donderdag 30 december 2010

Op de valreep (2)

Heeft u me gemist? Ik u wel. Ik moet zelfs bekennen dat ik last heb van enige afkickverschijnselen; de laatse dagen dringen zich voortdurend onderwerpen aan me op waarmee ik u nodig moet vermaken/vermoeien/informeren. Waar ik dus gek van word, want ik heb echt geen tijd. Echt. Geen tijd.
Ik ben nogal hard aan het werk. (Boekje redigeren. Encyclopedietje. Haha. Op 5 januari moet ik klaar zijn. Om het d-woord even te vermijden. Ik las pas ergens namelijk dat iemand vond dat mensen die regelmatig roepen ‘ik heb een deadline’, nogal sneue mensen zijn. Omdat ze daarmee willen aangeven hoe hip and happening en on the go ze zijn enzo. En nou durf ik het niet meer te zeggen.)
De hele kerstvakantie is dus nogal langs me heengegaan. Ik vegeteerde zo’n beetje in een strak schema van elke dag zoveel pagina’s en één dingetje ‘leuks-met-gezin’ (wat vijf keer neerkwam op het kijken van een Harry Potterfilm met Bo, Merlijn en Henk (tijdens middagslaapje van Loïs), een keer naar een theatervoorstelling met z’n allen en een keer op verjaardagsvisite.)

Verder?
Serious request: gemist (op enkele foto's na).
Kerst zelf: zo’n beetje langs me heengegaan (hoewel het wel érg leuk in de sauna was. Ik kan dat iedereen aanraden: met Kerst naar de sauna. Waarom zou je staan stressen in de keuken en je druk maken over de tafelschikking en die ladder in je panty als je ook in je dampende blootje buiten in de sneeuw glühwein kan drinken? )
Sneeuw/ijs/gladheid/etc: gemist.

En nou is het morgen ineens oudjaar. Ggg.
Morgenavond om 12 uur is mijn oudste dochter jarig en ik heb het nauwelijks in de smiezen.


Maar goed, ik dacht ik sluit het jaar eens af met wat fragmentjes.

Allereerst met datgene waar ik dit jaar het hardst om heb moeten lachen.
(Hoewel dat technisch gesproken misschien niet helemaal klopt; het hardst zal ik waarschijnlijk gelachen hebben om een van mijn eigen grapjes.)





En met deze man, van wie ik dit jaar een beetje ben gaan houden, sinds hij voor mijn dochter zong op Vlieland.
'I plan to be forgotten when I’m gone..'
Zo mooi.





Oja, ik heb ook nog een goed voornemen.
Ik neem me voor om in 2011 te pas en te onpas het woord ‘verbluffend’ te gaan gebruiken.


Fijne jaarwisseling!

zaterdag 18 december 2010

En u wist van niks

Ik schreef laatst dat dit weblog geen directe afspiegeling is van mijn leven, nou dat gaat zeker op voor de laatste weken; de stilte hier was totaal maar dan ook totaal niet representatief voor de hectiek IRL. Mensen, wat een gedoe. Wat een bizarre wendingen, rare samenlopen van omstandigheden, geren en gevlieg, gevecht tegen de bierkaai.
Het had hilárische logjes kunnen opleveren, maar helaas.
Want hoewel ik heus wel de humor in zag van bepaalde situaties (met als hoogtepunt afgelopen donderdag, toen mijn auto afsloeg en vervolgens niet meer wilde starten. MIDDEN OP EEN KRUISPUNT. TIJDENS DE SPITS. IN EEN SNEEUWSTORM. Heeft u meer visualisatiemateriaal nodig? Toeterende auto’s. Scheldende automobilisten, tumult. Chaos. En temidden van alle tumult en chaos zat ik, als in het oog van de storm, bijna griezelig kalm* te wezen. Goh, dacht ik alleen maar droog. Hij doet het niet meer. Dus nu heb ik een probleem. En kom ik te laat - te laat om Loïs op te halen van haar oppasadres, te laat om de andere kinderen op te halen bij de buurvrouw, te laat voor het kerstdiner op de school van Bo. Overigens was de kerstgedachte intussen weer ver te zoeken. Het is grappig hè, hoe mensen op zo’n moment gaan schreeuwen en middelvingeren. Alsof ik voor mijn lol midden op een kruispunt stil ga staan, ja. Oh. Zei ik al dat het uiteindelijk een tandeloze junk was die mij hielp mijn auto naar de kant te duwen?) het ontbak me gewoon aan de tijd, ruimte en energie; ik moest die bordjes zien hoog te houden tot het eind van de week. (Which I dit. I made it.)

Dus ik skip vast even naar de Kerst.
Ik weet niet hoe het met u gesteld is, maar ik ben een beetje ambivalent wat betreft de Kerst. Ik kan er aan de ene kant best het leuke van inzien, ik kan genieten van lekkere kerstdiners, (vooral als ik ze niet zelf hoef te maken) en ik word blij van het optuigen van de kerstboom door de kinderen en van al die lichtjes, buiten. Maar tegelijkertijd maakt de Kerst ook altijd een zekere recalcitrantie in me los. In die zin dat ik ineens een last minute wil boeken ('Nee, sorry, we zijn er niet met Kerst. Dan zitten we op Bali.’ hahaha). Of dat we gewoon de hele dag in pyjama blijven rondlopen en ’s avonds patat halen bij de snackbar.

Dit jaar ga ik op eerste kerstdag naar de sauna, vind ik ook wel lollig. (En toepasselijk ergens ook, immers, Jezus werd ook geboren in zijn na.. nouja, you get my drift.) Met mijn dochter. En met een vriendin en haar dochter. Henk blijft thuis met Lois en Merlijn en met zoontje van vriendin. En misschien dat het hem dan zomaar lukt om nog een leuke kerstmaaltijd in elkaar te draaien ook, voor als wij ’s avonds thuiskomen. Je weet het maar nooit.

Vanavond, toen ik de kinderen naar bed bracht bereidde ik Bo vast een beetje voor. Of ze wel wist dat sauna in je blootje was? En dat ze dus niet straks, samen met Vera, moest gaan zitten giechelen om rare piemels. Of om andere lichaamsdelen.
Ik weet niet of de grijns op haar gezicht veel goeds voorspelde.
Nee, maar serieus, volgens mij wordt het helemaal leuk. Ze mogen een paar keer mee de sauna in, en lekker zwemmen, buiten, in het warme water, en in het bubbelbad, en verder zie ik het dan zo voor me dat ze lief en kalm gaan zitten pimpampetten in de rustruimte, terwijl hun moeders zich heilzaam laten afranselen met berkentakken. Ja. Zo zie ik dat voor me.

‘Wij hadden toch ook een keer een huisje met een sauna erin?’ vroeg Merlijn.
‘Ja, dat was in Denemarken,’ zei ik. En, erachteraan: ‘Poeh wat was ik toen misselijk.’ (Want dat zeg ik altijd als het over Denemarken gaat.) ‘Ik had toen net Loïs in mijn buik.’
‘Hoor je dat, Loïs,’ zei Merlijn, ‘jij zat toen in mama’s buik en daarom was mama heel misselijk.’
Waarop Loïs me een tijdje peinzend aankeek en zei: ‘Ja. Want jij vond me toen niet zo lekker hè?’

Vond ik grappig.
Nou.
Dat was het wel weer.

* om even later, ahum, toch nog even de zijstrip van de auto eraf te schoppen.

zaterdag 11 december 2010

Beschuit in bed. Aaargh!

Ooit eerder een kindje zo genotvol een beschuitje met kaas zien eten?
Her Royal Chubbyness.




Oh, en als u denkt, wat doet dat kindje idióót af en toe, met die maffe grijns en dat beschuitje zo in de lucht, dat komt door mij; ik doe raar. (Ik zit er tegenover, knabbel ook op een beschuitje.)

maandag 6 december 2010

Te wachten, ergens op

Disclaimer
Dit weblog gaat over mij en mijn naasten. Soms schrijf ik heel eerlijk en openhartig, soms ook verzin ik maar wat, dik ik dingen aan of ridiculiseer en ironiseer ik situaties. Wat u hier kunt lezen heeft raakvlakken met, maar is geenszins een realistische en volledige afpiegeling van mijn dagelijks leven.
Af en toe ben ik misschien wat grof-in-de-mond, bij vlagen zelfs bot, maar immer dient dit een persoonlijk doel; ik ben nu eenmaal stevig uitgerust met zelfspot en ironie. Het is uiteraard nooit de bedoeling iemand hiermee te beledigen of in verlegenheid te brengen.
Ik hou van contact en ik hou van aandacht. Ik ben graag een open boek; ik geef mezelf - tot op zekere hoogte - bloot op het internet.
Waarom?
Omdat het kan.

Als u vragen heeft, of opmerkingen naar aanleiding van dit blog, dan kunt u – beter dan bijvoorbeeld mijn schoonmoeder ermee bestoken - een reactie achterlaten in de daarvoor bedoelde reactievelden, of mailen naar novy1971 at gmail dot com.



Zo. En dan nu dit.
Mijn moeder is ziek. Ze ligt in het ziekenhuis. Als ze iets eet krijgt ze buikpijn. Heel erge buikpijn. Dus eet ze niet meer. Er wordt een operatie overwogen, om een stuk darm weg te nemen, maar dat schijnt een nogal zware operatie te zijn, dus dat durft de chirurg niet aan. Dan zou ze in elk geval eerst moeten aansterken. Maar: ze kan niet eten. Dus.
Nu ligt ze in bed. Met morfine tegen de pijn. Te wachten, ergens op.

woensdag 1 december 2010

Nog lang niet jarig

Novylooptover bestaat a.s. maandag 2 jaar. Maar ik ga het niet vieren hoor, daar heb ik helemaal geen tijd voor; de kans dat u de komende weken hier een leuk stukje zult lezen is ook te verwaarlozen.
Ehm...ik ga u verwaarlozen, dat is eigenlijk wat ik probeer te zeggen hier.
Ik heb het namelijk druk, de komende tijd.
Hééél druk.
Werk aan de winkel. Of, met andere woorden: brood op de plank.
En dat is waar ik de afgelopen maanden nógal om zat te springen, dus ik ben blij.
Ja.
Blij.
Bij wijze van jubileum geef ik hier even een obligaat overzichtje van de blogkoppen die ik door de jaren heen heb versleten. Het zijn er wel 3. Hele.
Herkent u ze nog?







zondag 28 november 2010

A'dam en Bo

Mijn oudste dochter en ik zaten dit weekend 6 uur in de trein, een uur in de bus en een uur in de metro, stonden te wachten op ijskoude stations, wandelden vele blaartrekkende kilometers, keken onze ogen uit in Amsterdam (ik weer eens en Bo voor het eerst), logeerden heel gezellig bij lieve vrienden (waar Sinterklaas ook nog langskwam) en zagen de meest waanzinnig overweldigende circusshow.
En nu ben ik moe. Hartstikke.








maandag 22 november 2010

Doorgeslagen

(Het was dus een ballon. Per ongeluk losgelaten door een kindje, is wat ik me zo voorstel. Wat een drama moet dat zijn geweest. Zo'n aap langzaam om hoog te zien vliegen, tot aan het glazen plafond, waar niemand er meer bij kon.)
Nja.
Ik heb het gevoel dat ik u een beetje heb weggejaagd, met mijn twee laatste berichten.
Ik probeer het gewoon weer eens met iets anders.
Weet u nog dat ik een paar dagen geleden schreef dat ik iets heel raars aan het doen was?
Ik ben vollédig doorgeslagen. Met een surprise, om het cadeautje heen dat de kindjes van Sinterklaas krijgen op de peuterspeelzaal, volgende week vrijdag. We moesten eigenlijk komen knutselen op een avond, gezellig met alle ouders, maar ik kon niet. En als je niet kon, dan mocht je ook thuis iets knutselen.
Right.
Ik hou zo van knutselen, zoals u weet.
Dus ik liep vorige week maar eens de berging in en keek wat om me heen. Op zoek naar .... ja, weet ik veel, een schoenendoos, karton, inspiratie, iets.
En toen viel mijn oog op een wijnkistje.
Dat overkomt je.
En dan ga je los.

Ik verfde het kistje rood, schilderde met de allergrootste inspanning en het puntje van mijn tong uit mijn mond een DORA (daar is het rare kind bezeten van momenteel) op het deksel, fixeerde het geheel met blanke lak en lijmde er als laatste een dobbelsteentje op, om het kistje makkelijker te laten openen door kleine kinderhandjes.

I mean.
Tah.
Dah.




(Maar niet verder vertellen hoor. Loïs mag het niet weten, natuurlijk.)

zondag 21 november 2010

Zondagmiddag in het ziekenhuis

*


En dan dit. Ik vond het zo verdrietig. Maar misschien heeft u er een mooier verhaal bij?





* hoewel ik de beelden eigenlijk had moeten inpakken, in het kader van het aantonen van de gevolgen van de bezuinigingen op kunst en cultuur. Klik.

zaterdag 20 november 2010

De ANWB van D en Nederland schreeuwt

Het is een slecht idee om een voorschot te nemen op nog te schrijven blogposts, bepaalde verhalen in het vooruitzicht te stellen of beloftes te doen whatsoever, want voor je het weet heb je gewoon geen zin meer in zo’n onderwerp, of heeft het onder invloed van externe factoren zoals het voortschrijden der tijd aan relevantie en/of importantie ingeboet. Zo is de trui van A natuurlijk gewoon weer terecht, heeft het (overigens nog steeds hilarische) verhaal van C door het vermoedelijk overlijden van de hoofdpersoon (niet mijn moeder) een wat wrange bijsmaak gekregen en is de verkeersergenis van B inmiddels van haar eerste plaats gestoten door de ANWB van D.

Dus. We doen het niet. Maar toch fijn dat u uw voorkeur heeft laten weten.
We doen iets anders.
Weet u nog dat ik ooit schreef over mijn buurmeisje Nina?
Er circuleert sinds een paar dagen een filmpje op twitter, als voorproefje van een voorstelling in het kader van het Jonge Harten Festival, dus ik dacht: omdat NEDERLAND SCHREEUWT OM CULTUUR vandaag, laat ik hem hier even zien. Wie weet herkent u wel een of meer beroemde actrices van de toekomst.



vrijdag 19 november 2010

Eigenlijk zijn we de regie over ons leven allang kwijt

‘Ik ga vanavond mijn schoen zetten,’ zei Merlijn gisteren tijdens het eten.
‘Nee hoor, antwoordde ik, ‘dat kan niet, want Sinterklaas is hier nog niet, hij komt pas zaterdag in Groningen aan.’
(Lees: dat kan niet, want ik heb nog geen schoencadeautjes gekocht.)
‘Maar een heleboel kinderen uit mijn klas hebben hun schoen al wèl gezet en dan zat er ’s morgens ook wat in! Raceauto’s en snoep en Koen had zelfs een beyblade!’
Fok Jemig, dacht ik. Waarom zijn die ouders niet gewoon een beetje solidair met elkaar? Sinterklaas komt zaterdag pas aan in Groningen, daarná zet je je schoen. Anders wordt het toch allemaal veel te onoverzichtelijk?! (Toegegeven, ik ben op dit vlak niet zo flexibel; het is nou eenmaal niet mijn feest.)
‘Nou ja, je zet je schoen dan maar, ‘ zuchtte ik uiteindelijk. ‘Maar ik weet bijna zeker dat er morgen niks in zit.’

-------

Mijn verbazing was dan ook groot toen Merlijn vanmorgen verheugd bij ons in bed dook, met een hand vol peperkruidnoten (klik) en een heuse brief van Piet. Ik keek naar Henk, die mijn vragende blik weerkaatste met een vergelijkbaar lege gelaatsuitdrukking.

In de hoek van de kamer stond een roze pietje schalks te grijnzen.




woensdag 17 november 2010

Het is aan u

Soms blog ik niet wanwege gebrek aan inspiratie, soms door een tevéél aan inspiratie; stond me vanmorgen toen ik wakker werd nog precies voor ogen waarover ik zou schrijven, de gebeurtenissen van vandaag (het was weer eens zo’n dag!) maakten dat ik het nu gewoonweg niet weer weet. Bovendien heb ik ook inmiddels geen tijd meer, want ik ben iets heel raars aan het doen (waarover binnenkort meer).

Ik heb dus maar bedacht dat u mag kiezen. De meeste stemmen gelden.
We hebben:

A. De verdwenen trui
B. Verkeersergernis nummer 1
C. Hoe ik mijn moeder vanmorgen in haar ziekenhuisbed installeerde
D. Autopech en de ANWB – een vervolg

Waar ik overigens even bij moet zeggen dat ik hoop dat u niet massaal op C stemt, want ook al is het verreweg het leukste verhaal, ik zie er nogal tegenop om het op internet te plaatsen. Dat heeft te maken met het taboe op grapjes over ziekte en dood en het feit dat mijn ironie niet altijd door iedereen even goed wordt begrepen. En als ik er alleen maar aan denk dat ik in de reactiebox moet gaan uitleggen dat ik ziekte en dood en kanker en hi-ha-hersentumoren heus niet écht grappig vindt - integendeel, duh - zakt de moed me in de schoenen. (Weet u ook meteen waarom ik hier bijvoorbeeld nooit heb verhaald over de hilariteit rondom het uitstrooien van de as van mijn vader. En nee, dit is niet optie E.)

Aldus.

vrijdag 12 november 2010

Gesodemijter in de reprise


Op zaterdag 14 november 2009 NOVY wrote:


Zonder hier verder al te veel op in te gaan, er is in mijn jeugd nogal creatief met de waarheid omgesprongen. Familiegeheimen, doofpot-affaires, de hele rataplan. Enfin. Toen ik eindelijk de onderste steen boven had en - na een eindeloze reeks therapeutische sessies - de feiten en gevoelens mijnes levens op een rijtje, besloot ik, onder het motto: ‘het leven is al ingewikkeld genoeg zonder verhullingen en omwegen’ dat als ik ooit kinderen zou krijgen, ik nooit tegen hen zou liegen.
De waarheid en niets dan de waarheid!
En ja, het zou best kunnen dat ik hierin volledig ben doorgeslagen, maar so be it.
‘Dat vogeltje is dood, lieverd.’
‘Nee, schat, dat is helemáál geen aardige meneer.’
‘Kindjes komen uit mama’s buik. Door een piepklein gaatje. En dat doet HEEL VEEL PIJN.’
Helder. Duidelijk. Overzichtelijk. Geen gedraai om de hete brij.
Mijn credo: je moet kinderen behandelen als gelijkwaardige gesprekspartners.
Er was alleen één dingetje, één klein onbenullig rood dingetje met een baard en een tabbert an, dat ik over het hoofd had gezien.

Sinterklaas.

Met de Sinterklaas-afgeleiden heb ik onmiddellijk korte metten gemaakt. 'De tandenfee? Nee kind, die bestaat niet. Maar ík wil best een euro onder je kussen leggen hoor, als je dat leuk vindt.' 'De Paashaas? Joh, das gewoon de buurman in een pak met ijzerdraad in zijn oren.'
Maar Sinterklaas zelf, daar kon ik niet omheen. Te groot, in Nederland. Te populair. Te zeer ingebed in de samenleving. En je wilt tenslotte geen spelbreker zijn. Je wilt je kinderen niet moedwillig buiten de groep plaatsen. Nee. Dat wil je niet.
Dus. Van half november totdat de Goede Sint daags na zijn verjaardag weer is afgetaaid (afgetaaitaaid hah-hah) naar Spanje, verkeer ik in een constante staat van wroeging. Een ondraaglijk spanningsveld, tussen een diepgewortelde overtuiging (Must! Tell! Truth!) en het sociaal wenselijk gedrag in deze periode: het spelletje meespelen want-dat-is-zo-leuk.

De tactiek waarmee ik het tot nu toe heb volgehouden? Ik hou me op de vlakte. En van de domme.
Kan het paard van Sinterklaas echt over de daken lopen?’ ‘Ja, dat zeggen ze hè? Ik heb het nooit gezien. Het lijkt mij eerlijk gezegd nogal onwaarschijnlijk.’
‘Hoe weet Sinterklaas altijd precies wat ik wil hebben?’ ‘Ja, dat is knap hè, van Sinterklaas. Je maakt een verlanglijstje en de rest gaat vanzelf!’
En als het te moeilijk wordt (‘Hoe komt Sinterklaas eigenlijk bij ons binnen? (we hebben geen schoorsteen, red.) En kunnen er dan ook dieven binnenkomen?’) hebben we gelukkig Henk nog, met aanmerkelijk minder gewetensbezwaren op dit gebied en immer bereid de vuile klus te klaren: ‘We hebben Sinterklaas onze reservesleutel gegeven.’

Eerlijk gezegd had ik stilletjes gehoopt dit jaar Bo in mijn kamp te kunnen scharen. Gedeelde leugens zijn halve leugens. Zoiets.
Maar nee hoor. Het vijf-decembergebeuren heeft ook voor ons oudste kind nog niets van de heilige glans verloren. Integendeel, blijkt nu het Sinterklaasjournaal is begonnen. Vét in de stress: de stoomboot heeft niet teruggetoeterd naar de tubaspeler op de kade! De stoomboot heeft niet teruggetoeterd! Dat is nog nooit eerder gebeurd! En als de boot nou echt gezonken is? Krijgt niemand dan cadeautjes?
Zucht.
Goed. Nog één keer dan.
Nog één keer; als Bo en Merlijn volgend jaar nog steeds allebei in Sinterklaas geloven zie ik me genoodzaakt naar Grou te verhuizen.



(Dat waar ik vorig jaar al op hoopte - Bo in het complot te kunnen betrekken - is dit jaar inderdaad aan de hand. Ergo, we hoeven niet te verhuizen naar Grou.
Maar het blijft gesodemijter.)

woensdag 10 november 2010

Wie niet sterk is moet slim zijn

Het zal u wellicht niet verbazen, maar ik heb twee linkerhanden als het aankomt op (eh..ik weet niet eens het gangbare woord ervoor).... handwerk. Handvaardigheid. Knutselen, frøbelen, creatief met textiel, met naald en draad. Ik kan u verzekeren dat u hier op dit blog nooit een rieten beertje zelfgemaakt rokje zult aantreffen. Ik brei niet, maak geen tassen van vilt, ik versier geen lampenkappen en rijg geen sieraden. Ik knutsel ook nooit met mijn kinderen. Nooit. (Ik ben echt gruwelijk blij dat ze op school zitten en daar af en toe mogen knoeien met klei en lijm.) Nee, ik moet binnenkort sinterklaascadeautjes inpakken, dat is al genoeg knutselen voor mij. Dan heb ik wel weer voor een jaar genoeg geknutseld. Ik zeg schaar, plakband, ril.
En nou vindt u dat misschien sneu of jammer voor me, of vindt u dat ik heel wat mis, maar ik voel me er prima bij en het heeft ook zo z'n voordeel; ik loop nooit het risico door iemand crea-bea te worden genoemd. (Wat toch wel heel erg moet zijn.)
Bovendien weet ik mij in mijn omgeving omringd door de meest kunstzinnige mensen, die mijn ouderlijke taak in deze regelmatig met plezier van mij overnemen.

Kijk, dit is Oelewoele.




Bo tekende hem. En vandaag maakte ze hem levensecht, met een vriendje en zijn wonderbaarlijk artistieke moeder.

zondag 7 november 2010

Blokkade

Klopt, u heeft alweer bijna een week niets nieuws kunnen lezen op dit weblog.
Ik kan dat verklaren.
Ik heb namelijk een writer's block.
Een writer's block waar ik mezelf mee heb opgezadeld, overigens, op de manier waarop ik mezelf wel vaker in de nesten werk.
Kijk. (Staat u mij toe even in raadselen te praten.) Ik ben dus bezig met een soort van project. Of beter gezegd, met (hoewel dat meteen weer zo hoogdravend klinkt) een uitgelezen kans om een van mijn dromen waar te maken. Nee maar écht: alle randvoorwaarden zijn aanwezig. Ik heb een dinges gevonden en een dinges (en dan niet zomaar een dinges, nee, iemand die echt práchtige dingen... eh smurft). Het enige dat ík nog even moet doen, is datgene waar ik pretendeer wordt geacht goed in te zijn: het zwart op wit, de letters op het papier, de woorden, het verhaal.
Maar. Waarschijnlijk omdat ik te graag wil dat het heel goed wordt: Het. Lukt. NIET.
Mijn writer's block is dus eigenlijk een heel specifiek writer's block, betreffende enkel en alleen dat ene project. Maar (misschien gaat dat zo met writer's blocks?) het straalt af op alles; ik kreeg de afgelopen week nauwelijks een letter op papier, het enige dat ik afgezien van een enkele e-mail en wat tweets schreef was een artikel over ski-onderhoud, maar daar werd ik voor betaald en was het hart niet bij betrokken, dus dat was anders. Voor de rest zat ik dagen aaneen vertwijfeld naar een wit scherm te staren om vervolgens ’s avonds maar weer te gaan slapen met de vurige hoop op wat nachtelijke inspiratie uit het onderbewuste, of op wat goddelijke interventie voor mijn part. Tegen beter weten in, want ik weet natuurlijk best: schrijven is keihard werken. Schrappen en schaven, bloed, zweet en tranen, uithuilen en opnieuw beginnen, etc.

Okee. Ik zat natuurlijk niet alléén maar naar dat witte scherm te staren deze week, ik reed ook nog paard, vergaderde over al dan niet een kerstmusical op school, deed mee aan een heuse flashmob, moedigde mijn kinderen aan bij de plantsoenloop en zag de keiharde en verontrustende maar desalniettemin prachtige film Pan’s Labyrinth.
En morgenavond begin ik met een mini-cursus jongleren, mijn verdiende loon voor het assisteren in de dinsdaggroep van het jeugdcircus.

Zo dan, mijn eerste dappere poging de blokkade een rotschop te geven.


Ow, ja. Bijna vergeten.
De strafregels.
PMS is geen excuus om in het openbaar tegen mijn man te schreeuwen. PMS is geen excuus om in het openbaar tegen mijn man te schreeuwen. PMS is geen excuus om in het openbaar tegen mijn man te schreeuwen. PMS is geen excuus om in het openbaar tegen mijn man te schreeuwen. PMS is geen excuus om in het openbaar tegen mijn man te schreeuwen. PMS is geen excuus om in het openbaar tegen mijn man te schreeuwen. PMS is geen excuus om in het openbaar tegen mijn man te schreeuwen. PMS is geen excuus om in het openbaar tegen mijn man te schreeuwen. PMS is geen excuus om in het openbaar tegen mijn man te schreeuwen. PMS is geen excuus om in het openbaar tegen mijn man te schreeuwen. PMS is geen excuus om in het openbaar tegen mijn man te schreeuwen.

maandag 1 november 2010

Allememachies

Edit. Dit is gewoon mijn driehonderdste blogpost!

Zo, daar was ik weer eens.
U dacht waarschijnlijk: die Novy die heeft de laatste tijd weinig te melden, haar leven moet zeker zo'n beetje stilstaan. Nou niets is minder waar hoor; ik heb van alles beleefd en gedaan en bedacht, het is allemaal alleen niet zo ehm.... logworthy.

Lees maar. Vrijdag zouden we (uit nostalgie) gaan monopoliën met vrienden maar dronken in plaats daarvan een 3 liter fles wijn leeg. Een dubbele magnum (of in champagneterminologie een Jéroboam), vier flessen dus in één grote fles. (Die verder niet heel makkelijk te hanteren was ofzo.) Zaterdag deden we ook van alles en aten we mosselen en gisteren waren we op kraambezoek in Culemborg. Waar we een wandeling maakten langs de Lek en door het (onverwacht leuke) stadje en zomaar een oude bekende tegenkwamen (wat nee echt zó toevallig was) en waar we natuurlijk te lang bleven. Op de terugweg reden we vervolgens met drie hongerige kinderen achterin al twijfelend en kibbelend wel 5 MacDonalden voorbij, om pas in Zwolle onze kans te grijpen toen Loïs al in slaap was gevallen. En omdat we haar niet wakker wilden maken gingen we door de macdrive en aten onze burgers op de parkeerplaats.
U moet inmiddels zeer geboeid zijn, dat kan niet missen.
Ik kan nog wel proberen een leuk verhaal te vertellen over hoe ik vanmorgen de vaatwasser uitpakte en alles met de hand opnieuw ging afwassen omdat er blijkbaar een vol schaaltje pesto in de machine was gezet en het filter blijkbaar verstopt zat, maar dat wordt 'm ook niet, vrees ik. Hoewel het wel een schouderklopje verdient hoe ik niet aan mijn opwelling (gewoon nog een keer aanzetten dat ding) toegaf omdat ik me realiseerde dat de zowat ingebrande pesto daar niet echt van onder de indruk zou zijn.
Anders nog wat? Oja, ik stuurde vandaag een betalingsherinnering naar een klant, dacht na over een heel leuk nieuw projectje waar ik lekker nog niets over zeg, maakte een begin met een folder in opdracht van de BartdeGraaff-foundation, had een oudergesprekje op school, hielp Bo met haar spreekbeurt over chocola en bracht haar naar het circus.
Waar mij een meest debiele vraag werd gesteld.
Waarop ik zo mogelijk nog debieler reageerde.
Ja.
Hooggeëerd publiek, vanaf volgende week ben ik circusinstructeur.
In de dinsdaggroep. (Of circusinstructeurassistent, eigenlijk, maar dat klinkt meteen zo'n stuk minder avontuurlijk.)

Láters.

dinsdag 26 oktober 2010

Een dagje naar de dierentuin

Ik heb eigenlijk best wel een beetje een hekel aan dierentuinen, maar ja, Loïs had nog nooit echte wilde dieren gezien en bovendien gaf het Kruidvat gratis kaartjes weg, dus vooruit.
Konden we lekker ongegeneerd een dagje foto's maken van het roze haar van Bo elkaar in een ander decor.






Oh. U had ook foto's willen zien van dieren?
Nou, eentje dan.
(Tel de slurven.)
(gniffel.)

maandag 25 oktober 2010

Pretty in pink/ meisjes met roze haren/ spijt als haren op mijn hoofd



Vandaag gingen we met onze dochters naar de kapper. (Ja, op maandag. Ik weet niet waar iedereen dat toch vandaan haalt, dat kappers ’s maandags geloten zijn, maar die van ons is gewoon open.)
Loïs, die werd heel schattig van de knipbeurt en Bo, Bo’s haar werd zo goed! Zo goed dat ze, na zichzelf uitgebreid te hebben staan bewonderen in de spiegel, heel beslist en overtuigend zei: ‘Maar nu moet het nog roze.’
En ik – u mag het een moment van verstandsverbijstering noemen, ik noem het een jolige stemming rondom de begonnen herfstvakantie – zei: ‘Ja. Dat doen we.’

Dus we gingen naar dat rare haarwinkeltje waar ze de gekste kleuren (uitwasbare! uitwasbare!) haarverf verkopen, kozen de beste kleur roze uit en fietsten naar huis.
Over wat er zich vervolgens in de badkamer afspeelde weide ik beter niet teveel uit (nja, er ontstond enige paniek toen ik zag dat ik de oren en de rug en het voorhoofd van mijn dochter ook roze aan het verven was en nog meer toen ik merkte dat het er niet af ging met een doekje met water en zeep noch met crème noch met aaah! En toen deed ik natuurlijk radeloos mijn handschoenen uit en werden mijn handen en nagels óók roze en oja, zometeen moet ik nog maar even kijken of ik toch niet nog met Cif de roze waas uit de douchebak geschrobd krijg), maar laat ik het erop houden dat het gelukt is.
En dat we een dolgelukkige dochter hebben.
Ghe.




Om toch nog even wat (omgekeerde) bevestiging te halen belde ik net met oma en biechtte het verhaal op. ‘Oh nee!’ riep mijn moeder. ‘Néé toch, ze heeft zulk mooi blond haar!’
Mis, mam.
Ze had mooi blond haar.