dinsdag 26 maart 2013

Heb ik te maken met een Friese feeks ofzo?

Hallo! Daar ben ik weer eens. (U weet wel, die ontaarde moeder die haar kind van 11 met een iPhone laat rondlopen.)

Ik wou even een kwestie bespreken.
Niets belangrijks hoor, ik lig er niet van wakker, maar toch: opmerkelijk.

Ik heb een spijkerbroek.
Of nou, ik heb wel meer spijkerbroeken (het blijft mijn favoriete kledingstuk) maar deze specifieke spijkerbroek is echt fantastisch.
Hij zit lekker én hij staat lekker, om het maar even zo te zeggen.
Hij is van een of ander vaag merk: Rose Player, dat volgens mij nergens in een winkel wordt verkocht, maar alleen op internet, via Ebay enzo. (Ik kocht de mijne in een tweedehandswinkel.)

Hoe dan ook, ik bedacht: ik wil nog zo’n broek. Voor als deze in de was zit. Dus ik ging maar eens kijken op Marktplaats. Dat leek me heel veilig om te doen, ik weet tenslotte precies welke maat ik moet hebben.

En ja hoor: ik vond er een! Vraagprijs €7,50. ZGAN.
(Das écht best wel goedkoop, voor een broek waarvan valt aan te nemen dat hij lekker zit én lekker staat!)
Voor zover ik het kon inschatten was het hetzelfde model als de mijne, alleen wat donkerder van kleur. Hoeveel donkerder precies, dat kon ik niet helemaal bepalen. Er waren namelijk 4 foto’s: twee van de broek in vol ornaat en twee detailfoto’s. Op de laatste foto's lijkt de broek een stuk lichter.

Ik dacht: ik moet even vragen hoe dat zit, in een email. Maar omdat ik daar op dat moment geen tijd voor had, deed ik een bod. Van drie euro. Opdat ik de advertentie makkelijk terug zou kunnen vinden bij ‘mijn biedingen’, en op een later tijdstip mijn prangende vraag kon stellen. (Als de lichte foto’s de waarheid spraken, zou ik er met liefde de vraagprijs voor betalen, of desnoods het driedubbele.)

Goed.

De volgende ochtend vond ik twee berichten van Martkplaats in mijn inbox.
Het eerste mailtje liet lezen: Uw bod van 3 euro is verwijderd.
Het tweede berichtje kwam van de verkoopster. Ze schreef:
Ik heb je bod verwijderd want ik vond het te laag. Vr gr

Mooi, dacht ik. We hebben contact.
Dus ik schreef terug:

Hoi 
Ja, daar heb je wel gelijk in. 
Maar ik heb even een vraag: Op de eerste twee foto’s lijkt de broek wat donkerder en ‘vlekkeriger’ dan op de laatste twee foto’s. Op welke foto’s lijkt de echte broek het meest? 
Groetjes 

Haha, kreeg ik dit terug:

Zoals het bij de advertentie staat: blauw. Het zijn dezelfde foto's. Als ik zeg zgan dan zijn er geen vlekken gr.


Ooooo…..kee?
Ik probeerde de zinnen op allerlei manieren uit te spreken, steeds anders geïntoneerd, maar iets vriendelijks wilde het niet worden. Het bleef blaffen.

Misschien had ik onbedoeld iemand heel erg beledigd – dat kan hè – dus ik haastte me om er nog een berichtje achteraan te sturen:

Joh, ik zeg niet dat er vlekken op je broek zitten! Ik bedoel dat de stof wat ‘wolkerig’ lijkt, op de eerste twee foto’s. Op de laatste twee niet. (Dat zie je zelf toch ook, denk ik?) Ik zou graag willen weten welke foto’s de realiteit het beste weergeven.

Ik heb geen antwoord meer gekregen. Niets meer gehoord. Ook niet nadat ik nóg een keer heb gemaild met: Weet je wat, laat ook maar zitten met die vraag, ik wil hem sowieso wel.
(Voor €7,50 kun je best een risicootje lopen, tenslotte.)

De broek staat nog steeds te koop, maar ik mag hem niet.

Het intrigeert me een beetje. Met wie heb ik te doen aan de andere kant van de verkooplijn?
Wie is zij?
Iemand met heel lange tenen? Op wie het woord vlek werkt als een rooie lap op een stier? Heb ik te maken met een Friese feeks ofzo?
Of is ze gewoon kleurenblind?
Beheerst ze het Nederlands niet zo goed?


Nja.

Nog 19 dagen tot Hawaï.

woensdag 20 maart 2013

(Mijmeringen over) een kind met een smartphone

Ja.
JA!
Ik weet het wel.
Ik moet bloggen.
Dat wil ik ook, maar ik heb geen tijd!
Ik werk me het apelazarus, ben me drie slagen in de rondte aan het schrijven voor anderen en dat is echt heel erg hartstikke leuk, maar ik heb zélf ook van alles te melden; ik weet alleen dus niet in welk achterlijk nachtelijk uur ik dat zou moeten doen.

Nouja, ik ben er nu , dus snel dan even. Over wat ik vanmiddag deed.

Er was gedoe in de klas van Bo. Een ruzie tussen twee meisjes, die door geroddel en bemoeienis in een whatsapp-groepje enorm uit de hand was gelopen. De ouders van de groepsleden waren gevraagd om naar school te komen. Ik moest ook.

Van bovenstaande zinnen springt dit het meest in het oog: dat mijn kind in whatsapp-groepjes zit.
Het is absurd: een kind in groep 7 met een smartphone.
Ik vind het beláchelijk.
En tegelijkertijd sta ik het toe.

‘Iedereen in mijn klas heeft dat, mam.’
En ze heeft nog gelijk ook.
Nouja, niet iedereen, maar toch: de meesten.

Ik sta het toe, ik heb het zelfs mogelijk gemaakt, maar ik vind het belachelijk.
Misschien zou ik moeten zeggen: ‘Hier met die telefoon, ik heb me bedacht.Het is uit met de pret. Het is ongezond. En je mag pas als je achttien bent op Facebook.’


Het was een vreemde bijeenkomst, vanmiddag.
De kinderen zaten er stilletjes en verlegen bij – die durfden in bijzijn van hun ouders ineens niet meer vrijuit te spreken – en wij, de ouders en juffen, probeerden wat zinnige dingen te zeggen.
Dat lukte niet echt, omdat we er namelijk helemaal geen verstand van hebben! Natuurlijk, we weten wat roddelen is, wat pesten is en buitensluiten, maar met de digitale variant hebben we geen ervaring.
Als kind hadden wij vroeger geen smartphone. Sterker: hij is er nog maar nét en we vinden hem zelf zo leuk! (Als we al niet kampen met een ernstige verslaving).

We worden geacht onze kinderen te begeleiden in het verstandig gebruik van iets, dat we zelf nog maar net kennen.
We worstelen zelf nog in meer of mindere mate met de integratie ervan in ons leven.


Er is trouwens een voordeeltje: mijn kind zo als een malle met haar mobiel in de weer te zien maakt dat ik van de weeromstuit mijn eigen telefoon tegenwoordig vaker met rust laat.



NB: Bovenstaande doet misschien vermoeden dat wij ons kind ongelimiteerd op haar telefoonschermpje laten staren, dat valt mee hoor. (Maar dan nog.)

NB 2: Eigenlijk had ik dit onderwerp even moeten laten rusten om er iets echt verstandigs over te zeggen in mijn onderwijscolumn.

NB3: Nog 25 dagen tot Hawaii.

dinsdag 12 maart 2013

Nog 33 dagen tot Hawaii/Hawaï

Ik vrees dat ik u de komende maand dood ga gooien met geleuter over Hawaii.
Nog even en u denkt: mens, ben je nou nog niet weg?
Het spijt me. Maar aangezien ik ter plaatse nogal verstoken zal zijn van wifi, heeft u straks lekker drie weken rust.

(Ik weet het trouwens wel, hoor. Dat in het Nederlands Hawaii eigenlijk zo moet worden geschreven: Hawaï. Niet met dubbel i, maar met één i, met stipjes. Vind ik ook eigenlijk mooier. Maar om een wat duistere reden heb ik op een bepaald moment gekozen voor de Amerikaanse schrijfwijze en nu hou ik daar maar zo'n beetje aan vast. Als u het erg vervelend vindt, dan mag u best  telkens als u Hawaii leest, dit in gedachten vervangen door Hawaï.)

Maar wat ik dus wou zeggen: op de gangbare wereldkaart lijkt Hawaii al best heel spannend en ver weg enzo, maar gisteren stuitte ik op een wereldkaart waarbij de globe op een andere manier is losgeknipt, oftewel de zogenaamde Pacific-centered wereldkaart:




Oeh. Das écht wel midden in de zee.


zondag 10 maart 2013

Nog 35 dagen tot Hawaii



Er gaat iets mis.
De tijd gaat te snel.
Nog 7 keer zo’n sprongetje van 5 dagen en ik zit al in het vliegtuig.
En dat kan niet!
Want ik moet nog zoveel!
En dan bedoel ik niet dat ik nog heel veel moet werken en geld verdienen (!) en dingen met de kinderen doen – want dat ook allemaal – maar dat ik me nog moet voorbereiden!
En daarmee bedoel ik dan weer niet dat ik nog een visum moet aanvragen, boeken op mijn e-reader zetten en bedenken wat ik mee ga nemen – want dat ook allemaal – maar meer psychologisch: Ik ben nog niet zover.

Het verhaal is nog niet ver genoeg af.
Maar de apotheose nadert: op Hawaii wordt het laatste hoofdstuk geschreven, hoe dan ook.
Dus ho!
Stop de tijd.

Misschien vermoedde u al zoiets: ik ga niet zomaar op reis. Het is niet voor de lol, hoewel ik er uiteraard zo hard mogelijk van ga genieten.

Een zijsprongetje. Toen Susy een paar jaar geleden besloot een week naar Bali te gaan – alleen, zonder man en kinderen – en hiermee een bepaalde discussie uitlokte (er werd zelfs een artikel aan gewijd in het tijdschrift Kinderen) heb ik me serieus afgevraagd of dat ook iets voor mij zou zijn.
Inmiddels weet ik, nu mijn tickets uitgeprint op mijn bureau liggen: Nee, toch niet echt. Ik vind het eigenlijk maar stom.
Pff. Een beetje naar de andere kant van de wereld vliegen. Wat als er iets gebeurt thuis en ik ben zo ver weg? Of andersom: straks valt er een kokosnoot op mijn hoofd en kom ik nooit meer terug!
Aan welke vreselijke risico’s stel ik mijn gelukkige gezinsleven bloot?


Bovenstaande gedachten zijn overigens triviaal, want ik ga nu eenmaal.
Omdat het moet.
Omdat het belangrijk is.

Of omdat ik het belangrijk maak, maar dat komt op hetzelfde neer.

Misschien heb ik stiekem toch een motto: Groots en meeslepend wil ik leven.
(Op zeer bescheiden schaal, uiteraard.)

vrijdag 8 maart 2013

Dyskloksie

Ik liep laatst op de Grote Markt met mijn 11-jarige dochter.
‘Hoe laat is het?’ vroeg ze en ik antwoordde: ‘Kijk, daar staat de Martinitoren.’
Ze staarde even in verwarring naar boven en siste toen verontwaardigd: ‘Mam, je weet toch.’

Oja. ‘Kan je nou nog steeds niet klokkijken?’ vroeg ik op een beetje verwijtende toon, terwijl ik me afvroeg of ík misschien niet juist degene was die hier een opvoedpuntje had laten liggen.
Want eigenlijk wist ik een tijd geleden al dat ze er moeite mee had, maar had daar nooit meer zo aan gedacht.
Een gezinslid dat niet kan klokkijken? Er gaan maanden voorbij zonder dat je er iets van merkt, met overal digitale klokken in huis, op de iPad, de wekkerradio, de magnetron en de oven.
Niet kunnen klokkijken is heel makkelijk te verbergen.
En je kunt er prima mee leven.
Vraag maar aan Bo.

Lees verder op Thuis in onderwijs.

dinsdag 5 maart 2013

Nog 40 dagen tot Hawaii


sic.


Iemand vroeg me laatst wat mijn motto was.
Nou, ik heb er echt over nagedacht, hoor.
Maar ik heb geen motto!
Echt niet.
Ik heb volgens mij gewoon elke dag een ander motto. Ad hoc motto's, daar doe ik aan.

Ja, een dag niet gelachen een dag niet geleefd. Dat is wel een motto. Maar meer een stil, onderliggend motto. Geen motto om dagelijks te roepen. Er zijn wel mensen die dat roepen maar die hebben meestal niet zo'n leuk leven.

Heeft u eigenlijk een motto?
Ik heb geen motto.

Of het moet al zijn:
Nooit de trap oplopen met lege handen.


Nou doei, ik ben aan het aftellen.