zondag 29 maart 2015

Klinkt als een verrekte goed raam





Haha.
Ja.


Ik ben sowieso eigenlijk wel een beetje zat van die uitdrukking 'out of the box denken'.

Het is namelijk ook nog eens niet goed.
Het ís niet 'out of the box denken'.
Het is: 'outside the box denken.'
Buiten het hokje.
Buiten de kaders.
Dus: outside the box, niet out of the box.
Echt.
Out of the box, dat denken baby's.


Ik zou zeggen: gewoon weg met die box. Opbergen die doos, boven op een plank, niet meer aan denken. Tot het straks misschien ineens weer heel hip wordt om in the box te denken.
Ik geloof daar wel in. Dat over twintig jaar de mensen tegen elkaar zeggen: ‘Je moet eens wat meer in the box denken, jij.’



Iemand attendeerde me vandaag op www.vaagtaal.nl, een website met allerlei uitwassen van de huidige ‘bobotaal’; een bonte verzameling van woorden en uitdrukkingen om verbaal mee te imponeren en tegelijkertijd niets te zeggen.

Zoals: Comfortzone.
Daar moet je vooral uit, hè, tegenwoordig. Out of your comfort zone!
Want daar gebeurt het; the magic happens outside your comfort zone.
(Net als met die box denk ik dat dit ook vanzelf weer omdraait. Over een tijdje zeggen de mensen tegen elkaar: ‘Je moet eens wat meer in je comfortzone gaan zitten.’ Let op mijn woorden.) 


Wat ik ook heel erg vind: Terugkoppelen.
Het is nog helemaal niet zo lang geleden dat je nog gewoon kon komen vertellen hoe het was afgelopen. Maar nu moet je ineens alles terugkoppelen.
Met je klimhaak. 


Het woord dat volgens de website de vaagtaalverkiezing 2014 heeft gewonnen is: Kwaliteitsvenster. 
Een terechte winnaar, als je het mij vraagt.
Kwaliteitsvenster, dat is inderdaad nógal vaag. Ik kan niet eens bedenken wat het zou kunnen zijn. Het klinkt als een verrekte goed raam (voor in een glazen plafond wellicht) maar dat is niet wat ermee bedoeld wordt, dat weet ik vrijwel zeker.

Nja. Ga maar eens kijken op vaagtaal.nl 



En onthoud: het is outside the box.

dinsdag 17 maart 2015

Beter bizar laat dan nooit

Soms kom je ergens pas bizar laat achter.

De Viva (jawel) heeft daar momenteel een item over onder het kopje: 'Laat gevallen kwartjes'.
Er verscheen een onthutsende rij bekentenissen op Facebook.
Van mensen die bijvoorbeeld opbiechtten dat ze pas heel laat beseften dat Horeca staat voor Hotel-Restaurant-Café. En dat Benelux een samenvoeging is van België, Nederland en Luxemburg.
Dat het een aard-appel is en geen aar-dappel.
Dat Brian Adams zong I got my first real 6-string en niet I got my first real sexdream. (?)
Dat Dikkertje Dap geen giraffe is en Berend Botje geen beer.
Heel leerzaam allemaal.


Ik heb ook iets waar ik pas heel laat achter kwam.

Nog maar heel recent.
Als in: eergisteren.

Komt ie:

Paolo Nutini is géén vertolker van het Italiaanse kwezellied, à la Eros Ramazotti. 


Nja. Een enorme vergissing, dat weet ik nu.
Maar dat dacht ik dus.

Het had te maken met mijn wekkerradio, die al een tijd kapot is waardoor ik ’s ochtends niet meer naar 3fm luister, maar vooral ook met het onfortuinlijke toeval dat het éérste van Paolo Nutini waarmee ik in aanraking kwam niet zijn stem was, of zijn fijne voorkomen, maar zijn naam.

En zeg nou zelf: Paolo Nutini, dat klinkt toch ook gewoon als het neefje van Laura Pausini.
Dus ik parkeerde hem gezellig bij de italopop en ging verder met mijn leven.


Wat misschien ook mee heeft gespeeld: ik heb helemaal niets met Italiaanse namen.
Ik vind ze altijd zo aanstellerig.
Leonardo di Caprio.
‘Giovanni, Delano, eten!’
Bruno Banani.

Kent u die? Bruno Banani?
Dat is een parfumlijn.
Toen ik de reclame voor het eerst op televisie zag dacht ik dat het een grapje was.
HAHA lachte ik.
HAHA.
Dat gaat toch niemand kopen!
Een geurtje dat Banani heet.

Maar ik had het weer eens mis, want de betreffende lijn bestaat nog steeds en heeft het zelfs tot in de Douglas geschopt.
Er zijn dus wél mensen die het kopen!
(Zijn dat mensen die zich kunnen losrukken van de associatie met de geur van bananenschuimpjes, of – de absurde gedachte – juist niet?)


Terug naar Paolo Nutini.

Man!
Paolo Nutini ís helemaal geen Italiaan! Ja, okee, hij heeft een Italiaanse vader, vandaar de naam en zijn zuidelijke uiterlijk, maar hij komt uit Schotland!
En hij zingt helegaar geen Italiaanse zeikliedjes, hij maakt prachtige, snijdende soul en nja… woah! 

Ik ben erachter.

En ik zeg altijd maar zo: beter bizar laat dan nooit.


woensdag 11 maart 2015

Zon, maan en sterren

We stonden te wachten bij de deur van de klas, een groepje vaders, moeders en oppassen.
De deur ging open en de kinderen kwamen naar buiten, met voorop Loïs en haar vriendinnenclubje, zichtbaar opgewonden.

‘Ik ben een zonnekind!’ riep vriendinnetje C. stralend uit.
Vier enthousiaste kinderstemmen vielen haar bij: ‘C. is een zonnekind!’

‘Natuurlijk, liefje, maar dat wísten we toch al,’ zei haar moeder, terwijl ze ons aankeek met opgetrokken wenkbrauwen.
Ik grapte tegen de andere kindjes: ‘Maar wat zijn jullie dan? Regenkinderen?’

Nee, zij waren gewóne kinderen: maankinderen.
‘C. Is een zonnekind, omdat ze heel goed kan lezen en haar Cito’s heel goed heeft gemaakt!’

Aha.
Zo.
Dus.
Ik moest er even van bijkomen.
Want wat kregen we nou?
Hoezo worden de kinderen in groep 3 ineens onderverdeeld in zonnekinderen en maankinderen?
Ik dacht dat ik zo’n beetje alles wel meegemaakt had, met twee kinderen die de basisschool respectievelijk helemaal en bijna hebben doorlopen.

Ik ging maar eens googlen.
En jawel: het is een bestaande onderwijsmethode. Naast zonnekinderen en maankinderen zijn er ook nog sterrenkinderen.
De methode hoort bij de boekjes ‘Veilig leren lezen’, die Bo en Merlijn volgens mij destijds ook gebruikten.

‘Hadden jullie dat ook, dat met die zonnekinderen enzo?’ vroeg ik.
Nee, zij hadden er net als ik nog nooit van gehoord.

Is dit nieuw? Doen ze dat nu ineens hier op school? Of is het een actie op eigen houtje, van deze specifieke juf?
Ik moest het morgen maar eens vragen.


Ja, ik weet het niet hoor, misschien ben ik overgevoelig, maar ik vind het gewoon een beetje raar.
Een plusgroepje, okee, snap ik.
Maar zonnekinderen en maankinderen?

Het blijft me bezighouden.

Telkens als ik C. nu zie op school denk ik: Hee, zonnekind!
En ik moet ook de hele tijd zo denken aan de Zonnekoning! 
Die goeie ouwe Lodewijk XIV.
Le roy soleil.
L‘enfant soleil.
Alles draait om de zon.
De zon straalt.
De maan reflecteert slechts haar schijnsel.

Nouja, enfin.


Wellicht, denkt u nu, ben ik wel gewoon een beetje jaloers.
Wou ik óók wel graag een zonnekind.
Haha. 
Echt niet.
Want ik héb toch al een zonnekind! Het zonnetje in huis.
Ons eigen lieve regenkind.
Oh nee, maankind.
Kind.


zondag 8 maart 2015

Occupational hazard/calculated risk

Drie weken geleden kocht ik een nieuwe fiets voor Merlijn.
Gisteren werd ie gestolen.
Bij de der AA kerk. (Waar Henk het kerkorgel aan het opnemen was, iets wat hier mee te maken heeft, maar dit terzijde.)

Merlijn baalde enorm. Want ook al was zijn nieuwe fiets dan geen Gazelle Chamonix T4 met een nexusnaaf en 24 versnellingen - maar gewoon een degelijke zwarte tweedehands omafiets, hij was er nógal blij mee. Geweest.

Ik besloot uiteraard het voorval te relativeren; fietsen kwijtraken aan fietsendieven is nou eenmaal een vorm van occupational hazard voor inwoners van een stad als Groningen.
Calculated risk.
Maar ik was er toch wat mopperig van.

Tegen beter weten besloot ik de tip van een vriendin op te volgen en maar eens op Marktplaats te kijken.
En jawel, nee maar: daar stond ie!
Voor 50 euro. (Maar liefst. Tsjonge, ik had er drie weken geleden nog meer dan het dubbele voor betaald.)



‘Jongens,’ riep ik. ‘Ik heb hem gevonden! Hij is vandaag op marktplaats gezet! Dat is hem toch, Merlijn? Ja kijk, die lamp en dat zadel en dat witte stuk hier…het ís hem.’
Er zat alleen geen slot meer op.
Dat was er afgezaagd; logisch.

Ik wilde onmiddellijk reageren.
‘Nee wacht,’ zei Henk. ‘We moeten de politie bellen.’
En voegde daad bij woord.
Hij vertelde het verhaal en gaf het advertentienummer door. Ze wisten wie het was en zouden er meteen induiken, maar wij mochten intussen geen actie ondernemen. Henk beloofde het.

Na het verversen van de pagina bleek de fiets nu ineens nog maar 40 euro te kosten.
De verkoper wilde er blijkbaar snel vanaf.
Ja hoor, dacht ik, gooi onze lieve fiets maar te grabbel.

Ik kon me niet beheersen en stuurde natuurlijk tóch een sms.
‘Ik heb interesse in je fiets. 40 euro klinkt prima.’
Ik kreeg onmiddellijk antwoord.
‘Dat is goed. Voor 5e extra kan ik hem bij je thuis brengen.’

Ik wist even niet of dat een goed idee was, dus ik hield me wat op de vlakte.
‘Ja, dat mag. Maar ik kan hem ook ergens ophalen hoor, zeg het maar.’
‘Over 20 minuten ben ik met de fiets bij de Mediamarkt. Daar kunnen we afspreken.’



Henk belde, zuchtend, opnieuw met de politie.
‘Sorry, ik heb mijn vrouw niet onder controle. Ze heeft een afspraak met hem gemaakt bij de Mediamarkt. Over twintig minuten.’

Haha.

Ik bleef thuis.
Henk ging op pad, met Merlijn – iemand zou tenslotte de fiets terug moeten fietsen, mocht de operatie lukken – én Bo, die uiteraard per se meewilde, om vanaf een afstandje alles te gaan filmen. 
Een politieman in burger zou ook ter plaatse komen.
Het was allemaal reuze spannend.

Na een kwartier belde Henk: ‘Ik heb nog niemand gezien. En ik vind het ineens eigenlijk helemaal niet leuk meer. Moet ik straks een arme junk laten oppakken.’
Ik begreep het.
Want ik vond het eigenlijk inmiddels ook zielig.
Het is raar, maar ik heb een beetje een zwak voor junks.
En dat is stom, want junks hebben geen zwak voor mij, dat weet ik ook wel.
Maar ja.

Meteen nadat ik had opgehangen ging de telefoon opnieuw. Het was de verkoper, met een onverwacht bericht: ‘Ik heb hem niet meer, de fiets. Ik was even bij een vriend en toen ik weer buiten kwam was hij weg. Gestolen.’
‘Joh,’ antwoordde ik, ‘hoe kan dat nou?’
‘Ja, fietsen worden vaak gejat in Groningen hè. Dat gebeurt. Ik had hem ook gewoon op slot gezet.’
(Waarbij ik moest grinniken om het woordje ‘ook.’ Klopt. Merlijn had hem óók gewoon op slot gezet.)

‘Oh,’ zei ik. ‘Nouja, niets aan te doen hè.’
Want wat kun je anders zeggen.

Dus ik belde Henk maar weer.
Die vervolgens – nadat er nog even een man onopvallend was langsgelopen en vanuit zijn hoodie had gefluisterd: ‘Niet gelukt?’, waarop Henk had teruggefluisterd tegen de agent: ‘Nee, niet gelukt.’ – onverrichter zake met de kinderen naar huis terugkeerde.

Vijf minuten later zag ik dat de fiets van marktplaats was verwijderd.
De dief/verkoper had blijkbaar nattigheid gevoeld.

Damn.

De fiets die we ’s middags al als verloren hadden beschouwd, maar die voor eventjes weer binnen handbereik had geleken, was nu voorgoed weg uit ons leven.


We hadden het misschien heel anders aan moeten pakken.
De politie erbuiten moeten laten.
Ik had gewoon meteen moeten zeggen: ‘Ja, kom maar brengen.’
En als hij dan met de fiets voor de deur had gestaan had ik gezegd: ‘Mooi, dank je. Ik betaal je geen 45 euro helaas, want het is de fiets die je vanmiddag van mijn zoon hebt gejat. Maar je hebt blijkbaar geld nodig, dus hier heb je een tientje.’

Zoiets.
Slaat ook nergens op, maar toch.