maandag 30 januari 2012

Lekker dan, zo'n bivakmutsverbod vlak voor de Elfstedentocht

Nou, het gaat er komen hè, het boerkaverbod.
Of nee, ik bedoel: Het verbod op gezichtsbedekkende kleding.
Want ook de integraalhelm en de bivakmuts mogen niet meer; we moeten vooral niet denken dat dit een verbod is jegens de Islam.
Haha.
Hahaha.
HAHAHAHAHAHAHAHAHA.
Hm.

Ik snap het ook eigenlijk niet zo goed: zo’n integraalhelm mag toch nog wel op de brommer? En dan moet je hem dus gewoon heel snel afzetten als je afstapt?
En zo’n bivakmutsverbod, dat is ook fraai, zo vlak voor de Elfstedentocht.
Lullig ook voor bankrovers. Zonder gezichtsbedekkende kleding herkent toch iedereen je? Zo dwingen ze je gewoon om iedereen dood te schieten.
Eh.
Ja.
Weet u, ik móést vroeger altijd een bivakmuts op, van mijn moeder, in de winter.
Ik haatte die dingen, want je had altijd zo’n stuk bevroren breisel onder je neus.
Maar het moest, want het was lekker warm. (U moet weten, ik heb de horrorwinter van 1979 nog meegemaakt.)
Achteraf jammer dat ik niet wist dat ik had kunnen zeggen: ‘Je moet maar blij zijn, mam, dat we niet in 2012 leven, want dan had ik je kunnen aangeven. Foei, je kind dwingen tot iets illegaals.’

Een verbod op gezichtsbedekkende kleding. Mogen we straks ook geen zonnebril meer op? En alleen nog een pony als we beloven op tijd naar de kapper te gaan?
Flauw, okee.

Karin Dekker, wethouder in Groningen, heeft er iets op bedacht. Een statement! Ze roept alle vrouwen op om een boerka te gaan dragen.
Huh?
Ja, dat heeft ze bedacht, onder de douche ofzo.
Wat een goed idee, Karin.
Echt.
Niet.
Jemig, ik ga toch geen boerka dragen? I mean: why? Een keertje zwemmen in een boerkini, dat lijkt me nog wel grappig. Ik zou me doodschamen, om zo’n kledingstuk te dragen, zonder de religieuze achtergrond te erkennen.
Wat een belachelijke oproep.
Maar maybe that’s just me.

Vroeger begreep ik trouwens ook al niets van de politiek, maar toen had ik nog wel het idee dat daar mensen zaten die wisten wat ze deden. Geen idee of dat zo wás hoor, maar dat dacht ik dus in elk geval. Daar waren van die wijze meneren, Van Agt en Den Uyl enzo, en die zeiden dan allemaal dingen waar ik niets van snapte dus dan zou het wel goed zijn.
Ik verlang daar soms enorm naar terug.

maandag 23 januari 2012

Hoe Lays Komijnekaas onze reis naar Hawaï gaat financieren

Ik vond vandaag een bericht in mijn inbox, van Lays chips.
Nederland mag weer een nieuwe smaak verzinnen.
Dat is al vaker gedaan en daarom zitten we nu met Lays Babi Pangang en Lays Patatje Joppiesaus.
Idioterij.
Bij de huidige inzendingen las ik ook weer de meest gekke dingen:Lays Duck Teriyaki, Lays Kersen en Chocola, Lays Pasta Carbonara.

Van mij hoeft het allemaal niet, ik hou namelijk alleen van naturel. Gewoon, lekker zout. Klaar. Geen fratsen. Maar dat neemt niet weg dat ik wel in staat ben iets te verzinnen. Iets goeds: niet te gek, niet te ingewikkeld en vooral heel uitvoerbaar.

Komt ie:













Nee?!?
Jawel hoor!
Echt!
Denk maar na. Het is briljant in al zijn eenvoud.
Komijnekaas (Of Leidse Kaas, meestal) is al decennialang niet weg te denken uit het kaasschap.Het is heel Nederlands, en tegelijk heel internationaal, want komijn komt uit eh.. Iran. Oh nee, dat is Khomeini, *googlet even op komijn* oh toch: Uit Iran, Syrië, India en Turkije.
Ik bedoel maar.

Even een zijsprongetje. Ik moet er ineens aan denken dat ik vroeger eens, toen ik een jaar of tien was, de teksten op de kruidenpotjes in de keuken heb veranderd. Van kaneel maakte ik kameel en van komijn maakt ik konijn. Vond ik zelf reuze grappig. Dat zat er al vroeg in. Dan bedacht ik dat mijn moeder tijdens het bakken van een appeltaart zou constateren: ‘Hee, verdorie, de kaneel is op. Ik heb alleen nog kameel, maar dat is natuurlijk niet lekker in de appeltaart.’


'Als jouw smaak wint en in de winkel komt te liggen, win je 25000 euro'
Nou, dacht ik, dat moet genoeg zijn voor mijn droomreis naar Hawaï.
Want ik moet eerlijk opbiechten dat het met dat sparen nog niet zo’n vaart loopt. (Dat schijnt ook lastig te zijn – om even vrij met Loesje te spreken – als je standaard aan het eind van je salaris nog een stukje maand overhoudt.)


Soms stel ik me voor dat ik meedoe aan zo’n programma. Zo’n dramatisch programma dat mensen herenigt. Ik zie het dan helemaal voor me. Ik zit met de presentator aan mijn keukentafel, de camera zoomt in en ik vertel mijn hartverscheurende levensverhaal, dat toewerkt naar een climax: het onverteerbare gegeven dat ik mijn halfzusje, dat op Hawaï woont, al 10 jaar niet heb gezien. En haar dochtertje, mijn nichtje, nog helemaal nooit! Ontroerend tot op het bot. Heel Nederland hangt aan mijn lippen.
En hop, terug naar de Studio. Ik zit op een rode bank. Er volgt een filmpje van mijn zusje, in haar natuurlijke habitat, ze vertelt dat ze mij ook zo mist. Tranen in mijn ogen.
En dan: BAM! Tickets voor mijn neus. We mogen naar Hawaï! Met ons hele gezin! Voor een familiehereniging. Applaus. Een uitzinnig publiek. Champagne.

Soms lijkt het even een serieuze optie. Want wat is nou veertig minuten publieke vernedering op een mensenleven?
Maar nee. Toch maar niet.

Ik vestig al mijn hoop op de Lays Komijnekaas.
Helpt u met mijn lobby?


zaterdag 21 januari 2012

Je moet geen foto’s van jezelf in bikini op facebook zetten

Je moet geen foto’s van jezelf in bikini op facebook zetten, dat kost je vrienden. Dat las ik gisteren ergens. Want als je jezelf in bikini laat zien, dan ben je kennelijk heel blij met jezelf. En dat hoort niet hè, blij zijn met jezelf.

Dan moet u het volgende stukje maar even overslaan, want ik was ook weer eens heel blij met mezelf. Haha.
Ik maakte namelijk vanavond een erg leuke twittergrap. Vond ik zelf dan.
Ik keek naar #tvoh, gezellig samen met mijn timeline, toen iemand iets twitterde over Chris Hordijk – en dat dat toch geen goede artiestennaam was.
En toen typte ik: Straks heet hij Chris Clark, let maar op. #LisaLois #tvoh
Nou, en dat vond ik dus zelf zo grappig hè, ik schaterde hardop. En ik dacht natuurlijk ook dat mijn tweet zou inslaan als een bom, en tienduizend keer geretweet zou worden enzo, maar nee. Dat dan weer niet. Een enkele 'haha'. Geloof ik. Maar ja.
Het was ook wel een beetje sneu. Moet u zich voorstellen: Een vrouw, alleen in de kamer, met de televisie aan, een laptop op schoot en een man die gestrand is op station Zwolle (omdat het vanavond blijkbaar een goede avond was om voor de trein te springen; 3 aanrijdingen met personen, zo’n beetje tegelijkertijd, in Nunspeet, Meppel en Emmen. Raarr.).
Die dan een uur lang om haar eigen grapje zit te grinniken.
Haha.
Lois en Clark.

:)

Trusten.

woensdag 18 januari 2012

Verschil of overeenkomst

Een vraagstuk waar ik mijn hele leven al mee worstel is het volgende. Lijken wij mensen nou vooral op elkaar, of verschillen we juist?
Antwoord: Allebei natuurlijk. Het ligt eraan hoe ver je inzoomt.
Van een afstand lijken we allemaal op elkaar. Hoe dichterbij je komt, hoe meer verschillen je ziet: we zijn meer of minder intelligent, we worden kunstenaar of bankdirecteur, we houden van reizen of juist van thuisblijven, we stemmen groen links of pvv, we houden van Coldplay of van Rammstein, we neuken erop los of blijven ons hele leven trouw aan een persoon.
Okee.
Maar dat is niet wat ik bedoel.
Mijn worsteling zit hem in de vraag: focus ik me, als mens, in relatie tot mijn soortgenoten, op de verschillen of de overeenkomsten?
Zijn we in wezen, van nature, eenzaam of weten we ons verbonden?

Vroeger, als kind, in het dorp waar ik woonde, voelde ik me ánders.
Ik voelde me een rode knikker, tussen allemaal blauwe knikkers, zoals Claudia de Breij dat eergisteren zo treffend zei in het programma 24 uur met... Later, vertelde Claudia, leerde ze andere rode knikkers kennen; ze wáren er dus wel, maar niet in het dorp waar ze opgroeide.
Ook dat herkende ik; ik kwam ook later in mijn leven andere rode knikkers tegen.
En dat hielp tegen de eenzaamheid.


Ik vond het maar een mooie metafoor, dat met die knikkers.
Maar later in bed dacht ik: is het wel zo?
Zijn er rode en blauwe knikkers?
Ik bedoel: weten de blauwe knikkers dat ze blauwe knikkers zijn en voelen ze zich ook zo, lekker veilig en geborgen tussen al die andere blauwe knikkers?
Of voelt iederéén zich misschien een rode knikker tussen allemaal blauwe?
En zijn er dus helemaal geen blauwe knikkers? Of: geen rode knikkers dus eigenlijk?
Voelen we ons allemáál anders en zijn we daarin juist dus weer heel erg hetzelfde?
Of wil ik dat gewoon graag, vanuit mijn onvermogen werkelijk contact te maken?


Ik had toevallig een paar weken geleden een etentje met vier vriendinnen van de lagere school. Dat was enorm leuk, maar ook weer zo rode-knikkerig!
Zij waren daar, vroeger, in dat dorp.
Ik niet.
Niet echt.
(Maar blijkbaar dan toch, want ik kon meepraten, we hadden gemeenschappelijke herinneringen, en hee, ik was uitgenodigd voor dat etentje, dat is al bewijs genoeg.)
Maar ik vraag me nu dus af: zagen zij mij als rode knikker? Of zagen daar vijf rode knikkers vier blauwe knikkers bij zich aan tafel zitten?
Pff.
Hoe dan ook, het maakt niet uit, want het blijft hetzelfde: If all marbles are red, some marbles are redder than others. Het is een feit dat ik altijd heel gelukkig word als ik een andere rode knikker tegenkom, in bijna exact dezelfde schakering.


Hm. Ik geloof niet dat ik helemaal die mooie ronde cirkel heb gemaakt die ik voor ogen had met dit filosofisch werkje.
Nja.
Filmpje!


zondag 15 januari 2012

Doe het niet! Onverstandig!

Het gaat meestal niet om de dingen die de mensen zeggen, maar juist om de dingen die men niet zegt. Een onderwerp dat ik hier bewust of onbewust heb verzwegen is onze mogelijke verhuizing naar Zwolle.
(Zwolle, Zwolle, ik vind het nog maar wat, hoor. Ik heb mezelf altijd gezien als een Big City kind-a-girl: Parijs, NewYork, Amsterdam, dat waren de steden waar ik zou wonen. En wat dat betreft is Groningen natuurlijk al een beetje sneu. Maar ‘Zwolle’? I mean, fucking Zwollywood? Zucht. Ik kom hier nog op terug.)

Dit was het plan.We zouden eerst ons huis verkopen en pas daarna gericht naar een nieuw huis zoeken. Dus voorlopig alleen maar op Funda kijken om ons te oriënteren, om te zien wat er zoal te koop is in Zwolle, met ons budget.
En dus niet alvast verliefd worden op een huis.
En al helemaal niet nog voordat ons eigen huis officieel te koop staat.

Nou.
Dat is mislukt dus.
We zijn verliefd.
Het zou ook eens niet.


Ik ga het adres niet noemen en het huis ook niet te precies omschrijven, want dan gaat u het natuurlijk snel voor onze neus wegkopen en dan zijn wij onze droom kwijt.
Hoewel, dan waren we daar ook maar weer mooi vanaf.
Want het is me wat, mensen.
Op het huis hangt een groot spandoek met de woorden: Doe het niet! Onverstandig!
Maar hee, dat is precies wat ik las op het voorhoofd van Henk, zo’n twintig jaar geleden.
We liepen door het huis met de makelaar, met wie we tegen beter weten in een afspraak hadden gemaakt, en vielen van de ene in de andere verbazing.
Jute op de wanden en karton op de grond, scheuren in de muren, verzakte vloeren, zwam in de fundering, geen centrale verwarming, een ongeïsoleerde bovenverdieping en een badkamer en keuken van voor de oorlog. En dan bedoel ik van voor de oorlog.
U begrijpt: echt een huis om verliefd op te worden.




Kijk, het heeft een gezichtje:


woensdag 11 januari 2012

Klapvee of VIP, hoe je het maar wil noemen

Voor een dubbeltje op de eerste rang, that’s my middle name. Dat is geloof ik niet echt iets om trots op te zijn, maar ik ben er wél heel goed in! Ik word heel vaak uitgenodigd voor premières en ik krijg altijd maar overal vrijkaartjes voor; dat heb je, als bijna al je vrienden acteur of kunstenaar of muzikant zijn, of op ‘leuke plekken’ werken. (Ik vraag me regelmatig af wat mijn plaats is in het geheel, want ik ploeter slechts wat buiten de schijnwerpers – en zou ook niet anders willen, maar dit terzijde.)
Vandaag was er weer zoiets.
Ik mocht mee naar de uitreiking van de EBBA awards, hier in Groningen, tijdens Eurosonic/Noorderslag.
En dat was echt geweldig leuk!
We zaten aan tafel nummer 5: een tafel, met daarop een fles rode wijn en een fles witte wijn op ijs, en glazen en helaas geen, maar dat was een foutje, want alle andere tafeltjes hadden ze wel borrelhapjes. En aan het tafeltje naast ons zaten dan Halbe Zijlstra (wat deed die daar eigenlijk?) en de burgemeester enzo.
‘Klapvee,’ waren we. Maar dat klinkt dus echt een stuk naarder dan het was, kan ik vertellen. Want ik vond het helemaal niet erg hoor, om enthousiast te juichen voor Agnes Obel, Selah Sue, Anna Calvi en James Vincent mcMorrow, die op een paar meter afstand van ons optraden.
Het was echt gekkehuis heel grappig. Met camera’s en de hele mikmak.
En Jools Holland. En prijzen die uitgereikt werden. En zilveren Serpentines.
En wij maar een beetje wijn drinken aan die tafel en jong en hip zijn.
Want dat was de opdracht.

Applaus voor Selah Sue!

(En ik vrees dus dat ik op televisie ben, vrijdagavond.)

zondag 8 januari 2012

This one's for Anna-Maria


Hallo!
Hallo?
Kent u mij nog?
Ik ben het, Novy.
U weet wel, Novy! Die altijd van die leuke logjes schrijft over haar leven. Nja. Die.

Ik was er even niet. Lui, denk ik.
Want er waren heus dingen: leuke dingen, gezellige dingen, ongezellige dingen, pijnlijke dingen, spannende dingen, saaie dingen. Maar niets daarvan haalde het zwart op wit.
Maar nu de vakantie is afgelopen zal het wel weer op gang komen. Daar ga ik vanuit.


Nu ik hier toch ben, wil ik even uw aandacht vragen voor het volgende.
Tsja, u vindt het misschien niet zo interessant, dat zou kunnen, en ik wil er zelf ook niet al te veel mee te maken hebben, maar ja, het gaat om Anna-Maria, en als je aan Anna-Maria komt dan kom je aan mij.
Kent u Anna-Maria nog? Onze oppas, ons kind-aan-huis, onze steun en toeverlaat en protégée tegelijkertijd, onze Anna-Maria?
Nou, die had dus een tweet verstuurd naar 3fm, in de week voor de Serious Request actie in het glazen huis, en op zondag 12 december, in het radioprogramma Timur Open Radio, zo rond half 1, kwam deze tweet ter sprake.

(Het is een heel gedoe om het fragment in kwestie te vinden, te downloaden en uiteindelijk af te luisteren dus ik heb het even voor u uitgeschreven.)

Timur: ‘Hee Ramon (Verkoeijen, red.), er is hier een meisje, Anna-Maria, die vraagt hoeveel geld ze moet betalen om jou als date mee te krijgen naar haar schoolgala.’
Ramon: Hahahaha
Timur: Haahahaha
Ramon: Hahahahahhaa. 'Nou dan zal ik het niet te duur maken. 1000 euro.’
Timur: ‘Aaah dat lukt haar nooit, hahaha.’

Ja.
Nou is het zo – en dat wisten zij natuurlijk niet – dat ‘dat lukt haar nooit hahaha,’ niet iets is dat je tegen Anna-Maria moet zeggen.
Er kwam een plan, om geld in te zamelen.
En er kwam een flyer.
En hoe ze het voor elkaar gekregen heeft is me een wonder, maar op donderdag 23 december had ze een bedrag van 1075 euro bij elkaar, voor de actie “This one’s for mama’ én in ruil voor een date met Ramon (Verkoeijen, red.) dus.

Ze begon meteen enthousiast te twitteren en facebooken naar 3fm en Ramon (Verkoeijen, red.) om het goede nieuws te melden (zo heel serieus was het overigens niet; het was vooral gewoon een ludieke actie - en inmiddels was er ook al een andere jongen om mee naar het gala te gaan) maar ze kreeg geen reactie. Niets!
Ze belde met 3fm en werd afgepoeierd, tot drie keer toe!
Nah. Dat is toch stom?
Ik bedoel, goed, dan heb je écht geen zin om naar een of ander schoolgala te gaan met een of ander meisje - ook al heb je dat dan wel geroepen op de radio – maar verzin dan op z’n minst iets anders, weet ik veel. Zeg iets! Doe iets! Ramon Verkoeijen!


Of laat ook maar.

zondag 1 januari 2012

Hè hè, klaar - en door. Oftewel: Oud en Nieuw

Doodmoe ben ik. En eigenlijk ging ik het liefst nu al naar bed, maar ja: geen logje wijden aan de tiende verjaardag van mijn dochter, de tiende verjaardag van mijn moederschap, dat kan natuurlijk niet.
Maar het is heus niet niks hoor:  al tien jaar lang Oud en Nieuw en een kinderverjaardag vieren in één.
Kijk, je doet het natuurlijk gewoon, hè, maar toch zeg ik, als u van plan bent een kind te krijgen op 1 januari: denk daar nog een keertje over na.

En we zouden natuurlijk onze oudejaarsavond rustig op de bank kunnen doorbrengen; een beetje naar Youp kijken, één glaasje champagne drinken om dan om kwart over 12 uur naar bed, maar ja: dat past nou eenmaal niet zo goed bij ons, ik heb bovendien Oud en Nieuw altijd het leukste feest van het jaar gevonden. Dus komt het er tegenwoordig op neer dat we zo tegen de ochtend met kruitdamp in ons haar in bed rollen en een paar uur later fris en fruitig ons kind cadeautjes laten uitpakken, een taart in elkaar gaan flansen en 's middags vanaf een uur of vier het hele huis vol visite hebben.... want dat is namelijk absurd: Bo's verjaardag lijkt altijd wel een nieuwjaarsreceptie. Niemand vergeet natuurlijk ooit de datum en iedereen is vrij, dat werkt mee. Maar volgens mij heeft het vooral te maken met de troef: we hebben namelijk altijd stamppot zoute snijbonen.
Zoute snijbonen, denkt u nu?
Ja, zoute snijbonen.
Dat is een (Groningse?) traditie, die mijn schoonouders in ere hielden: Op Nieuwjaarsdag at men stamppot zoute snijbonen. Vroeger werd de pan warm gehouden op de kachel en iedereen die aan de deur kwam met de beste wensen, mocht een bordje opscheppen. Het werkt geweldig tegen een kater, dat moet de achterliggende gedachte zijn geweest.
Sinds de geboorte van Bo was het de gewoonte geworden dat mijn schoonouders hun pan snijbonen meenamen als ze naar ons kwamen en tegenwoordig maken we het zelf.
En vandaag hadden we ook nog Mosterdsoep. Joh.

Dit allemaal om er maar een beetje omheen te lullen.
Onze dochter is tien.
Tien!
Dat is een getal met twee cijfers, hoor! En daar komt ze voorlopig niet meer vanaf.



Op de foto is ze nog een beetje negen.