dinsdag 20 januari 2015

Karma Police



‘Jij rationeel?’ zei mijn vriendin E. ‘Hahahahaha.’
‘Ehm.’ zei ik. ‘Ja, toch?’
Ik heb een redelijk sceptische, zelfs cynische kijk op de wereld, dacht ik.
En ben best wel wars van melodrama en gewauwel en zweverig gedoe.

‘Hahaha.’ lachte E. nog eens wat.
‘Nee, sorry. Je bent wel cerebraal, je kunt logisch redeneren en dingen goed verwoorden. Maar dat moet je niet verwarren met ratio. Je bent echt niet rationeel.’
Oh.
E. moet u weten, is iemand wiens oordeel ik doorgaans nogal vertrouw en hoog acht.
Dus ik was even in de war.
‘Echt niet?’
‘Nee. Met je kosmos. En je karma.’


Waarschijnlijk heeft ze gelijk.
Ben ik helemaal niet rationeel.
Is het alleen een houding die ik aanneem ten opzichte van mezelf, om niet te verzuipen in alle emotionele chaos.
En ik geloof inderdaad stiekem in karma.
Niet dat ik daarbij dan een of andere hogere entiteit in gedachten heb, die vanaf een wolk punten uitdeelt, maar gewoon. Iets met energie. Als je lieve energie de ether in slingert, dat je dat dan terugkrijgt. Ofzoiets.

Na gisteren weet ik het eigenlijk niet meer zo goed.


Afgelopen vrijdag had ik een portemonnee op straat gevonden en was vervolgens de halve ochtend bezig met het opsporen van de eigenaar. (Gevonden voorwerpen naar het politiebureau brengen kan niet meer, tegenwoordig.)
Het lukte en het leverde me naast de evidente karmapunten ook nog eens 20 euro vindersloon op, die ik voor de zekerheid de volgende dag gebruikte om mijn vriendinnen en hun kinderen te trakteren op koffie en fristi.
Mij zou voorlopig niets gebeuren.



Maar gisteren fietste ik door een rood stoplicht.
Iets wat ik nooit doe.
Niet omdat ik zo braaf ben, of niet heus zelf wel kan inschatten wanneer ik veilig kan oversteken, maar omdat ik kinderen heb. Die ik moet leren voorzichtig te zijn en zich in het verkeer te gedragen als verantwoordelijke weggebruikers. (Totdat ze niet meer zo braaf zijn en 'heus zelf wel kunnen inschatten wanneer ze veilig kunnen oversteken', etc.)

Ik fiets dus sinds ik kinderen heb nooit meer door rood, ook niet - opdat ik me niet kan vergissen – als ze er niet bij zijn.
Hoewel, nu dan toch.
Per ongeluk.
Ik verwachtte dat het groen zou worden en begon alvast te fietsen. Toen ik mijn fout bemerkte was ik al halverwege de straat en fietste toen maar door.
Tsja. Foutje. Maar niet erg, want al het verkeer stond verder nog stil. Niets aan de hand, kortom.
Of toch.
Honderd meter verderop werd ik staande gehouden door de politie.
Neenee, dacht ik.
Neeneeneeneeneenee!
(Hallo? Karma?)

Ik begon te ratelen.
Over hoe ik echt nóóit door rood fiets maar nu per ongeluk dan toch maar dat het echt per óngeluk...
‘U krijgt een bekeuring van 90 euro. Wilt u nog een verklaring afleggen?’
Het bloed steeg naar mijn hoofd.
Négentig fokking euro!?
‘Wat een rotbaan heb jij,’ zei ik.
‘Nee hoor, mevrouw, helemaal niet.'
‘Nou, ik vind het maar gemeen. Een beetje zomaar 90 euro afpakken van onschuldige per ongeluk door het rood fietsende mensen. Ga toch boeven vangen, joh.’
Dat laatste zei ik natuurlijk niet.
Want dat is stom om te zeggen.
Maar ik wou het eigenlijk wel.

‘Het is voor uw eigen veiligheid, mevrouw.’
‘Ja,’ zei ik. ‘Ik snap het. Nu ik weet dat het 90 euro kost, zal ik nooit meer per ongeluk door het rood fietsen.’

Als ik boos ben heb ik de neiging om nogal vervelend te worden. Dus ik deed er nog maar een schepje bovenop: Misschien dat het toch ook een klein beetje was om de politiekas te spekken?
Nee, hoe ik daar nou bij kwam.
‘Dus dan mag ik in dat geval ook die 90 euro aan een zwerver geven? Dan loop je even met me mee, dan ga ik pinnen en dan geven we samen 90 euro aan de verkoper van de straatkrant. Dan heb ik toch mijn straf gehad en maken we meteen iemand blij.’
Ik hoorde de karma-kassa alweer rinkelen, onverbeterlijk als ik ben.

Hij vond het niet leuk.
Maar ik ook niet!
Ik moest bijna huilen.
Heel rationeel.

Klik

zondag 4 januari 2015

Het nieuwe jaar beginnen met een dood paard is nooit grappig

Terwijl ik hier wat aan het afzien ben op Curaçao, in een heel naar en ellendig huis met zwembad aan zee, moet ik toch nog even wat vertellen over Oud&Nieuw.

Het was namelijk een van de raarste jaarwisselingen die ik ooit meemaakte.
De raarste, wilde ik eerst schrijven, maar dat is niet waar, want dertien jaar geleden werd in de betreffende feestnacht mijn dochter geboren, en dat was ook best apart.
Maar desalniettemin, het was raar.
En niet per se leuk.
Maar wel onvergetelijk.

We waren traditiegetrouw in Diever, bij onze lieve vrienden in hun fantastische huis aan de rand van het bos. Er waren nog wat mensen, waarmee ons gezelschap uit 7 volwassenen en 13 kinderen bestond. Dit is overigens niet relevant voor het verhaal, maar het schept even een kader.

Om een uur of 9 ‘s avonds gingen we met z’n allen naar buiten, om alvast wat sterretjes en klein vuurwerk af te steken. Een uur later ging een groot deel – met name de kleinere kinderen – weer naar binnen, om warm te worden bij de kachel en spelletjes te doen.
Een paar mensen bleven buiten, onder wie ik.
We hadden een vuurkorf op straat gezet en een driezitsbank uit de schuur gesleept en zaten heerlijk te praten bij het vuur, onder een dekentje, in ons coconnetje aan het einde van de wereld.

En toen.
Gebeurde er iets.
Het licht ging aan.
Aan de overkant van de weg.
Véél licht; het was de rijbakverlichting van het ernaast gelegen paardenpension.
Alsof we ineens op de tribune in een voetbalstadion zaten; heel surreëel.

Er klonken paniekerige stemmen en toen kwamen er mensen naar buiten met twee paarden.
Even nog dachten we dat ze gewoon wat onrustig waren geworden van het geknal in de omgeving en daarom uit de stal waren gehaald, maar al snel bleek dat een van de paarden koliek had; het andere paard was slechts mee ter geruststelling.
Koliek, bij een paard, is meestal niet zo'n goed ding. Dat wordt nogal eens veroorzaakt door een slag in de darm en dan betekent het vaak: einde oefening.
(Ik weet een beetje van paarden. Vanuit mijn jeugd. Nja.)
Het enige dat nog wel eens wil helpen is lopen, het dier in beweging houden, in de hoop dat de darm zich daardoor op de een of andere manier weer ontvouwt.

Daar zaten we dus plotseling, bij het vuur, op de bank, onder ons dekentje, naar de doodstrijd van een paard te kijken. Als ramptoeristen tegen wil en dank.
Het was echt afschuwelijk.
De pijn van dat paard.
Dat steeds door zijn benen wilde zakken om te gaan liggen, wat de mensen dan dus probeerden te voorkomen, tevergeefs, waarna men met man en macht probeerde het dier weer omhoog te krijgen, wat dan lukte, waarna het paard opnieuw wilde gaan liggen, etc, etc.

Het was niet om aan te zien.
Maar toch blijven kijken, hè.
En intussen van de zenuwen maar stomme grappen maken. Want dat soort mensen zijn we; situaties kunnen niet zo erg zijn of we kunnen er wel de slappe lach van krijgen.

Een bizarre bijkomstigheid was dat er constant wensballonnen overvlogen.
Die waren zeker in de aanbieding geweest bij het plaatselijke warenhuis.
'Misschien dat iemand even kan gaan wensen dat dit paard het redt?' opperden we zo wat tegen elkaar. Maar het leek er meer op dat de mensen die de ballonnen oplieten collectief de wens ‘dood aan de paarden’ hadden uitgesproken.
Want het schouwspel werd almaar akeliger.

En toen was het ineens 12 uur.
En was onze dochter jarig.
En wensten we elkaar allemaal een gelukkig nieuwjaar.
Maar de sfeer bleef nogal bedrukt.

Om tien over twaalf zagen we hoe de veearts het paard uit zijn gruwelijke lijden verloste.
Het was in zekere zin een opluchting, maar ook nogal cru. In zo’n vers jaar.
En het is meteen ook zo véél, hè, wat er dan sterft. Zo’n heel paard.
Er werd een deken overheen gegooid en de mensen die zo hard had gevochten om het dier te redden, liepen naar binnen, verslagen, de hoofden gebogen, een waarachtige rouwstoet.

De voorstelling was afgelopen.
Maar het toneellicht bleef aan.
Zodat we nog een tijdje naar een soort Edward Hopper schilderij zaten te kijken, als luguber decor van het drama dat zich er zojuist had afgespeeld.






‘Jeetje man, een dood paard.’ 
‘Ja.’ 
(.....)
‘Moet je niet aan gaan trekken, hè.’ 
‘Nee.’ 
(.....)