zaterdag 27 december 2014

Van de vinger en de speld

Had ik de grap al verteld van de vrouw die haar vinger tussen de achterklep van haar auto kreeg? Omdat ze er in een vlaag van verstandsverbijstering vanuit ging dat hij die de klep dichtgooide wel zou zien dat ze nog even haar hand naar binnen stak om een omvallende tas recht te zetten? In het donker, langs een drukke weg in de stromende regen?
Ja.
Nou, dat deed dus pijn. Best wel.

Maar goed, hij zat er nog aan, de vinger, dus om hij die de klep dichtgooide zich niet al te lullig te laten voelen – en niet in de stress te brengen; hij die de klep dichtgooide was namelijk een opdrachtgever die me net gevraagd had een heleboel voor hem te gaan typen – kermde ik zo wat, maar reed toch dapper en grappend met hem door de avondspits naar het zwembad met achterin twee kindjes.
(Ik had een werkbespreking bedacht op de tribune bij de zwemles van mijn jongste dochter en haar vriendinnetje. Om een en ander wat te combineren. Dat lijkt misschien een beetje gek, maar in het licht van de onwaarschijnlijke hectiek van de laatste weken voor de kerstvakantie, lag het echt alleszins voor de hand.)

Maar goed, die vinger dus, die deed goed pijn. Werd ook meteen blauw en dik.

Inmiddels is dit ruim twee weken geleden.
Het doet niet echt pijn meer, behalve – en dan helaas ook meteen heel erg – als ik per ongeluk met mijn knokkel iets aanraak. Of als ik per ongeluk iets te stevig vastpak.
En ook al ben ik voorzichtig, het gebeurt toch steeds.
Gemiddeld 10 keer per dag ga ik 2 minuten lang het liefst dood.
En als ik naar buiten ga, en het is koud, dan wordt een heel gedeelte van mijn vinger spierwit.
Het is een 'vegetatieve ontregeling als gevolg van het trauma,' zegt de fysiotherapeut.
Bij wie ik overigens was voor mijn schouder, die ook pijn doet. Al maanden.
Haha.

Maar ik zie het maar zo: kan ik vast een beetje oefenen voor als ik straks misschien die knokkelkoorts oploop, of hoe heet die stomme ziekte.

Want ik ga natuurlijk gewoon hè, naar Curaçao. Duh.

De strijd om de beslissing werd uiteindelijk beslecht door een bizarre psychologische kronkel waar ik op stuitte.
Kijk.
De mensen met wie ik daar ga zijn en werken, die gaan namelijk gewoon wel.
En als ik zou besluiten om niet te gaan – naar dat lekker warme eiland in de Caraïben waar ik al heel lang dolgraag eens naartoe wil – dan zou ik waarschijnlijk best balen als ik naderhand zou horen: ‘Nou, niemand ziek geworden hoor en bijna geen mug gezien. Je had gewoon mee moeten gaan.’
Maar keer dat om, dan zou ik dus in feite hopen dat in elk geval een van hen ziek terug zou komen...? Om me bevestigd te zien in mijn keuze?

Dat vond ik zo’n onthutsende gedachte!
Dat zou me een heel naar mens maken! 

Dus daarom ga ik.
Ik kan er zelf geen speld tussen krijgen.


Een mooie jaarwisseling gewenst!
Tot volgend jaar!

woensdag 17 december 2014

Chikungunya


Ik heb een nieuw woordje geleerd! Chikungunya.
Het lijkt eerst een beetje moeilijk, maar als je het een keer of honderd hebt uitgesproken gaat het best.
Tsjie-koen-koen-ja.

Ik had er nooit van gehoord.
Tot iemand me dit nieuwsbericht stuurde, gisteren.




Dit heb ik weer, dacht ik.
Want ik ga namelijk over tien dagen naar Curaçao. (Voor mijn werk!)

Ik ging ook eens naar Hawaii en toen vroeg iemand een week voor mijn vertrek of ik wel wist dat Noord Korea een atoombom op Hawaii wilde gooien.
Toen dacht ik ook: dat heb ik weer.

Nou was dat met die bom destijds alleszins meegevallen, dus ik besloot in eerste instantie dat het met die tijgermug ook wel zou loslopen.

Maar vandaag ging ik me toch maar even wat meer in verdiepen in de toestand en werd daar niet vrolijk van: de toeristenbranche probeert een en ander nog wat te verdoezelen, maar fokking bijna iedereen is ziek daaro! Of wordt het binnenkort.
Bijna al die klotemuggen dragen dat virus bij zich.
Dus als je geprikt wordt ben je de lul.
Oftewel, zoals het in plaatje hieronder staat geschreven, dan ben je 'flink aan de beurt'.



Misschien vindt u het zeikerig, maar ik ben nogal bang voor ziek.
Ik kreeg eens een keer eerder een virus en lag vervolgens zeven jaar in bed.

Dus stel nou dat ik dit krijg – en dat is zeker niet ondenkbaar – en dat het dan ook meteen weer heel erg wordt (dat zul je namelijk weer net zien) en dat ik dan een jaar lang met vreselijke gewrichtspijn rondloop en weet ik veel wat voor andere shit. 
Dat zou toch minstens niet tof zijn! Want hoe moet dat dan? Ik heb geen baas bij wie ik me ziek kan melden. Ik heb als mini-zelfstandige geen arbeidsongeschiktheidsverzekering. En wel drie kinderen, die me momenteel nogal hard nodig hebben.

Los daarvan: Hoe leuk ga ik het daar hebben? Als ik de hele dag bang moet zijn dat ik geprikt word?
Staat zo'n verblijf dan niet in het teken van de muggenparanoia?
Het beest steekt overdag dus er wordt aangeraden om tussen 11 en 17 uur bedekkende kleding en dichte schoenen te dragen.

Even kijken.
Ik ga naar Curaçao en neem mee: mijn bikini, een snorkel, zomerjurkjes en slippers. bedekkende kleding en dichte schoenen.

En je moet je de hele dag insmeren! Met eucalyptusolie. En deet.
(Daarmee komt het ineens weer goed uit dat je geen slippers mag dragen, want deet eet plastic! Zoiets las ik, vandaag, enfin.)

Ik las veel.
Alles wat ik maar kon vinden over Chikungunya.
Horror stories voornamelijk, over helse pijn en jeuk en koorts en maandenlange ellende.
En ook een paar geruststellender berichten als stel je niet aan, kom lekker genieten en zorg gewoon dat je niet geprikt wordt.
Ik las dat de universiteit van Wageningen heeft ontdekt hoe het virus werkt, over kruidenvrouwtjes die papajabladeren gebruiken als alternatief medicijn en ook heel veel horror stories, over helse pijn en jeuk en koorts en maandenlange ellende.

 Zucht. Wat moet ik nou weer doen dan.