zondag 28 februari 2016

Home Swiet Home



Een tijdje geleden kreeg ik de vraag of ik wilde meewerken aan een initiatief om vluchtelingen die in Groningen in de noodopvang zitten een gezicht te geven; opdat Groningers hun 'nieuwe buren' een beetje kunnen leren kennen.

Ik zei onmiddellijk ja. Ten eerste omdat ik nieuwsgierig ben en dingen altijd graag met eigen ogen zie; ik was reuze benieuwd hoe het er daaraan toegaat, hoe de sfeer is, op zo’n COA-locatie. En ten tweede, omdat ik dacht: mooi, dan doe ik ook meteen iets – zij het dan minimaal – voor de vluchtelingen.

Want dat vond ik eigenlijk wel: dat ik iets moest doen.
Maar ik wist niet zo goed wat dan.
Ik ben namelijk eigenlijk niet zo helperig, eerlijk gezegd, uit mezelf.
Ik help mijn kinderen, ik help wel eens een vriend of vriendin, en ik help mijn moeder. Maar dan houdt het op. Mijn oude buurman, die waarschijnlijk ook wel eens hulp kan gebruiken, help ik niet. Maar toen het meisje van de thuiszorg vorige week bij mij aanbelde of ik even wilde assisteren; meneer was gevallen in zijn slaapkamer en ze kon hem alleen niet overeind krijgen, voelde ik me de rest van de dag wel heel goed; ik had toch maar mijn buurman van de grond opgeraapt!

Waarmee ik maar weer constateerde: we willen wel helpen, maar weten vaak niet zo goed hoe, of we moeten eerst een bepaalde schroom overwinnen. (Ik zeg ineens we, omdat ik denk dat er wel mensen zijn die dit herkennen.)

Enfin.


Een van de gesprekken die ik had was met Ebaa. Een stoere Syrische vrouw, die in haar eentje gevlucht is. Haar man en haar drie kinderen zijn nog in het kapotgeschoten Aleppo. Het leek het beste idee om alleen gaan, maar nu, na zes maanden in Nederland, weet ze ineens niet meer op ze er wel goed aan heeft gedaan. Zij zit nu hier – ze is veilig, maar haar familie is nog dáár.

Het interview was in het Spaans. Dat sprak zij heel goed en ik een beetje. Niet zo dat ik heel intelligente vragen kon stellen, maar goed genoeg om haar te verstaan. Ik hoop vurig dat ik inderdaad goed heb begrepen dat ze zwemjuf is. 
Wat een hartverscheurend verhaal. Op een bepaald moment zat ik zelf gewoon mee te huilen. Ik heb ook drie kinderen. Je moet er toch niet aan denken.


Thuis zocht ik haar op, op Facebook. Toen moest ik opnieuw slikken.
Want zo is het dus gewoon hè. Zo zit je nog op een scooter met je spiegelzonnebril op, en zo is je hele stad platgebombardeerd en ben je ineens in een vreemd, koud land, na een afschuwelijke reis, in totale wanhoop omdat je niet weet wanneer en of je je kinderen weer zult zien.

Poeh.





maandag 8 februari 2016

Wegkijker?




Een tijdje geleden kwam deze foto voorbij op Facebook.
Ik vond het een gekke foto, die allerlei gevoelens bij me opriep.
Tegelijkertijd snapte ik natuurlijk ook wel dat ik niet precies wist waarnaar ik keek. Dat is altijd het gevaar met foto's, zeker als ze niet in een duidelijke context zijn geplaatst. Een foto is letterlijk een momentopname, die wellicht niet het hele verhaal vertelt. 

Wat ik denk te zien?
Een groepje vluchtelingen, bestaande uit zeven mannen, één vrouw en drie kinderen, op weg naar een veilige plek in Europa.
Wat me opvalt? De mannen dragen allemaal schoenen en de vrouw niet; zij draagt slechts de drie kinderen.

Huh? dacht ik.
De reacties onder de foto brachten niet veel duidelijkheid.
Iemand zei: 'Misschien waren de schoenen van de mannen allemaal te groot voor haar. En je kunt nog beter op blote voeten lopen dat op te grote schoenen, want daar krijg je blaren van.'
Euh, ja. Dat zou kunnen ja.

Iemand anders zei:
'Het is een cultuur-ding. Wij kunnen dit niet beoordelen met onze westerse bril op. Dat is nou eenmaal zo in hun cultuur; kinderen zijn het pakkie-an van de vrouw. Wij vinden dit misschien aanmatigend, maar zij voelen zich er waarschijnlijk comfortabel bij.'
Euh, ja. Dat zou ook kunnen. (Met de nadruk op comfortabel.)

Ik vond het al met al niet bevredigend.
Als het een groepje Nederlanders was geweest hadden we met z'n allen in koor geroepen: 'Hee stelletje eikels, doe eens even galant zeg! Je laat je vrouw toch niet op blote voeten drie kinderen meezeulen? Til ook eens even een kind! Tjemig.'
Maar omdat het geen Nederlanders zijn, doen we dat niet. We zijn voorzichtig. Want buiten dat we het misschien niet helemaal snappen hoe het zit, willen we natuurlijk andermans cultuur niet bekritiseren.
Maar toen dacht ik aan Aletta Jacobs en aan de Dolle Mina’s, en aan wat er de afgelopen eeuw allemaal bereikt is in Nederland op het gebied van gelijke rechten.
En ineens galmde de stem van Geert door mijn schedel. Hij riep iets over 'verislamitisering van de samenleving'. 
Sssst! riep ik.

Ik ben namelijk een ontzettend links watje. Tot de vluchtelingencrisis verhoud ik me in principe als volgt: ‘Kom maar hoor, kom maar hier. Kom maar mensen, wier huis is kapotgeschoten, wier kinderen bang zijn en hongerig. Kom maar, na die ellendige tocht met een bootje over de zee en op je blote voeten door het bos, kom maar, hier is het veilig. Hier zijn geen bommen, hier is vrede.’

Maar nu schrok ik dus ineens een beetje. Ben ik misschien …. te naief?

Als ik denk aan vluchtelingen, dan denk ik aan mensen. Mensen, zoals ik er ook een ben. Mensen die menswaardig moeten kunnen leven. Mensen die van hun kinderen houden en ze veilig willen laten opgroeien.
Ik denk in eerste instantie, zo besefte ik ineens, niet aan de religie die ze meebrengen.
Ik heb daar namelijk niet zoveel mee. Met religie in het algemeen.
Ik weet natuurlijk dat er veel mensen zijn die in God of in Allah geloven, maar dat negeer ik altijd maar zo’n beetje. Niet als fenomeen, maar wel in de praktijk van het dagelijks leven. En dat gaat me prima af.

Ik ben overigens voor vrijheid van godsdienst. Iedereen doet maar. Moet er een moskee komen? Dan moet er een moskee komen. Hoofddoekjes? Ook prima. Zolang ik mijn lokken maar mag laten wapperen, haha.

Haha.

Hee, daar had je Geert weer. Wegkijker! riep hij, van binnenuit in mijn oor.
Hou je mond! riep ik terug. 
Laat me even denken!



In ogenschouw nemend dat de toename van de bevolking in Nederland door asielzoekers nog steeds maar heel klein is, zelfs als het nog een tijdje doorgaat (dus waar hebben we het eigenlijk over?) is het tegelijkertijd wel een feit dat het aantal (streng) gelovigen in Nederland procentueel meer dan evenredig stijgt. (Want hoeveel atheïsten zouden er zijn onder de Syrische vluchtelingen? En waarom voelt dit als een taboe-vraag?) 
Een toename die, bovendien, wordt gevormd door een geloof dat gepaard gaat met specifieke normen en waarden, die hoe dan ook invloed zullen hebben op 'onze' maatschappij - en die niet perse altijd zullen stroken met bepaalde nationale morele verworvenheden. 

Als we een multiculturele samenleving nastreven (wat we tot op zekere hoogte al zijn, maar wat nog veel meer zal toenemen, want grenzen dicht? hoe dan? ik geloof daar eerlijk gezegd niet in. Omdat ik vind dat het niet moet, maar ook omdat ik niet inzie hoe het kán; want wat is de uiterste consequentie? Gaan we mensen aan de grens doodschieten? Ik denk ik stel de vraag even) dan moeten we ons ervan bewust zijn dat er aan die verworvenheden geknabbeld gaat worden.

En dat niet erg vinden.