zondag 20 februari 2011

Novy, P.I.


Kijk. Dit ben ik.
Met mijn nieuwe reis/sport/weekendtas.
En ziet u die vastberaden blik in mijn ogen?
Dat is de blik van een woman on a mission.

Want ik heb namelijk een plan.
Een verbluffend goed plan, mag ik wel zeggen.
Ik ga naar Hawaii. Met Bo. Naar mijn halfzusje.
Oftewel: daar zijn we voor aan het sparen geslagen.

Ik heb het al wel eens eerder genoemd hier, dat we met het idee speelden om erheen te gaan, met het hele gezin, maar dat het daar een beetje bij bleef.
Want naar Hawaii, das dus heul duur.
Alleen de vlucht al, kost ons 10.000 euro.
En dan hebben we nog geen onderdak.
En je gaat dan natuurlijk ook niet voor een weekje, maar dan meteen wat langer. En je wilt misschien ook nog wel eens ergens een eh..tosti met ananas eten ofzo.
Dus het werd een beetje een lachertje.
Kent u die mop van die mensen naar Hawaii gingen?
Haha, die gingen niet.

En ik merkte dat ik dat ik me er eigenlijk al een beetje bij neer had gelegd.
Dat ik het als een abstract gegeven begon te zien. Ik heb een zusje op Hawaii. Ik heb een tante in Marokko. In plaats van een echt zusje van vlees en bloed. Met een echte man bovendien en een echt kind: een níchtje van vlees en bloed, dat ik nodig eens moet knuffelen.

Dus.
Actie.
Hop, dr heen.
Ik heb haast, tenslotte.
(Bovendien: wat een kans! Hawaii spreekt al sinds Magnum enorm tot mijn verbeelding. Die eilandengroep met dat fantastische klimaat midden in die grote, Grote Oceaan.)

Het besluit om met z’n tweeën gaan maakt de kosten een stuk meer te overzien. Niet alleen wat de reis betreft, maar ook omdat we dan met een beetje fantasie bij mijn zusje kunnen logeren, iets dat met z’n vijven onmogelijk zou zijn: ze woont met man en kind in een schoolbus. Onder een mangoboom.







donderdag 17 februari 2011

Ik, cavia

Loïs zei vanmiddag voor het eerst: 'Ik hou van jou'. (Tegen mij; niet onbelangrijk).
Niet dat dit haar eerste verbale uiting van affectie was, ze zegt al zeker een jaar 'mama, ik vin jou lief', maar 'ik hou van jou' was nieuw.

Voor Bo daarentegen, was het het eerste zinnetje dat ze sprak.
Dat klonk als: 'Ikkaavejaa'.
Of: 'Ik, cavia'.
(Ik moet schaamtevol bekennen dat deze specifieke liefkozing hier nog wel eens wordt uitgesproken.)

En over cavia's gesproken, vandaag hebben we besloten dat er weer een hond moet komen. Niet nu, maar volgend jaar, als Loïs vier is en naar school gaat. Want zonder hond is ook maar zo zonder hond.
Moet ik even vertellen. Wij hadden Coco. De liefste hond van de wereld. Maar dan dus echt.
Ze overleed toen ze bijna dertien was, in 2005.
Ons vriendje.
Ik vond helaas maar twee digitale foto's.
Op de eerste foto is Bo net 1 jaar, op de tweede (bijna) 2.



Wacht, ik maak nog even een foto van een foto:


Lief hè.

woensdag 16 februari 2011

Au


'Mam, mag ik mijn toverstokje mee naar circus?'
'Nee.'

'Waarom niet?'
'Omdat je niks aan je toverstokje hebt bij het circus en omdat je hem waarschijnlijk alleen maar kwijt raakt.'
'Aaaaah, alsjeblieft?'
Nouja, neem maar mee dan.'

En nou niet allemaal tegelijk roepen dat ik geen goede moeder ben omdat ik niet consequent zou zijn, want ik zeg altijd eerst nee, en dan mag het later toch. Dat is op een bepaalde manier ook heel consequent.
Niet dan?
Whatever.
Ik heb het een beetje te druk denk ik.
's Avonds plof ik op een stoel, veeg het zweet van mijn voorhoofd en denk: poehpoeh, weer een dag overleefd zonder ongelukken. En elke dag zijn er talloze momenten waarop ik denk: Pfjoe...als dít goed gaat dan gaat er meer goed.

Gisteren ging het dan een keertje niet goed.
Het was al een beetje een hectische middag geweest: eerst naar een voorstelling van de klas van Bo, daarna Merlijn ophalen van school, hem thuis snel wat eten geven, naar circusles brengen, door naar oma om Loïs op te halen (die ik daar een paar uurtjes had ondergebracht) en terug naar Santelli om Merlijn weer op te halen. (Waar ik jeu! een verloren wantje van Loïs terugvond).
We liepen snel terug naar de auto, om gauw Bo op te kunnen halen bij haar speeladres en daarna vlug door naar huis om te koken. Het was inmiddels bij zessen.
Terwijl ik Loïs aan het vastmaken was sprak Merlijn de vreselijke woorden:
'Oh. Ik ben mijn toverstokje vergeten.'
En toen flipte ik geloof ik een beetje. Want ik had hem toch nog zo gewaarschuwd etc.
'Mag ik hem gaan zoeken?'
'Nee!'
'Alsjeblieft?'
'Nee!'
En terwijl ik, natuurlijk, intussen aan het nadenken was of ik hem misschien tóch.....toen gebeurde het.
Ik smashte de punt van de autodeur tegen mijn voorhoofd. Of mijn voorhoofd tegen de punt van de autodeur, dat kan ook. Of misschien wel allebei tegelijk, dat zou verklaren waarom het zo....hárd aankwam. Ik hoorde krak en voelde pijn, jonge, pijn! Ik heb echt staan gillen op de stoep. Omstanders kwamen in groten getale aangesneld..(haha not, er was niemand).

Ik weet nog dat ik op mijn hurken ben gaan zitten bij de deuropening en toen werd alles zwart. En toen ik weer bij mijn positieven kwam zat er een paniekerige Merlijn naast me. 'Gaat het wel, mama!?'
'Nee!' riep ik. 'Au, au, zo'n pijn.'
En ik hoorde dat stemmetje wel, hoor, in mijn achterhoofd, dat zei dat ik moest vermannen en me groot houden voor de kinderen, maar dat kon dus echt niet hè. Fok man, wat deed dat zeer. Ik dacht echt dat ik die autodeur dwars door mijn schedel had gemept.
Wat nu, dacht ik, toen het weer een soort van een beetje ging. Terug het circusgebouw in? Loïs eerst weer losmaken, honderd meter lopen, naar binnen gaan en wat dan? 'Help' zeggen?
Neh.

'Kom, we gaan Bo halen,' zei ik. En dacht: we gaan naar AJ - die toevallig in dezelfde straat woont als het vriendje waar Bo aan het spelen was.
Dus zo reed ik door het drukke avondverkeer: kermend en snikkend, terwijl het bloed in mijn oog drupte en Merlijn dingen zei als: 'Ik heb je nog nooit eerder zien huilen, mam.' De arme jongen, was door de commotie helemaal zijn toverstokje vergeten.
Klappertandend van de ellende kwam ik bij mijn vriendin aan. Die me een washandje met ijs gaf voor mijn hoofd en een glas wijn voor tegen de schrik. En besloot dat we allemaal moesten blijven eten en mijn man telefonisch sommeerde vanaf het station naar hun huis te komen. Omdat ik niet meer mocht autorijden.
Je zult maar zulke vrienden hebben, hè.

En vandaag?
Het valt mee. Geloof ik. Als ik alles gewoon wat langzamer doe heb ik niet teveel hoofdpijn. Het vervelendste is eigenlijk nog wel dat de huid van mijn halve hoofd, de linkerhelft, compleet gevoelloos is. Als ik op mijn kruin krab dan is het net alsof ik op iemand anders hoofd krab. Doodeng. Waarschijnlijk een zenuw geraakt ofzo.

Nouja. 'Vijf centimeter lager en je had je oog verbrijzeld,' merkte Henk droog op.
En zo is het maar net.




maandag 14 februari 2011

Kort nieuws

En omdat het Valentijnsdag was bracht mijn man mij vanmorgen koffie en versgeperste jus d’orange op bed.

Oh nee, haha, dat doet hij iedere dag al.

Opnieuw.

Omdat het Valentijnsdag was stond er vanmorgen een vaasje met een zelfgeknutseld (......WTF?? Knutselen? Om kwart over zes ’s morgens??) bloemetje op het dienblad tussen mijn koffie en jus d’orange.









Oh. En trouwens. Herinnert u zich deze nog?
(Nee? klik)
'De Trui', afgelopen weken veelvuldig en met veel plezier gedragen door Bo, is opnieuw in de droger terechtgekomen. (Waarschijnlijk omdat ie zo klein was geworden dat ie zich had verstopt in een kussensloop.)

Gelukkig hebben we meisjes in verschillende maten hier.









zaterdag 12 februari 2011

De Vijf



Een van onze grootste 'gezinhobby's' is het voorlezen voor het slapengaan. Dat is, ík lees voor en Bo, Merlijn, Loïs en Henk luisteren. Op het grote bed zitten we, met twee kopjes koffie en drie kopjes thee. We lezen het liefst hele boeken - dus geen korte verhalen - waarvan we dan elke avond een hoofdstuk doen. Of twee, als het korte hoofdstukken zijn. Of drie, als het zo spannend is dat we niet kunnen stoppen.
We begonnen met de volledige Dolfje Weerwolfje serie, grotendeels gelezen tijdens mijn zwangerschap van Loïs, en daarna volgden vele, vele andere boeken. Soms iets minder leuk, maar meestal echt geweldige boeken. Onze laatste titels waren: 'Waarom de walvissen kwamen' van Michael Morpurgo (prachtig), 'Het eiland daarginds' van Paul Biegel (hilarisch en vervreemdend), 'De dode hoek' van Paul van Loon (eng) en 'De Hekstensteen' van Leonie Kooiker (heel leuk).
Soms best spannende boeken, of een beetje moeilijk (we houden ons niet altijd per se aan de leeftijdscategorie), maar leuk voor ons allemaal. Ook voor Loïs, gek genoeg. Ze snapt er natuurlijk weinig van, maar ze is er in gegroeid, ligt er al sinds (voor) haar geboorte bij. Misschien vind ze het wel gewoon fijn om naar mijn stem te luisteren. (En voor als u zich zorgen maakt, we lezen ook wel eens boekjes op haar niveau.)
'Gaan we weer met een nieuw boek beginnen, vroeg Bo tijdens het eten vanavond.
'Ja,' zei ik. Maar welke? En toen kreeg ik ineens een ingeving, haalde de doos met mijn jeugdboeken uit de berging en toverde de volledige serie van 'De Vijf' tevoorschijn.
Wat een jeugdsentiment: George, Annie, Julian, Dick, Timmie....... Kirrin-eiland, mén. Nouja, misschien voelt er niets bij. Dat kan. Was u meer van de Olijke Tweeling ofzo. Of Pitty op Kostschool. Of Snuf de Hond.
Anyway, we begonnen dus vanavond aan de eerste hoofdstukken van 'De Vijf gaan er vandoor'. En het valt me voorlopig nog niet mee, moet ik eerlijk zeggen. Krampachtig probeerde ik de hele tijd uit een soort schaamte voor de ouderwetsheid (of omdat het maakt dat ik me weer zo bijna veertig voel) zinsnedes en malle woorden (ze hebben maar steeds 'schik' bijvoorbeeld) in te slikken, of snel te vervangen voor normaler taalgebruik. Het is allemaal toch wel wat eh..gedateerd. Zo worden ze van het station gehaald met de hittenwagen (de wat?), noemen elkaar jongeheer en jongejuffrouw en na het ontbijt worden de papborden afgeruimd.
Nja.
'Maar straks, jongens, wordt het echt heel spannend!'

zondag 6 februari 2011

Skin & Beauty


Voor een thema in het lentenummer van het hyperglossy lifestyle magazine waar ik voor werk, moest ik afgelopen week een aantal artikelen schrijven over schoonheidsbehandelingen en medisch-cosmetische ingrepen.
‘Ik ben geen vrouw,’ riep ik al een paar keer getergd uit op twitter, na het zoveelste bezoek aan een beautysalon waar mij allerlei apparaten en behandeltechnieken werden getoond waar ik mijn poezelige velletje nooit of te nimmer aan zal blootstellen.
Nou maakt dit verder voor de kwaliteit van de artikelen niet uit hoor; u weet ik schrijf overal over, ze kunnen het zo gek niet verzinnen of ik maak er wel een leuk en inspirerend stukje van. *luidruchtig keel schraapt*

Oh. Even offtopic: weet iemand waar deze rare zinsbouw op twitter vandaan komt? Dan schrijft iemand bijvoorbeeld ‘Ik ga vanavond boboti maken’ en zet daarachter *in kookboek duikt* of ‘Wat een storm vandaag zeg’, gevolgd door *in kast zoekt naar zuidwester*. Is dit heel hip ofzo? Het erge is, ik neem het gewoon over, ook al snap ik er de ballen van en vind ik het eigenlijk stom. Maar dat ben ik, laat me altijd overal mee besmetten.
*draad weer oppakt*

Ik kan er wel omheen draaien, maar ik vind eigenlijk dat ik een prima huid heb. Op een enkele menstruatiepuist na, heb ik geen klagen. Dat is, als ik er maar van afblijf. Roken, te veel alcohol, te laat naar bed, in weer en wind door de uitlaatgassen fietsen, negen van de tien keer ‘vergeten’ mijn make-up eraf te halen voor het slapen gaan, het maakt allemaal niet uit, mijn huid lijkt er niet onder te lijden. Maar owee als ik toegeef aan het universeel vrouwelijke verlangen om te gaan scrubben, peelen, of anderszins aan dieptereiniging te doen. Dan gaat het mis. Een intensieve nachtcrème is eigenlijk al te intensief. Ik moet het gewoon bij Zwitsal houden. Of Nivea. Of uierzalf. Of beter nog, gewoon niks.

Eén keer in mijn leven ben ik naar een schoonheidsspecialiste geweest.
Een ervaring die zich nog het best laat omschrijven als claustrofobisch, met een lange, rode, gezwollen en schilferige nasleep.
Ik kwam binnen in een witte ruimte. Met witte muren, witte gordijnen, een witgelakte houten vloer en overal white-washmeubeltjes. Op de achtergrond een meditatief tingeltangelmuzakje en de vage geur van wierrook. En in het midden van die witte kamer stond een tandartsstoel.
En misschien ging het daar wel mis. Want bij de tandarts zijn de spelregels duidelijk. Er geldt een duidelijke taakverdeling: de tandarts doet jou pijn en jij moet dapper zijn. Maar in deze context paste dapper zijn natuurlijk niet, nee, het zou niet pijn gaan doen, het zou fijn zijn! Ik moest genieten! Ja!
Maar dat genieten, dat lukte dus niet. Ik voelde me voornamelijk nogal opgelaten. Bij die vrouw die met haar vingers aan mijn gezicht ging zitten klooien. Vooral nadat ze in mijn wang kneep en zei: ‘Oh-oh-oh. Jij moet écht beter hydrateren hoor.’
Toen had ik het eigenlijk helemaal gehad. En niet alleen omdat ik verdorie toch geen 75 euro had neergeteld om een standje te krijgen, maar vooral omdat ik naar haar gezicht keek, dat glom alsof er zojuist een half pakje roomboter in was geklopt, en dacht: Ho! Wacht even, volgens mij hebben jij en ik hier een heel verschillend idee van hydratatie!
Dus ik piepte maar wat over ‘een heel gevoelige huid’ enzo.
Waarop zij zen terugfluisterde: ‘Gebruiken we toch alleen hypoallergene productjes.’
Mooi zo.
Drie weken heb ik rondgelopen als een monster, met een dik en rood gezicht. Door het harsen van mijn bovenlip was spontaan de herpes uitgebroken en het gebied waar ooit mijn wenkbrauwen zaten was veranderd in een bloederig slagveld.
Never. Again.

Maar het is blijkbaar toch niet tegen te houden dat zo’n diep vrouwelijk verlangen af en toe weer even de kop opsteekt. Afgelopen donderdag kocht ik ineens twee tubes crème van Roc (belooft het u!). Zomaar. Omdat ik veertig word ofzo, weet ik veel. Maar ik vind het alweer niks hoor, de vlekken komen alweer tevoorschijn en het voelt allemaal nogal ‘trekkerig’. Terwijl ik ‘crème extra emollient’ nog wel zo bemoedigend vond klinken.
(...)
*googlen gaat*