zaterdag 29 januari 2011

Opzij

Terwijl iedereen hier in mijn omgeving zo’n beetje geveld is door de griep, heb ik te maken met een aandoening van heel andere aard. Ik vermoed dat het de midlifecrisis is.
Maakt u zich geen zorgen, ik ben niet voornemens te gaan motorrijden of me in te schrijven voor een cursus zeezeilen, ook ben ik geenszins van plan mijn man in te ruilen voor een jonger exemplaar. Het een en ander manifesteert zich voorlopig slechts in een licht, onderhuids gevoel van onrust dat af en toe even kort oplaait naar redeloze paniek.

De eerste symptomen bemerkte ik een paar weken geleden. Ik begon mezelf erop te betrappen dat ik minstens drie keer in elke willekeurig conversatie laat vallen dat ik al bijna veertig ben. Blijkbaar zit me dat erg hoog, of misschien moet ik het steeds even hardop zeggen om mezelf ervan te doordringen. Er zullen vast ook mensen zijn die denken dat ik naar complimenten zit te vissen, dat ik het alleen maar steeds zeg om te horen: ‘Maar Novy, je ziet er nog helemáál niet uit als veertig,’ maar dat is het niet. Echt niet. Want dat weet ik heus zelf ook wel. Ik bedoel hállo, dat zou er nog eens bíj moeten komen, dat ik nog een ouwe kop had ook.

Het is vooral dat ik me zo bedónderd voel. Zo belazerd. Stiekem, terwijl ik eventjes niet oplette, was ineens, zomaar hup, flats, floep, de helft van mijn leven voorbij! (En dat dit nog een vrij optimistische gedachte is ook, wens ik for the sake of sanity even te negeren.)
Het erge is trouwens niet eens het feit op zich, maar dat ik nog lang niet op de helft ben van de lijst met dingen die ik wil doen! Waarbij een simpele rekensom dus uitwijst dat ik het de tweede helft van mijn leven nógal druk ga krijgen en dat het er waarschijnlijk op neerkomt dat ik steeds meer zal moeten doen, met steeds minder energie en jeugdige vitaliteit. Ik kan mezelf wel voor mijn kop slaan: Waarom heb ik zo getreuzeld?
Ter verdediging kan ik slechts aanvoeren: Ik wist het niet! Ik had geen idee! Echt, tot een paar weken geleden dacht ik dat ik álle tijd had. Een boek schrijven? Jahoor, gaak nog doen. De Kilimanjaro beklimmen, zeilen over de Nijl, wijn maken in Zuid Afrika, overleven op een onbewoond eiland? Gaak ammaal nog doen.
Yeah right.
Zal ik u eens iets uitermate beschamends vertellen? Ik ben nog nooit Europa uit geweest. Echt niet. En dat is heel idioot hoor, voor een reislustig en avontuurlijk ingesteld iemand als ik ben. (Ik zou erbij kunnen vertellen dat er maar liefst vier pogingen door omstandigheden zijn verijdeld, maar dat maakt het eigenlijk alleen maar zieliger en doet niets af aan de pathetische realiteit dat ik nooit verder kwam dan de fokking Canarische eilanden.)
Okee, Europa heb ik dan inmiddels zo’n beetje in the pocket. I did Europe. Pretty cool, als ik Amerikaanse was geweest.

Goed.
Het komt hierop neer: Ik heb haast.
Ik heb ineens.
Vreselijke.
Haast.
Als u me hier zou kunnen zien zitten, dan zag u het meteen. Goh, zou u denken, die vrouw, die heeft enorme haast, dat zie je zo. Op een heel eh...lethargische en apathische manier.

donderdag 27 januari 2011

Je varkens op happy pigs zijn dood, Bo

Mijn kind van nogmaarnetnegen is nogal handig met media-apparatuur, zoals daar zijn computers, iPods, telefoons etc, alsmede met de sociale toepassingen ervan.

- Soms is dat irritant.
Als ik wel eens wat voor me uit prevel, bijvoorbeeld: 'hoe kan ik dat fotootje nou even snel verkleinen om... ' en zij dan zegt: 'Oh, dat moet je zo doen. Kijk, klikkedieklikkedieklik'. Súperirritant vind ik dat. Echt heul-heul-heul-heul irritant. Want ik ben tenslotte haar moeder en niet mijn moeder, die tien jaar geleden al heeft leren e-mailen maar het nog steeds niet durft omdat ze bang is dat ze niet meer weet hoe het ook alweer moest.

- Soms is het cool.
Een paar maanden geleden kreeg ik op klaarheldere schooldag een notificatie in mijn mailbox dat Bo een krabbel voor me had achtergelaten op hyves. Nou hyve ik natuurlijk niet - dat is echt zo 2006 - maar ik ben stiekem nog steeds in het bezit van een soort slapend account, om van binnenuit de hyve-activiteiten van mijn kinderen te kunnen controleren. (Een onzinnige gedachte, maar toe maar.)



(Waarop ik haar dus terugkrabbelde met de betreffende link, en zij vervolgens op het interactieve schoolbord haar filmpje kon laten zien. Ik vond dit dus echt zo inventief!)

- Soms is het grappig.
Als ik bijvoorbeeld ineens een email krijg (alle hyveverkeer gaat hier via mijn mailaccount) met het bericht 'Bo, al je varkens zijn dood' moet ik daar heel hard om lachen.




- Maar soms, soms is het gewoon fantastisch.
Vandaag zat ik te werken en luisterde intussen zo'n beetje mijn iTunesbibliotheek af, toen ik ineens zomaar het volgende (geluids- (ik heb er zelf een filmpje van gemaakt omdat ik anders niet wist hoe ik het kon laten horen hier))fragment voor mijn kiezen kreeg:


Huh?? Had Bo dit opgenomen? Waarmee? Met de dicteerunit van mijn telefoon ofzo? En hoe komt het dan in mijn iTunes terecht? Geen idee, ik weet alleen dat het op 6 juni was, vorig jaar.

Het maakt ook niet uit; ik heb het, dankzij mijn computer-nerd van een dochter.

dinsdag 25 januari 2011

Aha-erlebnis

Ik las laatst (eindelijk) dat boekje van Paulien Cornelisse. Ongeveer op tweederde beschrijft ze daarin een vrouw die op een feestje vertelt dat zij er hahaha, pas op haar drieëntwintigste achterkwam dat 'horeca' een afkorting is van hotel-restaurant-café. Vervolgens biecht een andere feestganger op dat hij dat tot op dat moment ook nooit had geweten.
Nu wist ik het toevallig wel, maar ik besloot de proef op de som te nemen in mijn omgeving. Tsjongenou, dat was simpel scoren hoor! 100% van de proefpersonen keek alsof hij water zag branden. Ho-re-ca... goh...ja!
Okee, ik koos natuurlijk zorgvuldig die mensen uit wier ding niet per se taal is zeg maar, om de kans dat ze het boekje in kwestie hadden gelezen zo klein mogelijk te maken. Maar dan nog.

Dit even als opmaat naar wat mij overkwam onlangs. Okee, gisteren.
Ik kwam gisteren bizar laat ergens achter.
Monchhichi. Kent u ze? Van die knuffelaapjes, met zo’n harde kop en een harig lijf. Ik vond ze vroeger al heel leuk, en tegenwoordig zijn ze weer terug. Monsjiesjies. Monsjiesjie-aapjes. Zo heten ze, toch?

Nou weet ik natuurlijk inmiddels al jaren dat ch (net als cch) in het Italiaans als een k-klank wordt uitgesproken (ik bracht eens een geweldige nacht door in Florence, op de Ponte Vecchio (vekkio) en ik hou erg van Gnocchi (njokki) Carbonara). Dus ineens hè, ineens, gisteren, bedacht ik me dat 'Monchhichi' (er staat helaas nog steeds een h te veel om mijn verhaal helemaal sluitend te maken, maar daar doe ik even niet moeilijk over) natuurlijk helemaal niet ‘Monsjiesjie’ is, maar dat er gewoon ‘Monkiki’ staat!
Monki-ki!
Monky-ki!
Als in: aap. Aapje. Of aap-ki, daar wil ik vanaf zijn. Maar iets met aap dus.

En nu.
Wil ik graag eerlijk weten of u ter plekke ook een aha-erlebnis heeft, of dat u denkt: duh, natúúrlijk wist ik dat het monkiki was. Monsjiesjie, tss.
Oja, en zeg dan meteen even of u het wist van horeca.



Edit: Vreselijk, als dan achteraf zo'n hele semi-wetenschappelijke verhandeling kant nog wal blijkt te raken. Het ging mis bij de aanname dat Monchhichi's Italiaanse apen zijn. Want ze komen natuurlijk gewoon uit Japan.
En daar heten ze モンチッチ.
En het allerergste, dat schijn je dan dus als volgt uit te spreken: klik.



zondag 23 januari 2011

Verstuurd vanaf mijn iPhone

Ik heb er een jaar over lopen zeuren, dus nu voel ik me een beetje verplicht u op de hoogte te stellen van het feit: ik heb hem. Mijn iPhone. Mijn allereerste (functionerende) iPhone. Als de laatste der Mohikanen, ik weet het, maar hee, ik heb dan wel meteen een G4.

Dat ik hem heb, trouwens, nu al, ging nog niet helemaal zonder slag of stoot.

‘Hoi!’ riep ik blij toen ik de V.odafonewinkel binnenkwam. ‘Ik kom mijn iPhone halen!’
‘Hoezo?’ vroeg de jongen in het rode sweatshirt achter de balie.
‘Nou,’ zei ik, ‘wat ik zeg. iPhone. Ophalen.’
‘Dat lijkt me niet,’ schokschouderde de jongen, ‘want er is geen iPhone binnengekomen. Sterker nog, ze zijn voorlopig niet leverbaar, dus dat duurt nog twee maanden. Wanneer gaat je abonnement in?’
‘Op 7 mei.’ Ik voelde de grond onder mijn voeten wegzakken. ‘Maar maar,’ riep ik paniekerig, ‘ik was hier vorige week ook al tevergeefs en toen hebben jullie me belóófd dat ie er vandaag zou zijn.’
‘Ik heb niks beloofd,’ zei de jongen. ‘Dus je hoeft niet zo tegen mij tekeer te gaan.’
Nee. Dat was waar. Het was iemand anders.
Maar toen. Wat ie toen zei.
‘Je abonnement gaat pas in mei in, dus je hebt er toch nog niks aan.’
WTF! Héb er niks aan? Nee, ik zou er nog niet mee kunnen bellen, maar eindelijk zou ik weer een goede camera hebben, voor foto’s en filmpjes, eindelijk zou ik angry birds kunnen spelen, eindelijk weer buiten muziek luisteren, eindelijk zou ik kunnen pingen en whatsappen en facebooken op de wc...
Dus ik riep: ‘Ja hallo, mag ik misschien zélf uitmaken of ik er iets aan heb!?’
En toen gooide ik meteen alles maar voor zijn voeten. ‘Eerst zou ik mijn iPhone meteen mee kunnen krijgen, toen werd het een week later, toen nog een week later en nu zeg je dat ik hem pas over twee fokking maanden krijg?’ Verder riep ik dat ik alles wilde annuleren en dat ze me ook al zo’n dure verzekering hadden aangesmeerd die ik helemaal niet wou en ..en..
Gelukkig was er verder niemand in de winkel, want een beetje pathetisch zal het toch wel zijn geweest. (‘Ik vind jullie stom! riep ik namelijk ook nog. Misschien zelfs met overslaande stem.)
Nouja.
Omdat ik blijkbaar uitstraalde dat ik niet zonder meer zou afdruipen, begon de jongen in het rode sweatshirt toch maar wat in de computer te kijken. Op welke naam stond het contract eigenlijk?
'Momentje'.
En toen verdween hij door een deur. En bleef heel lang weg.
Ik ging maar wat verslagen op een krukje zitten, naast mijn volle boodschappentas, waar heel klassiek een prei uit stak. Ik was natuurlijk helemaal niet boos, nee, ik was teléurgesteld. Ik was al volvovrouw-af, en nu ging mijn iPhone ook nog eens niet door. Boehoe.

En toen kwam de jongen terug. Met een doosje in zijn handen.
Met een doosje in zijn handen.
En hij bromde de woorden: ‘Je hebt mazzel. Iemand heeft z’n iPhone niet opgehaald.’

Echt. Die zag ik dus niet aankomen.

Bedremmeld, maar tegelijkertijd van binnen juichend, liep ik mee naar de kassa waar ik vervolgens een beetje verlegen probeerde te giechelen en charmant te glimlachen. Ja. Omdat ik dus als de dood was dat hij ineens dat doosje weer zou oppakken, hè, en zou zeggen: ‘Maar. Helaas. Je krijgt hem niet. Want je bent veel te onaardig tegen me geweest.’
(Dat had ik wel gedaan, namelijk, in zijn positie. In elk geval als geintje. Ha-ha.)

Maar waah! Ik heb dus een iPhone.
Te danken aan mijn kraakheldere karma, denk ik.


Verstuurd vanaf mijn iPhone

woensdag 19 januari 2011

Verliefd


Hoe zou het eigenlijk met de auto van Novy zijn? Die uiterste betrouwbare auto, die altijd wil starten, zéker nadat hij is afgeslagen midden op een kruispunt in een sneeuwstorm, die auto zonder loshangende zijstrip?
Die auto, lieve geïnteresseerde lezers, staat inmiddels al een dag of tien bij de garage.
En ik vind het héérlijk.
Want we mogen namelijk zolang een auto lenen van vrienden. Die er eentje over hebben. En dat is niet zomaar een auto, nee, dat is een Volvo! Een Volvo! Geef me een V geef me een O geef me een L geef me een V geef me een O... !

Al van jongs af aan ben ik Volvo-fan. Nooit hebben mijn ouders er zelf een gehad, maar vrienden van hen wel, fantastisch vond ik ze, zo groot en hoekig...precies zoals een auto eruit zou moeten zien. Ik bedoel: vraag een kind een auto te tekenen en hij tekent een Volvo.
*neemt even de proef op de som: ‘Merlijn, wil je even hierkomen en een auto tekenen? Waarom? Nou, gewoon, omdat ik je dat vraag. Ja hier, op deze envelop. Ja. Zo, ja. Dank je.’ *
Kijkt u maar. Een Volvo:



Het is best een oudje, hoor, onze leenauto. Een overjarige ransbak feitelijk (maar ik weet niet of de eigenaars van de auto dat een heel aardige benaming vinden, dus ik ben daar een beetje voorzichtig mee). Er loopt iets aan bij het achterwiel, er zitten roestgaten in de carrosserie, de airco luchtventilatie maakt een gierend geluid en de ramen, die moet je dus nog heel ouderwets naar beneden draaien met zo’n draaihandvat (daar moet een woord voor zijn, maar ik kom er niet op.... Iemand?) waardoor het eeuwen duurt voordat je een kaartje hebt getrokken in de parkeergarage. Maar dat maakt allemaal niet uit. Sterker nog, het draagt bij aan zijn charme.
Oh, had ik al gezegd dat het een automaat is? Het is een automaat. En ik had voorheen nog nooit in een automaat gereden, maar nu wil ik dus nooit meer anders! Mijn linkerbeen joh, die heeft gewoon vakantie! En mijn rechterhand, die hoeft niet te schakelen, die heeft tijd over! Tijd over om ..... te genieten!
Normaal gesproken doe ik eigenlijk alles op de fiets – uit milieuoverwegingen en omdat het eigenlijk hartstikke onhandig is, een auto in het centrum, en het kost bovendien veel te veel geld aan benzine - maar nu? Nu neem ik voor elk wissewasje de auto. ‘Kom jongens, we gaan even met de auto een pak melk kopen.’ ‘Kom Loïs, we gaan even met de auto Merlijn ophalen van zijn speeladres aan het eind van de straat.’ Etc.
Ik kan er niets aan doen. Als ik ergens naartoe moet maakt mijn hart onwillekeurig een sprongetje. Woeh, Volvo, denk ik dan. Woeh, Volvo.
Ik ben een volvovrouw. Ik weet het nu.
Ik ben verliefd.
Echt. Ik ga er zelfs andere kleren van dragen. Volvokleren. Kleurige sjaals enzo.










En ja, toen belde de garage natuurlijk, vanmiddag. Daar kon ik op wachten. Onze auto is vrijdag klaar. 'Fijn hè,' zei de monteur. 'We hebben het euvel verholpen.'
Nou, heel fijn.
Not.

Trouweloos, dat ben ik.

zaterdag 15 januari 2011

Zeg tegen je pa dat ie een plantpin is*

Zal ik eens iets over mijzelf vertellen?
Kritisch-zelfbeschouwend?
(Sommige lezers die mij kennen in het dagelijks leven zullen zometeen denken: Ja? En? Kom, vertel eens iets nieuws! Tegen hen wil ik zeggen: sla dit stukje lekker over of lees het, puur om te weten dat ik het zelf ook weet. Misschien geruststellend, weetikveel.)

Komt ie: ik heb een heel irritante karaktereigenschap. Al van jongs af aan heb ik de ziekelijke neiging om altijd adrem te zijn. Altijd spitsvondig. Bijdehand.
Zo werd ik in mijn vroegste vroeger al genoemd: Bijdehandje. Of, door de leraren op school: Brutaal. Of, door de moeder van een vriendinnetje (die mij niet zo graag mocht geloof ik): Altijd de bek vooraan.
Ja. That’s me. Altijd de bek vooraan.
Ik moet gewoon altijd proberen de beste grap te maken, op het juiste moment. Altijd de leukste opmerking, in elke situatie. Doodvermoeiend feitelijk.
‘Ben jij nou nooit eens serieus?’ Dat vroegen ze ook vaak.
Nee. Eigenlijk niet. Zelden. Of nouja, dat is niet waar natuurlijk, ik ben heus wel eens serieus, maar ook in alle serieusheid blijft er altijd iets in mij doorgaan met grappen maken. Soms conform de omstandigheid ironisch, of satirisch, soms grimmig, maar het stopt bijna nooit.
En dat is dus, nee, heel vaak helemáál niet handig! Ik kan bijvoorbeeld in bepaalde ‘ernstige settings’ heel zenuwachtig worden, bang dat zich plotseling een grap aandient waar ik dan om zal moeten lachen. Wat op zich al genoeg is om een lachkriebel op te wekken.
Ik ben gewoon nog stééds dat vervelende meisje met de slappe lach in de klas. Dat dan niet meer kon stoppen. (Echt, meneer de Vries, ik wilde wel, maar ik kon niet. Alleen al de opdracht aan mezelf: Nu! Stoppen! Niet meer lachen! deed me het opnieuw uitproesten. Sorry. Echt sorry.)

Altijd en eeuwig maar ‘de leukste thuis’ zijn is, ik zei het al, uiterst vermoeiend en doet me bovendien regelmatig in gênante situaties belanden, maar ik kan gewoon niet anders: het is een tweede natuur geworden. En ik sla natuurlijk aan de lopende band de plank mis, 8 van de 10 grappen zijn waardeloos, maar ja, niet geschoten is altijd mis, dus ik moet wel. Als ik iemand aan het lachen heb gemaakt, kan mijn dag niet meer stuk. En zo niet, dan is het eigenlijk ook prima. Want dat is dus nog zoiets; zélf vind ik mijn eigen grappen bijna zonder uitzondering leuk.
Een recent voorbeeld (iets wat me zo te binnen schiet). Ik liep naar huis, had Merlijn op school afgezet, en zag een (wat verlate) vader, die zijn zoontje kwam brengen met de auto. Ik zie hem buiten de auto staan, bij de achterdeur waarvan het handvat is afgebroken. Hij tikt op het raampje en gebaart naar zijn zoontje dat die de deur van binnenuit moet openmaken.
Waarop ik dus riep: ‘Hee, jij hebt zo’n omgekeerd kinderslot. Gaaf man!’.
Vond ik zelf reuzegrappig. Nja.
Omgekeerd kinderslot. Is leuk? Eigenlijk niet, hè. Maar ja, ik vond op dat moment dus van wel. En dat telt.

*In het pre-pre-pre-twittertijdperk, had ik een vriendinnetje met dezelfde humor. Stuurden we elkaar kaartjes. Onzinkaartjes. Soms gewoon maar met 1 grap. Postzegel erop, en op de bus. Over en weer. En we zagen elkaar gewoon elke dag op school, maar we hadden het nooit over die kaartjes. Dat waren twee aparte werelden, eigenlijk heel lollig, nu ik er zo over nadenk. Ik heb de kaartjes (minstens 100) helaas niet meer. Maar ik herinner er me nog de tekst van één: zeg tegen je pa dat ie een plantpin is. Geen idee waarom, maar dat was dus echt hilarisch.

(Hm. Dit was best een slecht verhaal, alles bij elkaar. Geeft niet hè.)

vrijdag 14 januari 2011

Lavinia

Oh, ik hoor het u denken. Hè nee, getsie, ze heeft weer een youtube-clipje.
Want daar houdt u niet van hè?
Nee. En ik snap dat ook wel, ik moet u gewoon aan het lachen maken met hilarische scènes uit mijn dagelijks leven (of hilarisch beschreven saaiigheden, daar wil ik vanaf zijn) maar weet u? Muziek hè, dat is...dat is óók Novy.
(barf.)

(Doe me nou eens even een plezier en ga kijken. Helemaal tot het eind. Best met een koptelefoon. Liedje luisteren. Filmpje kijken. Wondermooi.)


maandag 10 januari 2011

Size does matter

Dit weekend was ik in Utrecht. Maar omdat Susy, Quirk en Sanneke hier al uitgebreid over logden en ik er verder eigenlijk niets aan toe te voegen heb – behalve dan dat ook ik het erg leuk vond - laat ik dat voor wat het is en ga ik het hebben over mijn thuiskomst, gisteren.
Een uitermate plezierige thuiskomst, mag ik wel zeggen: de kinderen leefden nog, het huis was een stuk opgeruimder dan toen ik wegging (echt. En bovendien, maar dat merkte ik pas later, waren er twee doucheslangen vervangen, was er een nieuwe deurbel gemonteerd en een traphekje gerepareerd), de keuken was vol met kinderspul (naast dat van ons ook nog vriendjes en buurkinderen), een kennis zat gezellig met een biertje aan tafel, Henk stond zijn beroemde gehaktballen te maken....kortom, ik kwam thuis in een warme en veilige haven waar ik me kon koesteren en ontspannen.
Mooi, dacht ik. Men redt het hier prima zonder mij.
En vond dat een heel geruststellende gedachte.

Resumerend: het was een prettig, warm welkom, in een heerlijk, opgeruimd en gezellig huis.
Dit luid en duidelijk gezegd hebbende, spring ik even naar wat later op de avond.

We keken naar het (opgenomen) laatste deel van Millennium. Ik op de bank; moe, brak, afgedraaid, Henk voor mij, op de grond, bezig met het vouwen van de was. (Kuch.)
Op een bepaald moment meende ik ineens dat ik zijn rug even zag verstrakken. En, net toen ik dacht dat ik het me had verbeeld, sprak hij: ‘Pfoe, ik dacht even dat dit jouw trui was, maar nee, het is een trui van Bo.’
Ik keek en herkende - aan de kleur en het motief - mijn lievelingstrui. Dus ik zei, nietsvermoedend, mijn ogen alweer op de televisie gericht: ‘Nee, dat is wel mijn trui hoor.’
‘Nee,’ zei Henk, overdreven articulerend, ‘dit is. de trui. van Bo.’
‘Nee,' zei ik weer, 'het is gewoon mijn...’ En toen keek ik eens goed. En het duurde wel vijf seconden voordat mijn brein begreep wat mijn ogen zagen.

Ik zag mijn trui.
Mijn lievelingstrui.
In kabouterformaat.
Gekrompen.
En nou weet ik niet hoe dat bij u is, maar als ik denk aan 'krimpen' dan denk ik aan een paar centimeter. Dat je mouwen net niet meer helemaal lekker over je pols vallen. Of dat je broek net een tikje hoogwater is.
Maar dit, dit was meer als in... Honey I shrunk the kids.
Ik was in shock.
Want het was mijn lievelingstrui.
Maar dat zei ik geloof ik al.
‘Oh’, bracht ik uit. Waarbij mijn mond wat bleef open staan. En misschien dat ik mijn linkerhand wel naar mijn gezicht bracht en mijn wijsvinger op mijn bovenlip liet rusten.

‘Sorry, zei Henk. 'Sorry, sorry. Ik heb hem in de droger gedaan. Denk ik. En dat eh...moest zeker niet...hè.'
‘Nee,’ zei ik, monotoon, ‘dat moest niet.’
Ik bleef een tijdje met open mond zitten staren, me verwoed realiserend dat het geen optie was om hier een punt van te maken, gezien het schrikbarende aantal overhemden van hem die ik door de jaren heen verpest heb.

‘Ik denk hè, ‘zei ik uiteindelijk, na een lange en ongemakkelijke stilte, ‘dat ie zelfs te klein is voor Bo.’
En daar moesten we allebei heel, heel hard om lachen.
Ik denk dat ik nooit eerder zo hard heb gelachen om iets wat ik helemaal niet leuk vond.

Nja.

Kijk dit is ‘m dus:


Nee, dat zegt niets, zo. Wacht, ik leg er mijn hand even op, zodat u een idee krijgt van de afmeting.


Of beter nog, weet u wat, ik leg er een vestje van Loïs naast.
Maatje 92.




Meer over de man en de was: klik en doorklik.

vrijdag 7 januari 2011

Wees fris en bevallig

Uittreksel uit een Katholiek schoolboek voor de afdeling “Huishoudkunde” voor meisjes, uitgegeven in 1960.


Maak dat het eten klaar is
Maak de zaken op voorhand klaar, de avond voordien als het moet, zodat een heerlijke maaltijd hem opwacht als hij terugkeert van zijn werk. Het is een vorm van duidelijk maken dat u aan hem hebt gedacht en bezorgd bent over zijn noden. De meeste mannen hebben honger als ze thuiskomen en het vooruitzicht op een stevige maaltijd (vooral als het hun lievelingskostje is) maakt deel uit van de noodzakelijke warme verwelkoming.

Wees op tijd klaar
Neem voor uzelf een kwartier rust voor hij thuis komt. Werk uw opmaak een beetje bij, doe een band in uw haren en wees fris en bevallig. Hij heeft een zware dag achter de rug, een dag vol met werk en zorgen. Wees dus opgewekt. Zijn zware dag moet opgevrolijkt worden en daar ligt uw taak.

Breng orde op zaken
Maak nog een laatste ronde door de voornaamste kamers van het huis juist voor uw man thuis komt. Verzamel de schoolboeken, speelgoed, papieren enz. en neem nog vlug het stof af van de tafels.

Gedurende de koudste maanden van het jaar
U maakt een gezellig vuurtje waarbij hij zich kan koesteren en ontspannen. Uw man zal het gevoel hebben in een ordelijke en rustige haven te zijn aangekomen en dat maakt u ook gelukkig; voor zijn comfort zorgen bezorgt u een enorme persoonlijke voldoening.

Breng het geluid op een minimaal niveau
Bij zijn aankomst zet u best al het geluid af van wasmachine, droogkast of stofzuiger.
Probeer de kinderen kalm te krijgen. Wees blij hem te zien. Verwelkom hem met een warme glimlach en toon de oprechtheid van uw wil om hem te bevallen.

Luister naar hem
Het zou kunnen dat u een dozijn belangrijke zaakjes aan hem wilt vertellen, maar daarvoor is zijn thuiskomst niet het geschikte moment. Laat hem eerst spreken, herinnert u zich dat zijn onderwerpen belangrijker zijn dan de uwe. Maak ongeveer dat het zijn avond wordt.

Maak nooit uw beklag als hij laat thuis komt
Klaag nooit als hij laat thuis komt voor de maaltijd of zelfs als hij de hele nacht wegblijft. Bekijk het als kleinschalig in vergelijking met wat hij heeft moeten doorstaan gedurende de dag. Installeer hem comfortabel. Vraag hem zich te ontspannen in de zetel of te gaan rusten in bed. Maak een warme of frisdrank klaar.
Schud de kussens op en stel voor zijn schoenen uit te trekken. Spreek hem aan met een zachte, vredelievende en plezante stem. Stel hem geen vragen over wat hij heeft gedaan en twijfel nooit aan zijn oordeel of zijn rechtschapenheid. Denk er aan dat hij de meester is in huis en uit deze functie zal hij steeds zijn wil uitoefenen met eerlijkheid en naar waarheid.

Wanneer hij klaar is met eten, ruim de tafel af en doe vlug de afwas
Als uw man vraagt om te helpen wijst u zijn voorstel af want hij zou zich kunnen verplicht voelen om het steeds weer te doen en na zijn zware dagtaak heeft hij geen nood aan extra werk.
Zet hem aan om zich aan zijn favoriete bezigheden te wijden. Toon uw interesse hiervoor zonder hem het gevoel te geven dat u op gelijke voet komt op zijn gebied. Als u zelf kleine bezigheden hebt, doe ze zonder praten en storen, want zijn interessepunten zijn meestal belangrijker dan die van de vrouw.

Uiteindelijk de avond
Breng het huis in orde zodat het klaar is voor de volgende morgen. Denk er aan eventueel een ontbijt op voorhand klaar te maken. Het ontbijt van uw man is uiterst belangrijk als hij op een positieve manier zijn zware dagtaak moet aanvatten.
Eenmaal in de slaapkamer te zijn aangekomen maakt u zich klaar om zo vlug mogelijk in bed te komen.

De vrouwelijke hygiëne
Hoewel dit een grote rol speelt, mag het niet de bedoeling zijn dat uw man in de rij moet staan om in de badkamer te komen. Zorg er echter wel voor dat u het beste voorkomen hebt als u gaat slapen. Tracht een voorkomen te hebben dat innemend is zonder uitdagend te zijn. Als u een nachtcrème moet aanbrengen of krulspelden, wacht tot hij slaapt want een dergelijk schouwspel zou hem kunnen ergeren.

Wat de intieme relaties betreft
Het is heel belangrijk te herinneren wat jullie elkaar beloofden bij de huwelijksvoltrekking en dan voornamelijk de belofte van gehoorzaamheid. Als hij van oordeel is onmiddellijk te willen slapen dan zal het zo zijn. Te allen tijde wordt u geleid door de wil van uw man en oefent u geen enkel moment druk op hem uit om hem tot een intieme relatie te stimuleren.

Als uw man voorstelt te paren
Aanvaard dit met nederigheid maar houdt steeds in het achterhoofd dat het plezier aan de man is besteed en veel belangrijker is dan dat van een vrouw. Als hij zijn orgasme bereikt is een beetje gekreun van uw kant niet misplaatst, integendeel; het zal hem ervan overtuigen dat u er ook plezier aan hebt beleefd.

Als uw man minder normale handelingen voorstelt
Gedraag u gehoorzamend en lijdzaam maar geef eventueel uw ongenoegen aan door een stilzwijgen. Het is waarschijnlijk dat uw man dan onmiddellijk zal inslapen. Breng uw kledij weer in orde, breng uw schoonheidsproducten aan alsook uw haarverzorging.

Nu mag u de wekker zetten
Om zeker te zijn dat even voor uw man op bent in de morgen, zet u de wekker. Zo kunt u hem een kop thee maken tegen de tijd dat hij wakker wordt.

donderdag 6 januari 2011

Liedje voor het slapen gaan


Een beetje een saai eh...clipje, maar het is hoe dan ook beter om er even de ogen bij te sluiten.

zondag 2 januari 2011

Pasnie


Nou kijk, morgen is het maandag en moeten de kinderen weer naar school.
En omdat Bo dus jarig is geweest gaat ze trakteren. Op Vegter's rolletjes met slagroom, conform traditie, want je bent tenslotte jarig op nieuwjaarsdag of je bent het niet.

In een vlaag van op-alles-voorbereid-moederschap kocht ik begin december alvast 2 pakken Vegter's rolletjes en ook meteen maar 2 bussen slagroom. Want die stonden er naast.
Maar op 22 december, vervolgens, las ik een schokkend nieuwsbericht. Want wat blijkt. Het nieuwste model A-merk slagroombussen heeft een nieuwe spuitkop. Waarmee je mooiere toefjes kunt maken. Veel mooiere toefjes. Echt, dat je denkt: ja, deze toefjes, die zijn echt vele malen mooier dan die toefjes van vroeger. Die toefjes van toen, die waren altijd maar zo mwa-mwa...maar deze toefjes zijn gewoon....véél... móóier! Goed.
Wat bleek nu ineens, zo tegen de kerstdagen?
Die nieuwe spuitkoppen, die passen niet.
In de Vegter's rolletjes.
WAAAAH!

Ik zeg: een fantastisch staaltje product-innovatie! Lekker grondig de markt verkend ook.
Ze hebben, las ik, bij Vegter's, twee full-time krachten aan het werk moeten stellen (nee, maar heus!) om alle telefoontjes te beantwoorden van verontruste mensen. ( Die dan vermoedelijk zoiets hebben gezegd als: 'De rolletjes zijn te nauw' (?) want om te zeuren over de nieuwe tuit, belle men beter met de slagroombussenfabrikant, lijkt mij - maar maybe that's just me.)

Het is nu zondagavond. En (dat hoort er ook bij, hè, bij voorbereid moederschap, je kunt niet altijd scherp zijn) sinds 22 december heb ik verzuimd om naar de A.ldi te gaan voor twee B-merk slagroomspuitbussen. Dus mijn kind moet morgen naar school met afgeknipte ballontuutjes om haar spuitstukken. (Als een condoom; het advies van de telefonisten bij Vegter's.)
Is feestelijk, hè?

zaterdag 1 januari 2011

Verbluffend

Mijn dochter is negen.
Ik ben een moeder van een kind van negen.
En ik ben zelf nog lang niet eens veertig!
Nah.

Ik ging even op zoek naar een geschikte foto to go with the story (de foto's die ik vandaag van het feestje maakte kan ik niet laten zien want ik ben even het kabeltje van mijn telefoon kwijt) en toen bleef ik hangen bij deze twee. Op de eerste foto is ze anderhalf, op de tweede achtenhalf, dus wat dat betreft niet heel relevant, maar ik vond het ineens zo leuk om heen en weer te switchen, van het ene paar ogen naar het andere. Ze heeft nog steeds dezelfde blik.






Found it! 23:23
Vers van de pers: