dinsdag 29 januari 2013

Abdicatie


Ik ga dus naar Hawaii hè, in april.
Dat ik het er hier nauwelijks over heb betekent niet dat het er niet is. Het is er continu, mag ik wel zeggen. Ik sta ermee op en ik ga ermee naar bed.
Nee hoor, dat is ook weer niet waar.
Maar wel: alles wat de komende maanden op de agenda staat bezie ik in termen van vóór, na, of tijdens Hawaii.
De verjaardag van Loïs? ‘Dan ben ik net terug van Hawaii.’ 
Pasen? ‘Dan ga ik bijna naar Hawaii.’ 
Inhuldiging van de Koning? ‘Dan ben ik er niet, dan ben ik op Hawaii.’

Ik moest trouwens even googlen voor ‘inhuldiging’. Moest dat niet gewoon 'huldiging' zijn? Inhuldigen klinkt een beetje als optelefoneren. Maar, zo blijkt, inhuldigen is goed. Nou, mooi.

Over woorden met betrekking tot de troonswisseling gesproken: abdicatie. Van het ene op het andere moment gisteren, begonnen mensen het woord te bezigen alsof ze nooit anders hadden gedaan.
Ik twitterde: Ik wil vingers zien. Wie heeft er vandaag een nieuw woordje geleerd? #abdicatie
Dit werd tien keer geretweet; ik was duidelijk niet de enige die het wonderlijk vond.


We hebben het ook met tsunami gehad, weet u nog?
Het merendeel van de mensheid had nog nooit van het woord gehoord (vingers!) maar binnen enkele dagen na 26 december 2004 was het algemeen gangbaar.

Het erge is dat het sindsdien ook te pas en te onpas overdrachtelijk gebruikt wordt.
Google maar eens op ‘tsunami aan’.
Dan krijg je dit:
Een tsunami aan religiehaat
Een tsunami aan evenementen
Een tsunami aan schoolkinderen
Een tsunami aan shit
Een tsunami aan herinneringen
Een tsunami aan sperma

Ja, je kunt het zo gek niet bedenken of het kan wel in een allesverwoestende golf op je af komen.

Nu vroeg ik me dus af of zoiets ook met abdicatie kan gebeuren, dat het ineens gewoon wordt om het in te passen in het dagelijks taalgebruik.
Dat je geen ontslagbrief meer schrijft, maar je abdicatie aankondigt.
Of in de bioscoop: “Ik zit precies achter die mevrouw met dat hoge haar. Jij bent groter, zullen we abdiqueren?”
Het kan.

Trouwens, Hilo, waar mijn vliegtuig landt op Hawaii, staat bekend als tsunami-capital of the world. En zo is het cirkeltje weer rond. Een beetje een cirkeltje zoals Loïs ze tekent, maar toch: een cirkeltje.

maandag 21 januari 2013

Met je ogen dicht de straat oversteken


‘Hoe kán dat’ riep Bo uit, ‘mijn twee lievelingsliedjes staan op nummer 1 en 2 in de top veertig!’
(We hebben het hier over Scream and Shout en Year of Summer.)
‘Nouja, wat toevállig,’ zei ik. Maar zo toevallig vond ik het eigenlijk helemaal niet. Eerder logisch. En fijn, ook wel. Want als je elf bent en je lievelingsliedjes staan op nummer 1 en 2 van de top veertig, dan klopt alles. Dan is de hele wereld in balans.

Waarmee ik niet wil zeggen dat voor Merlijn de wereld niet in balans is. Integendeel. Maar op een minder voor de hand liggende wijze.
Onze zoon, onze Merlin in the middle, is een beetje een atypisch kind, namelijk.
En nou hoor ik u denken: ‘Nee, Novy, jij bent lekker normaal!’ En ja, nee, goed, maar ik bedoel dus: zo atypisch dat ik hem niet kan volgen.
Ik vind hem wel heel interessant.
Dat wel.
Zo luistert hij het liefst naar jazz. Hij draait Miles Davis, Oscar Peterson, Chet Baker, alle oude platen van Henk.
Absurd! Dat heeft hij dus echt niet van mij. Ik kan het wel handelen, ik heb makkelijke oren voor alle soorten muziek, maar die had ik nog niet toen ik negen was, hoor!
Als we vragen: ‘Merlijn, vind je dit nou echt leuk?’ Dan zegt ie met een ernstig gezicht: ‘Dit is het mooiste wat ik ooit heb gehoord.’
Hij meent het. En dan pakt hij zijn saxofoon en blaast een jazzy riedeltje mee (en af en toe nog heel accuraat ook), maar dat ga ik niet vertellen want dan denkt u maar dat ik een dikke opschepper ben.

Het zou best eens kunnen dat we getuige zijn van de geboorte van een kunstenaar.
Een muzikant.
Een poëet.

Ik fietste laatst met hem achterop naar de fietsenmaker, om zijn fiets op te halen die weer eens was gerepareerd. De fietsenmaker zit aan het begin van de rosse buurt.
We waren er.
Ik liet Merlijn afstappen en het viel me op dat hij een wat vreemde uitdrukking op zijn gezicht had.
‘Wat is er?’ vroeg ik.
‘Nou,’ stamelde hij, ‘ehm. Ik zag een mevrouw in haar onderbroek bij het raam staan.’

‘Oh,’ zei ik. ‘Haha, ja, dat kan. Daar, in de volgende straat, zijn er nog veel meer. Stap maar even weer op, dan fietsen we nog een stukje door.’


Ik weet achteraf ook niet of het nou wel zo didactisch verantwoord was, maar ja, opvoeden is 10% weloverwogen beleid en 90% met je ogen dicht de straat oversteken en hopen dat je heelhuids de overkant bereikt, nietwaar. Ad hoc en hup.
Je komt er toch binnenkort wel achter, wat er allemaal in de wereld te koop is, en dan maar liever veilig met je moeder. Zoiets lag er aan ten grondslag.
En Waarschijnlijk is het makkelijker te verwerken dat je tien vrouwen in hun onderbroek achter het raam hebt zien staan, dan één. Een poging om het te degraderen tot iets normaals.

Enfin.Veel gordijntjes zaten dicht, maar daar kwamen we toch langs wat verlichte etalages en ik siste naar achteren: ‘Nu! Links kijken! En nu rechts, rechts!’
Na een meter of dertig vond ik het wel weer genoeg en sloeg een straatje in, richting het water, naar neutraal terrein.
‘Zo,’ zei ik. ‘Heb je het gezien?’
‘Mama,’ sprak Merlijn gedecideerd, op een toon alsof hij me een standje gaf, ‘hier wil ik nooit meer naar toe.’

‘Oh,’ zei ik.
‘Waarom niet?’
‘Hier zijn mijn ogen nog veel te jong voor.’



 Zeg ik. Een poëet.


donderdag 17 januari 2013

Delen


We zaten in de auto, ik had Bo opgehaald van een feestje. Ze had een zakje snoep, waar ze verwoed in zat te graaien.
‘Mag ik er ook een?’ vroeg ik.
‘Nee,’ zei ze.

‘Nou dan niet hè,’ zei ik en keek weer voor me.
Even later hoorde ik naast me een diepe zucht. 'Okee dan.'
En ik kreeg een snoepje aangereikt.
Een geel gummibeertje.
Zo’n ieniemienie gummibeertje. Als je hem tussen duim en wijsvinger neemt en hard knijpt, is ie weg. Een babysnoepje.
Het kleinste snoepje uit het zakje.
‘Nou, zei ik. 'Enórm bedankt hoor, Bo!’

Ze kan niet zo goed delen.
Ze wil het wel, maar ze kan het niet.
Ze doet het wel, maar het vergt een grote innerlijke strijd.

Merlijn en Loïs daarentegen, die delen zonder problemen.
En zo ontspon zich weer eens een Novyaanse theorie.

Het komt allemaal neer op:
Mama.

Wat is het allerbelangrijkste in het leven van een baby?
Mama. (Mama, in de betekenis van: een liefdevol wezen dat voeding geeft. Een man kan ook heus een prima mama zijn en dat heet dan een papa. Dat u even niet denkt dat ik discrimineer, of ouderwets ben in mijn opvattingen.)

Bo heeft (niet eens zo lang, maar toch anderhalf jaar) mama voor zich alleen gehad.
En toen kreeg ze een broertje.
Dat was wel zo’n beetje het ergste wat haar kon overkomen.
Ze moest de mama delen.
Maar hoho, dat ging zomaar niet! (Ik zie haar nog staan, bij de box, met de vaas in haar handen, boven het hoofdje van haar slapende pasgeboren babybroertje. En dat mensen dan tegen ons zeiden dat we de baby niet alleen in de kamer moesten laten met de hond. Haha.)

Merlijn moest ook de mama delen, maar ja, hij wist niet beter: mama’s, die moet je delen. Zo is dat.
En voor Loïs was het zelfs bijna zielig: mama’s, die zorgen ervoor dat je melk krijgt en af en toe een schone luier, maar ze hebben het vooral heel druk met je aandachtverslindende grote broer en zus. Voor de aandacht van mama’s moet je vechten.

Delen is de norm, voor Merlijn en Loïs.
Voor Bo een trauma.



Nou, dat was het.

donderdag 10 januari 2013

Dik is het nieuwe vet

Ik zal het maar eerlijk zeggen, toen de nieuwe toepassing van het woordje ‘vet’ in de mode raakte, dacht ik dat het geen lang leven beschoren zou zijn.
Als bijwoord kon ik het nog enigszins volgen (vet gaaf, vet cool, vet leuk, vet groot), maar bijvoeglijk gebruikt? Nee joh, dat zou nooit wat worden. Dat je zou kunnen zeggen: ‘Wat heb jij vet haar!’
Hahaaa! Echt niet.

Ik had ongelijk.

‘Wow, vet haar!’ (tegen iemand die net van de kapper komt), dat kan gewoon!
‘Alle vetste meisjes in mijn klas zijn mijn vriendinnen.’ Dat kan gewoon.
‘Mijn buurvrouw is enorm creatief. Ze maakt zulke vette cupcakes!’ Dat kan gewoon.

Vet is trouwens alweer een beetje oubollig, geloof ik. (Terwijl ik er net wat aan begin te wennen.)
Tegenwoordig is het ‘dik’. Nog gekker. Maar ik kijk nergens meer van op.
‘Dope’, dat kan ook. En ‘gruwelijk’.
Laatst hoorde ik ergens: ‘Die band is echt moeilijk goed.’
Ja hoor, net zo makkelijk.
En nou kan ik wel weer vasthouden aan de overtuiging dat deze ‘moeilijk’ het nooit zal redden in de bijvoeglijke vorm (dat je straks met ‘een moeilijke som’ niet meer bedoelt dat ie ingewikkeld is, maar dat je hem heel leuk vindt en spannend en een fijne uitdaging!), maar ik zeg niks. Ik heb er geen verstand meer van. Ik laat het maar gebeuren.
En ik zie wel wat ik ermee doe.

Wat overigens nog best lastig is, dat laatste. Ik weet het soms niet meer hoor: moet ik nou gewoon ‘tof’ en ‘super’ en ‘gaaf’ en 'cool' en ‘mieters’ blijven zeggen, of ga ik mee in het – in mijn eenenveertig jaar oude ogen – vaak volkomen bizar taalgebruik, om krampachtig jong en hip te blijven?
Misschien vraagt u zich af waar ik me druk om maak, maar ik heb kinderen, moet u weten. En daarvan zijn er twee inmiddels volledig op de hoogte van de nieuwste ontwikkelingen in de straattaal en de daarmee samenhangende do’s and don’ts.
Ik leef derhalve in een voortdurend spanningsveld tussen ouderwets zijn en een beetje zielig.


Soms zou het verdomde handig zijn om in het zuiden van het land te wonen.
Daar zeggen ze al een halve eeuw ‘kei’. En dat kan gewoon nog steeds.

woensdag 9 januari 2013

Een school zonder conciërge

De school is weer begonnen. De kerstboom bij de entree is weg, het licht schijnt weer gewoon op volle sterkte, Jingle Bells klinkt niet meer uit de speakers. Alles is weer lekker gewoon.

Hoewel, toch niet helemaal.

De laatste week voor de kerstvakantie stond namelijk niet alleen in het teken van diners en musicals, we namen ook afscheid van de conciërge; het gevolg van het besluit van hogerhand om gesubsidieerde banen massaal af te schaffen.
Het is allemaal niet zonder slag of stoot gegaan, hoor. De school en de leerlingen hebben zich flink verweerd tegen de beslissing, er is een demonstratie geweest en er waren spandoeken met ‘Rob moet blijven’. Maar het mocht allemaal niet baten en nu is hij dus weg.
En een school zonder conciërge, dat is als een digibord zonder stekker.

Lees verder op Thuis in Onderwijs.


dinsdag 1 januari 2013

11

De blogtitel had eigenlijk zullen luiden: 'Allebei elf'. En daar had ik dan een foto onder geplaatst van Bo, samen met Loïs in haar elfenpakje.
Leek me lollig.
Maar de betreffende foto is niet gemaakt. Ik was het van plan, maar het gebeurde niet; teveel Oud en Nieuw aan de hand, denk ik.

Dus trakteer ik u maar op wat foto's van de taart.
Het nieuwste modelletje van slordigetaarten.nl