wil ik helemaal geen baan, dus.’
Vonden ze leuk.
Blijkbaar. Want ik werd meteen teruggebeld. Of ik mijn cv wilde sturen. En dat ik dan misschien wel werd uitgenodigd op gesprek. Gheh.
Nouja, ik denk niet dat ik de baan krijg hoor.
En dat komt dan weer eigenlijk heel goed uit!
Ja!
Iedereen blij.
Tadaa.

Verder had ik het eigenlijk willen hebben over Bert en Bart, die de wereld redden van de Zurghs. Ik zeg: een briljant verhaal, met een briljante oplossing voor alle oorlogsproblematiek. Maar ja, als u het boekje niet heeft gelezen dan weet u niet waar ik het over heb en om nou het hele plot te gaan uitleggen is ook zo wat. Dus over maar naar de schaamnamen. (Schaamnamen, weet u nog, Fokje Modder, Sietze Vliegen, Con Domen, Stanley Messie? Haha.)
Nou, het is zover, de longlist 2011 is gepubliceerd.
Dit is mijn top 3:

Op 3: Bennie Dood.
Op 2: Jo de Jong
Op 1: Mette Bus
Hahahahaa.

Oja, ook nog dit. Haha van een andere orde.
Toen ik gistermiddag bij de school van mijn kinderen aankwam – ik was een beetje vroeg, er was verder nog niemand – zag ik aan de overkant van de weg een man lopen, met een rollator. De man was niet oud of invalide, maar heel erg dronken. Het was een dronkaard. Een hele vuile, magere dronkaard. Dakloos misschien, of misschien niet. Volslagen van de wereld sleepte hij zich voort achter zijn duwwagentje. Wel slim, dacht ik, zo kom je de deur nog eens uit als laveloze.
Ik zette mijn fiets op slot en bleef nog even staan kijken. En zag toen, tot mijn schrik en verbijstering, hoe zijn broek afzakte. Zo, hop, helemaal tot op zijn enkels. Nee! Hij merkte het niet en schuifelde verder. Onder zijn regenjas vandaan piepte een stukje van een vuilgrijze onderbroek, daaruit staken twee magere, geelbleke benen.
Een paar meter verder had ie het dan ineens toch door. Maar ja. Hoe hijs je je broek weer op, die inmiddels helemaal om je schoenen zit gewikkeld, zonder je rollator los te laten. Dat gaat niet hè. En geloof me, loslaten was echt geen optie, hij zou onmiddellijk kapsijzen.
Met een mengeling van medelijden en afgrijzen bezag ik zijn wanhopige pogingen zich staande te houden terwijl hij met één hand naar zijn broek grabbelde, en hoopte maar vurig dat hij zich niet bewust was van de publieke vernedering en zich niet zo erg schaamde als ik, plaatsvervangend.
Ik vond het. Zo. Zielig.
En tegelijk zo afstotelijk. Er zijn gewoon dingen die ik niet wil zien.
Dus toen ging ik maar de hoek om, het schoolplein op.
Maar vandaag moet ik steeds een beetje aan hem denken. Aan die stomme dronken klootzak. Aan die arme, zielige man.

zondag 9 oktober 2011

Beetje opschepperig doen

Wat zijn we toch een topgezin hè. ;) Dat schrijft hier maar boeken, figureert in tijdschriften, en rent de 4 mijl in 39 en een halve minuut. (Met plaspauze.)






donderdag 6 oktober 2011

De dag dat ik plotseling een boek had geschreven

Het regende toen ik wakker werd, bij u ook? En natuurlijk wist ik dat dat kon gebeuren, luid en duidelijk was immers de herfst voorspeld, maar ik had me er gek genoeg nog even geen voorstelling van kunnen maken. Dat regen dan meteen weer zo nát is, bedoel ik. Gek, hoe snel je dat vergeet.
Maar goed, ik hou d’r dus niet van hè, om met zo’n gonzend hoofd van de slaap te bedenken waar in vredesnaam de regenjassen zijn. Daar word ik een beetje chagrijnig van, zelfs.

En zo vond ik mezelf, twee uur later, sippend achter mijn computer.
De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik nog steeds herstellende was van het premièrefeestje in de Schouwburg van afgelopen dinsdagavond, maar dat was het niet alleen. Ik was gewoon overall een beetje ontevreden over mezelf.
Waarom had ik bijvoorbeeld geen kinderboek geschreven en kon ik niet, zoals een aantal mensen die ik volg op twitter, jubelend twitteren over mijn pasgeboren baby in de boekhandels?
En – reëler – waarom had ik geen ander leuk (betaald!) project onder handen of in het verschiet?
Ik sipte nog een tijdje zo door en schopte mezelf toen onder mijn kont om maar eens wat aan actieve acquisitie te gaan doen. Dat is niet helemaal mijn ding, acquisitie. Ik doe mijn werk heel leuk, maar commercieel ben ik nog steeds niet zo handig. Of beter gezegd - en ik weet dat het nogal suf is voor iemand met een eigen bedrijf - ik vind het altijd een beetje gênant om met mezelf te leuren. Maar goed, ik besloot wat tijdschriften aan te schrijven. Wijntijdschriften, in mijn geval, want je moet de niche opzoeken hè. De niesj. Dus ik zocht op internet naar colofons van wijntijdschriften om te kijken aan wie ik mijn brieven zou kunnen richten en ik ging zo’n beetje van klikkerdieklik..... en toen zag ik ineens iets heel raars.



Huh? Larousse Wijnencyclopedie, auteur ....... huh?
Het is een boek dat ik inderdaad, zo’n drie kwart jaar geleden alweer, inhoudelijk geredigeerd heb (nee, niet geschreven natuurlijk; het was een boek dat vertaald was uit het Frans) maar ik wist eigenlijk helemaal niet wanneer het uit zou komen en - ook al had ik een behoorlijke bijdrage geleverd - ik had me er totaal niet verdiept of mijn naam genoemd zou worden.
Dus. Huh?
Verder zoeken op Larousse in combinatie met mijn naam leverde 280 hits op. Allemaal verschillende boekwinkels, die het boek verkopen met daarbij pontificaal mijn naam vermeld. (En gelukkig bij de meeste gewoon als redacteur.)
Nah.
Náh.
Mijn humeur was op slag weer helemaal goed.
Geen idee waar ik dat nou zo ineens aan verdiend had, maar lalala whatever.

zaterdag 1 oktober 2011

Indian Summer Party



Vandaag vierden wij het verjaardagsfeestje van Merlijn, die op 12 juli jarig was. Toen was het hartje zomer; vandaag - 1 oktober - was het gek genoeg warmer.
We gingen naar het zeeaquarium in Delfzijl, maar omdat dat eigenlijk best wel heel erg dodelijk saai was, stonden we na drie kwartier weer buiten en gingen zwemmen in de Eems.
Waar we (Henk en ik bewust, de kinderen waarschijnlijk onbewust) afscheid namen van de zomer.

Moeilijk om foto's van een kinderfeestje te laten zien, maar hier een paar redelijk anonieme sfeerplaatjes:


Nouja, okee, en eentje dan van mevrouw stekelrog, met haar leuke gezichtje.