zondag 21 juni 2015

Her Royal Catness

En dan was er dus nog de kat.

De kat met het kokertje – dat ik na een paar dagen natuurlijk toch maar heb opengemaakt.

Op het briefje stond een naam: Lotje. En een telefoonnummer en een adres.
Het bleek te gaan om de straat hierachter. Ze woont hier vlakbij, zoals we al vermoedden.

Ik stuurde een berichtje naar het telefoonnummer. Hallo, uw kat Lotje is de laatste tijd heel veel bij ons. Dat vinden we heel gezellig, hoor, dus no problem, maar dan weet u waar ze uithangt.
En ondertekende met mijn naam en adres.

Ik kreeg vrijwel onmiddellijk antwoord.
Fijn om te horen, ze is inderdaad geregeld op pad. Graag niet voeren, ze krijgt thuis meer dan genoeg.

Nou, dat leek me een prima deal.
Iets met lusten en lasten; gezellig af en toe een kat om mee te knuffelen en te kletsen, maar geen kattenvoer op het boodschappenlijstje.
En intussen moesten we dan maar wel proberen om met z’n allen iets minder stukjes kaas op de grond te laten vallen.


Omdat we krampachtig blijven geloven dat het zomer is en dus regelmatig de deur naar de tuin openzetten, komt Lotje (zoals we haar nu maar noemen, naast 'Poez' en ‘Her Royal Catness’) steeds vaker ook echt binnen.
Ze neemt gewoon haar intrek in ons gezin.
We staan erbij en kijken ernaar.
Ze heeft een lievelingsplekje gevonden op de bank in de geluidsstudio boven, en toen ik op de ochtend van mijn verjaardag cadeautjes uitpakte zat ze óók op het bed, en speelde met de proppen inpakpapier.

’s Avonds zetten we haar uiteraard buiten.
Maar steeds vaker vinden we haar de volgende ochtend op de stoel onder het afdakje bij de keukendeur.
De laatste tijd leek ze er wel continu te zijn.
Ze zou toch nog wel naar huis gaan om te eten? Zouden haar baasjes haar niet missen?

Ah kijk, daar kwam al een berichtje.
Lotje is al drie dagen niet thuis geweest, is ze misschien weer bij jullie? We maken ons een beetje zorgen…

Ik typte terug: Ze is inderdaad veel hier. Ik weet ook niet waarom. We geven haar geen eten. (Ik vermeldde maar even niet dat ze op mijn verjaardag, in een onbewaakt ogenblik – we moeten nog wat groeien in het kattenpleegouderschap – de brie en de roomkaas heeft opgegeten en een stuk cheesecake). Ze slaapt op een stoel onder ons afdak. Ik snap dat jullie haar missen. Wat te doen?

Het baasje was opgelucht dat er niet iets ergs met haar kat was gebeurd, maar zag tevens het probleem en ging erover nadenken.

Wij denken er ook over na.
Hadden we haar moeten wegjagen? Was dat the right thing to do geweest?
Moeten we haar alsnog wegjagen?
Maar dat kán helemaal niet meer, want we zijn al vrienden!
Ook al is het dan maar een ontrouw loedertje.

Ik probeerde het me voor te stellen hoe het zou zijn als het andersom was en omdat ik geen kat heb, verplaatste ik het voor het gemak maar even naar mijn kinderen.
Ik stelde me voor dat Merlijn steeds vaker en langer op pad zou zijn en uiteindelijk helemaal niet meer thuis zou komen. En dat we dan een sms kregen:

Jullie zoon hè, die is steeds hier. Hij vindt het hier blijkbaar leuker. Sorry! Ik weet ook niet wat ik eraan moet doen. Wij vinden hem lief, dus het is prima dat hij hier is. Gezellig zelfs! We geven hem geen eten, daarvoor moet ie maar naar jullie, maar er valt natuurlijk wel eens wat van het aanrecht. 

Hm.
Beetje dubieus, wel.
Haha.

Maar ja!

Toen ik op Facebook een foto postte met de bijpassende tekst: ‘het is niet mijn kat, maar ze zit intussen wel op mijn toetsenbord,’ was een van de reacties:

Jij bent wel haar mens. En daar heb je niets over te zeggen.



Wordt vervolgd.

vrijdag 19 juni 2015

44

Twee vieren!
Dan valt er echt wel wat te vieren, zou je denken.
Maar, mwah.
Het is vooral de vier van virus die hier heerst.

Zo stom! Ik was nooit eerder ziek op mijn verjaardag! (Hoewel, ik bedenk ineens dat ik vier werd op de dag dat mijn amandelen werden geknipt.)
Hoe dan ook, het is allemaal wat atypisch.
Bovendien is het herfst, met regen en zestien graden en grijze luchten.
En ik was toch altijd in de lente jarig?


Aan de cadeautjes lag het niet. Ik kreeg echt heel veel leuke cadeautjes. Zoals een gloednieuwe fles Chanel Allure en een knalgroene koptelefoon. En van Lois een tekening, van Bo een t-shirt met een dromenvanger en van Merlijn (véél) chocola. (Hij is nog geen twaalf, maar heeft het als man al heel aardig begrepen.) Verder twee staafmixers (iets te vaak geroepen dat de mijne stuk was), een fles lievelingswijn, ‘Bibi’s doodgewone dierenboek, en, van mijn moeder, een thermoskan met Magnolia’s erop.


En waar het ook niet aan lag: de ongelofelijke stroom digitale felicitaties waaronder ik werd bedolven.
Natuurlijk, je kunt zeggen dat het wel heel makkelijk is om even snel iets te typen in het ‘Dinges is jarig. Feliciteer hem hier met zijn verjaardag’- vakje, maar toch: een paar honderd mensen hebben gisteren eventjes aan mij gedacht, en ik mocht dat zomaar weten!

Dat is dan toch wel weer leuk, van die sociale media.
Moet ik schoorvoetend toegeven.
Want ik werd er eerlijk gezegd de laatste tijd een beetje moe van.
Dat heeft niemand kunnen merken, want ik ging natuurlijk gewoon door – zo is dat met verslavingen – maar ik voelde me de laatste tijd steeds vaker geconfronteerd met het zin- en uitzichtloze ervan.

Het is met social media een beetje zo: óf je stort je er volledig in, met meningen over dingen en passionele argumenten – maar voor je het weet ben je dan ineens betrokken in een of andere twitteroorlog (misschien volg ik gewoon de verkeerde mensen, maar het is daar bij tijd en wijle een slágveld mensen; er woedt een grimmige digi-verbale strijd tussen rechts en links nationalisten en kosmopolieten) en daar moet je maar net zin in hebben, óf je beweegt je gewoon apathisch consumerend door je timelines, deelt eens een leuke quote of een opzienbarend (katten)filmpje en post dan maar weer een foto van je kinderen, omdat dat altijd zo lekker veel likes oplevert.
Pff. Boring. Eigenlijk, toch?

Verder lijkt mijn leven de laatste tijd wel één lange Facebooktest: Ik weet inmiddels welke beroemde popgroep, filosoof en kleur ik ben, in welk land ik eigenlijk zou moeten wonen, dat ik 87% man ben, hoe ik eruit zie over 50 jaar en dat ik een EQ van 150 heb. Het is bijna gek dat ik met zoveel zelfkennis en psychologisch inzicht nog steeds mijn pad niet heb gevonden.


Wat dat betreft moest het allemaal maar eens anders, besloot ik gisteren.
(Zo'n verjaardag is een uitgelezen moment voor beslissingen en goede voornemens.)
Nog één jaar en dan ben ik 45. En veertig mag dan het nieuwe dertig zijn, 45 is nog steeds stokoud, dus dit jaar moet het gebeuren.
En misschien kwam het wel door de dromenvanger op mijn shirt, maar ineens wist ik het: wat ik écht nodig heb, is een column.
Het liefst zo'n dagelijkse, in een krant. Over alles en over niets.
Regelmaat, roem en rijkdom; dat zou me vast van het digitale dwaalspoor afhelpen.


Of misschien moest ik eerst maar weer eens wat meer gaan bloggen, hier.
Over alles en over niets.


woensdag 3 juni 2015

De Marokko-commotie

Ik weet niet of zoiets eigenlijk opvalt, maar ik ben redelijk afwezig hier.
Dat komt door de nogal intensieve klus waarmee ik bezig ben; ik schrijf een boek. Geen roman helaas (die verschijnt vermoedelijk als ik vijfenzeventig ben) maar een soort van managementboek, in opdracht. Als ghostwriter. En dat is natuurlijk allemaal hartstikke leuk, maar het betekent wel dat ik intussen niet mag bloggen van mezelf.

En dat is trouwens niet helemaal waar, ik mág wel bloggen, maar alleen als ik het verdiend heb; als ik een aanzienlijk stuk naar tevredenheid heb geschreven.
Enne….nouja….dus.


Maar nu ben ik even ongehoorzaam, want ik hou het bijna niet meer! Er gebeurt van alles, zowel in mijn leven als in mijn hoofd, en niets daarvan wordt opgetekend, ik word daar vreselijk onrustig van. 


Zo is er, onder andere, de Marokko-commotie.

Kijk.
Je komt de winter uit – althans, zo gaat dat ieder jaar bij mij – en je denkt: er moeten spannende dingen gebeuren. Want we leven groots en meeslepend, tenslotte; er moeten avonturen worden beleefd, nieuwe oorden ontgonnen, andere culturen ontdekt, we moeten ons nageslacht de wereld laten zien! (Ze gaan later zelf maar naar Vlieland, met hun kinderen.)
En je besluit in een opwelling: we gaan backpacken door Marokko.
Je boekt, stante pede, tickets naar Malaga – want dat maakt het nog spannender; met het openbaar vervoer naar het zuidelijkste puntje van Spanje en dan met de boot naar het Afrikaanse continent, om daar een paar weken rond te trekken.

Ik was er enorm van in mijn nopjes.
Eventjes, toch zeker.

Want toen begon het. ‘Weten jullie dat jullie dan precies met de Ramadan in Marokko zijn?’
Euh.
Nee. Dat was éven een puntje waaraan ik niet had gedacht.
(En dat vind ik heel stom, want ik beschouw mezelf eigenlijk als iemand die daar wél over zou hebben nagedacht. En die zich, alvorens een reis naar Marokko te plannen, wat meer had verdiept in de gebruiken in kwestie en daardoor bijvoorbeeld ook wist dat het Suikerfeest niet een groot en uitbundig, zoet en kleverig straatfeest is en derhalve fantástisch om mee te maken, maar meer zoals Kerst bij ons: met alle winkels en restaurants gesloten en de bussen en treinen vol, met mensen die naar hun familie reizen om in besloten kring het einde van de vastentijd te vieren.)
Hm.
Nouja, daar moesten we dan maar mee dealen.

Maar toen kwam: ‘Weet je dat wel zeker? Naar Marokko, in juli? Weet je wel hoe héét het daar dan is?’
Ja, natuurlijk weet ik dat. Ik hou van heet. En mijn kinderen ook. Denk ik. Misschien. Toch?
Hm.

En toen zeiden een aantal mensen: ‘Volgens mij geldt er een negatief reisadvies voor Marokko. Met die ISIS dreiging enzo.’
Dat bleek overigens niet waar, er is alleen een verhoogde dreiging van terroristische aanslagen, net als in Parijs en Brussel.
Dus.
Maar toch: Hm.


Vandaag was ik er ineens zat van. Van het verdedigen dat het heus een goed plan was. Want misschien was het dat toch wel eigenlijk niet echt.

Beter zouden we een keer in het voor- of najaar een weekje gaan. En dan gewoon hop, met het vliegtuig rechtstreeks naar Marrakech of Casablanca.

Dus ik annuleerde vanmiddag, in een nieuwe opwelling, de geboekte accommodaties, belde de geplande vaccinaties af en ging op zoek naar leuke plekjes aan de Europese kant van de straat van Gibraltar – de tickets naar Malaga zijn er tenslotte nog wel.
‘Backpackend en airbnb-end door Andalusië’, dat klinkt toch ook best avontuurlijk?

En als we in Tarifa zijn, dan pakken we de snelboot om een dagtripje naar Tanger te maken.

Want de kinderen hebben al op school verteld dat ze naar Afrika gaan.
En ik heb al een stapel dirhams gekocht, van iemand die ze over had.



Af en toe begrijp ik ineens waarom de mensen om mij heen wel eens wat moe van me worden. 

(Sorry, Henk. En wat lief van je dat je mij altijd onze vakanties laat bedenken, omdat ik dat nou eenmaal zo leuk vind. En het komt ook altijd goed, hè? Uiteindelijk.)