dinsdag 30 oktober 2012

You ain't gonna believe this

Vandaag valt er weer wat te lachen op dit weblog, mensen!
Het is echt hi-ha-hilarisch!
Als u van leedvermaak houdt, tenminste.

Weet u nog dat ik een ticket naar Hawaii kocht?

 Ja, dat weet u vast nog wel. Dat was gisteren, immers.

Ik hoef dan ook niet meer te vertellen dat ik het nogal een dingetje was, voor mij. Want zóveel geld uitgeven, geld dat we de komende maanden eigenlijk helemaal niet kunnen missen, dat gaat me niet in de koude kleren zitten. Maar ik had het gedáán. En ik was trots op mijn doortastendheid.

Vanmorgen werd ik wakker en pakte mijn iPhone.
Er was een mailtje van mijn zusje.
Ik dacht nog: wat toevallig! Want ik heb haar nog helemaal niet verteld dat ik een ticket heb! Heeft ze misschien mijn blog gelezen?

En toen las ik de eerste regel.

Wacht nog even met een ticket boeken, want rond mijn verjaardag ben ik waarschijnlijk in Portugal!

Het was alsof al het bloed uit me wegtrok.
Alle energie stroomde hop, dwars door het bed, zo de vloerbedekking in.
In Pórtugal?
Maar.. maar...dat kán helemaal niet!
Mijn zusje mag namelijk al tien jaar de VS niet verlaten! (Iets met de immigration service. En met geen paspoort ofzo. Ik weet het niet precies.) Dat was nou al die tijd het hele eiereten; dat zij niet naar hier kon komen!
En en en....we hadden toch een afspraak! We zouden naar haar toegaan, rond haar verjaardag! Want ja, niet alleen ik, maar ook haar moeder (niet mijn moeder; we zijn halfzusjes) met haar partner. Die een huis zouden huren, waar we dan met z’n allen in konden. (Ja, het klonk wel allemaal heel avontuurlijk enzo, mijn Grote Reis, maar ik zou gewoon in een gespreid bedje terechtkomen, hoor. Dat kan ik nu wel vertellen.)

In januari zouden we gezamenlijk de vliegtickets gaan kopen. Maar omdat ik, koopjesjager die ik ben, had ontdekt dat vroegboeken meer dan duizend euro kon schelen, besloot ik gisteren om eigenwijs alvast mijn ticket te kopen.
Binnen is binnen, dacht ik.

Maar hardlopers zijn doodlopers.
Vele eersten zullen de laatsten zijn.
Here is the thing:
In april ga ik naar Hawaii.
Terwijl mijn zusje in Portugal is.
En als mijn zusje in Portugal is, dan gaan haar moeder en haar partner waarschijnlijk ook naar Portugal! Wat zeg ik, ze blijven gewoon in Portugal, want daar wonen ze namelijk.
Dus dan huren ze vast geen huis op Hawaii.
Bovendien.....als mijn zusje in Portugal is, dan wil ik óók naar Portugal. Portugal is dan wel geen Hawaii maar ook heel mooi zeggen ze en veel minder ver weg en veel goedkoper en en en.... dan zou ik zelfs mijn hele gezin kunnen meenemen!
Als ik niet al een ticket naar Hawaii had betaald.

Neeeeee! Mailde ik terug. Ik heb net een ticket ge-boehoe-kt!!

En daarna belde ik maar eens met de annuleringsverzekering.
‘Hallo, zei ik. Kijk het zit zo: Ik heb dus een reis geboekt, maar misschien ga ik toch niet, want ik heb misschien geen onderdak want de mensen bij wie ik zou logeren zijn er misschien niet.’
‘Zijn ze ziek of dood?’
‘Ehm. Nou, dat hoop ik niet, nee, ze zijn misschien in Portugal.’
‘Nee, dat is geen geldige annuleringsreden.’
‘Ik was er al bang voor.’

Dus wat nu?
Wat te doen?
Een vliegticket is niet overdraagbaar, dus op Marktplaats zetten heeft geen zin.

Gewoon drie keer dapper slikken en de financiële strop voor lief nemen?

Of..... toch naar Hawaii gaan? Er een bizar project van maken? In haar schoolbus onder de grapefruitboom gaan wonen en drie weken haar leven overnemen? Haar vrienden en buren leren kennen, in haar habitat verblijven en er een fantastisch verhaal over schrijven?
Het lijkt op dit moment de beste oplossing. Nouja, de spannendste.

Pfff.
Stiekem hoop ik dat het toch allemaal nog niet lukt met die immigrations service.
En realiseer me tegelijkertijd wat een egoïstische gedachte dat is.


(Als u nu denkt: wat een ongeloofwaardigheden allemaal! Hoe kan het nou dat alles zo langs elkaar heen loopt? Dat komt omdat de communicatie met de betrokkenen heel moeizaam verloopt. Mijn zusje heeft geen telefoon en kan maar sporadisch online zijn (geen idee wanneer ik bijvoorbeeld antwoord op mijn paniekmail kan verwachten) en haar moeder spreek ik alleen als ze soms even in Nederland is; in Portugal kan ik haar niet bereiken want ik vergat steeds het mobiele nummer te vragen. Haha. Ja. LMFAO.)

maandag 29 oktober 2012

Waaah!

Mijn sterrenbeeld is tweelingen; om beslissingen te maken moet ik mijzelf regelmatig voor het blok zetten. Zo beloofde ik mijn zusje in een email op haar negenendertigste verjaardag, dat ik voor ze veertig zou worden bij haar op bezoek zou zijn geweest.
En beloftes, daar hou ik me bij voorkeur aan.
En daarbij, ik wil het zelf ook heel graag! Al jaren!
Maar niet alleen.

Ik schreef hier al meermalen over. In 2009, in 2011 en in januari van dit jaar.

Maar aangezien 'alleen gaan' eigenlijk de enige logische oplossing is en ik heel pragmatisch ben ingesteld, begon ik het zo eens wat serieus te overwegen en werd het in mijn hoofd een steeds beter plan! (Niet in het minst mogelijk gemaakt door vrienden die met hun hele gezin in ons huis komen wonen en voor onze kinderen zullen zorgen tijdens de werktijden van Henk. Zul je maar hebben, zulke vrienden.)

Dus.
Vandaag.
Kocht ik mijn ticket.
Waaah!



 (Ik reis pas in april, hoor. Wacht nog maar even met me een behouden vaart wensen.)

zondag 28 oktober 2012

Wandeling in Westerbork

Bo is momenteel nogal bezig met de Tweede Wereldoorlog. Ze vraagt haar oma de oren van het hoofd, wilde pas met ons een film over Anne Frank kijken en er staan allemaal oorlogsboeken op haar verlanglijstje voor Sinterklaas.

Opmerkelijk eigenlijk, want die Tweede Wereldoorlog boeide mij als kind nauwelijks.
Met Anne Frank had ik ook niks. Het was allemaal zó lang geleden, die oorlog!
Misschien kwam dat door mijn ouders, die de verschrikkingen zelf hadden meegemaakt maar daar niet meer zoveel aan wilden denken en daarom deden alsof het al heel lang geleden was; in elk geval niet iets heel belangrijks.
Zou kunnen.
Tegenwoordig zie ik het allemaal veel scherper. Het is verdorie nog helemáál niet zo lang geleden: ongelofelijk dat er zoiets heeft kunnen gebeuren. Dat we al die miljoenen mensen hebben laten vernietigen.

In het kader van de opvoedkundig uitjes en om het nuttige met het aangename te verenigen, gingen we vandaag naar het Voormalig Kamp Westerbork.
Dat was indrukwekkend, maar vooral heel fijn.Want hoewel ik me heus realiseerde waar ik me bevond en wat hier had plaatsgevonden, was het voornamelijk een heerlijke herfstwandeling in prachtig herstweer.
En liet ik Henk wat foto’s maken.
Want ik vond dat er een nieuwe herfstige foto bij mijn column moest.

Herfst in Westerbork.



We luisterden naar een verhaal uit een paal:



En Merlijn maakt ook nog een foto:

woensdag 24 oktober 2012

Mijn zoon de life hacker

Ik ben de laatste tijd een beetje fan van die analoge life hacks, u weet wel, de onconventionele toepassingen van simpele hulpmiddelen om alledaagse probleempjes op te lossen.
Die zwerven zo wat over facebook.
Heel geestig. Ik roep steeds enthousiast uit: 'Nah. Wat hándig! Je moet er maar opkomen!'
En verder moet ik vooral lachen om de morsigheid van de foto’s.

Het is niet zo dat ik de tips opvolg, hoor. Er zitten geen opengeknipte wc-rollen om mijn pakpapier en ik heb geen schoenenzak aan de binnenkant van de kastdeur gehangen voor de schoonmaakmiddelen. Maar dat het kán hè? En als ik ooit nog eens een emmer moet vullen die niet onder de kraan past dan weet ik hoe het moet. Ha!






Merlijn bewees gisteren dat hij ook een ware life hacker is. Hij bedacht een reserverollenhouder voor in de wc, boven.
Die hadden we daar namelijk niet.

Tadaa:




(En nu voel ik onmiddellijk de aandrang om te vertellen dat het in ons benedentoilet wél gezellig is, met schilderijen en foto’s enzo en met een fleurige reserverollenhouder van Kitsch Kitchen; rood, met bloemetjes.)

Maar briljant, hè?
Ten eerste: het ding heeft het perfecte model en valt niet om. Ten tweede: zo’n plopper, wanneer gebruik je die nou? Bijna iedereen heeft er een en die staat ofwel in de weg in het keukenkastje, ofwel is kwijt, ergens in de schuur.
Zet hem in de wc als rollenhouder en je slaat deze twee vliegen in één klap: hij staat niet meer nutteloos in de weg en mocht je hem onverhoopt eens nodig hebben in z'n oorspronkelijke functie, dan weet je hem altijd meteen te vinden!

dinsdag 23 oktober 2012

501: Naar het museum

We gingen naar het Groninger Museum.
Want het is herfstvakantie en er waren twee exposities die we wilden zien.
Ten eerste die van Yin Xiuzhen.
Als je eenmaal weet hoe je het moet uitspreken – Merlijn heeft het nog even nagevraagd bij een suppoost – dan blijft het aan je tong kleven. Jin Sjoetsjèn. Jin Sjoetsjèn.
Jin Sjoetsjèn maakt kunstwerken van aan elkaar genaaide tweedehandskleding.
Nou hou ik toevallig heel erg van tweedehandskleding en vond het dan ook hartstikke mooi.
Hoewel ik mevrouw Xiuzhen er stiekem een beetje van verdenk dat ze het gewoon heel leuk vindt om oude kleren aan elkaar te naaien. En dat ze er dan later, om het kunst te laten zijn, een verhaal bij verzint. Zo ligt er bijvoorbeeld een prachtige cirkel van aan elkaar genaaide sjaals. Echt waanzinnig; je zou bijna zin krijgen om thuis ook sjaals aan elkaar te gaan naaien. Maar dan lees je het bordje en dan staat er dat het gaat over de één-kindpolitiek in China; de sjaals symboliseren de verstikkende warmte die de kinderen krijgen van hun ouders. En dan denk ik: Hm. Okee. Jaja.
Maar waarschijnlijk doe ik haar nu enorm tekort en is het maar goed dat ze vast geen Nederlands kan lezen.
Echt cool is de bus, trouwens. Een mini-van die heel lang is uitgerekt door middel van een harmonica van stroken aan elkaar genaaide kleding.
En je mocht er nog in ook!
Terwijl de kinderen de bus op en neer liepen, nam ik plaats voorin, op de bestuurdersstoel. Waar me een emotie overviel die waarschijnlijk niet bedoeld was door de kunstenares. Het busje rook namelijk ontzettend naar vakantie. Naar ‘op reis’. Een oude geur uit een ver, vreemd land. Er lag vuil en zand op de bodem, uit een ver, vreemd land. En eventjes waande ik me in China.





De andere expositie die we zagen was van Marc Bijl. Diep-zwarte installaties, waar het pek en de teer vanaf druipt. Dramatische graffititeksten op de muur. Hard en donker. 




Hee kijk, daar heb je ons kunstwerk ook. Wat een prachtig drieluik, hè?




En Bo vermaakte zich gelukkig ook goed.




maandag 22 oktober 2012

Jubileum

Ik had zo bedacht om deze 500ste blogpost te vieren met een kleine expositie.
It’s my party, tenslotte. En het past ook prima in de navelstaarderige periode waarin ik me bevind.

Het viel nog helemaal niet mee, trouwens! Zo moest ik eerst alle 499 logjes opnieuw lezen en daarna een selectie maken – met als criterium 'of ik er vandaag om moest lachen of door vertederd raakte'. (Een momentopname, aldus.)
Er kwam een hoop kill your darlings bij kijken. Sommige titels moest ik met pijn in mijn hart uitsluiten. Zoals De condooms in de fonduepan. (Gelukkig kunt u in sommige verhaaltjes doorklikken. En komt u misschien toch nog Gesodemijter tegen. En Jurgen van den Berg.)

Maar dit is ‘m dus geworden. Novy’s persoonlijke top 10, zonder volgorde:

1. Het hopjesvla-mysterie
2. Statcounteren
3. Nors en Saus
4. Het mooiste lelijke lampje van de wereld
5. Olympisch kotsvangen
6. Size does matter
7. Ook de kerstgedachte heeft een houdbaarheidstermijn
8. De tandenfee, dat ben ik
9. Sommige dingen moet je aan den lijve ondervinden
10. Producten die in de handel zijn maar nooit door mij worden aangeschaft/ Producten die ik nooit aanschaf maar desondanks in de handel zijn        

En als u nou denkt: ja, dahag, ik ga niet al die links aanklikken om die ouwe meuk te lezen, dat begrijp ik hoor. Weet dan in elk geval dat ik plezier heb beleefd aan het inrichten van de expositie.

zondag 21 oktober 2012

Z.V.O.

If it ain’t on facebook it ain’t true, daarom schreef ik afgelopen week niets over de rats waar we een beetje in zaten.
Loïs had iets geks.
Het begon ermee dat het leek alsof ze geprikt was, door een mug, onder haar oog. Een heel klein muggenprikje. Maar in tegenstelling tot wat gewoonlijk gebeurt – ze is nogal allergisch – ontstond er geen bult.
De dagen daarna bleef de plek wat rood. Haar gezicht leek een beetje vlekkerig, aan de ene kant.
Op zondagochtend, vorige week, was het ineens heviger. Niet alleen was het duidelijk rood onder haar oog, maar daarbij liep er een afgebakende rode streep, over haar wang naar haar kaak. Recht naar een gezwollen klier in haar hals.
Vreemd, niet?
Ze had geen pijn, of jeuk, en geen koorts. Nergens last van.
Wat nu? Moesten we de weekenddoktersdienst bellen? Een bevriende huisarts raadplegen? Of nog maar even aanzien – geen pijn tenslotte, geen koorts – en gewoon haar de verjaardag van oma gaan? Twijfelend met de telefoon in mijn hand besloot ik tot het laatste.
En ’s middags was het weg. Niets meer te zien.
Maar op woensdagochtend was de streep ineens heel duidelijk terug en belde ik onmiddellijk om half negen in totale paniek nu toch een beetje bezorgd met de dokter. Die, later in de spreekkamer, meteen over de ziekte van Lyme begon.

Natuurlijk had ik zelf ook al wat gegoogled en gelezen dat Lyme zich soms niet in de vorm van een kring, maar als een rode streep manifesteert. Maar dat negeerde ik, want het leek me redelijk onmogelijk dat mijn kind een teek onder haar oog had gehad, zonder dat ik dat had gezien.
En daarna negeerde ik nog harder dit bericht.

De dokter wilde voor de zekerheid toch een zware anitbioticakuur voorschrijven, die naast andere mogelijk schuldige bacterieën tevens de Borrelia, die Lyme veroorzaakt, zou doden. (Althans, volgens de Nederlandse richtlijnen. Over de effectiviteit van deze Nederlandse dosering zijn de meningen verdeeld.)
En ik dacht even: Bah, moet dat nou? Zware antibiotica in dat kleine meisje? Is dat niet hartstikke slecht voor haar darmen? Zijn de doctoren niet gewoon de slaven van de pharmaceutische industrie? Zou het niet vanzelf ook overgaan?

Maar zeg eens drie keer achter elkaar: bacterie in gezichtje - bacterie in gezichtje - bacterie in gezichtje, dat klinkt dan ineens zo eng, dan denk je alleen maar: Kill! Kill!
Dus die avond gingen we onmiddellijk van start met de medicatie.
De volgende dag was het op z'n allerergst: haar wang was helemaal warm en glimmend (nog steeds niet pijnlijk, gek genoeg). Wat waarschijnlijk betekende dat de kuur aansloeg. Vond ik. Hoopte ik.
En het was zo!
Want daarna werd het elke dag minder vurig.
En nu is het weg.
Zucht. Van. Opluchting.





vrijdag 19 oktober 2012

Waar ik Universiteit zei moet zijn diploma's. Denk ik. Stop.

Het gebeurt heel vaak dat ik ’s avonds, in bed, op de grens van waken en slapen, in een soort van brainwave terechtkom. Dan ontspinnen zich ineens allerlei theorieën in mijn hoofd. En soms hè, dan heb ik zo’n goeie golf te pakken! Woeeh! Met een waterdicht verhaal, geen speld tussen te krijgen!
‘Dit moet ik onthouden,’ murmel ik dan nog zo wat tegen mezelf en ik val in slaap.

Meestal blijkt het de volgende morgen een theorie van niks. Maar soms heb ik iets dat het ochtendlicht enigszins verdraagt. Zoals een paar dagen geleden, toen ik hier vol bravoure riep dat ik het einde van de Universiteit ging bewijzen. Wat wellicht een tikje ijdel was. En voorbarig bovendien. Want misschien was het allemaal toch niet zo waterdicht.
Maar goed, ik zal u mijn oprisping uit de doeken doen, u vraagt er tenslotte – terecht – naar.
Komt ie.

Dat met dat Internet hè, dat is me wat. Dat gaat nog voor zoveel veranderingen zorgen, ik vraag me soms af of we dat wel echt in de gaten hebben, met z’n allen. Neem bijvoorbeeld het huidige onderwijssysteem, gericht op diploma’s. Dat is leuk natuurlijk, zo’n diploma, want het is het bewijs dat je iets kan, en het wordt geaccepteerd als zodanig.
Maar nu, door het Internet, is het ineens heel makkelijk om op méér manieren te bewijzen dat je iets kan. Door het te vertellen en te laten zien. En door anderen (social media) het te laten vertellen en te laten zien.
Bedenkt daarbij dat de arbeidsmarkt verandert. Dingen moeten allemaal sneller en efficiënter. Er is een recessie aan de hand; er moet minder over de balk worden gesmeten, er moeten kortere klappen worden gemaakt, geen omwegen. Bam.
Stel, je hebt als manager een klus die geklaard moet worden. Zo goed en zo snel mogelijk, want er moet geld verdiend worden.
Dan wil je dus de beste persoon voor die klus.
Als je op het Internet heel snel het bewijs kunt vinden dat een bepaalde persoon waarschijnlijk als geen ander kan uitvoeren wat jij wilt, dan zal het je een zorg zijn of er doctorandus voor zijn naam staat.
In dit licht bekeken zullen diploma’s een stuk minder waard worden.
En zullen opleidingsinstituten in een heel andere sfeer terechtkomen; het worden plekken waar je kennis kunt opdoen, technieken kunt leren. Omdat je dat zelf wíl, om er straks je geld mee te kunnen verdienen. En niet omdat het nou eenmaal moet om een papiertje te bemachtigen.
Dat papiertje is namelijk niet het doel van de opleiding, het is alleen maar een bewijs dat je iets kan. En dat, kun je (steeds beter en makkelijker) ook op andere manieren bewijzen.

Nja. Dat was het zo’n beetje. (Welnee joh, de Universiteit verdwijnt heus niet.)

Saai verhaal, al met al. Ik had ook eigenlijk liever willen schrijven over ganzen, die in V-formatie naar het zuiden vliegen. En over waarom ik daar altijd zo van moet huilen.
Maar ja.
Misschien doe ik dat dan de volgende keer.
(Misschien hè, zeg ik. Ik beloof niets meer. Ik kijk wel uit.)

woensdag 17 oktober 2012

And it felt great

45 reacties – okee, met een paar dubbele ertussen – ik scháám me bijna!
Ik dacht vandaag een paar keer: Wat laat je je weer in de kaart kijken, Novy! Zo’n smeekbede om reacties, is dat nou nodig? Daar moet je toch boven staan!

Maar toch is het fijn. Om te weten dat u daar bent, aan de andere kant van mijn scherm.

Tegen de ‘Ik blog puur voor mezelf en voor mijn kinderen’-mensen zou ik willen zeggen: Koop een dagboek. Of maak een mooi worddocument. Maar val ons er dan niet mee lastig, hè.
Het is namelijk onzin. Bloggen is performance.
Als Lady Gaga (ja, sorry, haha, ik vergelijk mezelf graag met Lady Gaga) het puur voor zichzelf zou doen, zou ze wel alleen in de badkamer zingen. Maar dat doet ze niet, ze staat voor volle zalen. Met mensen die applaudisseren.
Ik voelde me de laatste tijd als Lady Gaga die achter een metersdikke muur stond op te treden.
Aan mijn statcounter kon ik zien dat het met de kaartverkoop prima ging, maar ik kon het applaus niet horen.

Vandaag brak ik eigenhandig de muur af.
And it felt great.

Maar laten we afspreken dat u nu niet elke dag krampachtig gaat reageren.
Met uw grote vingers op het kleine smartphoneschermpje.
Ik zou me maar ongemakkelijk voelen.


Mijn volgende logje zal overigens de titel dragen: De terugkeer van haha - een capitulatie

dinsdag 16 oktober 2012

Durf te vragen

Dit weblog bestaat over zeven weken vier jaar en bestaat uit bijna 500 bijdragen.
(Misschien moet ik het zo proberen te regelen dat de 500ste stukkie straks precies op de verjaardag valt. Dubbel feest.) 

500 logjes in vier jaar, dat is gemiddeld 125 per jaar, 0,34 per dag. Best aardig, toch?

Maar daar wil ik het nu niet over hebben.
Er is me iets opgevallen namelijk.
Een jaar geleden reageerde u nog massaal als ik iets had geschreven. 25, 30, 40 reacties per blogpost was niet ongewoon. En dat is leuk, daardoejenetocheenbeetjevoor; zo’n blog is natuurlijk ook maar een roep om aandacht.
Maar de klad zit er een beetje in.

En het is niet eens het Hortensiasyndroom waaraan ik lijd, het kan me niets schelen of u misschien wél reageert op de prachtig bloeiende hortensia (kan dat, in de herfst?) van een willekeurige andere blogger, nee, ik vraag me gewoon af of u het nog een beetje leuk vindt hier.
Of dat ik een beetje voor de kat z’n viool zit te schrijven.


Misschien maak ik me zorgen om niks, is reageren op een weblog gewoon zó 2011!
Maar aan de andere kant, misschien is een weblog zélf ook wel gewoon zó 2011! en moet ik me eindelijk maar eens echt gaan bekwamen in het bloggen in 140 tekens om mijn ei kwijt te kunnen op twitter.


Iemand die er verstand van heeft zei laatst tegen me: ‘Als je iets nodig hebt, moet je er gewoon om vragen.’
Dus. Bij deze.
Vindt u het nog leuk?

maandag 15 oktober 2012

Een gezellig onderwerp en even over Tanja

We gaan allemaal een keer dood.
Ik ook.
Dat heb ik redelijk geaccepteerd, geloof ik. Het is nu eenmaal zo, hè.
Veel meer dan dat ik moeite heb met dit gegeven an sich, vind ik het griezelig dat ik niet weet HOE ik dood ga.
Heeft u dat nou ook?
Ik kan daar echt van wakker liggen.
Misschien kom ik wel onder een bus, morgen. Of krijg ik volgend jaar plotseling een hersenbloeding midden in de Albert Heijn. Misschien val ik op mijn zesenzestigste in een ravijn tijdens een bergwandeling, of zak ik in elkaar tijdens een hardloopwedstrijd. Of ik bezwijk in 2038 aan een salmonellavergiftiging. Of drie jaar eerder al, aan de complicaties van een blindedarmoperatie. Het zou ook kunnen dat ik op mijn eenennegentigste sterf van ouderdom, in mijn eigen bed, met een glimlach op mijn lippen. Maar wie weet ben ik dan al lang van het Hilton gesprongen. Je weet het niet.
Ik weet het niet. Het kan een darmperforatie zijn waaraan ik doodga, of een slangenbeet. Ik kan verzuipen in de Noordzee, of in de Middellandse zee, of verongelukken op de A28.
Grootste kans dat ik overlijd aan een slopende hart-en/of-vaatziekte of aan kanker, natuurlijk. Dat laatste ligt in mijn geval zelfs enigszins voor de hand – ik rook namelijk al tweederde van mijn leven (hoe stom kun je zijn) – dus misschien moest ik me maar alvast voorbereiden op een langzame pijnlijke dood. Dat wordt me immers ook dagelijks aangeraden door de boodschappen op de pakjes.
Maar hee, nee, dát slaapt lekker.

Geen idee waar dit ineens vandaan komt, trouwens. Ik had het namelijk willen hebben over Tanja Nijmeijer. Misschien dat ik u, en mezelf, via een omweg, probeer te vertellen dat ik wil stoppen met roken? Zou zomaar kunnen.


Nou goed, toch nog even over Tanja Nijmeijer dan.
Misschien totaal ten onrechte, maar alles aan Tanja Nijmeijer intrigeert me enorm.
(Alleen al dat ze er na tien jaar in de jungle nog steeds zo fris en fruitig uitziet.)
We deden dezelfde studie, ik 7 jaar eerder. Aan dezelfde Universiteit, in hetzelfde gebouwen, met dezelfde professoren. En bijna was ik net als Tanja naar Zuid-Amerika gegaan. Ik had een stage geregeld in Venezuela. Maar omdat het me een paar maanden voor ik zou vertrekken ineens werd afgeraden wegens de instabiele politieke situatie ging ik niet.
Maar stel nou dat ik daar wel was terechtgekomen, of in Colombia, en ik kwam in aanraking met dezelfde mensen, had ik dan ook een Tanja Nijmeijer kunnen worden?
Waarom sluit een meisje van vierentwintig zich aan bij een gewelddadige guerillabeweging, die vecht voor een zaak waar zij, vanuit haar achtergrond totaal geen banden mee heeft? Was ze verliefd? Boos? Is ze dom? Vond ze het gewoon wel spannend? Werd ze gedwongen? Wist ze waar ze aan begon? Vecht ze (inmiddels?) echt vanuit idealen, voor de goede zaak, waarin ze écht gelooft? Is de strijd zo belangrijk dat alle middelen zijn geoorloofd? Begrijpen wij er gewoon met z’n allen geen zak van? Mist ze haar moeder? Huilt ze zichzelf in slaap soms, of heeft ze geen gevoel (meer)? Wil ze niet af en toe gewoon lekker in bad en in een schoon bed? Een jurkje met bloemen aan? Zou ze me keihard uitlachen als ze dit las? Is ze (inmiddels?) echt gemeen en gevaarlijk?
Dat bedoel ik: Intrigerend.
Perdóname.

dinsdag 9 oktober 2012

In duizend stukjes

Ik heb duidelijk te vroeg gepiekt, met mijn logje over 50 Shades of Grey.
Want het gaat maar door en door en het wordt steeds gekker.
Je hoort iemand roepen: ‘Wie heeft hem gelezen, meiden?’ en hop, daar gaan die handjes.
It’s a friggin’ virus!
Vrouwen zijn tegenwoordig grofweg in te delen in twee groepen: zij die het boek hebben gelezen en zij die er lacherig over doen. Ik vermaak me nog steeds (ik lees het wel stiekem, straks, als de hype voorbij is) enorm in de laatste groep.
Zo kwam ik er deze hilarische – in een half uur geschreven - verkorte versie voor mannen tegen, en werd ik gewezen op het volgende filmpje, waar ik erg hard om moest lachen (want hoe corny ook, het is zo precies de spijker op zijn kop!)




Gisteren, trouwens, ving ik het verhelderendste gesprek op tot nu toe, over het boek.
Ik ben echt weer wat wijzer geworden.
Want kijk, we hadden al het blozen (zij), het ondoorgrondelijk kijken (hij) en de rode oortjes (jij) en daar is nu het volgende bijgekomen:
Zij valt elke keer, als hij haar weer eens naar grote hoogtes heeft gestuwd, in duizend stukjes uit elkaar.
In duizend stukjes.
Now we’re talking.
In duizend stukjes uiteenvallen, mén.
Willen we dat niet allemaal?
Drie, vier keer per dag?
Houdt u mij te goede, mensen, ik heb het maar van horen zeggen, misschien begrijp ik het wel weer helemaal verkeerd. In mijn vorige blogpost hierover maakte ik tenslotte ook een kapitale blunder door te veronderstellen dat de mannelijke hoofdpersoon een autoritaire man op leeftijd zou zijn, met grijzende slapen en zo’n, nouja zo’n oudere-mannengeur om het lijf, maar dat is dus kolder: hij is, zoals u mij duidelijk maakte in uw reacties, pas 28.
Dat schiep ineens een heel ander beeld, ja. (En ik kon met terugwerkende kracht het nu.nl/achterklap-bericht beter plaatsen, het bericht dat ik destijds in verwarring maar negeerde, over J.ustin B.ieb.er als mogelijke hoofdpersoon voor de verfilming van 50 Shades of Grey. Ik snap het nog steeds niet echt, want J.ustin B.ieb.er is toch amper 18?)

O, damn. Heb ik het nu over J.ustin B.ieb.er?
Nog even en dit blog valt ook in duizend stukjes uit elkaar. Klaar nu, met die grijstinten.
Ik stop op het hoogtepunt.

En de volgende keer schrijf ik een verhaal waarin ik het einde van de Universiteit voorspel. Met een theorie waar geen speld tussen is te krijgen. Gaat inslaan als een bom. Moet haast wel.

donderdag 4 oktober 2012

Het onverbiddelijke einde van haha

Even hoor.
Ik las net nog een keer mijn eigen logje, van gisteren.
En ineens viel het me op. Ik schreef wel drie keer ‘haha’.
Blijkbaar vind ik dat nodig.
Het is nog erger; het liefst zou ik zelfs smileys gebruiken. Gelukkig weet ik niet hoe dat moet in Blogger want anders zou dit weblog eruitzien als de gemiddelde hyveskrabbel van mijn dochter.

Het moest maar eens afgelopen zijn. Met dat haha. Want het is waarlijk toch een zwaktebod, zo’n regieaanwijzing.
Zo zat ik wat voor me uit te peinzen, daarbij de volgende literaire hiërarchie hanterend:
Boodschappenbriefje – sms – blog – column – literatuur

Ja, nee, nou niet meteen allemaal door elkaar gaan roepen, het is geen indeling naar kwaliteit (misschien schrijft u wel zeer hoogstaand literaire smsjes) maar een indeling naar ‘noodzaak van esthetiek.’ Of, omgekeerd, een indeling naar ‘geaccepteerdheid van haha.’
Volgt u me nog?
Ik leg het uit.
Kijk, het staat misschien een beetje raar, ‘haha’ op een boodschappenbriefje, maar het mág wel.
Je mag best op je boodschappenbriefje schrijven:
Mandarijnen
Paprikachips
Spaghetti
Gehakt 500 gr.
Bloemkool, haha.
Wat je daar dan ook mee bedoelt.

Ook in een sms misstaat haha (of een smiley) niet.
Denk je nog even aan de boodschappen? En vergeet de bloemkool niet haha/smiley.
Echt, dat kan prima. Wordt ook veel gedaan volgens mij.
Maar haha in een blog? Dubieus.
In een column kan het niet, vind ik. Geen haha in een column. Of alleen in uitzonderlijke gevallen.
En in literatuur, duh: túúrlijk niet.
Dus ja.

Vandaag, met u als getuige, doe ik - om het een beetje classy te houden hier op dit blog - officieel afstand van haha.

Misschien dat er af en toe nog een gheghe doorheenglipt.
Of een ‘grinnik’.
Hihi.

dinsdag 2 oktober 2012

Voorleesseizoen van start

Hoewel het hier de afgelopen week best wel heftig was en rock 'n roll enzo, volgt hier toch een wat huismutserig logje. (Huismuts. Haha.) Over voorlezen. Wat natuurlijk in wezen ook heel rock 'n roll is.
Ik ben u alweer kwijt denk ik, hè? Want wat loopt dat mens toch weer te bazelen, over rock 'n roll?
Nouja.
Voorlezen dus.
Ik hou enórm van voorlezen.
Voorlezen is moederschap in haar meest ontspannen vorm.
Echt. Je kroost zit om je heen verzameld op het bed, echtgenoot valt (mits hij al thuis is) in slaap aan het voeteneind. Niemand zeurt of maakt ruzie, niemand staat op zijn kop of gooit de pot pindakaas op de plavuizen. Het zijn je kinderen zoals je ze aan het eind van een dag zo graag ziet: heerlijk rustig en stil. In hun fris gewassen pyjamaatjes, zacht geurend naar tandpasta.
Mama leest voor.
Boeken, geen verhaaltjes. (Nog wel voor Loïs natuurlijk, maar dat is op andere momenten.)
Elke dag een hoofdstuk. Of een paar, afhankelijk van de lengte en het tijdstip. Zo zijn we dan telkens een paar weken met een boek bezig. We lazen op deze manier al ontelbare boeken, waaronder De Reuzenperzik, de complete Dolfje Weerwolfje reeks, de Heksensteen, Karlsson van het dak, de Brief voor de Koning en de hele serie van De Vijf.
In de zomer komt er nooit zoveel van, maar nu de school weer echt is begonnen en er een soort van ritme is ontstaan, is het voorleesseizoen van start.
En we trapten af met: De Stam van de Holebeer. Van Jean Auel. Jean Wauwel.
Haha.
Kent u het? Het is het eerste boek van de romanserie over de ‘Aardkinderen’ waarin de cro-magnonmens en de neanderthalers elkaar ontmoeten. Over Ayla.
Ik las de eerste drie delen in mijn eerste jaar dat ik op kamers woonde. Omdat ze in de boekenkast van mijn huisgenoot stonden. In het Engels. En ik vond dat intrigerend; dat zij Engelstalige boeken las. Dus toen ging ik ze ook lezen.
Ik las The Clan of the Cavebear en daarna The Mammoth Hunters toen ook nog The Valley of Horses. Vanaf The Plains of Passage kon ik het niet meer aan. Haha. Hórrible. Uiteindelijk verzandt alles in een soort prehistorische bouquetreeks.
(Nee, Novy, nu doe je haar toch waarlijk tekort, onze Jean. Want ze deed heel veel onderzoek! Ze bestudeerde boeken over de ijstijd en volgde een overlevingscursus. Ze leerde over jagen met primitieve middelen, over eetbare en geneeskrachtige planten en het bewerken van vuurstenen. En ze heeft in een echte ijsgrot gewoond! Toevallig!)
Afijn.
Het eerste deel staat hier in de kast – in het Nederlands – en op zoek naar een geschikt voorleesboek dacht ik ineens: misschien best leuk om die kinderen zich een beeld – in hoeverre dan ook reëel - te laten vormen over hoe het leven was héél-héél vroeger, toen de mens nog in eenzame roedels door de wildernis trok.


Maar dan krijg je dus dit.

'Brun leidde hen een flink eind voorbij het spoor van de holeleeuwen voordat hij bleef staan om het landschap te bestuderen. Aan de overzijde van de rivier strekte zich zover hij zien kon de steppe uit, in lage golvende heuvels die in de verte tot een vlakke groene zee werden. Niets belemmerde hem het uitzicht. De enkel onvolgroeide bomen, door de onafgebroken waaiende wind tot karikaturen van bevroren beweging misvormd, verleenden het open terrein alleen maar perspectief en benadrukten de leegte ervan. Dicht bij de horizon verried een stofwolk de aanwezigheid van een grote kudde hoefdieren en Brun wenste van ganser harte dat hij zijn jagers het sein kon geven erachteraan te gaan. Achter hem waren alleen de toppen van hoge coniferen te zien als achtergrond voor de kleinere loofbomen van het bos, die nu door de uitgestrektheid van de steppen als dwergen leken. Aan zijn zijde van de rivier hield de steppe abrupt op, afgegrendeld door de klif die nu op enige afstand van het water lag en zich er steeds verder van verwijderde. De steile rotswand ging verderop over in de uitlopers van de zich reeds dichtbij verheffende, majestueuze, met gletsjers gekroonde bergen; hun beijsde pieken lichtten in de stralen van de ondergaande zon op in felroze, herlderrode, violette en purperen tinten, als gigantische schitterende juwelen in de kroon van de koninklijk oprijzende toppen.' 

Haha.
Ze hangen aan mijn lippen.