dinsdag 26 oktober 2010

Een dagje naar de dierentuin

Ik heb eigenlijk best wel een beetje een hekel aan dierentuinen, maar ja, Loïs had nog nooit echte wilde dieren gezien en bovendien gaf het Kruidvat gratis kaartjes weg, dus vooruit.
Konden we lekker ongegeneerd een dagje foto's maken van het roze haar van Bo elkaar in een ander decor.






Oh. U had ook foto's willen zien van dieren?
Nou, eentje dan.
(Tel de slurven.)
(gniffel.)

maandag 25 oktober 2010

Pretty in pink/ meisjes met roze haren/ spijt als haren op mijn hoofd



Vandaag gingen we met onze dochters naar de kapper. (Ja, op maandag. Ik weet niet waar iedereen dat toch vandaan haalt, dat kappers ’s maandags geloten zijn, maar die van ons is gewoon open.)
Loïs, die werd heel schattig van de knipbeurt en Bo, Bo’s haar werd zo goed! Zo goed dat ze, na zichzelf uitgebreid te hebben staan bewonderen in de spiegel, heel beslist en overtuigend zei: ‘Maar nu moet het nog roze.’
En ik – u mag het een moment van verstandsverbijstering noemen, ik noem het een jolige stemming rondom de begonnen herfstvakantie – zei: ‘Ja. Dat doen we.’

Dus we gingen naar dat rare haarwinkeltje waar ze de gekste kleuren (uitwasbare! uitwasbare!) haarverf verkopen, kozen de beste kleur roze uit en fietsten naar huis.
Over wat er zich vervolgens in de badkamer afspeelde weide ik beter niet teveel uit (nja, er ontstond enige paniek toen ik zag dat ik de oren en de rug en het voorhoofd van mijn dochter ook roze aan het verven was en nog meer toen ik merkte dat het er niet af ging met een doekje met water en zeep noch met crème noch met aaah! En toen deed ik natuurlijk radeloos mijn handschoenen uit en werden mijn handen en nagels óók roze en oja, zometeen moet ik nog maar even kijken of ik toch niet nog met Cif de roze waas uit de douchebak geschrobd krijg), maar laat ik het erop houden dat het gelukt is.
En dat we een dolgelukkige dochter hebben.
Ghe.




Om toch nog even wat (omgekeerde) bevestiging te halen belde ik net met oma en biechtte het verhaal op. ‘Oh nee!’ riep mijn moeder. ‘Néé toch, ze heeft zulk mooi blond haar!’
Mis, mam.
Ze had mooi blond haar.


vrijdag 22 oktober 2010

A CELEBRATION OF LIFE AND FOREVER SCREAMING TEXT FOR ALL ETERNITY AND LOVE

IK HAD VANDAAG EIGENLIJK EEN STUKJE WILLEN SCHRIJVEN OVER HOE LEUK HET PAARDRIJDEN GISTEREN WEER WAS - EN DAT TERWIJL IK EIGENLIJK HELEMAAL NIET MEE KON WANT DE MAN IS IN LONDEN EN DE OPPAS WAS IN BERLIJN (DAT DOET MAAR ALLEMAAL) MAAR OMDAT IK DAT UITERAARD GEEN OPTIE VOND HADDEN WE EEN LOGEERPARTIJTJE VERZONNEN BIJ VRIENDIN AJ DIE ÓÓK GEEN MAN THUIS HAD MAAR WÉL EEN OPPAS - EN OVER HOE GEZELLIG HET WAS OM 'S AVONDS LAAT RUIKEND NAAR PAARD BINNEN TE KOMEN IN EEN HUIS VOL SLAPENDE KINDERTJES EN EEN SLAPENDE OPPAS EN VERVOLGENS SAMEN STAAND IN DE KEUKEN EEN FLES WIJN LEEG TE DRINKEN HOEWEL WE WEL WEER VROEG OP MOESTEN WANT HET WAS TENSLOTTE NOG GEEN HERFSTVAKANTIE DUS DE KINDEREN MOESTEN GEWOON NAAR SCHOOL (WAT OVERIGENS WONDERWEL LUKTE, RUIM OP TIJD EN - ALS IK DE GYMSPULLEN VAN MERLIJN NIET WAS VERGETEN - NOG HELEMAAL VLEKKELOOS OOK), MAAR DAT HELE VERHAAL VIEL NATUURLIJK VOLKOMEN IN HET NIET BIJ HET NIEUWS DAT MIJ VANDAAG BEREIKTE:

HET IS VANDAAG INTERNATIONAL CAPSLOCKDAY!

(JA OF DACHT U SOMS DAT IK HIER ZOMAAR VOOR DE LOL MIJN LONGEN UIT MIJN LIJF SCHREEUW?)



KUTTERDEKUT: KOM IK ER NET ACHTER DAT HET VANDAAG TEVENS WERELD-STOTTERDAG IS! HEB IK ME DAAR EVEN EEN BRILJANTE GRAPKANS LATEN LIGGEN!

dinsdag 19 oktober 2010

Geen king size family bed, maar wel een tripp-trapp bankje


Ik had eens verteld aan Bo en Merlijn, dat als mijn vader vroeger op zakenreis was, ik altijd bij mijn moeder in bed mocht slapen.
Dus de eerste avond van Henk’s afwezigheid moest ik met lede ogen toezien hoe ze, toen het bedtijd was, gewapend met hun eigen kussens het ouderlijk bed indoken. Op de voet gevolgd door Loïs. Nou zijn wij helaas niet gezegend met een king size family bed – we behelpen ons op een bescheiden 1 meter 60, dus ik keek naar de overgebleven strookjes leeg matras, zo’n vijftien centimeter aan weerszijden, en vroeg: ‘En waar moet ik dan straks?’
Ja. Dat was eigenlijk best een goeie vraag.
Bo: ‘Euh, gewoon....’
Merlijn: ‘....aan het voeteneind?’
‘Nouja,’ sprak ik vertwijfeld en een beetje sip: ‘dan ga ik wel in het bed van een van jullie.’
Maar dat scheen dan weer voorbij te gaan aan de essentie van het bij mama in bed slapen.
Ook weer waar.
Inmiddels zijn we overeengekomen dat Merlijn in het bedje van Loïs slaapt, dat ook op onze kamer staat (zijn eigen voormalig bed, feitelijk, maar nu dan gehalveerd in lengte) en ik met de meiden in mijn eigen bed. Geen idee of dit nog logisch is, of eerlijk, maar we kunnen ons er allemaal in vinden. En dat telt.
Ah, het interesseert u waarschijnlijk geen zier wie hier bij wie in welk bed ligt, hè.

Iets anders dan.
Weet u wat ik vandaag kocht? Nou, nou? Of eigenlijk kreeg, voor het luizige bedrag van 20 euro? Van de peuterspeelzaal die aan interieurvernieuwing doet? Nou, nou?
Een tripp-trapp bankje! Een tripp-trapp breed genoeg voor drie kindjes! Isn’t that unique or what!? Die worden al heel lang niet meer gemaakt! En het is niet alleen het nostalgische retrogevoel, het is ook nog eens reuze handig! Bankje past precies aan korte kant van tafel en levert in een klap vele kinderzitplaatsen op!
Tadaa:



donderdag 14 oktober 2010

H-day

Goeie help. Vanavond klim ik voor het eerst sinds 23 jaar weer op een paard.
En dat vind ik eigenlijk behoorlijk griezelig.
Want iedereen kan nou wel zeggen dat paardrijden iets is dat je, net zoals zwemmen en fietsen, niet verleert, maar toch: ik kan toch intussen hoogtevrees hebben gekregen? Of last van een langzaam-door-de-jaren-heen-ontstane equinofobie?
What was I thinking anyway? Toen we tijdens de wekelijkse vriendinnen-koffie-date ontdekten dat we allemaal vroeger paardenmeisjes waren geweest (Nah! Allemaal pennypaardenmeisjes! Nah!) en van de weeromstuit het achterlijke idee kregen om met z’n zessen - for old time’s sake - op paardrijles te gaan?

Zo’n ontzéttend pennypaardenmeisje was ik overigens helemaal niet, hoor. Want hoewel ik net als bijna iedereen in het dorp waar ik opgroeide wel op de manege rondliep en zelfs een tijdje een eigen pony had, werd het nooit helemaal mijn sport. Omdat ik niet zoveel talent had, for sure, maar vooral omdat ik dat dressuurgedoe eigenlijk heel stom vond. Met van die letters langs de bak en dan voltes maken en over de middellijn en de diagonaal en van je draf en je galop en je netjes rechtop zitten en pff.
Doodmoe werd ik ervan.
Springen, dat vond ik dan nog wel leuk, maar het liefst maakte ik gewoon buitenritten. Door het bos. En over de hei. En bij voorkeur zonder zadel.
(Ik weet nog dat ik een keer naar warenhuis de Vries ging om een beslagkom te kopen voor mijn moeder, in mijn bikini, op mijn pony zonder zadel en dat het hele dorp daar schande van sprak. Dat was blijkbaar iets wat je niet dééd.)
Hee, nou moet ik ook ineens denken aan die twee verwende zusjes met hun haarnetjes, die elke week door hun vader naar de manège werden gebracht, in een grote Mercedes met daarachter een trailer met hun twee pony’s: l’Esprit en l’Amour.
Jaja, mensen, memories, memories. It’s all coming back to me.
En dan vooral: de geur van een paard.
The scent of a horse.
El perfume de un caballo.
Goed.
Ik laat u morgen wel weten hoe het was. Als de spierpijn het toelaat.


Edit:
Hilarisch! Staat mijn moeder dus net aan de deur, met een pond.....
paardenbiefstuk.
(Ik denk dat ik maar even heel goed mijn tanden moet poetsen na het eten...)


maandag 11 oktober 2010

Pindakaas op de maandagochtend

Pindakaas is een veelzijdig product.
Zo kun je het op je boterham smeren, maar ook - dat las ik pas ergens - gebruiken om kauwgom mee uit je haar te verwijderen. (Nou heb ik eigenlijk nooit kauwgom in mijn haar en pindakaas in mijn haar lijkt me eerlijk gezegd nóg viezer, maar toch. Handig om te weten.)
Ook kun je over pindakaas heel goed ruzie maken,  op een doorsnee maandagochtend.

‘Wat wil je op je derde broodje,’ hoorde ik Henk aan Bo vragen, toen ik de trap af kwam en hij blijkbaar bezig was de lunchtrommels te vullen.
‘Chocopasta,’ antwoordde Bo. (Wat meer klonk als sjookepast.)
‘Nee, zei Henk, ‘Je hébt al een broodje met zoet’.
‘Oh,’ zei Bo.
‘Dan doe je pindakaas,’ bemoeide ik me ermee.
‘Ze hééft al een broodje met zoet.’
‘Pindakaas is toch niet zoet?’
‘Wel.’
‘Niet.’
‘Wel. Zit tjokvol met suiker.’
‘Echt niet.’ Ik greep de pot en las voor wat er op het etiket stond: ‘85% pinda’s, plantaardige olie, plantaardige vetten en zout. Das geen suiker hè.’
‘Kun je wat zachter praten? Je schreeuwt een beetje.’
‘Ik schreeuw helemaal niet.’
‘Je schreeuwt wel. Je schreeuwt altijd meteen.’
‘Maar hoorde je nou ook wát ik zei?’
‘Ja hoor. Geen suiker. Maar toch.....is het.....prétbeleg.’
‘Vind jij. Omdat jij nou eenmaal gek bent op pinda’s. Dan is voor mij kaas dus pretbeleg.’
‘Nee.’
‘Wat nee?’
‘Dat is onzin. Pindakaas hoort gewoon bij het zoete beleg.’
‘Waarom?’
‘Nou, gewoon. Omdat het daar bij hoort.’
‘Omdat het in een pot zit?’
‘Ja.....nee. Omdat het in de winkel bij het zoete beleg staat.’
‘Oja. Net als Marmite, zeker. En sandwichspread. Ook heel lekker zoet. Haha.’
(....)
(....)

Het voordeel van ruzie op de maandagochtend is dat het nooit echt kan escaleren: daar is domweg geen tijd voor. Om kwart over acht moet men namelijk op de fiets zitten, richting school.
Ik was het dan ook allang weer vergeten, toen ik rond elf uur het volgende smsje kreeg:

Hey. Ik hou van jou.
Pindakaas is geen zoet beleg, jij wel.
Xxx


(Ik ben gestampte muisjes, denk ik. Welk zoet beleg bent u?)

vrijdag 8 oktober 2010

Maarmaarmaar....


Om deze midweek vol te maken (met elke dag een logje!) ga ik even zeiken op deze vrijdagavond. Ik ben eigenlijk helemaal niet zo’n zeikerd, (ehm..vind ik) maar nu dan toch. Want waar ik dus echt niet tegen kan is onrechtvaardigheid. En machteloos staan tegenover instanties, ook al heb je de rede en het gelijk aan jouw kant.

Heeft u gisteren mijn log gelezen? Mijn auto wilde niet meer starten.
En vandaag moest ik dat dus gaan oplossen.
Ik begon met bellen naar de Kwikfit, waar onze auto in onderhoud is. Maar daar konden ze niets voor me doen, omdat ze geen reparaties op locatie uitvoeren. Okee, duidelijk.
Dus toen belde ik maar met de ANWB. Ik heb een lidmaatschap zonder woonplaatsservice, maar dat kon geregeld worden dus ik gaf mijn rekeningnummer en toestemming om de kosten voor de uitbreiding van mijn abonnement af te schrijven.
Er zou zo snel mogelijk een monteur naar mijn auto gestuurd worden.
Ik zei tegen de telefoniste dat ik zelf niet aanwezig kon zijn, maar dat mijn moeder (de auto stond immers voor haar deur) de sleutel had en overal vanaf wist. Dat was geen enkel probleem, zei de telefoniste. Ze zou de monteur het adres van mijn moeder doorgeven.

De reden dat ik niet bij aanwezig kon zijn, was dat ik een (leuke werk-) afspraak had.
Zit ik dus even later bij die afspraak, gaat de telefoon. Het is de ANWB-monteur, die zegt: 'Ik sta nu bij uw auto, maar waar bent u?'
Ik: 'Nou, ik ben er niet, maar als het goed is heeft u van de telefoniste gehoord dat u kunt aanbellen bij nummer 124, daar woont mijn moeder, ze heeft de autosleutel en weet overal vanaf.’
'Nee hoor,’ zegt de monteur, ‘dat mag niet. As u niet hier bent, dan kan het niet. Dus ik ga weer weg.'

Waarop ik dus nogal... boos werd.
Ahum.

(Later bleek: op de verkeerde, deze beste man handelde slechts volgens de regels: een monteur mag niet aan een auto komen als de eigenaar van de auto er niet bij is. Maar dat had die telefoniste mij dus moeten vertellen hè.)

Enfin. Een paar uur later ben ik zuchtend op de vouwfiets gestapt en naar mijn moeder gegaan, met de intentie om daar opnieuw het anwb-alarmnummer te bellen - nu zou ik als eigenaar bij mijn auto aanwezig te zijn. Maar alvorens te bellen probeerde ik – eigenwijs als ik ben natuurlijk - de auto nogmaals te starten (gisteren wel 100 keer geprobeerd, ook door Henk nog ‘s avonds) en ja hoor, of nee maar: bij de derde poging lukte het! Ik reed meteen naar de Kwikfit. En vervolgens op de vouwfiets naar huis. Balancerend met een grote bak konijnenragout op mijn hand, maar dat is weer een ander verhaal.

Thuisgekomen ben ik de ANWB gaan bellen, om alles wat er was gebeurd uit te leggen, mijn excuses te maken voor het afblaffen van de verkeerde persoon en te vragen of mijn uitbreiding van mijn lidmaatschap alsnog geannuleerd kon worden. Ik was tenslotte niet geholpen en heb verder geen behoefte aan die woonplaatsservice.

Zegt de persoon aan de andere kant van de lijn: 'Nee hoor, dat doen we niet. Wij zijn tenslotte wel naar uw auto gegaan. En dat kost ons ook geld.’
Ik: ‘Maar jullie hebben niets gedaan!’
Hij: ‘Nee, omdat u er niet was.’
Ik: ‘Maar dat had ik aangegeven! Ik heb heel expliciet gevraagd of dat een probleem opleverde! Waarom moet ik nou betalen, als jullie een fout maken? De telefoniste had toch moeten weten dat wat ik vroeg niet mogelijk was?’
Welke voortreffelijke argumenten ik ook gebruikte, niks hoor; niet door te komen bij die man.
Uiteindelijk gaf hij me een emailadres van het klachtenteam.
Waar ik meteen gebruik van maakte.
Ja, zeg.

Overigens, bij de Kwikfit konden ze niks vinden in het electrische systeem. En starten lukt ook steeds gewoon.
Dus nu is de auto terug, maar ik weet zeker dat er wat mis is.
Dus.
Wordt vervolgd.
Wacht maar af.

Hm. Echt een zeikerig verhaal.
Bent u daar nog?

donderdag 7 oktober 2010

Een rare dag

Een tijd geleden las ik op een website de volgende freelance-tip: ‘Heb je even weinig of geen opdrachten, ga dan niet bij de pakken neer zitten maar gebruik de tijd om spullen op marktplaats te zetten. Zo genereer je toch nog wat inkomsten en het ruimt bovendien lekker op!’
Nou.
De kasten zijn hier inmiddels bijna leeg.
En ik wou net met de fietsen van de kinderen beginnen, toen.......’


Zo had het logje dat ik vandaag van plan was te schrijven ongeveer kunnen beginnen.
Maar er kwam het een en ander tussen.
Zeg maar.
Want mén, wat een dag.
Gebruikte ik gisteren werkelijk het woord verveling?

Dat het niet helemaal gewoon zou worden was op zich al wel duidelijk, want ik zou met mijn moeder mee gaan naar de crematie van haar lieve vriendin, die afgelopen zaterdag plotseling zo'n beetje overleed in haar armen. (Een nogal heftig gebeuren, zoals u zich kunt voorstellen, maar dit verder terzijde; het is hier tenslotte niet het weblog van mijn moeder.)
Toen ik om een uur of tien bij haar thuis was aangekomen, met Loïs – die bij de goede zorgen van mijn moeder's buurman zou achterblijven - keek ik nog even op twitter en werd totaal van mijn stoel geblazen door het bericht over de dood van Antonie Kamerling.
Ja, niet dat ik nou zo’n grote fan was van Antonie Kamerling, ofzo. Ik bedoel, er ging af en toe zomaar een jaar voorbij waarin ik niet aan hem dacht, maar toch: ik ben van de Peter Keldergeneratie hè. En ik vond het eigenlijk altijd wel een leuk stel, Isa en Antonie. Bovendien hebben ze ons op het idee gebracht voor de naam van onze zoon. (Misschien dat u dacht dat Merlijn vernoemd was naar de grote tovenaar, maar nee hoor.)
Goed.
Toen we richting Assen – daar vond de crematie plaats – wilden vertrekken bleek mijn auto niet meer te starten. Iets met het elektrische systeem, waardoor de startonderbreking bleef hangen. Ofzoiets. Dus moesten we met het autootje van mijn moeder. (Onze auto staat nu nog steeds voor haar deur - dat moeten we morgen oplossen.)
Goed 2.
Net toen we de afslag Assen hadden genomen ging mijn telefoon. Het was de meester van Merlijn. Merlijn was ziek en of ik hem kon komen ophalen?
Ehm.
Nee.
En ik kan u vertellen dat dat flink lousy voelt. En hoe gelukkig je dan bent dat je lieve vrienden hebt die na een telefoontje onmiddellijk op de fiets springen om jouw zieke kind op te halen en bij hen thuis op de bank leggen. (Thanks Aatje Jee, love you.)

En nu ben ik moe. En sluit ik maar even af met de laatste woorden die de zoon sprak tijdens de dienst, refererend aan het donorcodicil dat zijn moeder altijd bij zich droeg: ‘Als inborst een orgaan was, dan hadden ze er voor in de rij gestaan.’
Vonk mooi.

Dag lieve Adri.
Dag lieve Antonie.

woensdag 6 oktober 2010

Me playing

Met een vette knipoog naar Esmee Denters en consorten.
Ja, ik zeg het er maar bij, voordat de ironie u weer ontgaat en u denkt dat ik met een soort egotrip bezig ben, de laatste tijd. Weet u, ik verveel me gewoon. (Ik vertel nog wel eens waarom, binnenkort.)
Overigens hield de photobooth-camera er telkens na ongeveer een halve minuut zomaar mee op.
En dat is eigenlijk maar goed ook, haha.
Enfin.

Cool t-shirt trouwens hè?




Deze is speciaal voor Remko.
Kun je even zien dat ik braaf oefen.
Oh nee, je leest mijn blog helemaal niet.
Nouja.



Edit: Nah. Ziet u het tijdstip van publiceren? Lijkt verdacht veel op mijn geboortedatum.

dinsdag 5 oktober 2010

DK07

Kijk, ik heb dus een gouden regel: Op vakantie reize men naar het zuiden.
Richting de evenaar, so to speak.
Naar daar waar het warm(er) is.
Schiermonnikoog, dat is de meest noordelijke plek waar u me zult tegenkomen.

Maar principes zijn er om opzij te zetten, nietwaar, en zo leek het drie jaar geleden ineens een heel goed plan om in de herfstvakantie naar Denemarken te gaan. Want joh, wist je dat we met de auto in slechts 6 uurtjes in een ander lánd kunnen zijn? Een land waar we nog nooit eerder geweest zijn?! En dat ze daar retegoedkope huisjes hebben, met sauna en bubbelbad, pal aan het strand?

Leest u 'Herfstvakantie met hindernissen in drie verhalen'.


1. Kent u Flip de beer? Misschien persoonlijk, of anders wellicht via haar?
Flip de beer is een pedagogisch verantwoorde logeer-beer. Hij komt met een koffertje met daarin een pyama, een tandenborstel en een dagboek. Het is de bedoeling dat je in dat dagboek schrijft. Alsof je Flip bent, denk ik dan (een dagboek immers), maar het blijkt dat de meeste ouders uit eigen naam de veelal doldwaze belevenissen van Flip beschrijven.
Enfin. U gelooft het niet, maar Bo en Merlijn, destijds in groep 1 en 2, kregen heel toevallig allebei tegelijk Flip de beer te logeren. Zaten wij dus met twee Flip de beren. Flippen de beer. En waar anderen slechts een weekend de pluche parasiet moesten zien te vermaken, hadden wij die gasten de hele fucking herfstvakantie! (Grappig, ik zie ons nog vol enthousiasme werken aan een op-reis-met-de-flippen-roadmovie-script, terwijl ik me nu alleen maar afvraag waarom we in de gódsnaam niet hebben geprobeerd die beren per ongeluk te vergeten. Hoe je evolueert als ouder.)

2. Omdat Bo eigenlijk nooit huilt van de pijn en ze ons de nacht voor vertrek – de spullen waren gepakt, de wekker vroeg gezet – snikkend wakkermaakte met pijn in haar kies, wist ik dat we die ochtend eerst een ritje langs de tandarts zouden maken.
Daar bleek haar kies ontstoken: hij moest eruit. En dat viel niet mee, zacht gezegd. Haar kiezen zitten blijkbaar net zo vast als die van mij; ik was op een gegeven moment bang dat ze nog eerder haar schedel uit elkaar zouden trekken, dan de kies uit haar kaak. Echt. Maar uiteindelijk was het dan toch gelukt en rillerig en bloedend nam ik haar mee naar buiten, waar Henk en Merlijn in de ingepakte auto zaten te wachten.
Ik vroeg: ‘Wat wil je, meisje. Op vakantie, of eerst maar lekker naar huis en dan morgen gaan?’
‘Naar huis,’ bibberde Bo.
En toen. Bedacht ik hoe onhándig dat was: eerste een dag met pijn thuis en daarna nog een rotdag in de auto. Bovendien zouden we een heleboel spullen weer moeten uitpakken en weer inpakken, dus - dan weet u meteen even wat een vreselijke moeder ik ben - ik zei: ‘Nee, sorry. We gaan toch nu.’
(Wat overigens heel goed uitpakte. Ze sliep eerst een uur, at toen drie broodjes en we hebben haar er nooit meer over gehoord.)

3. Had ik al verteld dat ik zwanger was?
Ik was zwanger.
Nog maar net; een week of zeven.
En dat was natuurlijk geen enkel probleem.
Nee, ik voelde me prima!
Ja.
Tot.
Ik een voet over de drempel van het vakantiehuisje zette.
Misselijk!
Misselijk!
Zo! Misselijk!
Ik kon echt niets verdragen: de geur van de sauna, de geur van de houtkachel, het scherpe licht buiten, de geur van de sauna, de geur van de houtkachel.
Het was echt heel erg.
Alleen als ik heel stilletjes op de bank of in bed lag dan ging het. Een beetje. Met als gevolg dat Henk er veel alleen op uit trok met Bo en Merlijn. En Flip en Flip.
Maar ik ben natuurlijk wel van het bikkeltype, dus dwong ik mezelf ook af en toe mijn kleren aan te doen en mee te gaan. Een hele dag naar Legoland zelfs! (Wat ik heb overleefd door elke drie minuten een ieniemienie-slokje cola te nemen.)
Mén.




(De laatste 2 foto's zijn gemaakt door respectievelijk Bo en Merlijn)

Edit: Oh. Voor het geval u, doordat u het niet helemaal goed kunt zien, nu denkt dat er iets raars is met mijn gebit, ik had een beugel.
Kijk, hier duidelijker: (1e kerstdag, vier maanden ziek geweest zwanger)

maandag 4 oktober 2010

The end of society as we know it

Dus.
Het kabinet Bruin 1.
Of, zoals ik op twitter voorbij zag komen: het kabinet Kut 1.
Of: kabinet Mooi Ruk.
Nou.
Mooi ruk inderdaad.

Weet u wat het vooral is?
Ik schaam me, merk ik.
Ik was er – en dat heb ik me gek genoeg nooit zo gerealiseerd - eigenlijk best een beetje trots op, om uit Nederland te komen, (‘Where you from?’ ‘From Holland.’ ‘Oh yeah, I know Holland! That’s the Capital of Amsterdam!’), inwoner te zijn van dat rare lieve landje, waar alles mocht en alles kon. Het landje dat bekend stond om z’n tulpen, de Wallen, het vrije drugsbeleid en z’n tolerantie.
Well.
So much for that.

Maar weet u? Eigenlijk zal dat hele regeerakkoord me ook een rotzorg zijn ook.
Pff, denk ik eigenlijk. Pff, regeerakkoord.
Of pvv, in dit geval. Pvv, regeerakkoord.
Want wat ik denk hè, ik denk dat het binnenkort toch afgelopen is met de gevestigde politieke orde zoals die nu bestaat. Er is een proces aan de gang, gedragen door Het Internet, dat onherroepelijk een einde zal gaan maken aan de huidige machtsverdeling; de omwenteling die het internet (als één groot open podium) teweegbrengt op het gebied van muziek, zo’n zelfde omwenteling vindt natuurlijk ook op andere vlakken plaats.

Iemand vertelde me pas over de Italiaan Beppe Grillo.
'Wie?' Vroeg ik. En ging vervolgens thuis even googlen.
En voor als u het ook niet weet, Beppe Grillo is een fenomeen. Hij is Italië's bekendste entertainer, maar hij trekt inmiddels ook buiten zijn geboorteland volle zalen. Met zijn radicale uitspraken en zijn grote gebaren werd hij de schrik van Berlusconi en andere bestuurders. Van de Italiaanse televisie is hij verbannen, maar miljoenen lezen zijn weblog. Nu is hij de geestelijk vader van een nieuwe burgerbeweging op internet, waar hij vooral twintigers en dertigers wil mobiliseren. Als een virus tégen grootkapitaal, maffia en mismanagement en vóór een nieuw-links en duurzaam doe-het-zelf bestuur. Door gewone mensen die wél deugen. Daarom stelt de voormalige accountant onvermoeibaar misstanden aan de kaak. Beppe Grillo werd in 2005 door Time Magazine al uitgeroepen tot 'Europese held'.

Miljoenen lezers hè. Dagelijks.
En dat is dus wat ik bedoel. Er zullen steeds meer mensen als Beppe Grillo opstaan. Mensen die politiek bedrijven van onderaf, zonder penningmeester en statuten en zonder bureaucratie.
En geen idee of het daar dan beter van wordt hoor - heb ik daar verstand van - maar feit is wel dat door het bestaan van internet het een stuk lastiger wordt om van bovenaf een land te besturen, zelfs in een democratie. Logisch: het is voor iedereen makkelijk om kennis te vergaren, zich te verenigen en zijn of haar denkbeelden te etaleren.
Het volk is aan zet.
Leve de sociale revolutie!

(Wel een beetje gek is dat toen ik de tipgever in kwestie een week later weer zag en hem zei dat die Beppe Grillo van hem beswel interessant was enzo, hij geen idéé had waar ik het over had. ‘Wie zeg je? Eppe Trio?’ Nee, daar had hij nog nooit van gehoord. Rááárrrrr! Om verder gezichtsverlies aan beide kanten te voorkomen lachte ik maar snel: ‘Oh, haha, sorry, ik weet het al, het was iemand anders die me dat vertelde.’ Maar ehm.. écht niet dus. Hij was het. Of ben ik dement aan het worden? Hij dan toch zeker?)
Nja.
Heeft u dat eigenlijk ook wel eens? Dat u in zo’n denkflow terechtkomt en dan alles plotseling heel helder ziet, een ogenblik lang, compleet met alle consequenties en implicaties? En dat u dan heel even, een fractie van een seconde, denkt dat er eigenlijk een groot denker in u schuilt?
(Gelukkig stuurde ik diezelfde avond een vreselijk kettingmail-spam-ding door naar al mijn vrienden, dat trekt de boel weer een beetje in balans.)