dinsdag 28 oktober 2014

Het magazijn


Vorige week waren we in Amsterdam voor de cursus Leer mediteren in 1 dag, van Robert Bridgeman, een bijzondere man met een bijzonder verhaal, die op een totaal niet goeroe-achtige manier zijn ervaring, kennis en inzichten deelt.

We hadden hem leren kennen op een festival in het bos in Drenthe, vorige maand. Eigenlijk bij toeval belandden we daar bij hem in een sessie; een bijna letterlijk mindblowing experience, waarbij ik – hoe zal ik het zeggen – een glimp heb opgevangen van wat er mogelijk is; waar geest en lichaam toe in staat zijn.

(Bridgeman zelf beklom dit jaar samen met Wim Hof (The Iceman) en een groep patiënten van allerlei pluimage, de Kilimanjaro. In een korte broek, met ontbloot bovenlijf en binnen 48 uur. Zonder te bevriezen van de kou (-20˚ C is het daar boven) en zonder last te krijgen van hoogteziekte, dankzij meditatie en bepaalde ademhalingstechnieken. Ik bedoel, dat is best opmerkelijk, toch?)

Omdat een aantal enthousiast geworden mensen waaronder Henk en ik hier meer van wilden weten, besloten we met z’n allen naar die dag in Amsterdam te gaan.
(En dat is best grappig, als je weet dat ik tot voor kort iemand was die alleen al van het woord yoga de slappe lach kreeg – wat dat betreft ben ik een echte Nederlander, het schijnt namelijk dat Nederland het land op de wereld is met het hoogste wantrouwen jegens meditatie en aanverwante zaken.)

Inmiddels weet ik: meditatie is helemaal niet zweverig.
Integendeel. De zegen komt niet van boven, maar van binnen.
Het gaat erom dat je bewust wordt van je lichaam en je brein. Van de processen die er zich afspelen. En dan is het uiteindelijk de bedoeling dat je zo ver naar binnen gaat dat je eenheid ervaart. Met alles. (Maar dat is voor gevorderden.)
Waar het in principe om gaat is het volgende (en dat is tevens de definitie van 'mindfulness'):

Volledig aanwezig zijn in het nu,
zonder oordeel, aandacht geven aan wat er gebeurt.

Aanwezig zijn in het nu, dat doe je in eerste instantie door je te concentreren op je ademhaling. Dat is een handige truc, want gedachten hebben vaak betrekking op het verleden of de toekomst, maar ademen doe je altijd ‘nu’.
En ik dacht dus altijd dat je vervolgens je hoofd moest leegmaken.
En dat leek me zo’n gedoe!
Ik zou dan de hele tijd gaan zitten denken over het leegmaken van mijn hoofd.
(‘Ojee, nou denk ik weer dat ik niet mag denken dat ik denk’, dat idee.)
Maar gelukkig heb ik nu geleerd: Je mag best denken, want ja: denken is er nou eenmaal.
Het gaat er alleen om dat je een gedachte herkent als zodanig, denkt: Hee, een gedachte! en haar vervolgens weer loslaat en terugkeert naar je ademhaling.
En dan schijnt het dus zo te zijn dat je na enige oefening gedachtes al kan zien aankomen voor je ze daadwerkelijk hebt en dat ze uiteindelijk – maar dat is voor échte gevorderden – helemaal verdwijnen tijdens het mediteren.

Het logo van de Bridgeman Methode is de olifant. Die staat symbool voor het onderbewuste; dat grote ding, dat 95% van je brein uitmaakt, en waar je gevoelens en verlangens zitten. Dit limbisch systeem – een oeroud systeem; primitieve zoogdieren in de prehistorie hadden het al – is in feite maar op één ding ingesteld: genot zoeken en pijn vermijden. En dat genot zoeken en pijn vermijden willen we nog steeds, maar omdat we inmiddels ook een ontwikkelde cortex bezitten, kunnen we nadenken en andere beslissingen maken, omdat we bijvoorbeeld weten dat nu genot zoeken niet handig is voor later. (De olifant wil een pak chocoladekoekjes leegeten, maar je doet het niet omdat je weet dat je dan straks misselijk bent.)

Ik ben over het algemeen veel te soft voor mijn olifant. Ik mag van mezelf drinken en roken en ik hoef niet te sporten en niet zo vaak te stofzuigen.
En ik dacht altijd dat dat gewoon lui en dom was, maar het zit dus anders: ik geef mijn olifant gewoon teveel zijn zin. En waarom doe ik dat eigenlijk? Ik ben toch de baas?

Nja, als ik het zo opschrijf is het nogal een open deur, maar de metafoor maakte het ineens zo inzichtelijk!

Met meditatie train je dus onder andere om je olifant de baas te worden. (En niet met de zweep, maar liefdevol. Want je houdt natuurlijk van je olifant: het is jouw olifant tenslotte. En het is net als met een huisdier; een opgevoede hond is een veel leukere hond.)
Tijdens het mediteren zit je heel lang in één houding.
En dat is ergens best ongemakkelijk, vooral in het begin.
Er komt altijd een moment dat je denkt: Au, ik krijg pijn in mijn rug. Of: mijn voet ligt niet lekker. 
Dan wil je eigenlijk gaan verzitten. Oftewel: je olifant (pijn vermijden!) wil dat je gaat verzitten.
Maar dat hoef je niet te doen! Nee! Je kunt ook gewoon denken: Hee, ik heb pijn in mijn rug. Er is pijn. Dat mag er zijn.
Of je krijgt ineens kriebel aan je wang. Je olifant wil dat je gaat krabben. Maar dat hoeft niet! Je kunt ook gewoon denken: Hee, er is jeuk. Dat mag er zijn. (Dat magazijn, versta ik steeds.)

Maar goed. Het is dus nu de bedoeling dat we het geleerde in praktijk gaan brengen. Thuis. Volgens een vierweeks programma, om mee te beginnen.
Om elkaar wat te motiveren hebben we een whatsapp-groep opgericht.
En tsja.
Hoe zal ik het zeggen: de anderen doen het iets beter dan ik.
Ik heb nogal een sterke olifant, denk ik. En die heeft helemaal geen zin om een kwartier stil te zitten. Ik heb al vier van de negen dagen overgeslagen.
En als ik het wel braaf deed, bereikte het niet helemaal het juiste doel, geloof ik. Want als het belletje gaat en je je bij het openen van je ogen realiseert dat je heerlijk een kwartier hebt zitten nadenken over wat je allemaal nog moet doen, dan gaat er iets niet helemaal goed.
Haha.
Het zal nog even duren eer ik verlicht ben, vrees ik.


Maar vanochtend was ik bij de mondhygiëniste. En terwijl ik achterover lag in de stoel besloot ik maar eens wat te oefenen met het een en ander.
Ik concentreerde me op mijn ademhaling. Op het rijzen en dalen van mijn buik.
Ik probeerde volledig aanwezig te zijn in het 'nu'.
En zonder oordeel, aandacht te geven aan wat er gebeurde.

Dus toen de mondhygiëniste haar haakje op een bepaald moment wel erg diep in mijn tandvlees stak, dacht ik: hee, er is pijn. Maar dat mag er zijn!
En toen ze even daarna haar zuigapparaat zo diep achter in mijn keel stak dat het een kokhalsreflex opwekte, dacht ik: hee, een kokhalsreflex! Daar hoef ik niks mee. Het mag er zijn!

donderdag 23 oktober 2014

Hoe ik ruzie kreeg met mijn moeder over Zwarte Piet


Ik was afgelopen maandag met de kinderen op bezoek bij mijn moeder en bladerde door de Volkskrant. Dat doe ik altijd als ik daar ben; ik vind het fijn om af en toe nog eens door een krant te bladeren, nu ik thuis het nieuws alleen online lees.

Mijn oog viel op een column van René Cuperus, met de titel: 'Zwarte Piet vermoordt Sinterklaas.' Verdorie, dacht ik. Daar gaat iemand met mijn grapje aan de haal.
Hetzelfde zinnetje had ik pas ook bedacht, namelijk. Het had een leuke blogtitel kunnen zijn, als ik niet had besloten niets over Zwarte Piet en die hele toestand te schrijven.

Want wat zou het toevoegen. Alles is er inmiddels wel over gezegd. Alle argumenten en drogredenen zijn voorbij gekomen, historici hebben zich ermee bemoeid en BN-ers en onpartijdige allochtonen, er zijn Kamervragen geweest, er zijn (letterlijk) misselijkmakende compromissen bedacht in de vorm van stroopwafelpieten, iedere mogelijke woordspeling is gemaakt (al zie ik helaas weinig gesodemijter langs komen), het is een herhaling van zetten.
En het heeft allemaal geen zin.

Nico Dijkshoorn deed in DWDD nog een dappere poging de focus te verleggen, wat érg leuk was – ik blijf voor me zien hoe Nico z’n knie kapot valt – maar minstens zo vergeefs.
Het komt niet meer goed. We zitten in een impasse.
Een patstelling, waar voorlopig geen beweging meer in te krijgen is.
Cuperus besluit zijn overigens scherpe analyse met de oplossing: Makkers staakt uw wild geraas. Als slotzinnetje geslaagd, maar inhoudelijk een beetje te makkelijk: het geraas gaat natuurlijk niet gestaakt worden.
En zeker niet meer voor december.

‘De wereld staat in brand, er is Ebola en IS en wij maken ons hier een beetje druk om de kleur van een fantasiefiguur.’ Dat vind ik ook nogal een dooddoener, eerlijk gezegd.
Het klopt, het ís bizar, maar intussen hebben we er wel last van!
De middenstand zit met de handen in het haar, een heleboel ouders van kleine kinderen weten het ook allemaal niet meer zo goed, en onschuldig is het al lang niet meer: lees maar eens de reacties onder een willekeurig artikel over het onderwerp, dan kun je griezelen!
Er komen ineens een heleboel onderhuidse gevoelens van medelanders aan het licht.
Tot voor kort had Zwarte Piet niets met discriminatie te maken; het overgrote deel van de Sinterklaasvierende Nederlanders – waaronder ik - was zich daar althans niet van bewust. Maar inmiddels legt ie wel als een soort excuusnegertje het smeulend racisme in ons land bloot.

Zwarte Piet heeft zijn onschuld verloren. De Zwarte Piet van vóór de discussie had van mij best mogen blijven, maar de lading die hij onderhand heeft gekregen maakt dat ie wat mij betreft nu weg moet.
(Het is geloof ik nog simpeler: er komt zoveel lelijke, ongenuanceerde schreeuwerigheid uit het pro-kamp, daar wil ik gewoon niet bij horen.)

Hoe de meningen verdeeld zijn laat zich overigens niet makkelijk voorspellen, heb ik gemerkt.
Mijn gewoonte om op het gebied van normen, waarden en overtuigingen de mensheid grofweg in te delen in ‘OSM’ en ‘hullie’ gaat ineens niet op in deze. Het is misschien niet heel sterk, maar als ik een mening ben toegedaan, dan word ik daarin graag bevestigd door mijn 'peergroup' – en ik kwam al een paar keer bedrogen uit.
Toen ik hoorde dat de Hema Zwarte Piet in de ban ging doen dacht ik: Mooi. Ik hou van de Hema, de Hema denkt er net zo over als ik, dus de wereld klopt.
De pro-Zwarte Piet-column van Herman Sandman, een schrijver wiens stukjes ik graag lees omdat hij een ‘mooie kijk op de mensen en de dingen heeft', bracht die wereld weer aan het wankelen.


Maar het ging nog veel dichterbij mis.


‘Nah,’ zei ik. ‘Daar gaat iemand met mijn grapje aan de haal. Zwarte Piet vermoordt Sinterklaas. Dat had ik ook bedacht.’

‘Ja, belachelijk, hè,’ zei mijn moeder. 'Dat gedoe.'
‘Ja,’ zei ik. Nietsvermoedend.
En toen kwam het.
‘Zwarte Piet heeft toch helemaal niets met slavernij te maken!’
‘Huh?’ zei ik. ‘Natuurlijk heeft zwarte Piet wel met slavernij te maken! Niet bewust met racisme ofzo, maar écht wel met slavernij!’
En toen kregen we een ordinaire ruzie.
Waarbij het Suikerfeest ook nog om de hoek kwam kijken (‘Mam! Hallo? Het zijn niet de moslims die zich gediscrimineerd voelen, maar de mensen met Afrikaanse roots.’) en ik haar adviseerde om vooral maar op Wilders te gaan stemmen en zij logischerwijs boos werd omdat ik haar rechts noemde want ze las heus een linkse krant en ‘Sylvia Witteman is ook niet anti-Zwarte Piet’ (‘Nou, op Twitter anders wel!’) etc. Nja, het was niet heel elegant allemaal.

Maar ik stond ook echt perplex! Niet eens zozeer omdat we het meestal wel redelijk met elkaar eens zijn en nu ineens niet, maar vanwege het vuur waarmee ze Zwarte Piet verdedigde!
Terwijl ik me niet bepaald kan herinneren dat het Sinterklaasfeest in ons gezin vroeger nou zo’n big deal was. Ja hoor, we vierden pakjesavond en ik zette mijn schoen, maar dat was het dan wel.
(Ik ben Sinterklaas pas echt leuk gaan vinden in mijn studententijd – mijn hoogtijdagen op het gebied van surprises en gedichten.) 


‘Waarom was je nou zo boos op oma?’ vroegen de kinderen in de auto terug.
‘Omdat ik oma nog serieus neem, jongens.’
En dat vond ik best een goed antwoord, maar tegelijkertijd ook een beetje arrogant.
Want eigenlijk was het gewoon stom.
Wie gaat er nou ruzie maken over Zwarte Piet.
(...)

Sorry, mam.


donderdag 2 oktober 2014

Voorlezen


Het is Kinderboekenweek en vanuit groep 3 kwam de vraag wie er in de klas wilde komen voorlezen. En aangezien ik sinds ik me het super-schoolmoederschap heb laten ontglippen in een constante staat van wroeging en schuldgevoel verkeer, vulde ik als eerste mijn naam in op het lijstje. 

Morgen ga ik dus voorlezen, in de klas van Loïs.
Uit Bibi’s Bijzondere Beestenboek, van Bibi Dumon Tak, had ik bedacht.
Dat blijft immers het allerleukste boek om uit voor te lezen.


Achteraf bleek het een heel goede zet om me hiervoor aan te melden. Dan kan ik mooi nog even oefenen; inmiddels weet ik namelijk dat ik dinsdag óók moet voorlezen.
Maar dan op een podium, met een microfoon, voor een zaal vol grote mensen.
Onder wie Gerdi Verbeet.

Aan haar (leuk méns, hè?) wordt die dag het eerste exemplaar van een boek aangeboden: Anders werken – 50 verhalen over sociale innovatie, samengesteld door Aukje Nauta, Guurtje van Sloten en Cristel van de Ven, organisatiepsychologen bij Factor Vijf.

Terwijl ik me achter de schermen wat met dat boek aan het bemoeien was, kreeg ik de vraag om zelf ook een bijdrage in te sturen. Dat deed ik – want ik had best iets te melden over anders werken – en mijn bijdrage werd geselecteerd. Dat vond ik al hartstikke leuk en ik besloot dat ik naar de uitreiking zou gaan, in Maarssen.

Gisteren kreeg ik een mail met het verzoek of ik, naast nog 2 of 3 andere coauteurs, mijn verhaal wilde voorlezen tijdens de boekpresentatie.
Nee! Dacht ik. Nee, help! Ik ga écht niet op een podium mijn verhaal vertellen, dat durf ik helemaal niet!
Dus ik mailde terug: ‘Ja, natuurlijk wil ik dat. Hartstikke leuk!’

Nja. Zo doe ik het altijd maar.

Als ze mijn verhaal niet leuk vinden kan ik altijd nog een stukje uit Bibi’s Bijzondere Beestenboek voordragen.