zondag 29 april 2012

Un appartement près de la Tour Eiffel

Als u me zoekt de komende dagen, dan woon ik hier.
Daar bij die A.
En dat ding daar rechts, hee is dat..is dat niet...?




Goh. Das best dichtbij.
Moet u zich voorstellen: dan gaat 's avonds het licht aan op die Eiffeltoren.
Volgens mij hoeven we daarna nooit meer een kerstboom.


Morgen gaan we trouwens eerst nog naar Spijk. Ook een soort Parijs, maar dan anders. Bo moet er optreden met de jonge talentengroep van circus Santelli. Dus vieren we Koninginnedag in Spijk.
En daar krijg ik eigenlijk een heel warm en wollig Oud-Hollandsch gevoel bij.

Au revoir!

zaterdag 21 april 2012

Ik ga naar Parijs en neem mee: mijn zwembroek

Ja, wist u dat eigenlijk al? We gaan naar Parijs volgende week, in de meivakantie. Met de Thalys. We verblijven in een appartement vlak bij de Eiffeltoren, met dank aan Wimdu.

Ik was zelf al zo’n tien keer in Parijs, maar nog nooit met Henk. En de kinderen kennen Parijs alleen van de file op de périférique intérieur, als we op weg zijn naar het zuiden; Parijs staat voor hen gelijk aan stressende, ruziënde ouders. Misschien herkent u dit niet, maar wij zitten altijd net op de meest linkerbaan als we erachter komen dat we de afslag naar rechts moeten nemen en proberen dan met ons tien meter lange vehikel (Volvo + aanhanger) in te voegen. Vinden ze heel leuk, die Parijzenaren.
En intussen spelen we dan ook nog het spel wie het eerst in de verte de Eiffeltoren ziet. Ik win altijd. En dat is best levensgevaarlijk knap, omdat ik ook meestal achter het stuur zit.

Maar nu gaan we dus echt, met z’n vijven! Het kwam door Bo, die een paar maanden geleden de woorden sprak: ‘Ik wil een keer naar Parijs, maar niet naar Eurodisney hoor, gewoon naar de Eiffeltoren.’
Mijn hart liep over van trots en blijdschap en ik boekte onmiddellijk.
Eurodisney, moet u weten - en ik geef toe, het is wat pathetisch - staat voor mij gelijk aan het voorgeborchte van de hel. Over mijn lijk dat ik er naar toe ga. Volwassen mensen in Mickey Mouse pakken. Bordjes met ‘vanaf hier nog 115 minuten tot Space Mountain'. IJsjes voor €5,50. Het is kermis keer honderd. Je reinste vagevuur.

Na de aanvankelijke euforie over de op handen zijnde stedentrip begon ik me ineens toch ook wat zorgen te maken.
Goed, die Eiffeltoren ‘beklimmen’ vinden ze vast leuk.
Picknicken met stokbrood en kaas op de trappen van de Sacre Coeur vinden ze vast leuk.
Naar de straatmuzikanten en mimespelers kijken op Place Pompidou vinden ze vast leuk.
Maar verder? Het Louvre? ('Kijk Lois, dat is nou de Mona Lisa’), Musée d’Orsay? Kweenie. Er zit een maximum aan de hoeveelheid cultuur en architectuur die je je kinderen kunt aandoen. Het moet voor hen tenslotte ook vier dagen leuk zijn. En ik begreep plotseling waarom mensen naar Eurodisney gaan. Eurodisney is Parijs voor mensen met kinderen.
Toen Bo vervolgens ook nog vroeg: Gaan we in Parijs ook naar het zwembad, mam?’ (‘Nee liefje, we gaan gebouwen bekijken.’) brak het zweet me uit en voor ik het wist hadden mijn vingers de woorden 'zwembad' en 'Parijs' ingevoerd in het googlevakje.

En ik vond me daar toch iets geweldigs!

Het heet Piscine Josephine Baker (Pizien Sjossefien Bekur) en het is een drijvend zwembad, in de Seine. Joh! Een zwembad met een glazen dak (dat in de zomer open gaat) waarin je zo naast de vrachtboten zwemt, met uitzicht op de bruggen.
Zo cool!
En tegelijk zo toeristisch verántwoord!


(Nu dus even hopen dat Merlijn vrijdag zwemgips kan krijgen, in het ziekenhuis.)


zondag 15 april 2012

Een slaapfeest geven op vrijdag de dertiende is vragen om problemen

Bo, die zoals u misschien weet jarig was op 1 januari, had nog steeds geen kinderfeestje gevierd. En nu denkt u natuurlijk dat dit terug te voeren is op de laksheid van haar ouders, maar nee, neenee, onze lieftallige dochter kon maar niet beslissen wat ze wilde doen op haar feestje.
Al onze ideeën werden van tafel geveegd. Ze wilde namelijk iets bijzonders. Zoals kamperen op 2100 meter hoogte tegen een bergwand van de Himalaya. Op safari. Een ballonvlucht over het IJsselmeer.
Het was er op neer gekomen dat wij zeiden: ‘Goed. Jij komt met een uitvoerbaar plan, dan praten we verder.
En zo waren er inmiddels drie en een halve maand verstreken.

Een vriendje van Bo, dat jarig was op vrijdag de dertiende j.l, pakte het heel anders aan en plande zijn feestje meteen op de dag zelf. Een slaapfeestje, met zo’n beetje dezelfde kinderen als Bo zou hebben uitgenodigd.
‘Weet je wat,’ riep ik enthousiast tegen de moeder van het vriendje, ‘we maken er een joint venture van! Dan kom ik gewoon bij jou slapen, en dan doen we het samen!’
(En ik dacht: jeuh! Een slaapfeest zonder rommel in mijn eigen huis!’)
Bo was ook enorm te porren voor dit plan en aldus geschiedde.
En het was hartstikke leuk, volgens mij.
Met 16 matjes en 16 slaapzakken in de huiskamer, met Harry Potter op dvd en cadeautjes en tosti’s als ontbijt en kussengevechten.
Waarbij ik moet opbiechten dat toen het uit de hand liep, om half vier ‘s nachts, ik diep in coma lag en mijn 'partner-in-party' in haar eentje kordaat heeft moeten optreden door een aantal relschoppertjes verspreid door het huis te leggen en zelf op de grond tussen de rest van de kinderen te gaan liggen slapen. Terwijl ik dus prinsheerlijk in mijn eentje in haar masterbed lag te snurken en de volgende morgen alleen maar drie keer hoefde te zeggen: ‘Nee, maar je had me écht wákker moeten maken, hoor!'
Gheghe.
Ja, mij kun je er wel bij hebben.

Maar dit was niet het hele verhaal.
Ik pak hem even terug op halverwege de avond.
We maakten pizza, waarvoor ik Henk had meegenomen - met gevolg dat ook Merlijn en Loïs bij het begin van het feestje aanwezig waren; na het eten zouden ze met hun vader naar huis gaan.
Het was 20:30 uur, de feestgangers waren nog op het speelveldje voor de deur en ik liep naar buiten met de laatste punten pizza, toen er een paar kinderen op mij toe renden en riepen dat Merlijn was gevallen.
En daar zag ik onze zoon aankomen, hard huilend, met zijn arm in een vreemde S-bocht.
‘Oh,’ zei ik. ‘Die is gebroken.’ Want daar was geen twijfel over mogelijk.
En nu zit hij dus voor een week of zes in het gips, van zijn pols tot zijn oksel.

Zeg maar dag zwemdiploma B
Dag saxofoon
Dag fiets
Dag douche

(Maar ja, dat zijn natuurlijk weer typisch grote-mensengedachten. Hijzelf vindt het voorlopig alleen nog maar machtig interessant.)



donderdag 5 april 2012

Nee, het gaat echt heel goed met me

Bo ging logeren bij een vriendinnetje, gisteren, omdat vandaag de ‘paasvakantie’ al begon.
Ze zou meteen uit school met haar meegaan.
Maar bij het ophalen van Merlijn had ik verwacht haar nog even te zien op het schoolplein. Ik hoopte het, omdat ik onwijs gave vet coole awsome schoenen voor haar bij me had, op de kop getikt in een tweedehandswinkel (maar splinternieuw!) voor het fantastische bedrag van €6,90. (Ze hadden er echt verstand van in die winkel, ghe.)
Maar wat bleek: ze was al weg. Opgehaald bij de achteringang van de school (dat kan ook).
Hevig Een beetje teleurgesteld besloot ik te bellen met de moeder van het vriendinnetje (die ik niet zo goed ken) om mijn dochter toch nog even te spreken. En haar te vertellen van de schoenen. En tot morgen te zeggen. Enzo.
Maar de telefoon stond uit. Tuut-tuut-tuut, hoorde ik alleen. Drie keer tuut, snel achter elkaar.
Een uur later stond de telefoon nog uit.
En twee uur later nog steeds.
En ‘s avonds nog steeds. Tuut-tuut-tuut.
Ik smste of ze me alsjeblieft terug wilde bellen.
En even later smste ik dat ik het héél gek vond dat ze niet bereikbaar was en of ze me alsjeblieft terug wilde bellen.
Ik sliep niet zo best vannacht.

Vanmorgen stond de telefoon nog steeds uit.
En toen vond ik het echt niet meer leuk.
‘Belachelijk!’ riep ik steeds uit. ‘Dat je als je iemands kind te logeren hebt niet bereikbaar bent!’
Na een dag van werken en heen en weer fietsen van peuterspeelzaal naar muziekschool hield ik het om 5 uur vanmiddag niet meer uit, stapte in de auto en reed naar het logeeradres.
Er was niemand thuis.
En toen werd ik ongerust.
Dus ik schreef een briefje. Een beetje een bozig briefje.
Met 'dat ik het allemaal niet okee vond' enzo.
Ik schoof het briefje tussen de deur en het kozijn en reed naar huis.

Na het eten ging mijn telefoon. En de werkelijkheid drong met een klap tot me door, toen ik de naam op het schermpje las.
Oja.
Was ook zo.
De moeder van het vriendinnetje had een nieuw nummer. Dat had ze me gegeven. En ik had het opgeslagen onder de naam van haar dochter.
Maar dat was ik dus even vergeten.

Ik belde al twee dagen naar een oud, niet meer bestaand telefoonnummer.

Schoorvoetend nam ik op en ik mocht aan een zeer verontwaardigde en geschrokken moeder uitleggen waarom ik nou toch zo’n boos briefje had geschreven.
Excuses hakkelen kan ik heel goed, heb ik gemerkt.
Haha.
Hm.
Ik ben aan vakantie toe geloof ik.
Wat eieren eten.
Een beetje naar Bach luisteren.
Haasje over spelen.
Klootschieten. (Wat is dat eigenlijk?)

Vrolijk Pasen!


dinsdag 3 april 2012

Me-time, aarzen/kaarsen en een oma

Ik spendeerde wat me-time in de sauna, die ineens was uitgebreid met 65.000 drijvende balletjes in het zwembad, waarmee ik me zoals u snapt enorm heb vermaakt en die – klik - ook gebruikt kunnen worden voor moeilijke sommetjes.

Ik las het boek van Nico Dijkshoorn en vond het mooi, vooral de eerste helft.

Ik marktplaatste nog wat door. (Ik heb nu alleen nog een wasdroger. Wie biedt?)

Ik deed mijn belastingaangifte, voor het eerst als ondernemer. Zonder boekhoudmannetje, gewoon zelf. Eigenwijs. Maar ja: ‘Anything you can do I can do better,’ zong mijn vader altijd, ‘I can do anything better than you.’ En ik vrees dat ik een vleugje van dat gen heb meegekregen.
Ik stoeide me zelfverzekerd door de activa en passiva, de winst- en verliesrekening en de afschrijvingen heen, zonder enige kennis van zaken maar met een degelijke dosis gezond verstand.
Zo.
En kom nu maar door met die teruggaaf, belastingdienst!

Nog even over dat me-time. Dat zeg je natuurlijk niet. Me-time, bah.
Wat wel een leuk woord is, is aarsgewei. Iemand in de sauna had er één, maar dan aan de voorkant.
Geen aarsgewei dus, maar meer een ... schaamgewei?
Trouwens, weet u wat mij dwarszit? Het meervoud van aars is aarzen, net als dat er laarzen, baarzen en vaarzen zijn. Maar waarom is het meervoud van kaars dan in hemelsnaam kaarsen? Met een s?
Leg dat maar eens uit in je inburgeringsklasje.


Ik draai weer eens wat om de hete brij heen.
Ik word een beetje in beslag genomen, de laatste tijd.
Door wat, dat zal ik vertellen.

Haar naam was Petronella van der Wilt.
Ze werd geboren in 1898.
Ze trouwde in 1919, in Utrecht.
Ze overleed in 1934, aan de gevolgen van de geboorte van haar tiende kind.

37 jaar later, in 1971, werd ik geboren.
Petronella was mijn oma.
Het is alles wat ik over haar weet: dat ze 36 werd en tien kinderen achterliet.

En nou is het raar hè, maar ik zou haar zo graag beter willen leren kennen.
Geen idee waar dat ineens vandaan komt.
Maar als u me mist, daar ben ik dus mee bezig.