vrijdag 30 oktober 2009

Het mooiste lelijke lampje van de wereld

Bron: klik
Ik ga u een verhaal vertellen over een lampje. Over een lelijk, maar o zo dierbaar lampje. Een lampje dat niet helemaal op zuivere wijze in ons bezit is gekomen, maar daar heeft u aan het eind van het verhaal ongetwijfeld alle begrip voor.

We waren net verliefd, Henk en ik. Sterker nog: het was de ochtend na onze eerste gezamenlijke nacht. Bij het ontwaken zei Henk: “Zullen we naar Antwerpen gaan?” En ik zei onmiddellijk: “Ja,” want als je zo verliefd bent is het heel romantisch om zomaar spontaan op reis te gaan.
We staken onze spreekwoordelijke tandenborstel in onze spreekwoordelijke binnenzak en vertrokken, in mijn mini, richting België.

In Antwerpen aangekomen zetten we het autootje in een parkeergarage, liepen het centrum in en streken neer op een terrasje. Waar we een bolleke dronken. En nog één. Daarna rekenden we af en stonden we op, om al wandelend door de stad een hotelletje te zoeken.
Zonder succes; alle hotelletjes waren vol. We liepen en liepen, tot ik een blaar kreeg en alleen nog verder kon met mijn donorcodicil (destijds nog zo’n rood papiertje) tussen mijn hiel en mijn schoen, als alternatieve pleister. Wat Henk heel leuk vond. Want als je zo verliefd bent, dan vind je alles leuk, en zeker een donorcodicil in de schoen van je meisje.
We liepen, tot we ons op miraculeuze wijze ineens weer op hetzelfde plein bevonden als waar onze zoektocht was begonnen. We herkenden ons terrasje. We gingen aan ons tafeltje zitten, bestelden traditiegetrouw een bolleke en bespraken een nieuwe strategie.
Nadat we opnieuw hadden afgerekend hielden we een taxi aan. En ja, de chauffeur wist wel een goedkoop hotel voor ons waar nog een kamer vrij zou zijn.

De taxi reed het centrum uit, het havengebied in en stopte even later in een donkere straat, bij een gebouw waarop in rode neonletters het woord HOTEL prijkte. Het was er een beetje griezelig. Maar als je zo verliefd bent is alles prima, zelfs een griezelig hotel.
“Heeft u nog een kamer vrij?” vroeg ik aan de getatoeëerde zeebonk achter de balie. Die op zijn beurt mijn vraag beantwoordde met een wedervraag. “Voor hoe lang?”
“Voor eén nachtje.”
“Den hèlen nacht?”
“Eh....ja?” Rare vraag, dacht ik, maar ik besteedde er verder geen aandacht aan. We volgden de zeebonk naar boven. Terwijl we de trap beklommen kon ik via een openstaande deur een blik in een kamer werpen. Ik zag een spiegel aan het plafond hangen en zweepjes aan de muur. Had Henk dit ook gezien? Er bekroop me even een angstig gevoel, maar gelukkig: de kamer waar wij naar toe werden gebracht had geen spiegel, en ook geen zweepjes. Wel was het er nogal roze. En een beetje groezelig. Een groezelige kamer in een griezelig hotel.
We wilden, omdat we inmiddels flink hongerig waren, onze spullen in de kamer achterlaten en onmiddellijk weer vertrekken, toen me opviel dat er geen slot op de deur zat. "Kunnen we de deur niet afsluiten?" vroeg ik aan Popeye, die nog steeds in de deuropening stond.
“Dr zit 'ne schuifke op de deur.”
Ach, ‘n schuifke. Ja. We zagen het. Aan de binnenkant.
Pas toen drong echt tot me door in wat voor soort hotel we waren aanbeland. Mensen die hier (voor een uur? Voor een paar uur?) een kamer huurden, die bleven bínnen. Natuurlijk.
Henk en ik wisselden een blik van verstandhouding die zoveel zei als: whatever, we hebben onderdak, een bed en elkaar, en verlieten het hotel.

Diep in de nacht kwamen we terug in de kamer, waar ons opnieuw een verrassing wachtte. De verlichting was namelijk nogal ongezellig. Nogal érg ongezellig: aan het plafond hing een tl-buis, en dat was het. En natuurlijk, als je zo verliefd bent is alles romantisch, maar tl-licht ging ons toch net iets te ver.
Ik herinnerde me dat ik op de gang, op een koelkast (?), een lampje had zien staan met het snoer eromheen gerold. Ik ging kijken en vond daar inderdaad het lampje – een nogal curieus lampje – onder een dikke laag stof. Ik nam het mee, zette het op ons nachtkastje, stak de stekker in een stopcontact op de gang (in onze kamer zat er geen), leidde het snoer onder de deur door en knipte de schakelaar aan, uitroepend: “Tadaa, sfeerlicht!”
Oeps.
Met stomheid geslagen staarden we allebei naar het lampje, dat - dapper stralend - een kitscherigheid tentoonspreidde waar de honden geen brood van lustten.

“Zo, zeg”, verbrak Henk de stilte, “da’s een lelijk lampje. Wanstáltig gewoon.”
Wanstaltig, dat was precies het goede woord. We gierden het uit van het lachen. Nog nooit hadden we zo’n vre-se-lijk lampje gezien: een ronde voet met daarop een glazen bol met water en een plastic lelie...nouja, misschien moest ik het signalement hier ook maar niet al te duidelijk geven. Hoe dan ook, het lampje vervulde zijn functie met verve, gaf zacht en romantisch licht en maakte onze tweede nacht minstens zo onvergetelijk als de eerste.

De volgende ochtend besloten we de groezelige kamer en het griezelige hotel snel te verlaten om ergens in de stad te gaan ontbijten.
We pakten onze spullen bij elkaar en merkten ineens dat we allebei naar het lampje stonden te kijken.
“Denk jij wat ik denk?” vroeg ik en zette daarbij mijn liefste stemmetje op. “Wij zouden heel goed voor het lampje zorgen, hè. Als het ons lampje was. Nooit zou het alleen en donker op een kapotte koelkast hoeven staan. Wij zouden heel erg van het lampje houden. Als het ons lampje was.”
“Jaja," zei Henk, "ho maar.” Hij haalde de dop van de glazen bol, gooide het water eruit, deed alle losse onderdelen in zijn rugzak. “Ik heb nog nooit iets gestolen, dus weet wat je van me vraagt.”
“Ik heb ook nog nooit iets gestolen,” loog ik. “Maar dit is geen stelen, dit is een goede daad. We geven het lampje een beter leven!”

En zo verlieten we onze kamer, Henk met het lampje in zijn rugzak, die bij elk stap klonk zei. We liepen de trap af klonk-klonk-klonk en naar de balie klonk-klonk waarachter nu een andere getatoeëerde zeebonk zat die er zo mogelijk nog angstaanjagender uitzag dan Popeye. Niet iemand met wie je problemen wilde krijgen, zeg maar. Niet iemand die moest ontdekken dat we bezig waren een lampje uit zijn hotel te ontvreemden. Voor mijn geestesoog zag ik ons ineens van de kade gegooid worden, met stenen aan onze enkels. Ik rekende af met het zweet op mijn rug.
Eenmaal buiten zetten we het op een rennen. We renden en renden, klonkklonkklonkklonk, zonder achterom te kijken, we sloegen linksaf en rechtsaf en linksaf en rechtsaf en vluchtten uiteindelijk een steegje in. Waar we uithijgden en lachten en zoenden – hysterisch alsof we zojuist een bank hadden overvallen – tot we weer op adem waren gekomen en onze adrenaline was gezakt tot het normale peil voor verliefde mensen.

Om een lang verhaal kort te maken: het lampje staat inmiddels al zestien jaar op onze slaapkamer. Iedereen die het voor het eerst ziet roept uit: “Wat een lelijk lampje!” En dat klopt. Maar het is toevallig wel het allermooiste lelijke lampje van de wereld.

donderdag 29 oktober 2009

Ontdekt

HA! Dutch Bloggies Award, Honest Scrap Award, pff, who needs it? Nee, dan dit: ik ben gewoon ontdékt, ik ben ontdékt!
Dit berichtje vond ik vandaag in mijn mailbox:

Gefeliciteerd, u bent ontdekt!

Op uw weblog Novy Loopt Over viel het ons namelijk op dat u graag en goed schrijft. En schrijverstalent als dat van u zien we graag groeien. Daarom hebben we Revolutie in Uitgeversland opgericht: een uniek en vernieuwend uitgeefplatform, dat begin 2010 online gelanceerd wordt. We nodigen u van harte uit om als eerste bij dit spraakmakende concept betrokken te zijn.

Het concept is een initiatief van Valentine van der Lande. Na jaren ervaring te hebben opgedaan bij bedrijven als De Arbeiderspers en Bol.com besloot ze dat het tijd was voor een Revolutie in Uitgeversland. Het doel: schrijvend talent een kans te geven om door te breken, zonder de traditionele paden in de uitgeefbranche te betreden. Het concept wordt inmiddels gesteund door grote namen in de internet- en uitgeefwereld.

Gunt u uzelf een vervolgstap in uw schrijfcarrière? Stuur ons dan een reactie op deze e-mail. Wij nemen contact met u op en geven u meer informatie over de mogelijkheden.

Wij kijken uit naar uw reactie.

Met vriendelijke groeten,
Coen Borgman
www.revolutieinuitgeversland.nl



Dus. Als ik nou straks heel erg beroemd ben hè. Blijft u dan wel gewoon tegen me doen?

maandag 26 oktober 2009

Stuttie taas, anyone?



Bij Noordwijk zwom een nat konijn

temidden van een school tonijn.
‘Tja,’ sprak het beest, ‘dat tomt ervan,
als men de ta niet zeggen tan.’



Het is dat Bo geen konijn is, anders had Trijntje Fop dit gedichtje speciaal voor haar geschreven.
Bo kon namelijk, tot ze ruim drie jaar was, evenmin als het konijn uit het gedicht de K uitspreken. Hij zat er gewoon niet op; de K was niet meegeleverd. Er miste een letter op haar printplaat.


Buiten dat het soms wat verwarring veroorzaakte (wil het kind nou een toetje of een koekje?) was hier uiteraard prima mee te leven. Het was wel leuk, zelfs. Haar ‘toppie toffie’ werd overgenomen door onze volledige vrienden- en kennissenkring en zelfs menigmaal ver daarbuiten gesignaleerd.
(Nu, jaren later, zijn er nog steeds mensen die bij ons thuis jolig uitroepen: ‘Nou, een toppie toffie zou er wel in gaan.’ Mensen die categorisch de meewarige blikken die hen dit oplevert verzuimen op te pikken. Tegen deze mensen wil ik hier even zeggen: Get over it. Please. We moved on.)
Eigenlijk, zou je kunnen stellen, was het alleen wat lastig voor onze hond, die destijds al hoogbejaard was en op haar oude dag nog naar een nieuwe naam moest leren luisteren. Ja, dat was wel een beetje sneu. (Hoewel - eerlijk is eerlijk- Toto een veel betere naam voor een hond is dan Coco. Vraag maar aan Dorothy.)

Maar aan alles komt een eind.
Op een dag zei Bo, met een verdrietig gezichtje: ‘Mama, it tan de ta niet zeggen hè?’
Toen was het op slag niet meer leuk. We gingen oefenen en een paar dagen later riep Bo vol overgave: ‘Koffie, koekjes, krokodil, keukenapparatuur! ’ tegen iedereen die het maar wilde horen.
Wat overigens naast het einde van een tijdperk, ook een stiekeme opluchting inhield. Want ik weet het wel, er zijn ergere gebreken, maar als ouder wil je nou eenmaal het liefst dat je kind helemaal compleet is: met 10 vingertjes, 10 teentjes én een K.

zondag 25 oktober 2009

Stap 2 en plan B

Het plan was dat de oude kamer van Bo de nieuwe kamer van Loïs zou worden.
Maar plannen zijn er om bijgesteld te worden, nietwaar.
Want zo vroegen wij ons ineens af: is het wel nodig, een kamer voor Loïs? Voorlopig gaat ze er toch niet slapen; haar bedje staat prima op onze kamer en zelfs daar ligt ze bijna nooit in.
Dus. Zie hier: een speel/televisiekamer voor alledrie! (Zonder speelgoed dat gevaarlijk is voor Loïs, natuurlijk.)


zaterdag 24 oktober 2009

De hoofdprijs

Ik heb gewonnen.
Ik heb gewónnen!?
Maar dat is ongelofelijk: ik win namelijk nooit iets!
Bo wel, die wint regelmatig van alles. Zo won ze al ooit een Annie MG Schmidt-luistercd in de bibliotheek, een gevulde spaarpot op een open dag van de bank en onlangs nog een piratenschip van playmobil met een kleurwedstijd van Albert H.
En terwijl ik dit schrijf zie ik ineens de logica opdoemen.
Natuurlijk!
Hij ís namelijk voor Bo.
De muts. Die ik won.
De appelmuts van Octavie.

En hij staat haar geweldig leuk, al kijkt ze hier nogal chagrijnig omdat ze niet op de foto wou al zeg ik het zelf.



Thnx Octavie!

Edit 25-10 11:27 uur: Ik had het natuurlijk meteen moeten zien maar zie het nu pas. Dat het leuke begeleidende kaartje een heuse Octavie original is. Bijna nóg leuker dan de muts. Ha!

donderdag 22 oktober 2009

Emancipation rules!


Weet u nog dat Henk, op een dag, om mij wat werk uit handen te nemen, de schone was in de wasmachine stopte om deze nogmaals te wassen?

Het kan leuker!

Gisteren besloot Henk mij opnieuw wat werk uit handen te nemen en vouwde de was, tot nette stapeltjes.
De vuile was.

woensdag 21 oktober 2009

Never a dull day

Zoals beloofd en zoals een goede ‘voor en na’ - reportage betaamt: de foto’s van het resultaat. Tadaa:





Leuk hè zo’n hoogslaper.

Héél leuk.

Eergisteren viel Loïs respectievelijk uit de tripptrapp (haar rokje zat nog vast aan het veiligheidsriempje, als stille getuige van haar geslaagde ontsnappingspoging) en van de trap (waar ik het verder niet over wil hebben). Tweemaal zag ik ons in gedachten al naar de eerste hulp racen. Onnodig: het betrof hier immers slechts de prelude!

Vanmorgen.
Werden we wakker. Van een ijselijke gil.
Bo.
Was uit haar hoogslaper gevallen.
Slapend, welteverstaan.
Hoe? D’r zit toch goddomme een heel hekwerk op om dat te voorkomen?
Ze wist het zelf ook niet.
Maar alles deed pijn.
Haar rug, haar voet, maar vooral haar pols.
Die gebroken bleek.




Leuk hè, zo’n hoogslaper.
Van Henk mag ze er pas weer in slapen als ze vijftien is.

Gelukkig waren we nog net op tijd terug uit het ziekenhuis voor het kinderfeestje van Merlijn (die *kuch* inderdaad 3 maanden geleden jarig was). Met 9 kinderen zagen we de film Up, in de bioscoop.
Wat een leuke film!
Ik hartje Pixar.

maandag 19 oktober 2009

Operatie kamermigratie

Operatie kamermigratie is in volle gang hier in huize Novy.
Loïs, die momenteel nog steeds bij ons in bed op onze kamer slaapt krijgt de kamer van Bo, Bo verhuist naar de zolder.
De zolder, eigenlijk gewoon de derde verdieping oftewel de vierde woonlaag van ons huis - ons huis is nogal verticaal geöriënteerd – bestaat uit een overloop met badkamertje en twee identieke vierkante kamertjes. Bo betrekt dus een van deze kamertjes, Merlijn zal op termijn (Kerstvakantie?) zijn intrek nemen in het andere kamertje. Merlijn’s huidige kamer wordt dan kantoor van Henk annex rommelkamer.
Bent u daar nog?
Nouja, maakt ook niet uit, momenteel is alleen aan de orde stap 1: Zolderkamertje (klein, naargeestig lichtblauw) transformeren in leuke frisse kamer met volop ruimte en gezelligheid voor meisje-van-bijna-acht.

Hetgeen nog een hele uitdaging is.
Kijk maar:





Gelukkig dat Nederlands belangrijkste verfproducent tegenwoordig een verf maakt met de volgende, tot de verbeelding sprekende, naam:



Morgen meer.

donderdag 15 oktober 2009

M. The story continues

Weet u nog dat ik in januari schreef over M., dat ik haar terugwilde?
Ik heb haar natuurlijk nooit meer gebeld. Nee zeg, als iemand niet heel graag mijn huis wil schoonmaken, laat dan maar zitten.
Dus ik deed het schoonmaakwerk gewoon weer zelf. Of zelf niet, dat laat ik in het midden. Maar hoeveel geld ik wel niet heb uitgespaard!
Een week of drie geleden brak het moment aan dat ik toch weer eens overwoog iemand in te schakelen. Lees: ik keek rond in ons huis met mijn handen in het haar en terwijl ik happend naar adem een panic-attack probeerde te onderdrukken surfte ik naar marktplaats.nl om te gaan grasduinen in de rubriek hulp in de huishouding.
Al snel leek het erop dat ik iemand had gevonden. Laat ik haar S. noemen. Ik reageerde op haar advertentie op marktplaats en er ontstond de volgende mailwisseling.
Leest u mee?

Bedankt voor uw reactie, ik heb nog tijd om schoon te maken.
Is het handig om even een kennismakingsgesprek te plannen?
Vriendelijke groet,
S.
---------------------------------------------------------------------------------------
Ja, dat is misschien wel een goed idee? Haha, dan krijg je even een
indruk van waar je in terechtkomt. We zouden in elk geval heel blij
zijn met je hulp. Ik probeer het allemaal zelf te doen, maar sinds ons derde kindje is geboren
(nu bijna andehalf jaar geleden) en ik een eigen bedrijfje ben gestart, komt er
steeds meer de klad in...
Ik ben bijna elke ochtend thuis, zeg maar wanneer je langs wilt
komen..
Groet,
Yvon
----------------------------------------------------------------------------------------
Hallo Yvon,
Is het goed dat ik do morgen even langs kom? Ik durf in het begin van
De week niets te plannen omdat mijn 2 meiden ziek zijn (griep).
Komt jou dit uit?
Groeten S.
----------------------------------------------------------------------
Ja, dat is goed. Uur of 10?
Groet,
Yvon
----------------------------------------------------------------------
Ja dat is prima.....wat is je adres?
Groet,
S.
---------------------------------------------------------------------
Oeps ik doe heel dom! Ik ben er donderdag helemaal niet!
Woensdag of vrijdag kan wel..en anders volgende week?
Laat je me weten wanneer jij kan?
Sorry!
groet,
Yvon
-----------------------------------------------------------------------------------
Woensdag kan ik wel maar dan heb ik mijn eigen dochtertje van 1 jaar en het
dochtertje van mijn vriendin waar ik op moet passen. Is het een probleem dat ik ze dan mee neem????
Vrijdag kan ik ook maar dan zit ik met hetzelfde probleem.....mijn oudste van 5 moet ik dan meenemen, en de jongste.
Laat maar even weten wat je hiervan vind.
Groeten S.
---------------------------------------------------------------------------------------
Woensdag is prima, neem de kindjes maar mee hoor! (Mijn dochtertje van 1 is
ook hier) Zo lang hoeft het ook niet te duren denk ik?
Mijn adres is: bladibladibla
In principe dan tot woensdag (uur of 10?)
groet
Yvon
Dus toen werd het woensdag. Ik had voor de vorm en het fantsoen een beetje de keuken opgeruimd, koffie én thee gezet, ik was er helemaal klaar voor. Maar wie er kwam, geen S.
’s Avonds mailde ik haar:
Er is blijkbaar iets tussengekomen? Is ook niet handig dat je mijn
telefoonnummer niet hebt. 06 bladibla
Bel of mail je me voor een nieuwe afspraak?
groet,
Yvon

En dat was het. Dit laatste mailtje verstuurde ik op 5 oktober, zo’n tien dagen geleden dus.
En niets meer gehoord. Niets. Stilte. Moet ik me zorgen maken? Is er iets vreselijks gebeurd? Is ze onderweg hiernaartoe verongelukt? Heeft zich een fatale computercrash voorgedaan in huize S.? Had ze gewoon ineens geen zin meer?
Ik weet het niet, en zal het waarschijnlijk ook nooit weten.
Er zat niets anders op: ik moest opnieuw op jacht. En vond: S2. Een slecht voorteken natuurlijk, maar dat zie ik nu pas. Ik regaeerde op haar advertentie en daarna ging het zo:
Hallo Yvon
Ja, ik heb nog wel ruimte op de dinsdag om de twee weken
ook wel op de donderdag hoor, als dat beter uitkomt
bent u zelf ook thuis of krijg ik een sleutel zoals ik krijg bij de meeste mensen waar ik werk
groetjes S2
-----------------------------------------------------------------------------
Donderdag komt me het best uit! Ik werk thuis, ben dus aanwezig, maar zal
Je niet voor de voeten lopen hoor!
Wat spreken we af? Donderdag 29 oktober beginnen?
Groetjes,
Yvon
Ik dacht dus: ik zeg 29 oktober, de donderdag ná de vakantie, want misschien dat ze ín de vakantie niet zou kunnen. Want zo ben ik hè, altijd meedenkend en rekening houdend met een ander. Krijg ik het volgende mailtje terug:
hallo
dan is het herfstvakantie voor de kinderen
ik heb er zelf ook 3 hahha
kunnen we dan een week later afspreken, dus na de vakantie
groetjes

Huh? Vreemd. Maar goed, wat maakt het uit, ik ga haar tenslotte niet betalen om slim te zijn.

Ik reageerde met:
Nee, 29 oktober is na de herfstvakantie, toch? Herfstvakantie is komende
week, van 17 t/m 26 oktober. Daarom zei ik de 29e :).

En dat was het.
Stilte sindsdien.
Wat doe ik fout?
Na M. is het alleen maar erger geworden, tegenwoordig haken ze al af voor ze een stap over de drempel hebben gezet.
En intussen stapelt de zooi zich maar op hier. Want ik dacht: help is on the way, en hoe zal ik het zeggen, dat wakkerde het poets-vlammetje in mijzelf niet echt aan.
Probeert iets of iemand mij hier iets duidelijk te maken?

maandag 12 oktober 2009

Olympisch kotsvangen


We waren ergens in Noord-Frankrijk of in België, tweederde van onze terugreis-van-vakantie zat er inmiddels op en Henk en ik hadden een beetje, nouja, ruzie is een groot woord, maar er was sprake van wat onderlinge irritatie.
De directe aanleiding hiervoor vormde een zakje snoepjes dat we hadden gekocht bij de laatste stop en dat nu ineens onvindbaar bleek - de onderliggende reden was natuurlijk dat we allebei moe waren, we al ruim 12 uur in de auto hadden gezeten, en gewoon graag naar huis wilden (en dit laatste tegelijkertijd ook juist helemaal niet).

We zwegen. Want sinds we kinderen hebben sinds Bo en Merlijn bij de minste stemverheffing roepen: “Géén ruzie maken! Jullie gaan zeker scheiden!?” schreeuwen we bij onenigheid niet meer, maar zwijgen we gewoon heel hard naar elkaar.
(Overigens zaten Bo en Merlijn ten tijde van de betreffende disharmonie te slapen achterin de auto, maar ook dat kan natuurlijk een argument zijn om niet al te luid te kibbelen.)

Omdat het avond was en al donker, zat ik aan het stuur: een gewoonte die we jaren geleden hebben opgevat, sinds gebleken is dat tijdens het autorijden bij nacht en ontij mijn ogen - in tegenstelling tot die van Henk - niet de neiging hebben dicht te vallen. Het kan wel gebeuren dat ik gewoon vier uur lang vergeet met mijn ogen te knipperen, maar dicht vallen ze nooit.

Resumerend: ik reed en de sfeer was ietwat ongezellig, toen ik achter mij een kuch-geluid hoorde. ‘Loïs is misselijk!’ zei ik, het stilzwijgen voor een moment verbrekend (want noodgeval) en dacht: k*t. Want alleen moeders zijn immers in staat direct en doortastend te handelen in een dergelijke situatie, maar ik kon nu niets doen: Loïs zit recht achter de bestuurdersstoel en ze is te klein om opdrachten als ‘spuug in dit zakje’ te kunnen begrijpen, laat staan uitvoeren.
Ik moest ons lot in handen leggen van Henk.

Henk, die onmiddellijk naar achteren dook, Loïs los maakte uit haar stoeltje, haar op schoot nam, een rol keukenpapier van de bodem van de auto graaide, er wat velletjes afscheurde en daarmee precies op tijd de eerste golf opving. En met de volgende velletjes de tweede golf. En met de volgende velletjes de derde golf. En met de....ja, want het was niet gewoon een keertje spugen, nee, ze gaf wel 10 keer over.
Het ging maar door.
En Henk maar scheuren en vangen. And he didn’t spill a drop.
Als ik niet nog steeds aan het mokken was en aan het doen alsof ik me krampachtig op de weg concentreerde – wat eigenlijk nog zo was ook want: kind niet veilig in autostoeltje = eng - dan had ik geapplaudiseerd.

Na ongeveer een uur viel Loïs in slaap en zette Henk haar terug in haar stoeltje.
Toen hij ook weer in zijn gordel zat en de rust was wedergekeerd, mompelde hij iets in zichzelf, waarvan ik alleen de woorden ‘Olympisch kotsvangen’ verstond.
En toen moest ik zo lachen. De tranen stroomden over mijn wangen. Want het was inderdaad briljant jongleerwerk geweest. Misschien (ik zeg misschien hè) nog wel beter dan ik het had gedaan. Henk moest ook lachen. En zo werd het toch weer gezellig. En vonden we ook nog de snoepjes terug. In mijn tas.

zaterdag 10 oktober 2009

De Cock en de moord in de speeltuin



Gisteren had Bo een feestje. Op een soort van speelboerderij. Waar je geiten mag melken en varkens aaien en konijnen optillen en rollebollen in het hooi met je vriendje, hè Bo, m.a.w. allemaal spannende dingetjes voor onze stadskinderen.
Nadat ik haar had afgeleverd liep ik nog even met Loïs door de bijbehorende speeltuin. Waar Loïs op een tractor ging zitten. En ik op mijn beurt daarvan een foto maakte.
Vanmorgen schudde ik mijn camera leeg in mijn macbook en bekeek de foto in kwestie op het beeldscherm. Leuke foto hoor: Kind Op Tractor In Uitgestorven Speeltuin.
Maar wacht, waar viel mijn oog nu op? Wat zag ik daar, bij die schommel? Linksachter in de hoek van de foto?
Ik zoomde eens in. En zoomde nog wat meer in. Zag ik daar nou een gezicht?
Ik verhoogde het contrast, voegde wat scherpte toe, lichtte de foto nog een ietsiepietsie meer op; ik voelde me waarachtig net Aristides Quarles van Ispen. (Of Wilbur Quant, daar wil ik vanaf zijn.) Misschien dat dit stukje dus eigenlijk beter 'Bibaboerderij meets Q&Q' had kunnen heten.
Hoe dan ook.
Ik vind het raar.
Want ik zie daar iets.
Wat ís het!?
Is het een vermoorde vogelverschrikker?
Bart de Boer, die zich heeft opgehangen?
Een zombie?
De geest van een overleden indiaan?
Ziet u ook wat ik zie?




Nog even wat over Q&Q. Q&Q heeft hier in huis een unieke status. Het is namelijk het enige tv-gerelateerde jeugdsentiment dat Henk en ik delen. Het enige programma-van-vroegâh waar we het over kunnen hebben zonder dat een van ons de ander glazig aankijkt. Want 7 jaar leeftijdsverschil maakt dus dat we op het gebied van jeugdtelevisie afkomstig lijken van verschillende planeten. Zegt hij: Floris, zeg ik: Silas. Zegt hij: Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, zeg ik: De zevensprong. Zegt hij: Sil de strandjutter, zeg ik: Alleen op de wereld.
Verschillende planeten. Echt.
Maar in Q&Q hebben we elkaar gevonden.
En dat is dan toch mooi.
(Sinds vandaag begrijp ik trouwens pas hoe dat kan: het werd in 1974 uitgezonden en in 1983 herhaald. (....) Ik keek dus naar de herhaling? Nah.)

vrijdag 9 oktober 2009

Herfstspinsel

Misschien omdat de zon zo uitbundig schijnt vandaag. En misschien ook omdat ik vandaag een aantal dingen hoorde waar ik wat melancholisch van werd. Maar ik moest ineens aan dit liedje denken, van Oi Va Voi. (Hier nog met KT Tunstall.)

Het filmpje vind ik zo mooi.
Over verlies en dat alles dan zwart en grijs is. Maar dat dan toch, op een dag, de zon weer gaat schijnen.
Zoals dat - meestal - gaat.
Ik hoop dat het vandaag zo’n dag is.
Voor een heleboel mensen.


dinsdag 6 oktober 2009

Paco & Lola & ik

Soms valt mijn oog ineens op mijn profielschets linksboven op mijn blog. En dan met name op het laatste woord: vinoloog.
Want dat ‘ben’ ik namelijk ook: vinoloog.
Hoe zou dat eigenlijk zo zijn gekomen? denkt u.
Nu, dat kwam zo.
In 2005 deed ik, voor de grap eigenlijk, mee aan een wijncursus.
En daar bleek ik ineens een soort van talent te bezitten. Na enkele lessen had ik het kunstje door en kon ik bij een willekeurig glas wijn dat mij werd voorgezet roepen: 'Een merlot uit Chili! Uit 2001!' Of: 'Een sauvignon blanc uit Nieuw Zeeland!' (En dat kan –haha- iedereen natuurlijk, maar bij mij klopte het dan ook nog. Meestal.)
Dus toen zei die meneer die de cursus gaf: 'Daar moet je wat mee doen! Jij moet naar de Wijnacademie!'
'De wát?' zei ik.
Maar inderdaad. De Wijnacademie. Die bestaat. En omdat ik toevallig dat jaar niet zoveel omhanden had, dacht ik: laat ik eens gek doen. Talenten, ook al heb je er vele, moet je nooit verspillen.
Dus ik ging. Naar de Wijnacademie. Een jaar lang reisde ik elke twee weken op maandag naar Maarn om daar dieper ingewijd te worden in de wondere wereld die wijn heet. En eerlijk, ik heb me er prima vermaakt. (Duh: om 10 uur ’s morgens al aan de wijn!)
Hoewel ik er ook een beetje een vreemde eend in de bijt was.
Want de meeste studiegenoten waren nogal saai. En elitairderig.
En het klikte ook niet helemaal met de docenten. Omdat ik tijdens de lessen op de vraag: 'Wat zijn uw bevindingen over deze wijn?' stug bleef antwoorden: 'Nou, lekker hoor.' En dat mocht niet. Want op de Wijnacademie is het woord lekker verboden. De wijnen moesten objectief beoordeeld worden. Dus een wijn was strak of soepel, modern of klassiek gevinifieerd, typisch of a-typisch, fruitig, animaal of mineralig. E-ven-tu-eel kon een wijn nog mooi genoemd worden, maar nooit: lekker.
En ik begreep het natuurlijk wel hoor, maar van het hele gedoe kreeg ik gewoon zin om mijn kont in de krib te gooien. Want ik vond het eigenlijk allemaal zo’n onzin. Om zo’n partij zwaarwichtig te lopen doen over wijn! Over iets dat gemaakt wordt om op te drinken!
Dat ik me met die houding niet bijster populair maakte moge duidelijk zijn, maar ondertussen was ik wel een van de beste 'studenten' van de lichting 2006. Ik haalde negens voor de theorie-examens en slaagde in één keer voor het proeftechnisch gedeelte.
En toen was ik vinoloog. Of, voluit: Vinoloog-van-de-Wijnacademie.
En ik had grootse plannen.
Ik zou als een frisse wind door wijnland gaan waaien.
Ik zou cursussen gaan geven.
Ik zou de mensen gaan vertellen dat je om wijn te waarderen niet meteen geaffecteerd hoeft te praten, dat je niet nadat je met je neus in je glas hebt gehangen en hebt geslurpt en gegorgeld, iets over bouquet en afdronk hoeft te mompelen.
Dat je best mag zeggen: 'Goh, lekker. Die wijn.'
Maar het werd niet echt wat.
Want mensen die zich wijnliefhebbers noemen, kwam ik achter, die wíllen dat juist: slurpen en gorgelen en interessant doen. Mensen die zich wijnliefhebbers noemen willen geen frisse wind, die willen Astrid Joosten. (Die overigens - sorry ik kan het niet laten - wel de wijnacademie heeft doorlopen maar zich sec gesproken (haha: sec is een wijnterm) géén vinoloog mag noemen omdat ze een of meerdere examens nooit heeft gehaald. En dat zij intussen bij Jonnie en Thérèse in de keuken zit en allemaal lekkere hapjes naar binnengeschoven krijgt doet me dan ook helemaal niks.)

Een illusie armer haalde ik mijn schouders op, liet de wijn maar zo’n beetje voor wat ie was en ging me weer richten op tekstschrijven. Blind proeven kan ik nog steeds (denk ik), maar mijn parate kennis op wijngebied is inmiddels grotendeels weggezakt; vraag me hoeveel hectares wijngaard Chateau Huppeldepup in Huppeldepup heeft en ik moet u het antwoord schuldig blijven.

Maar! Afgelopen zaterdag. Waren we uit eten. (Hier.) En gebeurde er iets waardoor ik dacht: misschien had ik toch niet zo snel op moeten geven.
We dronken een albariño van Paco & Lola uit Rias Baixas, een Spaans wijngebied boven Portugal.
Lékker! En wat een leuke fles! Met kekke stipjes, zelfs op de kurk!
Toen ik zojuist de website bekeek werd ik zo mogelijk nog enthousiaster: Zie je wel! Wijn kan heel hip zijn! Ik was mijn tijd gewoon een paar jaar vooruit! Wat in 2006 nog niet kon, kan nu ineens wel! Wie weet ligt er toch nog een carrière voor me in het verschiet?

(Misschien moet ik gewoon maar een boek schrijven over wijn. Met de titel: Het kan veel kekker en wijn is lekker. Of: Doe maar gewoon over wijn dan doe je al gek genoeg. Of: Astrid Joosten, eat your heart out. Of: Lekker, ik zeg het gewoon lekker toch! Of: Paco en Lola en ik. Of: Wijn is fijn. Of: Het maakt mij niet uit, als er maar alcohol in zit. Of, of.)

Overigens: kent u de film Sideways? Over wijn, liefde en relaties. En met Sandra - Christina Yang - Oh.