dinsdag 29 juni 2010

Over een trapezediploma, een mislukt filmpje en een reusachtige aardbei

Op zich had ik best een blije dag want het is warm en hee, dan ben ik altijd blij. En ik deed ook heel veel goeie dingen zoals mijn schoonmoeder helpen met stapels en stapels post en papierwerk (mijn schoonvader bewaarde werkelijk álles!) en naar de H.ema gaan voor eyeliner en verjaardagscadeautjes voor jan en alleman. Tussendoor bracht ik drie kinderen van a naar b naar c en terug naar a via d en ik rekende uit dat ik zeker 15 kilometer heb gefietst vandaag.
Ik bedoel maar te zeggen, dat ik nog steeds niet heb hardgelopen (ik ben er overigens van overtuigd dat het volgens de letter der grammatica gehardloopt moet zijn, net als gestofzuigd, maar ik heb tot nu toe helaas geen medestanders gevonden) en dat mijn verjaardagscadeau derhalve nog steeds onaangeraakt in de schoenendoos ligt, is helemaal niet zo erg. Want ik kom heus wel aan mijn beweging.
Okee, tuurlijk, ik heb ook gewoon last van startersvrees. Bovendien denk ik telkens als ik dat schema bekijk: jemig, voor die 4 keer 2 minuten rennen en wat gewandel tussendoor, moet ik me daarvoor helemaal omkleden? Voor ik goed en wel mijn veters heb gestrikt ben ik alweer terug. En ik weet eerlijk gezegd ook nog steeds niet zo goed waarín ik me moet omkleden. Want ik kreeg dan wel van die hele mooi hardloopschoenen, maar geen flitsend pakje en het moet er natuurlijk wel een beetje lekker uitzien.

(Goed. Ik laat het u wel weten als het is gebeurd.)

En toen was het vanmiddag en ging Bo een gooi doen naar haar felbegeerde trapezediploma A. En ik had eigenlijk zo'n beetje gedacht dat dat gewoon iets was voor even tussendoor, maar nee: het was met alle toeters en bellen en met een heuse examinator met een boekje. Mijn hart ging er helemaal raar van roffelen en ik verschool me achter mijn telefoon om de hele oefening te filmen. Voor op youtube. En ter illustratie van een opschepperig logje.
En toen, net toen ze de moeilijkste figuur moest maken ('de vlag'), stopte plotseling mijn opname. Omdat mijn telefoon ging. Ik werd godverdegodver gebéld. Door een vriend die tevens de vader is van een vriendinnetje van Bo. Ik wees ik het gesprek af en startte de camera opnieuw en toen belde hij nog een keer en toen gaf ik het op.
Geen filmpje dus.
Ja, een half filmpje.
Maar das niks.
Gelukkig was daar wel het diploma, dus fietsen we even later toch blij naar huis.
(Uiteraard niet nadat ik de persoon in kwestie had teruggebeld en chagrijnig had geroepen DAT IK MAAR HOOPTE DAT HIJ EEN VERDOMD GOEDE REDEN HAD OM MIJ NET OP DAT MOMENT TE BELLEN EN MIJN FILMPJE TE VERPESTEN! (Sorry Remko. Fijn dat jullie dochter weer terecht is.))

De blijdschap is inmiddels overigens wat ehm...tanende. Want vanavond, na het eten, merkte ik ineens dat de vage rode vlekjes die ik vanmorgen op mijn armen ontwaardde zich hadden uitgebreid over den ganzen leib.
Ik zit van top tot teen onder de rode jeukende vlekjes.
Ja.
Ik at gisteren een pond aardbeien en ben voor straf nu zelf een aardbei.


donderdag 24 juni 2010

Een en al hoogtepunt hier

Het regent diploma's en rapporten. Zo haalde Bo vanmorgen haar Zwemvaardigheidsdiploma 1. Of het super-zwembrevet ofzo. Een vervolg op het C-diploma in elk geval. (Waar ik overigens allemaal lekker niks mee te maken heb, dat doet ze allemaal met schoolzwemmen. Ik mag alleen komen kijken bij het afzwemmen.)
Dinsdag 'moet ze op' voor haar trapeze diploma A. (What the f*ck? Trapeze-diploma?) en ze kreeg haar rapport deze week. Een goed rapport. Net als dat van Merlijn trouwens. Na de vakantie gaan ze naar respectievelijk groep 5 en groep 4.
En Loïs ging naar het consultatiebureau. En daar zei de arts: 'Goh, ze kan al twee woordjes achter elkaar zeggen'. En, nee, toen zei ik niet dat ze ook al Shakespeare kon citeren. Ik hield gewoon wijselijk mijn mond en knikte vriendelijk. En thuis ontdekte ik dat ze precies net zo groot en zwaar was als Bo en Merlijn met 2 jaar en 1 maand: 91 centimeter en 13 kilo.
Lollig hè: alsof we drie keer hetzelfde kind hebben gekleid.

Goh. Echt een kazig logje dit.

Maar ik maak het goed!
Want net leegde ik mijn iPhone en kwam foto's tegen van een (totaal vergeten!) uurtje dat ik met Loïs doorbracht in de Prinsentuin (een van de fijnste plekjes van de stad).




En oja, deze foto vond ik ook. Het is het interieur van een koelkast. Die van de buren. Ik was zo geïntrigeerd door de inhoud, ik móést het gewoon even fotograferen.
(Ze zullen deze publicatie toch niet als een inbreuk op hun privacy opvatten? Het is niet echt een versvoorraad om je voor te schamen, lijkt me.)



dinsdag 22 juni 2010

Wobble

Sorry,
Te melig.
Maar ja.
Lol met de iPhone.
U kent het wel.




Edit 23-6:
Okee, ik geloof dat ik even wat moet uitleggen, voor ik van kindermishandeling wordt beschuldigd. Of Aktiegroep Burgerbelangen op mijn nek krijg.

Kijk.
Ik schud natuurlijk niet écht met Loïs (duh!). Het is een foto op mijn iPhone, waarop een appje is losgelaten, waarmee je een gedeelte van de foto kunt laten wiebelen. Dat wiebelen filmden we dan weer, met de iPhone van Henk. (En omdat ik niet kon zien wat ik deed en dus niet wist hoe hard ik precies met de telefoon moest schudden voor het gewenste effect ziet het er dus een beetje beroerd uit.)
De hand die het hoofdje van Loïs vasthoud is overigens de hand van Bo. De combinatie van precies die foto (die al maanden geleden is gemaakt) met het wiebeleffect maakt het zo grappig. Vonden wij dan.

Kijk.
Lieve mama. Met driedubbele onderkin.

zondag 20 juni 2010

De Jurk en De Vinger

Tijdens het leeggooien van mijn telefoon kwam ik een foto tegen die me deed beseffen dat ik hier de laatste tijd twee onderwerpen heb laten liggen.
Twee onderwerpen die u dus nog van me tegoed heeft: De Jurk en De Vinger.



De Jurk

Ik kwam hem tegen op een tweedehandskinderkledingbeurs. Er zat een scheurtje in en de rits was stuk (maar we hebben oma, dus dat vormde geen beletsel). Ik betaalde er 6 euro voor en hij paste Bo perfect. Hij stond haar zelfs zo mooi dat ik stiekem een beetje jaloers was.
Ze droeg hem op de begrafenis van haar opa. Omdat ze vond dat ze haar mooiste jurk aan moest en ik haar groot gelijk gaf.
En daarna, daarna ging de jurk mee naar Sicilië.
Ik hing hem, als enige kledingstuk, in de kast. (Op vakantie leven wij graag gewoon uit de koffer. Kasten inruimen in een vakantiehuis, pff.)

We waren alweer ruim een week thuis toen ik het merkte: De Jurk. De Jurk was weg. En toen zag ik hem voor mijn geestesoog hangen: in de kast, in het huisje op Sicilië.
Niet gedragen.
Vergeten.
Dus ik Franc mailen. Of zijn vader mogelijk bereid was De Jurk op te sturen?

Vorige week arriveerde er een pakket. Maatje gemiddelde stofzuigerdoos.
In de doos trof ik De Jurk aan (joepie!), een paar sokken van Merlijn, een barbapapabal die Bo voor Loïs in Trapani uit zo'n vending-machine had getrokken en verder nog een heleboel andere zooi die niet van ons was: een kasthanger onder andere, met kant en roezeltjes en beertjes en spiegeltjes (lollig).
En een rekening van de portokosten (minder lollig): €34,90.

Nouja, 40 euro is nog niet heel erg duur voor zo’n prachtige jurk, zullen we maar zeggen. Maar al met al toch wel weer een typische Novy-actie.




De Vinger

Het was een paar dagen na het voorval met De Teen, toen Bo besloot dat ze dat wel kon toppen (mind the wordplay).
Bij de buren stond een werkbank buiten. Met gereedschap. De kinderen waren daar een beetje aan het timmeren. Spijkers in een plankje slaan.
Ja.
Ik was dus net even boven, toen Bo met een verschrikt gezichtje binnenkwam en stamelde dat ze per ongeluk met de hamer op haar vinger had geslagen.
En ja, wat denk je dan? Dan denk je: onder de kraan ermee. Goed koelen. En dan doet het nog een tijdje pijn en dan is het wel weer over.
Ja, dat dacht ik. Toen nog.
Ik had er gewoon nooit bij stilgestaan dat je zo hard op je eigen vinger kon slaan dat je gewoon eigenlijk je hele vingertop kapot slaat. Stuk. Plat.
Dat zo’n lief mooi vingertje zo zwart en vervormd kan raken, dat je er eigenlijk de hele week een beetje misselijk van bent. (Wat ik natuurlijk zo goed mogelijk heb proberen te verbergen, maar echt: zo erg zag het eruit.)
En een pijn dat het meisje had! Ze heeft bijna 48 uur aan een stuk gehuild. En we hebben het hier dus over Bo hè, onze held. Die nooit huilt. Van pijn. Na twee dagen werd het iets draaglijker, tenminste als niets of niemand de vinger aanraakte.
Twee keer zijn we bij de huisarts geweest.
De eerste keer kregen we pijnstillers en het advies om 'het maar even aan te kijken'.
De tweede keer was afgelopen donderdag, toen er een enorm hematoom was ontstaan onder en rondom haar nagel, die inmiddels een centimeter hoger zat dan normaal.
De huisarts maakte de nagel en de omliggende huid open om de druk te verlichten en sprak de uiterst komische woorden: ‘Het kan wel een paar jaar duren voor ze weer een normale vinger heeft.’
Ja.
Lachen man.

Anyway, het ging na dat snijden wel zo’n stuk beter, dat Bo besloot om toch mee te doen met de circusvoorstelling, gisteren. Wat naast een wervelende trapeze-act met negen vingers, een briljante foto heeft opgeleverd waarop te zien is hoe ze de pijn verbijt tijdens de eenwieler-act, waarbij elkaars hand gepakt moet worden.



Ik ben trouwens ziekig. Stem weg, hoest, verkouden. Blegh.

vrijdag 18 juni 2010

Ik ben jarig maar er klopt iets niet

Ik ben jarig maar er klopt iets niet.
De zon schijnt namelijk niet.
En ik ben verkouden. Met keelpijn van betekenis en een dicht oor.
Dat hoort niet zo, mensen. Want op 18 juni is het - waar ik ben - altijd mooi weer. Altijd.
En, op 18 juni, ben ik het bruisend en stralend middelpunt van het universum. Altijd.
Maar vandaag dus niet. Ik straal niet, ik bruis niet. Ik snotter.
Dus ik hoop maar niet dat deze dag exemplarisch is voor het jaar dat voor me ligt, want dan ben ik nog niet jarig. Zeg maar.

Enfin.
Om een vorig jaar gestarte traditie in ere te houden geef ik mezelf wel een liedje cadeau. En koos ik vorig jaar nog voor iets hips en actueels, vandaag geef ik mezelf een liedje uit 1988; het wonderschone jaar waarin ik zeventien werd.

donderdag 17 juni 2010

Een rare leeftijd voor iemand van zeventien

Morgen worden wij 100.
Wij, als in: ons gezin. Geteld in hele jaren per persoon.
Wij verjaren hier tegenwoordig in lustra. Als het goed is worden we over 20 jaar 200.
Maar laat ik dáár vooral nog even niet aan denken; dat ik morgen 39 word is al erg genoeg. Ik kan u dit zeggen: 39 is echt een heel rare leeftijd voor iemand van zeventien.

Ik hou het er dus maar gewoon op dat we met z’n allen 100 worden.


We hebben nog een tijdje met het idee gespeeld om een groot feest te geven. U weet wel: 100 mensen uitnodigen, 100 verschillende hapjes maken, dat.
Maar bah: helemaal geen zin in zo’n feest.
Feest = gedoe. Feest = duur. Feest = pfff, gedoe.
Dus geen feest.
Lékker. Geen feest.

(Alleen maar een klein feestje. Dûh, ik ben natuurlijk wel járig.)

vrijdag 11 juni 2010

Beestjes

Door die beesies van de Appie heb ik nu dus steeds dat suffe liedje in mijn hoofd - en ik zal vast niet de enige zijn: Allemaal Beestjes. (Weet je wat ik zie als ik gedronken heb, etc. Nee? Klik.)
Een vreselijk liedje, waar ik tegelijkertijd een soort van tedere gevoelens voor koester.
Omdat ik er hoegenaamd zonder dat liedje niet was geweest.

We spreken 1967.
Mijn moeder werkte bij een zakkenfabriek. Een fabriek waar zakken werden gemaakt: papieren zakken, plastic zakken, grote zakken, kleine zakken. Heel boeiende materie.
En mijn moeder werkte daar dan als typiste. U moet zich dat als volgt voorstellen: in een kantoor met lange tafels zaten een stuk of twintig dames, allemaal achter hun eigen typemachien. Facturen uit te tikken. En pakbonnen. En weet ik veel wat voor documenten nog meer. Tikketikketikketik.
En dat was dan ook meteen het enige geluid dat je hoorde, want er mocht tijdens werktijd niet gepraat worden. Niet. Gepraat.
En mijn moeder, nja, die werd daar dus een beetje recalcitrant van. Een tikje obstinaat.
Ja, recalcitrant, obstinaat, ik herken dat verder niet zo hoor. Ook niet bij mijn kinderen.
Nee.
Maar goed.

Het was dus in de tijd van dat hitje, dat zo vervelend in je hoofd bleef zitten. Het was vrijdagmiddag, het was warm op kantoor en mijn moeder verlangde naar buiten. Naar het weekend. Ze keek wat om zich heen en dacht...ja geen idee eigenlijk wat ze dacht, maar ineens voelde ze het opkomen. Een kriebel, diep vanuit haar borstkas. Een deel van haar wilde het nog wel onderdukken, maar er was geen houden aan: het borrelde gewoon langzaam maar zeker omhoog. Tot ze haar mond opendeed en op volle sterkte door het kantoor galmde: 'Béééééééstjes, bééheehééstjes! Allemaal beestjes, om me heen...!'

Haar collega-typistes schoten in de lach. Heel zachtjes natuurlijk, voorzichtig in hun knuistjes, want het waren heel gehoorzame kantoormeisjes.
En mijn moeder?
Die werd ontslagen. Onmiddellijk ende op staande voet.
De baas kon er de grap niet van inzien.
Mijn moeder vond het eigenlijk wel best.
Want het was misschien toch niet helemaal haar job.

Maar het leukste van het verhaal komt nog.
Er was namelijk een directeur van een uitgeverij, die toevallig nét op zoek was naar een directiesecretaresse. Iemand met humor en lef en looks. En die directeur hè, die hoorde dus via via van dit voorval. En hij dacht: Yo! Die vrouw, die kon wel eens precies de secretaresse zijn waarnaar ik op zoek ben.
En.. nouja.

Einde.

donderdag 10 juni 2010

Bad karma? Een vingerwijzing Gods? Lange tenen?

Bo zit sinds kort op atletiek.
Zeg nou zelf: ziet dat er goed uit of ziet dat er goed uit?



En dat brengt me meteen op het volgende.
Hardlopen.
Iedereen doet het tegenwoordig.
Vroeger heette het joggen. Toen deed niemand het.
Maar nu iedereen.
Zelfs Henk. Die loopt met gemak 10 kilometer zonder te stoppen.
De uitslover.
Nou, ik begin er dus niet aan.
Dáhág: ik ga mezelf daar een beetje moe lopen maken.

Maar, ik heb het al eens eerder gezegd, ik doe niet aan principes.
(Men noemt dat ook wel opportunistisch. Maar dat is overdreven; het is heus niet zo dat ik met alle winden meewaai, het is meer dat ik mijn eh... overtuigingen zo nu en dan aanpas aan eh... veranderende omstandigheden. Heel flexibel, feitelijk.)
Zo besloot ik vanmiddag ineens, in een opwelling, de Perry-sport binnen te gaan. Om me voorzichtig wat te oriënteren op renschoenen. Running shoes.
Zien of er een leuk modelletje te vinden was. Iets in mijn kleur.
Gewoon, even stiekem kijken.
Hoe dan ook.
Ik had het beter niet kunnen doen.
Want.
Bij het betreden van de sportwinkel. Stootte ik mijn teen. Aan de drempel.
Ik droeg slippers ja.

AU.

Ik ben zeker drie uur misselijk geweest van de pijn. Het gebeurde om half drie en om vijf uur moest ik me nog af en toe vastgrijpen aan de muur om niet spontaan onderuit te gaan.
En nu? Nu zit ik in een stoel met mijn voet omhoog en een teen die zegt:
Doef-doef-doef-doef.
Ik heb hem voorzichtig aan zijn buur-teen vastgeplakt, voor enige stevigheid.
En vraag me nog steeds af op hij niet misschien toch gebroken is.

What was I thinking anyway.

Nouja, voorlopig gaat mijn linkervoet in geen enkele schoen, dus dat scheelt weer.



Edit vrijdag 11-juni: next day

woensdag 9 juni 2010

Aangehouden

We zaten in de auto, de radio keihard aan, mee te zingen met Iggy Pop’s Lust for Life, toen ik in mijn achteruitkijkspiegel ineens een aantal rode lampjes zag, die de woorden STOP POLITIE vormden.

‘Ik moet stoppen van de politie,' zei ik met een lichte paniek in mijn stem. Want natuurlijk, de politie is je beste vriend enzo maar ik weet niet hoe het u vergaat, maar als ik de politie tegenkom kost dat altijd bakken met geld.
Ik ratelde wat door, onderwijl besluiteloos afremmend. ‘Waar moet ik stoppen? Gewoon hier, midden op straat? Of moet ik op de stoep? Wat doe ik fout? Doet een achterlicht het niet? Mag je niet headbangen in de auto? Ook niet met twee handen netjes aan het stuur? Staat de radio te hard? Heb ik door rood gereden?’
‘Hoe dan ook, sprak Henk droog, ‘je hebt wijn gedronken.’
De lolbroek.
‘Nietes,’ zei ik. ‘Eén glas, twee uur geleden’.
Ik hield stil half op het fietspad en de politieauto stopte naast me. Ik draaide mijn raampje open, keek vragend naar de man in het uniform.
‘Zit die kleine nou gewoon los in de auto?’
Huh? Waren we vergeten Loïs vast te zetten?
Ik draaide me met een ruk om. Nee, gelukkig, die zat keurig in de gordeltjes.
Maar toen viel mijn oog op Merlijn, die over zijn zusje’s stoel gebogen stond, om niets te hoeven missen van het gesprek dat zijn moeder voerde met een échte polítie-agent (ter visualisatie: we hebben zo’n mpv, met 3x2 stoelen; Merlijn zit helemaal achterin) - en ik besefte ogenblikkelijk dat hij even daarvoor waarschijnlijk had STAAN dansen op de muziek.
‘Merlíjn!’ riepen Henk en ik in koor.
‘Je zit niet in je riem!’
(Nja. We gaan er tegenwoordig een beetje vanuit dat ze dat gewoon doen.
En controleren dat niet ehm...altijd.
)
Fok, dacht ik. Wat nu?
Maar daar bracht de politieman al redding. ‘Heeft ie zijn gordel misschien zelf losgemaakt?’
‘Ja!’ zei ik, (of course!) ‘dat denk ik, dat moet wel! Want we zitten uiteráárd altijd allemaal vast. Daar zijn we heel streng in.’ En ik deed mijn best op een soort blik van verstandhouding (u weet hoe ze zijn hè, kinderen). Die misschien werkte, wie zal het zeggen.

‘Zorg dat het niet nog eens gebeurt, ‘ zei de politieman.
‘Het zal niet meer gebeuren, agent,’ beloofde ik.
Want te oordelen aan Merlijn, die met een rood hoofd van schaamte ineengedoken op zijn stoel zat, was dat iets dat ik best kon doen.

zondag 6 juni 2010

Ver weg feestje

Mijn halfzusje woont in (op?) Hawaï. En hoe zeer dat ook tot de verbeelding spreekt, soms is het gewoon eventjes stom.
Gisteren, op 5 juni, werd haar dochtertje, mijn nichtje, drie jaar.
Mijn enige nichtje. Dat ik nog nooit heb gezien, in levende lijve.
Gelukkig word ik regelmatig voorzien van filmpjes van het allerschattigste meisje met de enorme bos blonde krullen en heb ik daardoor het gevoel dat ik haar een beetje ken, maar toch: ik had gisteren (of: afgelopen nacht eigenlijk, want 11 uur tijdsverschil) wel heel graag op haar verjaardagsfeestje willen zijn! Al was het maar om haar moeder op de ukelele te horen spelen...
We zijn al eens aan het sparen geslagen voor een reis naar Hawaii, maar toen ging de wasmachine kapot, en toen de auto, en nouja, toen waren we weer terug bij af. U kent het wel. Ik overweeg wel eens om alleen te gaan, want kosten meer te overzien enzo, maar eigenlijk wil ik dat helemaal niet: ik wil met z’n allen! Want mijn zusje heeft onze kinderen ook nog nooit gezien, behalve Bo dan, toen ze net was geboren.
En zo’n Hawaïreis lijkt me ook eerlijk gezegd wel een ervaring die ik gewoon wil delen met mijn gezin.
Enfin.
Vandaag bakte ik Hawaiian pancakes, met de mix die ik een tijdje geleden opgestuurd had gekregen. Een pannekoekmix (just add water) op basis van de wortel van een of andere tropische plant, Taro.
Nou. Werkelijk. Waanzinnig! De lekkerste pannenkoeken die ik ooit heb gegeten! Ik moet echt zorgen dat ik dat spul ga importeren, ik zweer u ik word rijk.

dinsdag 1 juni 2010

Zingen en springen De theorie van de 100ste aap

Als u denkt: hee, op deze plek stonden toch vanmiddag nog twee filmpjes? Dat klopt, maar ik vond het ineens eigenlijk te suf voor woorden, weet niet waarom. (Als u ze toch nog wilt bekijken dan klikt u gewoon even hier: vindt u meteen nog meer alleraardigste homevideo’s.)

Nee, ik heb iets beters. Ik ga het hebben over morfische resonantie. En over mezen en melkflessen. Want daar begon Henk ineens over, gisteravond. Over mezen en melkflessen. Of eigenlijk had ie het over mussen en melkflessen, maar okee, kniesoor, en wat maakt het in feite ook uit, maar hoe dan ook, het zijn dus mezen. Mezen, die ineens de aluminium doppen van melkflessen bleken te kunnen openpikken. En niet alleen in Nederland, maar ook in Engeland en eigenlijk overal ter wereld waar melk in flessen werd verspreid. Ja, dacht men, dat hadden die mezen dan zeker van elkaar geleerd, hè.
Maar toen werd het dus oorlog. En na die oorlog, waarin minstens 5 generaties mezen nooit een melkfles zagen, verspreidde het fenomeen zich opnieuw razendsnel over de wereld. Rupert Sheldrake verklaart dit in het boek ‘The presence of the past’ aan de hand van zijn morfogenetische veldentheorie. Morfogenetische velden bevinden zich in en rondom de systemen die ze organiseren (mensen, dieren, planten, red.) en bevatten een soort collectief geheugen waaruit ieder lid van de soort put en waaraan het op zijn beurt bijdraagt. Doordat mezen de flessen begonnen open te pikken ontstond het 'flesopenerveld' en dit veld werd steeds sterker door de morfische resonantie-effecten van steeds meer melkdrinkende mezen!
Fantastisch hè. Ik bedoel, dit vind ik dus echt fantastisch!
Het verklaart ook waarom de cryptogram van de zaterdagkrant veel makkelijker op te lossen is op zondagavond! Gedurende het weekend hebben allerlei mensen zich het hoofd erover gebroken en de verworven informatie is opgeslagen in het morfogenetische veld; iemand die zondag begint te puzzelen put informatie uit dat veld en lost de cryptogram zo op!
Hm, ja sorry, maar ik word dus echt heel blij van dit soort theorieën.
Ik had zelf ook wel wetenschapper willen zijn. Pseudowetenschapper. Of nee, nee, geen pseudowetenschapper, wel een échte wetenschapper, maar die zich bezighoudt met iets triviaals. Iets nauwelijks ter zake doends. Iets lolligs. En daar dan heel serieus over doet. Ik had best graag willen promoveren op het nut van blauwe harige poppen in Sesamstraat, bijvoorbeeld. Of stage willen lopen bij The Ministry of Silly Walks. Ook zou ik wel de geschiedenisboeken willen ingaan als de bedenker van een of andere theorie.
Zoals de Theorie van de 100ste Aap.
(Dat klinkt echt goed hè: de theorie van de 100ste aap. Is ook zo’n collectief bewustzijn-theorie. Gaat over aardappels en dat je die kunt wassen alvorens ze op te eten. Dat leerden ze aan een aap, op een eiland. En aan nog een aap en aan nog een aap. En nadat de honderdste aap het had geleerd bleken ineens alle apen het te doen! Niet alleen op het eiland, maar ook op andere continenten!
Nah!)

(Eh. Toch maar de filmpjes? Klik)