maandag 30 mei 2011

Gewoon lijnen en vormen

Een tijd geleden las ik op de facebookpagina van vriendin AJ:

Wie doet er mee met de workshop modeltekenen? Meld je aan!
We hebben ook nog modellen nodig
.


Er werd al flink gereageerd op de oproep door mensen die ik ken en omdat ik ook gezellig een duit in het zakje wilde doen, typte ik in de reactiebox: Nou, ik kan niet tekenen, dus dan moet ik maar model zijn, hè.
Voor de duidelijkheid: dit was een grapje.
Geen moment gedacht dat iemand het serieus zou opvatten, omdat ik zelf ook geen moment dacht dat mijn theezakjes en striae-buik een interessant stilleven zouden vormen.
Ik was het dan ook meteen alweer vergeten, tot ik een paar dagen later, in de gang van de school, achter me de stem van AJ hoorde zeggen: ‘Hee, super zeg, dat je model wilt staan!’
‘Eh...oh. Ja, haha. Nou, kijk, weet je.. dat was eigenlijk...’
‘Ja, nou niet terug krabbelen hoor, we hebben je voor 5 juni op de agenda gezet. Je weet toch wel dat het naakt is, hè?’
Ik was er al bang voor.
‘Ja...ja, natuurlijk. Tuurlijk. Prima. Hartstikke leuk,’ hoorde ik mezelf zeggen.
Want ik dacht inmiddels: waarom ook niet. Je moet alles een keer gedaan hebben voor je veertigste in je leven.
En vervolgens vergat ik het maar weer zo’n beetje.
Want het was tenslotte nog lang niet zover.


‘Begrijp ik nou goed dat je model gaat staan voor de workshop van AJ & H?’ vroeg Henk ineens, een paar dagen geleden. En keek me daarbij op een bepaalde manier aan. Op zo’n ‘vind-je-dat-nodig?’-manier. Of misschien was dat mijn perceptie, dat kan natuurlijk ook.
‘Oh,’ deed ik overdreven schijnheilig, ‘had ik dat nog niet verteld?’
Maar misschien moest ik inderdaad mijn motieven maar eens onder de loep nemen. Ik was voor het gemak blijven hangen in het schouderophalend ‘waarom niet’, maar de vraag was misschien meer: ‘waarom wel?’
Dus ik begon met:
Wie A zegt – ook al was het dan uit onhandigheid – moet ook B zeggen.
En: Het zijn mijn vriendinnen. Die geven een workshop en hebben modellen nodig. Ik doe het gewoon om te helpen.
En: Jemig, ik ga toch ook in de sauna zitten, ik voel me niet ongemakkelijk bij bloot, dus prima toch?
En: Een model is gewoon een object. Het is echt niet zo dat ze naar mij gaan zitten kijken, ik ben gewoon lijnen en vormen.
Dit allemaal om de vraag maar zo’n beetje te omzeilen: ben ik een exhibitionist? Ik loop graag te koop met allerlei zieleroerselen, maar ben ik ook een lichamelijk exhibitionist? Vind ik het misschien gewoon leuk?

Nou:

Nee. Ik ben geen exhibitionist. (Dat had ik dan ook beter 15 jaar geleden kunnen zijn.)
En of ik het leuk vind weet ik nog niet.

donderdag 26 mei 2011

De radslagblessure

Bo maakt ongeveer 150 radslagen per dag. Dat zijn er zo’n 1000 per week, 4000 per maand.
Een beetje manisch is dat wel, ja.
Een radslagneurose zou je het kunnen noemen.
Me dunkt ook, dat je dat niet ongestraft kan doen.

‘Ik heb zo’n pijn aan mijn voet,’ klaagde Bo maandag ineens, tijdens de eerste etappe van de avond4daagse. Nadere inspectie leverde een merkwaardige rode zwelling op, bovenop haar voet. Als je er alleen maar naar wees, kermde ze het uit.

Dinsdag besloten we dat ze maar beter een avondje niet kon meewandelen (je mag één avond missen voor een medaille), gisteravond ging ze wel weer mee, maar volbracht de 5 kilometer grotendeels in de kinderwagen van Loïs.
Vandaag leek het me een goed idee om maar eens naar de huisarts te gaan.


‘Tsja, dat is flink geïrriteerd,’ concludeerde de dokter. ‘Het ziet er uit als een beginnende botvliesontsteking. Heb je zelf een idee waar het van komt? Doe je misschien iets speciaals met je...linkervoet?’
‘Neu,’ zei Bo.
Ik kuchte nadrukkelijk.
‘Nou ja,’ zei Bo.
‘Wat?’ vroeg de dokter.
‘Ik doe wel eens radslag,’ zei Bo.
'Wel eens,' zei ik.
‘Nou ja, best vaak,’ zei Bo.
‘En land je daarbij op je linkervoet?’ vroeg de dokter.
‘Uh-uh.’

Dus nu heeft ze voor minstens twee maanden een radslagverbod.
Dat wordt afkicken. Cold turkey.
Ook mag ze niet rennen, springen, of andere dingen doen waarbij ze haar voet zwaar belast; gelukkig is de sportdag van morgen afgelast in verband met de slechte weersvoorspellingen.
Verder hoop ik maar dat ze het redt.
Zonder radslag.

dinsdag 24 mei 2011

Zijwieltjes vertragen het proces van leren fietsen gemiddeld met 1 tot 1,5 jaar

Dat is de conclusie van een wetenschappelijk onderzoek dat niet heeft plaatsgevonden – althans, niet waar ik bij was – maar die waarschijnlijk dicht bij de waarheid zit.

Want kijk.
Waar draait het om bij fietsen?
Juist. Om evenwicht. En om het besef dat een fiets, omdat hij twee wielen heeft, omvalt tenzij hij voorwaarts wordt aangedreven.
En leer je dat op een fiets met zijwieltjes?
Nee. Je kunt gewoon stil gaan staan en even in je neus peuteren. Met je voeten op de trappers.
Trappen, dat is het enige dat je leert op een fiets met zijwieltjes. (En sturen, denk u nu misschien, nou, mis: sturen op een fiets zonder zijwieltjes is iets heel anders. Je stuurt namelijk niet de bocht in met je stuur (of slechts minimaal), je doet dat door je gewicht te verplaatsen; je maakt de bocht met je lichaam. Het stuur is slechts nodig om te corrigeren.) Nou is trappen natuurlijk ook niet geheel onbelangrijk bij het fietsen, maar veel makkelijker om te leren.

De uitvinder van zijwieltjes zou voor zijn broek moeten hebben! Omdat hij (of zij) het fietsen-leren voor veel kinderen decennialang onnodig heeft gefrustreerd, door het vooral een kwestie te maken van het afleren van – voor het echte fietsen – verkeerde technieken en aannames.


Kijk dan, dat kindje fietst! Ziet u? Ze blijft in evenwicht, ze draait bochten. Alleen maakt ze de voorwaartse beweging door met haar voeten op de grond af te zetten, in plaats van op de trappers.
Als ik haar volgende week op een echt fietsje zet, fietst ze zo weg. Dat ga ik niet doen, want dit is nu nog veel te leuk. Maar toch. Ziet u het?
Merlijn, die ook een loopfiets heeft gehad, fietste toen hij drie was. Bo, geen loopfiets, was bijna vijf. Terwijl ze motorisch minstens zo handig was. Ik durf het echt zomaar te beweren: Zijwieltjes helpen een kind niet te leren fietsen. Integendeel.


* misschien dat ze me bij Puky zouden willen inhuren als tekstschrijver?

zaterdag 21 mei 2011

Feest en taart

De aardbevingen zijn nog niet zijn begonnen, dat geeft me mooi even de gelegenheid om wat foto's te laten zien van de verjaardag van Loïs.

Oja. Nee. Het werd geen Knofje-taart.
Ik had geen oranje kleurstof en bovendien kan ik maar één soort taart maken en dat is de Slordige Verjaardagstaart: overduidelijk zelfgemaakt, maar indrukwekkend in omvang en zoete feestelijkheid.
Mijn motto: weinig inspanning, groot resultaat.
(Ik hou namelijk best van taarten bakken, maar heb totaal niet de behoefte me erin te bekwamen. Om figuurtjes uit marsepein te steken en meesterwerkjes te maken die eruit zien alsof ze van de luxe banketbakker komen. Wat heb je dáár nou aan. Misschien begin ik nog eens een bedrijfje. www.slordigetaarten.nl.)



'Wat wil je hebben voor je verjaardag, Loïs?'
'Een tattoo.'
Dus die tatoo kreeg ze. En een nieuwe loopfiets!

En een Mega-Mindy pak van oma.
En een ringetje.

vrijdag 20 mei 2011

Morgen wordt ze drie

Ik was eigenlijk van plan om vanavond naar About Last Night te gaan kijken. Met de Rob Lowe van toen. U weet wel. Zoals Susy me vanavond naar mij twitterde:

Susy Woooow! About last night. Zwijmeldezwijmelderobdezwijmel.
Maar ja, ik moest de slingers nog ophangen (dat laat ik normaal gesproken aan Henk over maar die moest uitgerekend op de avond voor de verjaardag van ons kind wérken...tss.. Bij de 3voor12 clubtour in Diepenheim), de keuken nog stofzuigen en de cadeautjes nog inpakken. En toen had ik het eerste uur al gemist en dacht: laat maar.
Ook omdat de onvermijdelijke trip down memory lane inmiddels had toegeslagen.
Ik liet Rob Lowe voor wat ie was en las in plaats daarvan maar weer eens mijn 'brief aan ongeboren kind', en het verslag van die prachtige dag: 21 mei 2008.
Zucht.
Mooi, man.

Morgen wordt ze drie.


Meer lezen? Over 3voor12 en het geboortekaartje van Loïs? Klik

woensdag 18 mei 2011

Een buik is een lichaamsdeel

Ik wil niet veel zeggen, maar Bo en Merlijn hebben nu al meer leuke dingen gedaan dan ik in mijn leven. En dan bedoel ik met leuke dingen bijzondere dingen. Dingen die niet alle kinderen doen. (Zelf vinden ze het natuurlijk helemaal niet bijzonder want ze weten niet beter - dat heb je dan wel weer.)
Een paar maanden geleden hebben ze bijvoorbeeld met een groepje kinderen een liedje ingezongen in een studio, voor de komende theatershow van Jochem Meijer. Waar ze 'als dank' vrijkaartjes voor krijgen.
Omdat ik daar natuurlijk nog geen fragment van mocht laten horen - allemaal top secret hè - schreef ik er niet over, want dat werd dan nogal een kaal verslag.
Net als het verslag van vandaag: Bo en Merlijn hadden een heuse 'photo-shoot' voor het tijdschrift Groter Groeien, waarin over een paar maanden hun leuke hoofdjes te zien zullen zijn. Maar, u snapt het al, ook al krijg ik het materiaal vanavond of morgen toegestuurd, ik mag er voor het verschijnen van het blad niets van op internet zetten.

Dus.

Om er toch nog iets van te maken sluit ik af met de volgende hilarische dialoog, die onlangs ergens in onze vriendenkring plaatsvond:

Zij: ‘Vind je dat ik een buikje heb?’
Hij: ‘Ja, je hebt een heel schattig buikje.’
Zij (verbolgen): ‘Oh, dus ik heb een buikje.’
Hij (perplex): ‘HOE wil je dat ik het noem? Het héét toch gewoon een buik, of niet? Je hebt ogen, je hebt een neus en je hebt een buik. Buik, dat is de naam van het lichaamsdeel. Dus ja, je hebt een buik. Een lief, schattig buikje. Niet goed?’
Zij: ‘Hm.’


zondag 15 mei 2011

Hoogtepunten

Ik geef even een beeldverslag van het rondje over de kermis dat we gistermiddag maakten.
Niet zozeer voor mij het hoogtepunt van het weekend (want dat was namelijk met afstand de voorstelling Medea in de Schouwburg. Ik heb echt tranen met tuiten gehuild - sorry, ja dat was ik - want wat was het prachtig..... en afschuwelijk. En prachtig. En afschuwelijk. En wat is Malou Gorter een WAANZINNIG goede actrice) maar wel voor de kinderen en dan met name voor Bo, die dit jaar ineens overal in bleek te mogen (want groter dan 1.40 m) en van de weeromstuit muteerde in een onvervalste 'thrill-seeker' die vermoedelijk voor haar twaalfde gaat aankondigen dat ze wil bungeejumpen.



Stilte voor de storm.

En toen:


Mijn arme, arme moederhart.


Oja. Het is dat het nogal lastig is om een foto te maken van je eigen rug, anders had ik u mijn prachtige blauwe plek kunnen laten zien; het resultaat van een slinkse samenwerking tussen de G-krachten die mijn lichaam teisterden in de Breakdance en het sluitinkje van mijn bh.


zaterdag 14 mei 2011

Nog 7 nachtjes slapen

Volgende week, op 21 mei, is Loïs jarig. Maar nou las ik toevallig in de NRC, dat op die dag ook het einde van de wereld plaatsvindt. Tenminste, dat voorspelt een of andere Christelijke organisatie.



(Haha, garandeerd. Met een d.)

Ik weet niet of u dat ook heeft, maar als ik zoiets lees is er altijd even een momentje dat ik denk: maar stél nou, dat... Want het kán. Toch? Ik bedoel, waarom niet? Het kan. Er zijn voortdurend mensen voor wie de wereld vergaat. Denk aan al die aardbevingen van de laatste tijd, Indonesië en Thailand, Haïti, Japan....Want zo zal het dus gebeuren, volgende week; door een totale aardbeving. (Ik stel me dan zo voor dat die ‘kleine’ aardbevingen een soort aanloop-kuchjes zijn, waarna de echte hoestbui losbarst. Ik bedoel: het kán. Toch?)

Waar ik trouwens wel weer wat van in de war raak, is dat ze vervolgens beweren dat de wereld 'opnieuw begint op 21 oktober', voor hen die hartgrondig en diep in Hem geloven.
Dat snap ik dan weer niet. Hoe ik dat praktisch voor me moet zien, bedoel ik. Blijven alle 'goede gelovigen' gespaard bij die allesvernietigende aardbeving? Maar hoe dan? Of verdwijnselen ze en verschijnselen vijf maanden later in een 'nieuwe wereld'?
Nee, dat snap ik niet.
Maar los daarvan, als ik zo’n man hoor zeggen, met ernstige stem: ‘The world is ending. We are the last generation,’ vind ik dat stiekem best spannend. Het idee. Om de laatste generatie te zijn. Dat bij ons de geschiedenis stopt. Dat wij de laatste zin van het boek schrijven. Dat voelt toch een beetje alsof je gewonnen hebt. De finish gehaald.
Nouja.
Ik bazel.
Want het is natuurlijk helemáál niet cool als de wereld vergaat, hè.
Nee. Want we gingen nog van alles.
En de kinderen moesten nog groot.


Wel fijn dat we vanwege de verjaardag van Loïs, op 21 mei allemaal bij elkaar zijn. Dan kunnen we elkaar tenminste vasthouden, als de wereld vergaat.
(Wel na de taart, graag.)

vrijdag 13 mei 2011

En weg was het

Het is alsof de duvel er mee speelt: schreef ik eindelijk eens iets over het werk van Henk, geheel zonder cynisme en met oprechte trots enzo, crasht Blogger en was ineens heel dat stukje weg! Gone! Foetsie!
En de stille hoop dat het nog ergens weer op zou duiken heb ik inmiddels ook opgegeven.
Dus wat nu? Heb ik zin om het opnieuw op te schrijven?
Pff, nee.
Maar, wacht. Ik heb al een idee. U leest gewoon het volgende artikeltje - klik - en overal waar u 'Deltion' ziet staan, daar leest u dan 'Henk' voor in de plaats. Dan bent u er namelijk ook, in feite.
*gna*

Bovendien was het natuurlijk alleen maar bedoeld als opmaat naar het volgende filmpje:


Oh. (Edit) Zie ik ineens die datum staan. Vrijdag de dertiende. It figures.

zondag 8 mei 2011

De ondoorgrondelijke wegen van de kosmos of The corniest mother's day ever

Het was alwéér fijn vandaag. Ik weet niet wat het is, maar we rollen hier zo’n beetje van het ene hoogtepunt in het andere. (Voor u daar jaloers op zou worden, dat hoeft niet hoor: het is hier heus binnenkort wel weer kommer en kwel, haha.)
Lees:
Een rare dag in twee akten.

Akte 1.
Henk geeft mij op mijn verjaardag altijd een liedje cadeau. Een liedje dat op dat moment zijn gevoel voor mij verwoordt, of gewoon een liedje dat bij mij past of bij de situatie op dat moment. Een heel aantal van die liedjes ben ik eerlijk gezegd (en helaas ook wel) gewoon vergeten, maar een aantal weet ik nog. Op mijn dertigste verjaardag kreeg ik bijvoorbeeld Into my arms van Nick Cave en een paar jaar geleden Love of my life van Queen.
Vanmorgen kreeg ik – totaal onverwacht; ik ben tenslotte helemaal (nog) niet jarig, het is slechts moederdag – ook een liedje. Nadat de croissantjes verkruimeld waren in het bed en ik de prachtige zelfgeknutselde moederdagcadeaus had uitgepakt, zette Henk me een koptelefoon op en hoorde ik het begin van Billy Joel’s Always a Woman.
Ik moet bekennen dat ik bij die eerste tonen even dacht: tsjonge, wat een corny nummer.
Maar toen ik – uiteraard – bleef luisteren besefte ik: damn, die tekst gaat wel degelijk over mij. En wat is het eigenlijk een práchtig liedje. En wat een lief cadeautje.

Akte 2
Wie er vandaag wél jarig is, is mijn schoonmoeder. Ze is 88 geworden. Geheel tegen haar gewoonte in had ze besloten dit niet te vieren binnen de vier muren van haar aanleunappartement, maar de hele familie (dat is 11 mensen inclusief alle kleinkinderen) mee te nemen naar Lauwersoog, om daar lekker vis te eten aan het water. Terwijl de kinderen konden zwemmen en spelen. Dat alleen was al redelijk fantastisch, op deze tropische (!?) lentedag.
We namen plaats op het terras en nadat ik even terug was gelopen naar de auto voor de zonnebrand, zag ik Henk in de weer met een geluidsset van - nam ik aan - een of andere schnabbelzanger die daar blijkbaar ging optreden en niet wist hoe hij zijn kabeltjes moest prikken. Na een tijdje keek ik nog eens goed en dacht: oh, hè? Maar die kennen we! Dat is Erwin Nyhoff. (De zanger van de vroegere Prodigal Sons, voor wie dat iets zegt). Henk heeft een tijdje geleden een cd met hem opgenomen en zijn zoon Jimi (ook muzikant) is toevallig een leerling van de school waar Henk werkt.
Hij bleek ingehuurd te zijn door een ander gezelschap, dat ook iets te vieren had, en zo konden wij dus gratis en voor niets meegenieten van een misschien niet heel spannend, maar ook zeker niet vervelend liedjesrepertoire van Beatles, Everly Brothers, Neil Young, etc.
Op een bepaald moment, na het eten, zat ik op de rand van het terras damage control te verrichten bij Loïs en haar ijsje, toen ik de zanger hoorde zeggen; ‘Het volgende nummer is van Billy Joel...wat is de titel ook al weer...’
Nee....! Onmogelijk!
(Nou wil het toeval ook nog dat ik dit moment vastlegde: ik heb bewijs!)
Ik rende naar Henk, die mij even ongelovig aankeek en toen, toen kregen we allebei tranen in onze ogen en knuffelden elkaar en nouja, dat wilt u allemaal helemaal niet lezen, zeker niet als u snel visualiseert. Of net zelf in een huwelijkscrisis verkeert.
Nja.
Ik vond het maar mooi. En maf.

Toen ik het verhaal aan de buren vertelde vanavond gingen die er voetstoots vanuit dat Henk dat liedje dan wel zou hebben aangevraagd. Haha, nee, hè bah, dat had ik dan weer heel stom gevonden! Nee, dit was echt kosmisch. Leve de kosmos!



En leve de ogen van Loïs!




Edit: na een reactie op twitter (dank René!) hier een mooie cover van het betreffende liedje, door de zanger van Guillemots.

In het bootje gestapt met de Santenkraam


We gingen fluistervaren in Giethoorn; het Venetië van het Noorden. (Wat best wel een tenenkrommende vergelijking is, maar eerlijk is eerlijk: met zoveel baby-eendjes heb je geen San Marcoplein nodig.)


De kinderen mochten de indeling maken en kozen voor een mannen- en een vrouwenboot.
Waardoor Sanneke en ik ons dus mochten vermaken met twee allerschattigste mini-meisjes-met-zwemvest en een oergezellige - die kun je dr wel bijhebben - Bo.



(Op de mannenboot werd muziek gemaakt, dat dan weer wel.)


Géénszins representatief (want het was een dag zonder verdriet, mokken en gemopper; Neeltje was hier alleen maar heel eventjes boos omdat ze niet langer de boot mocht besturen) maar desalniettemin een fantastische foto:



Dank, Santenkraam, voor een heerlijke dag! <3

donderdag 5 mei 2011

Drie soorten drop in een zakje en Groot Geluk

Wacht, ik weet hem nog.

Ik ga op reis en ik neem mee:
Mijn kussen
Mijn drie kinderen
Mijn tandenborstel
Een tomaat
Luchtverfrisser
Mijn auto
De loopfiets van Loïs
De goudvis in de kom
Mijn zakmes
Mijn handen
Drie soorten drop in een zakje
Papa
Kauwgom
De tube wasabi
Broccoli
Mijn slippers



Terwijl mijn echtgenoot zich vandaag in het zweet werkte bij een aantal podia op het bevrijdingsfestival in Zwolle en spannende dingen deed met Kinkfm, dook ik met de kinderen een dagje onder in het Paradijs. Het Paradijs, dat weet bijna niemand, ligt ergens in Diever. Waar – hoeveel mázzel kan een mens hebben – heel toevallig vrienden van ons wonen. En waar wij dus zomaar naartoe kunnen, wanneer we willen, maar ook bijvoorbeeld op een verjaardag van een van hun kinderen, op 5 mei.

We aten (taart) in de tuin, aaiden de lammetjes, de kinderen deden een insectenproject met spinnen en wormen en pissebedden en torren in pindakaaspotten, ik fotografeerde de kippen, we hoorden de vogels, we zochten weegbree voor tegen de brandneteljeuk, nouja, wat ik zeg: Paradijs.
Ik weet het nu helemaal zeker Henk, ik wil een boerderijtje. Weg uit de stad.

En zo kwam het dus dat ik op de terugweg – in mijn lievelings-leenVolvo (Henk was met onze auto weg) – zomaar overvallen werd door een gevoel van Groot Geluk. De zon ging prachtig oranje onder en terwijl Loïs in slaap sukkelde speelden Bo, Merlijn en ik het dierenspel en gingen vervolgens – nadat Merlijn terecht opmerkte dat het toch wel reuze vervelend is dat je nooit een dier met een v kunt noemen, omdat er nou eenmaal geen dierennamen zijn die eindigen op een v – verder met ‘ik ga op reis en neem mee.’
Mijn lievelingsspel.
Beken ik maar eerlijk.

Een logje van niks. Maar dat komt: het is ook hartstikke moeilijk, Groot Geluk overbrengen.