zaterdag 28 december 2013

The night Santa stole my likes



Zo.
Heeft u de Kerst ook weer overleefd?
Wij wel hoor.
We zagen een film over een pratende eland met de stem van Jeroen van Koningsbrugge, we aten wild zwijn en pizza, en speelden monopoly.

En door!

Momenteel zit ik te broeden op een goed voornemen. Ik denk dat het iets wordt als: ‘meer genieten van het moment.’ Of: ‘meer in het nu leven.’
Daar ben ik niet zo goed in, namelijk. De afgelopen maand die als een sneltrein langs geraasd is maakte dat weer pijnlijk duidelijk.
Het was een en al stress, drukte en chaos.
Er was een Kerstdiner op de school van de kinderen, dat echt heel leuk was. Echt heel leuk.
Maar ik merkte het niet. Want ik zat met mijn hoofd bij wat er allemaal nog daarná kwam. Straks, straks is de echte Kerst en ik moet nog zoveel doehoen!, dat werk.
En dan blijkt achteraf ineens dat dat Kerstdiner op school het hoogtepunt was.
Toch jammer dan, dat ik het niet doorhad.


Ik wil eigenlijk even iets kwijt in de categorie: ‘whatever, maar toch raar’.

Vorige week blogde ik over de truthie. En het leek erop dat heel veel mensen dat leuk vonden.
Mijn verhaaltje werd her en der gedeeld op Facebook en heel vaak geretweet op Twitter.
Echt jonge, mijn truthie ging bijkans viral!

Onder aan mijn blog staat sinds een tijdje een knop. Een ‘vind ik leuk’ button, van Facebook. (Geen idee waarom, ik kan me niet herinneren dat ik dat heb gedaan. Ik zou ook niet kunnen vertellen hoe het moet, dus waarschijnlijk is het vanzelf gegaan. Oeh, die spannende wereld van het internet…)

Sinds die knop er zit krijg ik aanzienlijk minder reacties, maar dat geeft niet, want ik vind vind ik leuks ook leuk. 
Op Kerstavond hadden inmiddels 58 mensen op de knop onder het genoemde blogje geklikt. Achtenvijftig! Dat is bijna zestig! Woh!
Maar toen.

Het was Eerste Kerstdag 1961 2013 ik weet het nog zo goed, mijn konijnehok likebox was leeg....
Nou ja, bijna leeg: de teller stond ineens op 10.



Maarmaarmaar….!
Refresh refresh refresh.
Ja hoor, het staat er echt. 10.
Op de andere blogpagina’s was het aantal likes gewoon ongewijzigd.
Dus: huh?

Hebben, in de nacht voor Kerst, achtenveertig mensen zich bedacht? En de moeite genomen naar mijn blog te surfen om op de vind ik niet meer leuk knop te klikken? Really? What did I do!?

Of:

Heb ik alles gedroomd?


Nja, ik zei het: Whatever.
Maar toch raar.

donderdag 19 december 2013

Truthie

Selfie is gekozen tot het woord van het jaar 2013. Dat weten we inmiddels allemaal.
Ik zou persoonlijk hebben gekozen voor ‘koningslied’, omdat dat woord nog steeds op mijn lachspieren werkt (en ik er heel leuke herinneringen aan heb), maar het werd dus ‘selfie’.

En die selfies, ik vind daar iets van.
Ik vind ze te mooi allemaal.

Langzamerhand zijn we een virtuele wereld aan het bouwen waarin alles zo mooi mogelijk wordt voorgesteld. En zo lelijk mogelijk aan de andere kant; alles wordt uitvergroot en aangedikt op internet. Omdat het kan. Er ontstaat een digitale wereld van extremen, met veel minder nuance. Ik voorspel dan ook dat het in de virtuele wereld nog eerder en harder uit de hand gaat lopen dan in de echte wereld. De derde wereldoorlog zou zich wel eens in cyberspace kunnen afspelen.
(..)
Maar laat ik me beperken tot de selfies, voor ik weer eens enorm door de mand ga vallen als amateurfilosoof.

Ik ben benieuwd naar hoeveel pogingen er vooraf zijn gaan aan de gemiddelde selfie.
Daar zou iemand eens onderzoek naar moeten doen!
Hoeveel te licht bevonden selfies worden naar de prullenmand gesleept alvorens een nieuwe profielfoto op Twitter verschijnt?
Ik denk dat er meer afgekeurde selfies in het digitale heelal zweven, dan er mieren zijn op aarde.

Het moet maar eens afgelopen zijn, vind ik. Met die ijdeltuiterij.
Het is tijd voor de waarheid. Zet jezelf op de foto in je waarachtigste momenten. Als je net uit bed komt. Met uitgeveegde mascara. Of ei op je wang. Gewoon, net als in het echte leven. Maak een zelfportret als je onderuitgezakt op de bank met openhangende mond naar je laptop zit te staren. Dan ben je pas een held.

Ik voorspel een rage.
De truthie wordt het helemaal.
Ik weet nu al het woord van het jaar 2014.


(Haha.)

maandag 9 december 2013

De eighties-eruptie


Ik was een jaar of 15 toen ik voor het eerst de naam Nelson Mandela hoorde.
Op de radio, in dit liedje (hoewel ‘liedje’ een beetje raar klinkt voor zo'n protestsong):




Ik weet nog dat ik dacht: Wie is dat eigenlijk, Nelson Mandela?
Dus toen ging ik even googlen.

Haha. O nee.

Dit vind ik dus ineens een onthutsende ontdekking. Dat ik me eigenlijk al bijna niets meer kan voorstellen bij het pre-internettijdperk. Het is idioot hoe snel je gewend raakt aan dingen.
Hoe deed ik dat vroeger, als ik iets wilde weten? Ging ik dan een boek halen bij de bibliotheek? Vroeg ik het aan mijn ouders? Ik denk het.
Of eigenlijk denk ik het niet; zeker niet in het geval van Nelson Mandela, want toen was ik 15 en keihard aan het puberen en vroeg ik helemaal niets aan mijn ouders, behalve of het eten al klaar was en hoe laat ik thuis moest zijn ‘s nachts. (Waarschijnlijk dacht ik gewoon: nouja, daar kom ik vast nog wel eens achter, en ging weer verder met mijn leven.)

‘Wilde jij toen je 12 was ook graag een telefoon?’ vroeg Bo vanavond aan me.
‘Toen waren we er toch nog helemaal geen mobiele telefoons, gekkie,’ zei ik. ‘We hadden wel een telefoon, maar die zat vast met een snoer in de muur.’
En ik zag hem weer voor me, onze telefoon. Zo’n lelijk grijs-beige ding, met zo’n kiesschijf en een gekruld snoer. Hij stond op het bureau van mijn vader.
Als je moest bellen, dan zat je daar.
Later kreeg ik een eigen telefoon op mijn kamer. Van de Kijkshop. Een rode, die je in een houdertje aan de muur kon hangen. Hij hing bij mij op het deurkozijn. Ik kon in de vensterbank zitten bellen.
Het leuke was dat je kon doorverbinden.
Als ik de telefoon opnam en het was bijvoorbeeld iemand voor mijn moeder, dan kon ik zeggen: ‘Momentje, ik verbind u even door.’ En dan drukte ik op 1 waarmee ik naar beneden belde, naar het bureau van mijn vader. Mijn moeder nam op en ik zei: ‘Die of die is aan de telefoon voor je,’ en legde vervolgens op waarmee ik de verbinding tot stand bracht tussen de andere twee partijen. Machtig.
‘Oh, dat wil ik ook,’ zei Bo.

Een radio had ik dus ook op mijn kamer. Een radiocassettedeck. Die stond op een plank aan het voeteneind van mijn bed. Als er een leuk liedje kwam nam ik een snoekduik en landde op mijn buik op mijn bed, precies met mijn twee wijsvingers op de goede knoppen, de play en de rec. Tegelijk. Ik was daar erg goed in.
En dan: de euforie! Eindelijk dat ene mooie nummer te pakken. Maar tegelijk de stress: stond het bandje wel scherp, precies aan het eind van het vorige liedje? En de zorgen: gaat de deejay er zometeen niet te vroeg doorheen gaat praten?
Fantastisch waren ze, die cassettebandjes. De mooiste liedjes van de radio achter elkaar (met tussendoor telkens  een harde KLAK). En dat je dan twintig jaar later nog steeds, als je Dont’ leave me this way van de Communards hoort, daarna verder zingt met Take these broken wings. Omdat die nou eenmaal na elkaar kwamen op je bandje.

Euh. Sorry. Dat was even een eighties-eruptie.

Terwijl ik eigenlijk iets heel anders wilde vertellen. In 1990 ging ik een maand alleen op reis. Op interrail. Door Italië en Griekenland, naar steden en eilanden, in treinen, op boten, en dat allemaal zonder mobiele telefoon! Dat mijn moeder dat goed vond zeg! Ik kon alleen een teken van leven geven áls ik ergens een telefooncel vond, áls zo’n ding het dan ook nog deed en áls ik genoeg juiste muntjes had – want collectcall werkte nooit.
(En dan heb ik nog niet eens over je foto’s niet op Facebook kunnen zetten, hè.)


We gingen vandaag een kerstboom kopen bij de Ikea en ik vergat mijn telefoon, thuis.
Dat doe ik anders nooit! Ik vergeet nooit mijn telefoon!
Het zweet brak me uit. Maar omdat ik besloot dat het ook zo kinderachtig was om als een klein meisje te blijven jammeren tegen mijn drie kinderen in de auto, vermande ik me en dwong mezelf laconiek te blijven; vroeger kon ik dit toch ook!
Nou, en het ging best goed.
Hoewel het wel even jammer was dat ik geen foto’s kon maken en dat ik Henk niet even kon bellen met de vraag of we eigenlijk nog zo’n kerstboomstander in de schuur hadden liggen en ik me toch heel blij voelde toen we met de kerstboom naar huis reden. Ik ging lekker weer naar mijn telefoon.
Waar vier gemiste gesprekken, 3 whatsapps, 5 facebookmentions, 2 wordfeuduitnodigingen en 13 nieuwe mails op me lagen te wachten.

Ergens mis ik die jaren tachtig toch een beetje.