woensdag 23 maart 2016

GeenStijl is de mol

En toen lag hij ineens op de mat: de stempas. Voor het eerste raadgevend referendum op woensdag 6 april.
We mogen stemmen!
We mogen ja of nee zeggen tegen het Associatieverdrag met Oekraïne.


Het begon allemaal ruim een half jaar geleden.
Op 1 juli 2015 werd er een nieuwe wet aangenomen, die het eenieder in Nederland mogelijk maakt om een referendum aan te vragen over aangenomen wetten en verdragen.

De mensen van GeenStijl dachten: Hee, dat is leuk, dat gaan we doen! En ze begonnen onder de naam GeenPeil een campagne om 300.000 handtekeningen – het benodigde aantal om een referendum te kunnen aanvragen – te bemachtigen.

In mijn (werk)omgeving werd hierop met bijzonder veel enthousiasme gereageerd. Want dit was revolutionair! Niet perse inhoudelijk, daar ging het destijds eigenlijk nog niet zo om, maar de manier waaróp: de handtekeningen konden, door gebruik te maken van nieuwe technologie, digitaal worden verzameld. Dat was ongelofelijk goed nieuws voor de democratie! GeenPeil toonde aan dat volksraadpleging vele malen makkelijker en goedkoper kan dan werd gedacht!


Ik deed mijn best om mee te gaan in het enthousiasme ('Goed nieuws voor de democratie, jeej!') maar het lukte niet helemaal.
Want eigenlijk dacht ik: Huh? Waarom moet ik ineens iets goed vinden van GeenStijl? Ik vind GeenStijl namelijk over het algemeen vrij vervelend. Los van of ik het met hun inhoud eens ben (meestal niet), ben ik redelijk 'wars' van hun retoriek en tone of voice. (Ze zijn gewoon niet lief. En ik hou nou eenmaal van lief.)


Ik bleef het verder ook wat ingewikkeld vinden. Ik dacht: we hébben toch een democratie? (For what it’s worth misschien, maar toch.) We hebben een stelsel waarin we onze vertegenwoordigers kiezen, die dan vervolgens, namens ons, de beslissingen nemen. We vertrouwen erop dat zij er verstand van hebben en weten wat ze doen. 
Zou het nou wel handig zijn als ze ons dan om de haverklap gaan vragen wat we vinden van elke nieuwe aangenomen wet? Helpt dat?

Aan de andere kant, tsja, misschien zou ik het af en toe inderdaad tóch wel fijn vinden, als ze mij eens rechtstreeks naar mijn mening zouden vragen. Over of ik vind dat er meer geld naar zorg en onderwijs zou moeten, bijvoorbeeld. Of over hoe ik aankijk tegen het basisinkomen.


Hoe dan ook, GeenPeil heeft het voor ons geregeld. Het is gelukt: ruim 400.000 handtekeningen zijn digitaal gezet, het referendum moest worden georganiseerd.
We mogen onze mening geven!
Over... het Associatieverdrag met Oekraïne.

Wow: thanks!
We mogen ineens écht meepraten!
Over… het Associatieverdrag met Oekraïne.

Nou weet ik niet hoe het met u zit, maar ik had daar eerlijk gezegd niet heel sterke gevoelens over. Ik bedoel, het was niet zo dat ik ’s nachts wakker lag en dacht: verdorie, ik wou dat iemand me nou eens zou vragen wat ik er nou eigenlijk van vond, van dat Associatieverdrag met Oekraïne.
Ik dacht eerlijk gezegd sowieso niet zoveel na over Oekraïne – behalve dan toen dat vliegtuig er was neergeschoten. Maar verder gingen er hele dagen voorbij dat ik niet aan Oekraïne dacht. En ik durf zomaar te denken dat dit geldt voor heel veel mensen die onlangs de stempas in hun brievenbus hebben gevonden.

Ik snap het niet. Waarom denken ze dat wij – ‘het klootjesvolk’ – kunnen inschatten of zo’n verdrag slim is of niet?

Ik zal heus niet beweren dat er geen mensen zijn die het verdrag volledig begrijpen en de consequenties ervan kunnen overzien en dus vol overtuiging ja of nee kunnen stemmen. 
Maar ik durf wél te beweren dat dat er niet heel erg veel zijn.


Ik heb me er enigszins in verdiept, en ik snap er nog steeds bar weinig van.

Wat ik ervan heb begrepen is dit:

Dit associatieverdrag is een soort handelsverdrag, maar dan met een beetje meer.
Voorstanders van dit verdrag (o.a. het kabinet en Victoria Koblenko) zeggen dat het goed is voor de Nederlandse economie, maar ook voor de mensen in de Oekraïne, die aan de invloed van Poetin willen ontsnappen. En dat het goed is voor de mensenrechten, omdat de EU dan kan optreden bij conflicten. En dat het heus niet betekent dat Oekraïne dan vervolgens lid gaat worden van de EU.
Tegenstanders (GeenStijl, PVV, SP, Thierry Baudet) zeggen dat het heus wél betekent dat het een eerste stap is naar toetreding van de EU, dat het een gevaarlijk door oorlog geteisterd instabiel land is waar we niet mee in zee moeten, en dat er een heleboel (criminele) Oekraïeners naar de EU zullen komen omdat ze geen visum meer nodig hebben, en dat de Nederlandse markt bedolven zal worden onder de plofkippen en dat Monsanto meer voet aan de grond krijgt. Bovendien willen we geen problemen met Poetin, die onze nauwe band met Oekraïne niet zo leuk zal vinden.


Maar, denk ik dan: dat kunnen jullie nou allemaal wel zeggen, maar hoe weet ik wat waar is? Hoe weet ik wat er echt zal gebeuren? Dat kan ik toch allemaal helemaal niet overzien, met mijn beperkte kennis? Misschien dat ik er meer van zou begrijpen als ik het hele 329 (ofzo) pagina’s tellende verdrag zou lezen, maar dan nóg vraag ik me af of dat genoeg informatie oplevert om zinvolle conclusies te kunnen trekken. Ik heb er toch helemaal geen verstand van? Weet ik veel! Ik heb verstand van d’s en t’s. En van hoe je lasagne maakt met spinazie.

Het is, als je het mij vraagt, nogal debiel om het volk hierover een oordeel te laten vellen. Het vereist veel te veel voorkennis.


En waar hébben we het eigenlijk helemaal over? Het is een raadgevend referendum, met een opkomstdrempel van 30 procent. (Waardoor het in theorie kan gebeuren dat een ja-stem bijdraagt aan een nee-uitkomst, maar dit terzijde.)
Als de drempel niet gehaald wordt mag de overheid het advies naast zich neerleggen.
Als de drempel wél wordt gehaald, moet de overheid verplicht het advies oppakken en goed bekijken……en mag het dan alsnog naast zich neerleggen. Het is tenslotte maar een advies.



Hier is wat ik stiekem denk: het is een ongelofelijke mol-actie.
GeenStijl heeft gewoon onder het toeziend oog van iedereen ontzettend zitten mollen. En 25 (pardon, 40!) miljoen uit de pot gespeeld.



vrijdag 18 maart 2016

Het zwarte monster en de tweekoppige draak


Ik las wat oude blogs van mezelf terug en ik schrok een beetje; ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat ik vroeger leuker was. Grappiger, in elk geval. Luchtiger.
Ik had oog voor gekke, kleine dingetjes. Daar schreef ik geinige stukjes over en dat vonden de mensen dan leuk.


Maar ik zie ze niet meer, de gekke kleine dingetjes. Of ik zie ze nog wel, maar heb vervolgens geen zin om erover te schrijven. Want jee: moet ik dan gaan vertellen dat ik vandaag werd betrapt op het per ongeluk stelen van twee pakjes biologische roomboter bij de Lidl? 
Terwijl de wéreld in brand staat?

Want zo voel ik me, eerlijk gezegd, en gedraag ik me, vandaag de dag. Alsof de wereld in brand staat.

En dat is gek. (*kijkt door het raam naar buiten en ziet geen bommen vallen, geen rook, geen huilende mensen – slechts lief spelende kindjes in de tuin, in de vroege lentezon.*)


Het komt door Facebook en Twitter. Het komt doordat ik de stomme kop van Trump honderdduizend keer per dag voorbij zie schuiven. Het komt doordat ik voortdurend aangrijpende beelden zie van mensen in nood, ergens in de wereld. Doordat ik de godganse dag meningen lees. Stomme meningen, domme meningen, racistische, griezelige, enge meningen, waar ik me boos over maak en bang van word.

Doordat ik me veelvuldig op Internet en de social media begeef, sta ik continu met een been in de vrede en met een been in de oorlog.
En dan heb ik het dus zowel over de letterlijke oorlog – beelden van Syrië, bombardementen, onthoofdingen, vluchtelingenleed – als over de oorlog die woedt op de social media zelf. (Ik zeg het maar zo: als tweets wapens waren, dan was het in cyberspace een bloederiger slagveld dan waar ook ter aarde.)

De derde wereldoorlog is begonnen, op Internet. Ik heb dat jaren geleden al eens gezegd, ook al wist ik toen nog niet zo goed wat ik bedoelde.
Maar het is echt waar. En we doen er allemaal aan mee. Iedere uiting die je publiekelijk online doet, draagt in meer of mindere mate bij aan het op de spits drijven van….nouja, van álles.

Ik zie het Internet als een groot, zwart monster, dat alle nuance opslokt, en in een razend tempo de mensheid maakt tot een tweekoppige draak die zichzelf naar het leven staat.

Rechts tegen links. Trump tegen Bernie. Bezorgde burgers tegen ‘Gutmenschen’. 
Het kán niet goed gaan. 

En het houdt me danig bezig.



Maar soms ben ik ineens bang dat het hier op een dag ook écht oorlog wordt en dat ik dan zal denken: waarom heb ik niet gewoon wat meer genoten van de rust, van de vrede, toen het nog kon? (Zoals je naar vroegere foto’s van jezelf kunt kijken en denken: waarom was ik destijds niet wat blijer met mezelf!? Ik was zoveel mooier en jonger dan nu!)

Ik weet heus wel wat me te doen staat.
Ik weet alleen niet zo goed hoe het moet.
Het monster heeft me in zijn greep.


Ik kijk naar buiten en ik zie geen vallende bommen, geen rook, geen huilende mensen – alleen spelende kindjes in de tuin, in de vroege lentezon. 

Focus, Novy. Focus.