vrijdag 29 juni 2012

Poppetjes op

Onder het motto 'je moet alles gedaan hebben in je leven' gingen we vanavond met oma naar de McDonald's. 
We waren aan de beurt en ik begon aan mijn bestelling, waarop ik tien minuten in de rij had staan oefenen. Ik vind de McDonald's altijd een beetje ingewikkeld. Dat komt misschien ook omdat ik altijd voor minstens vijf mensen moet bestellen; ik ben al blij als ik het allemaal heb onthouden. En als ik het er dan eindelijk uit mag ratelen krijg ik de hele tijd ingewikkelde vragen tussendoor. 
'Hallo. Mag ik drie bigmacmenu's, een happ...' '
'Grote of medium friet?' 
'Ehm. Medium. Waar was ik. Oja, een happ..' 
'Frietsaus?' 
'Ehm. ja, frietsaus. En een happ..' 
'Wat wilt u drinken bij de Big Mac menu's?'
'Ehm...'
Ik word er altijd een beetje nerveus van.
Maar toen kwam het.
'Nou en dus een happy meal...'
'De happy meals zijn op.'


De happy meals zijn op. 


Het is gek, maar dat verwácht je dus niet. Het duurt gewoon even voor je hersens verwerkt hebben wat er zojuist tegen je werd gezegd. De happy meals zijn op. Bij de McDonald's. Dat is net zo gek als...... ja, als wat eigenlijk. Zeg het maar. 
'Poppetjes op,' sprak Bo, naast me, uiterst grappig. (Maar dan moet u wel onderstaande aflevering van FC Kip hebben gezien.)
'Nou, doe me dan maar gewoon een hamburger, een kleine friet, een appelsap en een danoontje hè,' zei ik. Waarbij het McDonald's-meisje me niet-begrijpend aankeek maar braaf meetikte op haar schermpje. 
Later zag ik op de bon dat ik voor deze bestelling veel meer heb betaald dan €3,95 – de prijs van een happy meal, waar exact hetzelfde inzit, maar dan mét een doos en een poppetje. 
Haha.
Maar ik moest dat het meisje maar niet aanrekenen; blijkbaar bestaat er geen protocol voor oppe happy meals. 
En zo zou het ook moeten zijn.






maandag 25 juni 2012

Het ordinaire viswijf en haar karma-ding

Vandaag was een rare dag, die begon met een aanvaring met een dronken straatzwerver.
Ik fietste met de kinderen naar school; Lois bij mij voorop, Bo en Merlijn op hun eigen fiets. Net toen we over de brug kwamen zag ik hem strompelen. Ik herkende hem meteen, het is een bekende figuur in Groningen die me al vaker heeft aangeklamd, meestal om een vuurtje te vragen.


Blijf daar, dacht ik, bezwerend. Blijf op de stoepIk heb een feilloos instinct voor wat komen gaat, namelijk. 
En inderdaad; hij bleef niet op de stoep. Hij waggelde op ons af, versperde ons de weg en hief zijn armen in de lucht. ‘Waarom geven jullie stomme mensen nou nooit eens een stuiver aan een arme bedelaar?’ 


En ik had er geen zin in.
Ik had er ECHT geen zin in. 
Ja zeg, het was maandagochtend. Kwart over 8. En hij was agressief en vies (Bo zei later: ‘Het leek wel of er mos op zijn hoofd groeide,’) en hij stond nog geen tien centimeter van Loïs af. 
Dus ik sprak, misschien een tikje onvriendelijker dan ook had gekund: ‘Nou hoppetee, aan de kant, ik wil mijn kinderen naar school brengen.’ 
Waarop de dronkaard riep: ‘Kinderen? Kinderen!? Mijn kinderen zijn al lang DOOD!’ en sloeg, om dat laatste woord kracht bij te zetten, heel hard met zijn arm op mijn rug. 
(...) 
Hij sloeg me! 
Nouja zeg! 
En nog hard ook! 
En toen ging ik door het lint. 
‘BLIJF VERDOMME MET JE GORE ROTPOTEN VAN ME AF, KLOOTZAK!’ riep ik. (Letterlijk, ja. Ergens in mij schuilt een ordinair viswijf.) 
En daarna fietsten we verder, terwijl de vieze man me nog wat vreselijke dingen nariep (die ik heb genegeerd maar waarvan de kinderen nogal onder de indruk waren, zo bleek later). 


Nouja. Dat was dan weer dat. 
Maar toen! 
Toen ging er van alles mis. 
Ik bezeerde me aan alles waaraan ik me maar kon bezeren. Zo bleef ik met mijn wijsvinger in het kozijn hangen (ik kan een ingewikkeld verhaal houden over hoe dat precies heeft kunnen gebeuren, maar neemt u van me aan: dat is niet van belang), ik brak twee nagels, ik liet een mes op mijn teen vallen en ik stootte mijn knie. Aan de openstaande la van mijn bureau, toen ik wilde gaan zitten. 
Ik stootte mijn knie. 
Zo. 
Hard. 


Misschien herkent u dit? Je stoot je knie en dan lijkt heel even alles stil te staan. Stilte voor de storm. Een paar tellen, om je te realiseren dat de pijn die nu elk moment kan binnenstormen gruwelijk zal zijn. 
Ik ging maar vast op de grond liggen. 


Na drie minuten – waarin ik heel blij was dat ik alleen was, dat zegt genoeg denk ik – stond ik op, streek mijn kleren glad en ging over tot de orde van de dag. 
Maar ik kan nog steeds mijn knie niet echt buigen. 
En er zit een soort bult op, gevuld met vocht. 
Au. 

  1. Was het een karma-ding? Had ik de man gewoon zijn stuiver moeten geven en vriendelijk moeten lachen? Was dat beter geweest? (Gelukkig heb ik vandaag al genoeg moeten lijden en komt mijn mooie weer in augustus op Vlieland niet in gevaar ... toch, kosmos?
  2. Heeft de zwerver me vervloekt met zijn scheldkanonnade? 
  3. Had ik een pech-dag? 
We zullen het niet weten.

zaterdag 23 juni 2012

Kijk mama, dat ben ik in mijn paarse cape!



Klopt.


foto augustus 2011


Het meisje maakt een enorme ontwikkeling door, momenteel.
Je bent vier en plotseling bén je iemand.
Het moment van naar school gaan markeert een grote stap in de ontwikkeling van het ik-besef en het zelfbeeld, las ik net ergens. Ja, duh. Maar ik kan me eigenlijk niet herinneren dat ik dat zo duidelijk heb gezien bij mijn andere kinderen.

Ze vindt er geen bal aan, trouwens. Aan school. Ze gaat braaf, zoals ze nooit ergens moeilijk over doet, maar straalt inmiddels duidelijk uit dat het nu wel weer mooi is geweest.
‘Was het leuk op school, Loïs?’
*diepe zucht* ‘Jaa hoor. Maar het dúúrt zolang. Mag ik morgen iets korter?’

Vanmorgen – Henk en ik waren onze kledingkast aan het opruimen (het schijnt dat de potentiële koper daar ook ín wil kijken,omdat het een vaste kast is) - kwam Bo wildenthousiast de trap oprennen met een papier in haar hand.
‘Kijk! Loïs heeft mijn naam geschreven! Kijk,hier. BO. En nog een keer BO. Een B en dan een O. Goed hè, Loïs kan schrijven!’

En ik riep naar beneden: ‘Loïs, wat knap! Je kan al schrijven!’

Waarop het hilarisch uit het trapgat klonk: ‘Ja! Hoef ik nu niet meer naar school?’

Hm.
Haha.
Nee hoor schatje. 
Je bent al wijs genoeg.

vrijdag 22 juni 2012

Fun-da

‘U zou toch opruimen?’
‘Ja?’
‘Maar wat is dat dan?’
‘Oh, dat? Dat is mijn schoonmoeder. Maar daar gooien we gewoon even de sprei overheen. Kijk, hup. Zo kan het wel, toch?’


Ja, struinend over Funda kom je de leukste dingen tegen.
Dit ook (klik), hilarisch!  Dat glas bier naast de computer. En dat bed, haha.
Duidelijk niet onze fotograaf. (Die dus prachtige foto’s van ons huis heeft gemaakt! Ja man! Over een paar dagen verschijnen ze op Funda.)


Edit 23-06: Oh. Nu al! Hier.

woensdag 20 juni 2012

Te koop (2)

Weet u het nog? Een half jaar geleden riep ik dat ons huis te koop stond.
Dat hielp niet zoveel. Blijkbaar biedt mijn blog met vierhonderd lezers per dag niet genoeg exposure. Nah.
Onlangs besloten we een en ander wat gerichter aan te pakken en schakelden we een makelaar in.
Bij het eerste gesprek maakten we het meteen duidelijk: het zou ons niet lukken om ons huis eruit te laten zien als in een woontijdschrift.
Natuurlijk beloofden we dat het opgeruimd zou zijn als er kijkers zouden komen, geen onderbroeken op de overloop, geen afwas op het aanrecht. Maar verder geen fratsen. Het huis kon best eens lang te koop staan en intussen moest er wel gewoon geleefd worden. En ik vertelde maar weer eens het verhaal over de buren die elke keer voor een bezichtiging alle overtollige huisraad in de auto stalden - dan zag je de buurman met de wasmand over straat sjouwen en je wist: ze krijgen weer kijkers.
Gingen wij niet doen.
De makelaar vond het oké.
Mooi, dachten we, dat zit snor.

Hadden we even buiten de fotograaf gerekend.
Die kwam vandaag.
Het was een mooie zonnige dag, dus dat kwam goed uit. Bovendien was het huis om door een ringetje te halen. Ik had me de dag ervoor enorm in het zweet gewerkt. Van 10 tot 6, aan één stuk door*. Ik ging van boven naar beneden. Ruimde alle kamers op. Maakte alles schoon. Tot ik dacht wat een enorm leuk huis eigenlijk, waarom willen we hier eigenlijk weg.
De berging had ik een paar weken geleden al onderhanden genomen. Dat was een karwei, zeg! Ik reed naar de vuilstort en twee keer naar de kringloop, gooide 13 volle vuilniszakken in de ondergrondse en sorteerde het gereedschap, de kampeerspullen, de kerstversiering en noem maar op. Was de berging daarvoor nog een onneembare vesting, waarbij je over een tent, een step en drie dozen moest klimmen om bij de wasmachine te geraken, nu was daar een oase van orde en netheid. Had ik gedaan. Beretrots was ik.

Goed. De fotograaf.
Fotografe.
Ze kwam binnen en zei: ‘Ojee. Die inloopkast, zo zonder deur of gordijn ervoor, dat kan natuurlijk niet. Veel te onrustig.’
‘Tsja,’ zei ik.
In de wc zei ze: ‘Ojee, een prikbord. Dat is veel te druk.’
‘Tsja, ‘ zei ik.
En toen gingen we naar de berging. Naar mijn prachtige berging, waar je zomaar in een rechte lijn naar de wasmachine kon lopen.
‘Ojee,’ zei de fotografe. ‘Hier is het wel héél vol!’
En ik hapte naar adem. Vol!? Mensen zijn in kátzwijm gevallen bij het aanschouwen van mijn opgeruimde berging, in kátzwijm! 
Rustig glimlachend zei ik: ‘Dan had je het hier twee weken geleden eens moeten zien.’
Maar het was eigenlijk al geschied: ik zag het prachtig opgeruimde huis ineens door de ogen van de fotografe.
Jemig, wat een zootje was het nog. Er liggen afstandsbedieningen op de bank! De computer staat scheef! Het uitschuifbed moet worden ingeschoven! Verdorie, er staan shampooflessen op de badrand. Er liggen tandenborstels op de wastafel. Er hangt een ochtendjas aan het haakje aan de badkamerdeur. Het is overal veel te vol!

Het zweet brak me uit en ik begon als een bezetene met matrassen te sjouwen, fotolijstjes in lades te verstoppen en meubels te verplaatsen, de daarbij tevoorschijn komende stofnesten – ik maak alleen schoon wat ik kan zien – met mijn mouw wegvegend. Niet al te onopvallend, vrees ik.
Pfff.
Hier had ik nog heel wat uurtjes in kunnen steken.
Maar ja. Nu moest ik weg.
En met een ‘nou, succes met deze eh.. uitdaging,’ liet ik de fotografe achter in mijn rommelige, stoffige en veel te volle huis.

Als het goed is staan de foto’s eind van de week op Funda. Ik ben benieuwd.
U vast ook hè.


*

Nurse Jackie

Het is niet zo dat ik me de illusie maak dat u mijn tips opvolgt.
Zo ging u vast niet op mijn aanraden naar de film Melancholia toen die draaide en ik denk ook niet dat iemand op mijn aanraden De Geschiedenis van de Liefde van Nicole Krauss is gaan lezen. 
Wat echt heel jammer is, maar dat terzijde.
Ik doe het zelf ook zelden. Tips opvolgen. Of het moet al heel makkelijk zijn, dat ik gewoon ergens op kan klikken ofzo. Anders gaat het gewoon het ene oor in en het andere weer uit.

Maar deze tip kan ik u gewoonweg niet onthouden.
Ik heb een nieuwe verslaving. Ze heet Nurse Jackie.
Zo. briljant.
Echt, als u enigszins van Grey's Anatomy en/of House houdt - of beter nog als u Grey's Anatomy en/of House leuk vindt, maar toch nog wat mist - wat meer 'diepgang' en zwartere humor - dan MOET u Nurse Jackie zien, op DVD.
Moet, ja.
Echt.
Echtechtecht.





maandag 18 juni 2012

Mijn deal met de kosmos

Lang geleden maakte ik een deal met de kosmos.
Ik zei: ‘Hee kosmos, als ik nou beloof een beetje mijn best te doen in dit leven, de mens en de natuur om me heen met respect behandel en daarmee een portie positieve energie en 'good karma' de ether in slinger, zorg jij er dan voor dat ik altijd mooi weer heb op vakantie?’
En de kosmos zei: ‘Dat is wel het minste wat ik voor je kan doen, Novy. Oké, we hebben een deal.’
En daar klonken we op, de kosmos en ik.

Dus u begrijpt dat toen ik vorige week de weersverwachting las voor Terschelling, de paniek toesloeg. Op mijn blog probeerde ik nog een beetje laconiek te doen, van ach misschien wordt het toch nog best leuk, maar intussen was ik behoorlijk in de war: Had ik iets verkeerd gedaan? Was ie boos op me, de kosmos? Of was ie me gewoon vergeten? Werd ie teveel in beslag genomen door al die hordes smekende voetbalfans? Ik begreep er niets van.

Weet u nog wat ik schreef? ‘Ik zag het helemaal voor me. Ik op een zeilboot. Met wapperende haren op de voorplecht (of hoe heet dat). Starend over zee met hoog boven me de zeilen, strak in de wind. Op mijn slippertjes over het eiland struinen, van voorstelling naar voorstelling, lekker door de duinen fietsen in mijn nieuwe jurk, wijntjes drinken op terrasjes en ’s morgens ontbijten aan dek, in het zonnetje.’
Nou.
Zo ging het natuurlijk gewoon! 
Haha!
(Behalve dan dat met de jurk, want die nam ik niet mee.)
Du moment dat we op de boot stapten, brak het wolkendek open. En voeren we in de volle zon naar Terschelling. En zag ik vervolgens drie dagen niets anders boven me dan de blauwe lucht.


Dus nu denk ik dat ik even mijn excuus moet maken aan de kosmos.
Voor het hebben van zo weinig vertrouwen.
Tss. Dan heb je notabene een persoonlijke deal met de kosmos en dan laat je je toch nog in de luren leggen door weeronline.nl.




Ps: ik ben vandaag jarig.

donderdag 14 juni 2012

Geef me wind en zeilen


Ik zag het helemaal voor me. Ik op een zeilboot. Met wapperende haren op de voorplecht (of hoe heet dat). Starend over zee met hoog boven me de zeilen, strak in de wind.
Op mijn slippertjes over het eiland struinen, van voorstellingen naar voorstelling, lekker door de duinen fietsen in mijn nieuwe jurk, wijntjes drinken op terrasjes en ’s morgens ontbijten aan dek, in het zonnetje.

Ja, zo zag ik het wel zo'n beetje voor me, mijn weekendje Oerol (mogelijk gemaakt door vriendin AJ die aan me dacht toen er een plaatsje vrij kwam op de boot en door mijn man en kinderen, die het me cadeau gaven voor mijn zoveelste verjaardag - en zelf overigens niet mee gaan). 


Maar ik vrees dat het een béétje anders wordt.
Ook leuk, ongetwijfeld, maar...anders.
Want terwijl iedereen roept dat dit weekend eindelijk de zomer begint!, is dat op Terschelling duidelijk niet het geval.
Wacht, ik maak het even visueel:





Ziet u dat weercijfer, voor vrijdag de 15e?
Dat is een 2.
Blauw, blauwer, blauwst.
En aangezien de temperatuur nog eens niet zo slecht is – 18 graden - zegt dat des te meer over de andere weersomstandigheden.
Windkracht 5.
Regen, veel.

Haha. Ik ga ook eens voor het eerst over zee zeilen.

Nja. Ik pakte maar een hele stapel warme kleren in. Mijn slippers vervang ik door laarzen. En ik smste net nog naar iemand: ‘Heb jij misschien een regenbroek die ik kan lenen?’

(...)

Waarschijnlijk wordt het juist extra leuk, hè?
Met dat slechte weer.
En lekker spannend enzo.


maandag 11 juni 2012

De condooms in de fonduepan

We zouden gaan kaasfonduen bij oma. En omdat ze dacht dat ze aan één pannetje niet genoeg zou hebben, kwam ze ’s ochtends bij ons een tweede halen.
Henk was thuis, ik niet; ik was aan het werk.

Daar ging mijn telefoon.
Het was Henk.
Hij zei: ‘Je hebt me wel even een raar momentje bezorgd met je moeder.’
Ik vroeg: ‘Hoezo?’
‘Nou, ze kwam onze fonduepan halen. Dus ik pakte hem van de plank, zette hem op tafel en deed het deksel open. Er zaten twee condooms in.’
Ieuw,’ zei ik. ‘Toch geen gebruikte, hoop ik?’
Geen gebruikte. Gelukkig. Gewoon twee netjes verpakte durexjes.
‘Hoe komen die daar?’ vroeg ik.
‘Ja, dát wou ik dus net aan jou vragen.’
(...)
(...)
Ehm.
Haha.
Het zal je maar overkomen.
Dat je man je vraagt waarom er twee condooms in de fonduepan zitten. En dat je geen idee hebt!
En dat je dan dingen gaat zeggen als: ‘Ik heb werkelijk géén idéé! Condooms in de fonduepan? Ze zijn niet van mij, hoor, als je dat soms dacht. Misschien heb jij ze er wel zelf ingestopt. Ooit. Toen we het nog wel eens op de keukentafel deden. We hebben tenslotte al best lang niet gefondued. Of misschien zijn ze wel van de schoonmaakster. Of van de oppas. Je denkt toch niet dat ze van mij zijn? Dat ik condooms in de fonduepan bewaar voor als ik ga stappen? Hahaaa!’
Hoe meer ik mezelf hoorde babbelen, hoe verdachter ik het allemaal zelf vond klinken.
Want zou ik niet precies dezelfde dingen hebben gezegd als ik werkelijk betrapt was? Als mijn secret stash zojuist was ontdekt?
Het was op een vreemde manier heel verwarrend.
Onmiddellijk nadat ik met een laatste: ‘Sorry, ik weet het echt niet,’ had opgehangen, ging opnieuw mijn telefoon.
Ditmaal was het mijn moeder, die meteen van wal stak: ‘Liefje, ik denk dat ik je even moet waarschuwen. Ik was net bij Henk om de fonduepan op te halen weet je wel, en toen ontdekte hij dat er condooms in zaten.’
‘Ja,’ zei ik. Ik weet het.’
‘Oh. Heeft Henk je al gebeld? Oh. Ja. Ik dacht ik bel je maar meteen als ik thuis ben, ik dacht ik moet je maar even waarschuwen.’
‘Waarschuwen,’ zei ik. ‘Je ging me waarschuwen.’
Briljant, mijn moeder denkt ook al dat ik er een stiekem seksleven op na hou. 

Nouja, er zal binnenkort wel een logische verklaring opduiken. Ze zijn waarschijnlijk gewoon weer van de barbie van Vera.