maandag 30 juni 2014

Melancholy to the max!

Ik was er even niet.
Tijdje.
Best lang.
Ik dacht zelfs af en toe vertwijfeld: ik ben blogger-af!
Maar dat was misschien voorbarig.

Het ging gewoon even niet; life got me by the balls.
(Ja, dat kán: ik ben namelijk 87% man, bleek laatst uit een testje op Facebook.)




Blogger-af of niet, ik moet natuurlijk wel even wat schrijven over het naderende afscheid.
Van groep 8.
De klas van Bo.
Die over 3 dagen niet meer bestaat.
(Want dan is het vakantie en ná de vakantie vliegt iedereen zo’n beetje uit naar verschillende middelbare scholen; daar zijn er namelijk nogal veel van in Groningen.)

Die klas dus, die groep 8, is echt de leukste van de wereld. Vind ik.
Het is zo’n klas waar je een film over wilt maken. Met allemaal verschillende kinderen die, als het erop aan komt, allemaal voor elkaar zorgen en opkomen, die vanaf groep 4 van alles met elkaar hebben mee gemaakt en één hechte groep vormen.

Nja, misschien bekijk ik het nu wel wat te roze allemaal, van een sentimenteel afstandje.
Hoe dan ook, ik bender een beetje emotioneel van.

Het begon met het schoolkamp, naar Schier.
En eergisteren haar laatste basisschoolfeest.
Gisteren een groeps-afscheidsfeest op de waterskiclub.
Morgen en overmorgen de eindshow (waar keihard aan gewerkt is en die echt supergaaf wordt!)
De kinderen zijn zo intensief met elkaar bezig, je voelt het; de dynamiek in de groep gaat echt naar een climax.

Woensdag is de laatste schooldag.
Dan gaan ze huilen.
Dat is traditie.
Schijnt.
Haha.
Ik vind het mooi.


Terwijl ik me dat dus totaal niet herinner van toen ik de zesde klas verliet. Ik was wel blij dat ik van de club af was, geloof ik. Ik kan me in elk geval geen emotionele taferelen voor de geest halen.
Nja.
Tijden veranderen.
Of misschien heeft mijn dochter gewoon meer mazzel.
Kan ook.

Maar fijn, hè. De basisschool is lief voor haar geweest.



dinsdag 27 mei 2014

Doorgaan is het doel


Het leven is een aaneenschakeling van problemen die opgelost moeten worden.

Net als in dat spelletje Highway, kent u dat nog? Het was een van de allereerste mini-computerspelletjes, uit het begin van de jaren 80.
Een naïef spelletje, net een stapje geavanceerder dan Pong, waarbij je met een autootje een drietal verschillende obstakels – boomtakken, honden en wegwijzers (waarvan ik me altijd heb afgevraagd wat die midden op de weg deden) – moest zien te ontwijken.
De enige tools die je daartoe tot je beschikking had waren twee knopjes, waarmee je het autootje respectievelijk naar rechts en naar links kon laten springen.
En dat deed je dan dus, maniakaal, want je had geen keus.
Nou ja; je kon het natuurlijk ook niet doen, maar dan hield het op.
Game over.

Zo is het ook in het leven. Voortdurend ben je bezig met het ontwijken van obstakels en het oplossen van problemen. Om door te kunnen gaan.

Doorgaan is het doel.
Problemen oplossen, het middel.


(Er zijn natuurlijk ook problemen die niet op te lossen zijn. Die vallen uiteen in twee categorieën; problemen die rechtstreeks leiden naar ‘game over’ en problemen die resulteren in ‘doorgaan met handicap’.)


Zo, ik verslik me weer eens danig in de inleiding, zeg!

Ik wou eigenlijk alleen even vertellen dat ik mijn fietssleutel gisteren ineens kwijt was.
En dat ik dus een probleem had, dat moest worden opgelost en snel een beetje.
Ik heb mijn fiets namelijk nodig, niet alleen als transportmiddel, maar ook op existentieel niveau; mijn fiets is een cruciaal onderdeel van mijn imago.
Maar daar weet u alles van. 




Zondagmiddag lag de sleutel gewoon nog hier, op het plankje in het halletje, naast de zonnebril van Bo. (Als ik door mijn wimpers naar de foto tuur zie ik hem zelfs nog liggen.)

Maar maandagochtend was hij ineens weg.

En wat doe je dan? (Nadat je uiteraard hebt gevloekt en getierd en ge-'maandagochtend wat maak je me nou'-d?) Dan breng je je kind naar school, staand achterop de vouwfiets, als een soort aap op je rug (wat veiligheidshalve vast niet verantwoord was, maar desalniettemin prima ging) en daarna ga je zoeken.
En als zoeken niet helpt, dan ga je mensen whatsappen met de vraag of ze misschien per ongeluk na het feestje van Loïs je fietssleutel hebben meegenomen.
En als je daar maar weer mee ophoudt omdat het stom is, dan heb je gelukkig altijd nog......
Good Old Google!

De woorden 'fietssleutel', 'kwijt' en 'Groningen' boden onmiddellijk soelaas.
(Dat is het leuke hè, van deze tijd. Je kunt het zo gek niet verzinnen of het bestaat – zelfs dingen die je niet kunt verzinnen bestaan – en je kunt er meestal nog zomaar over beschikken ook! Het wachten is nu nog even op de teleporteermachine.)


Een fietsenmaker op locatie. Bestaat gewoon!
Die kun je bellen, als je pech hebt met je fiets, onderweg of thuis.
En dan komt ie eraan. Om je ketting te repareren, of je band te plakken. Of je slot door te zagen, dus.
Ja, en zónder dat je dus eerst een of ander duur lidmaatschap moet aangaan. Ik bedoel maar, daar kan de wegenwacht nog wat van leren.

Daar was hij al, mijn redder in nood, met een fiets bijna net zo leuk als de mijne. Hij flexte mijn slot open, leende me zijn eigen kettingslot en komt morgen terug om een nieuwe axa-unit te monteren.





En door.



zondag 18 mei 2014

Margriet More

Ik vond een mailtje in mijn inbox met de mededeling dat mijn blog aangeprezen gaat worden in de Margriet More, vergezeld van de vraag of ik t.z.t. een exemplaar wil ontvangen en zo ja, op welk adres.
Het tekstje dat erbij komt, bleek geschreven door iemand die mij behoorlijk goed begrepen heeft. Met juist geciteerde zinnen die ik zelf ook best grappig vond toen ik ze schreef. En als favoriet aangemerkte stukjes die ik zelf ook zou aanbevelen.
Dus ik was wel even in mijn nopjes.
(En voelde ook meteen weer de druk van te weinig bloggen de laatste tijd, maar dat terzijde.)


Maar toen dacht ik vervolgens: de Margriet More? Wát is nou weer de Margriet More?
Margriet dé Moor, die ken ik wel. Haha. Haha.
Flauw.
Natuurlijk, de Margriet, het tijdschrift ken ik heus ook.
Nog altijd in één adem genoemd met de Libelle. Ze zaten vroeger samen in de leesportefeuille van de buurvrouw. Het waren truttige tijdschriften. Misschien dat ze tegenwoordig een stuk hipper zijn geworden, wie weet.
Ik niet, ik ben geen tijdschriftenlezer. Ik lees nooit tijdschriften, behalve een sporadische Linda van een vriendin op het strand en, vooruit, het Volkskrant magazine – als je dat eigenlijk een tijdschrift mag noemen.

Goed, de Margriet weet ik dus.
Maar wat is dan de Margriet More?
Is dat een soort extra Margriet? Wat staat daar dan in dat weer niet in de gewone Margriet kan? (Dat vraag je je dan toch af?)
Of is het een themabijlage?
Een speciale editie voor de Margrietlezer met een maatje meer? (Pitch voor de redactie van Libelle: Plus Size Libelle.)

Ik kan het natuurlijk gewoon even googlen. Ga ik ook doen zo.
Maar ik vond het eerst wel even leuk om er slap over te ouwehoeren.


Eind augustus, dan staat mijn blog in de Margriet More!
Koopt hem allen!
Dan wordt u misschien op een leuk blog gewezen.

Goed verhaal dit.
Doei.

zaterdag 3 mei 2014

Berlijn

Ik was al eens eerder in Berlijn. Twee keer. De laatste keer was in 1989, een paar maanden voor de muur omging.
Ik kende Berlijn dus nog niet zoals het tegenwoordig is, behalve uit verhalen.
Ook Henk was nooit na 'die Wende' in Berlijn geweest. Het Berlijn dat wij wisten konden we dus niet aan de kinderen laten zien.

Wat zouden we eigenlijk gaan doen? De Reichstag bekijken? De Brandenburger Tor? Checkpoint Charlie? De Kurfürstendamm?
Nja..wellicht?
We hadden niet echt een plan.

Nou bleek het zomaar (nou ja, zomaar... ik heb een deal met de kosmos, weet u wel?) heel erg mooi weer te zijn – om niet te zeggen warm – dus de eerste dag besloten we dat we eerst maar eens dat Badeschiff moesten bezoeken waarover ik had gelezen; een zwembad, gemaakt als kunstproject, drijvend in de rivier de Spree.
Het bleek nog leuker dan ik dacht. Het zwembad is op het terrein van de Arena, (een multifunctionele concert/feest/kunstlocatie), met een strand en een bar, mooi en schoon en tegelijk heel hip en vrij en cultureel verantwoord, ik merk dat ik niet echt de woorden heb om het te omschrijven, maar we voelden ons er onmiddellijk thuis!


En toen besloten we dat we gewoon 'toller Orte' gingen opzoeken en van het mooie weer genieten. Niet perse naar de geijkte bezienswaardigheden. De Reichtstag en de Brandenburger Tor hadden we bovendien al gezien, vanuit de bus die ons met onze bagage van het station naar het airbnb-appartement bracht. (In Schöneberg, dat een heel mooie, relaxed-bruisende wijk blijkt te zijn, met heel veel jonge mensen, met kinderen en honden en speeltuinen.)

Reichtstag vanuit de bus, check!
Brandenburger Tor vanuit de bus, check!
ontbijt met Asian noodles
diva in bed

Op de derde avond zag ik ineens een foto van een Facebookvriend, waarop hij met zijn vriendinnetje poseerde tegen een liggende T-rex met op de achtergrond een reuzenrad.
De tekst erbij luidde zoiets als: 'Het waren mooie dagen in Berlijn.'
En ik dacht: huh? Waar is dat reuzenrad?
Dus dat vroeg ik toen maar even. En kwam erachter dat het een verlaten pretpark was, aan de rand van Berlijn, helemaal in het Oosten. Waar je stiekem binnen kon komen, door over het hek te klimmen. 
Waah!

Het pretpark, genaamd SpreePark, was sinds de opening in 1969 het enige pretpark in de DDR.
In 2001 ging het failliet en sindsdien is het een soort spookpark. Met nog bijna alle attracties intact, maar overwoekerd en in onbruik.
Het reuzenrad draait af en toe nog, door de wind.

Het was ZO GAAF.

Ik zeg altijd: geen beter pretpark dan een dood pretpark.



Overigens hingen we ook gewoon de toerist uit, hoor. (Zij het dan niet gehinderd door enige diepgaande voorkennis. Zo hadden we bijvoorbeeld geen idee voor welke fontein mijn man en kinderen hier poseerden. ‘Trevi-fontein, check!’ riep Henk. Haha)

(Henk maakt hier trouwens geen Hitlergroet, maar wil gewoon zijn dochtertje aaien.)

En hier neemt Bo een selfie, met op de achtergrond de Dom van Berlijn.
Hij staat er alleen niet helemaal op. Zij wel.

#dommie
 

Nu zijn we weer thuis en heb ik een probleem.
Ik vind Nederland niet meer leuk.
In Berlijn kun je gewoon (heel goed!) uit eten voor 10 euro per persoon, schenken ze je glas wijn bijna tot de rand toe vol, koop je drie grote bakken aardbeien voor 2 euro en reis je voor bijna niets met het openbaar vervoer. En iedereen is er aardig.
Dus.

zondag 27 april 2014

Bij ons in de PC: Het rioolding

Bron: riool.nl
Na de aanvankelijke euforie over ons nieuwe huis kreeg ik even een terugslagje.
Een post-verhuizing dipje.
Niet dat ik niet meer blij was met het huis, integendeel, maar er kwam ineens wat teveel op me af. Werk, voornamelijk. Ik had een maand lang mijn klussen naar voren geschoven en nu keek ik ineens tegen een enorme berg aan. Ik moest er nodig mee aan de slag – en dat ging ik dan ook – maar ik wílde het niet!
Ik wilde nog schilderijtjes ophangen en kastjes inrichten en spulletjes ordenen en onkruid wieden in de tuin en gewoon een beetje wónen. En bijkomen.
Intussen waren er ook nog allemaal ingewikkelde kinderdingen; schoolkampen en sportdagen en juffenfeestjes en klasseavonden en eindvoorstellingen en nouja, ik verzoop bijna.

En net toen ik het allemaal weer wat onder controle kreeg, was daar:
Het rioolding.

Ik moet dat even inleiden.
Er lopen in ons huis lopen twee rioolbuizen van boven naar beneden, een voor in het huis en een achter.
De achterste is prima. Gelukkig maar, want daar zitten onze drie(!) wc’s en de badkamer op aangesloten.
Maar die voorste, daar was dus wat mee. Dat hebben de vorige bewoners waarschijnlijk nooit gemerkt – want hij voerde alleen het water van een klein keukenblokje en een wastafel af – en wij zouden het misschien ook (nog lang) niet gemerkt hebben……. als we er niet de wasmachine op hadden aangesloten.
Ja en dát kon die dus niet aan, die oude gietijzeren buis, die – zo bleek later - voor 90% was dichtgeslibd.

Ik merkte dat er steeds een beetje water lekte als de wasmachine aanstond. Telkens een beetje meer. En bij de tiende wasbeurt stond ineens de hele vloer blank.
Niet goed.

Dus ik belde zo’n rioolbedrijf.
Een paar uur later kropen er twee mannen onder de grond die vervolgens weer boven kwamen met de mededeling: ‘Mevrouw, die buis, die moet worden vervangen. Die krijgen we nooit meer open.’ En ze wilden weer weggaan.
Ik keek naar mijn net zo prachtig gestucte muren waar dan weer in gebroken en gefreesd zou moeten worden en dacht: Nee. Gaan we niet doen.

Dus ik gooide al mijn charmes in de strijd.
Het kwam echt uit mijn tenen. Ik haalde alles uit de kast.
‘Maar jullie hebben daar toch van die vet coole dingen voor, van die hogedrukdingen met zo’n slijpkop enzo? Dat moet toch hartstikke leuk zijn om te doen? Jullie kunnen het toch wel probéren? Voor mij?’
Nou, goed dan, ze gingen het proberen. Als ik dat dan perse wilde.
Helaas, zonder resultaat.
‘Wat we al zeiden, mevrouw, gaat niet lukken. Er zit niets anders op, de buis moet worden vervangen.’

En ja, vraag me niet hoe, toen heb ik ze weten over te halen om het nóg eens te proberen, maar dan niet van boven, maar vanaf beneden.
En wonder boven wonder: toen lukte het.
De leiding was weer open!
Fokking hoera!

De rioolmannen, wier innerlijke Bruce Willis was wakker gemaakt, sloegen zich zo wat op de borst – ze hadden het onmogelijke mogelijk gemaakt voor een 'damsel in distress' –  en ik, ik was zo blij! Mijn muren waren gered, ik kon weer wassen, en dat had ik toch maar mooi aan mijn drammerigheid te danken!
Ha!

Maar hoogmoed komt voor de val, dat blijkt wel weer.
Want de volgende dag merkten we dat het heel erg stonk in de kelder.
En even later ook in de gang. En in de keuken. En toen in het hele huis.
Een heel, heel erge stank. Zo scherp en zuur, echt angstaanjagend!
Ik raakte er werkelijk van in paniek. Zo'n basale, oerpaniek. Alsof ik instinctmatig wist dat dit echt niet goed was, voor de gezondheid.
En toen het rioolbedrijf die dag ook nog eens geen tijd had om te komen, flipte ik.

Omdat ik weet dat Henk daar niet zo goed tegen kan, probeerde ik hem tegelijkertijd gerust te stellen. Wat ongeveer als volgt ging:
(Hoge paniekstem:) ‘Het komt vast nooit meer goehoed! Ik las op internet dat sommige mensen al vijf jaar in de stank wonen en dat het probleem maar niet opgelost kan worden! Straks kunnen ze het hier ook niet oplossen! Ik wíst wel dat er een addertje onder het gras zat, het was ook allemaal te mooi om waar te zijn, dit huis, dit mooie huis DAT NU STINKT NAAR RIOOL!’
(Rustige stem, een paar octaven lager:) ‘Ja, ik ben een beetje in paniek, maar ík ben er ook nog hoor, mijn kalme eigen zelf. Dus je hoeft niet bang te zijn. Het gaat zo weer over. Het is alleen, weet je, ik vind die stank zo erg, ik hoop gewoon zó dat ze het morgen kunnen oplossen.’
(Hoge paniekstem:) ‘Als ze het niet kunnen oplossen dan wil ik hier weg hoor, echt, ik wil verhuizen! Ik was zo blij in mijn nieuwe huis, maar als deze stank niet weggaat wil ik hier geen dag langer blijven hoor je, geen dag langer!’)
(Rustige stem, een paar octaven lager:) ‘Dat meen ik natuurlijk niet echt hoor. Dat roep ik gewoon omdat ik in paniek ben.’


Ja. Nou, dat hielp niet, kan ik zeggen.
(En logisch ook; dat moet er pas echt scary hebben uitgezien. Zo’n griezelige split-personality tegenover je.)

Enfin, lang verhaal kort, de mannen van het rioolbedrijf kwamen de volgende dag. Met een rookmachine, heel fancy. (Joh, ik heb weer zoveel bijgeleerd!) En ze kwamen erachter dat er iets met een koppeling niet meer goed zat. Nadat ze zo fors aan de slag waren geweest.
Ze konden het oplossen.
Gelukkig.

Ofzo.
Want de stank is zesendertig uur later nog steeds niet weg.
Wel minder, geloof ik, maar niet weg.
Misschien duurt het gewoon een tijdje, hè, voor het is verdwenen.
Ik hoop het maar.


(Maandag gaan we naar Berlijn, dat scheelt :).)

dinsdag 15 april 2014

De Oosterhoutjes


Kijk, dit is het kozijn van onze voordeur.





We hebben twee bellen. Een klingelbel, waar je je totaal van naar de kloten schrikt als je toevallig in het halletje staat (weet ik inmiddels uit ervaring), en een drukbel, die een vreemd geluid maakt, dat ik nog steeds in eerste instantie niet kan thuisbrengen.
Het is even wennen; in ons vorige huis hadden we een bel die zo zacht was dat we hem nauwelijks hoorden – in de woonkamer al helemaal niet. (Wat best lekker rustig was, realiseren we ons nu.)
En dat ik nu ineens twéé nieuwe geluiden tegelijk moet adapteren helpt ook niet echt.
Jaja, het is vreselijk allemaal.
Haha.
Nee.

Waar ik het eigenlijk over wilde hebben, is het naambordje, dat tussen de twee bellen in hangt. 
Oosterhout.
Zo heten wij niet, het is de naam van de vorige bewoner.
De eerste dag dat we hier woonden heb ik geprobeerd het bordje los te schroeven, zonder resultaat. De schroefjes zitten volledig vastgeroest. Misschien dat het zal lukken met een of ander roest-oplosmiddel, maar pff wat een gedoe. Of ik zou met grof geweld kunnen proberen het bordje eraf te roppen, met behulp van een plamuurmes ofzo, maar dat is ook zo wat.
En bovendien: wat dan?
Moet er dan een nieuw bordje op?
Ze zijn allemaal even vreselijk, zag ik, toen ik stiekem even ging kijken op www.naambordjes.nl. Of je nou kiest voor landelijk, klassiek, industrieel of modern, voor metaal, hout of plexiglas.
En moeten we dan heel hip Henk, Yvon, Bo, Merlijn en Loïs doen? Of alleen onze achternaam? Met familie ervoor? Haha.
We kunnen ook iets joligs doen als Hier wonen wij. Of Wacht u voor de hond.
U begrijpt het al, daar komen we voorlopig niet uit.

Momenteel gaan we dus door het leven als 'de Oosterhoutjes'.
(Er zijn al zeker zeventien mensen binnengekomen die geestig riepen: ‘Woont hier de familie Oosterhout?’ Dat krijg je. En wij elke keer weer beleefd lachen.)

Ik denk dat we het voorlopig maar zo laten.
Ik wou tenslotte altijd al een alias.


En als u me nu wilt excuseren, ik duik nog even in de reissectie van het internet.
Eens kijken of we kunnen besluiten waar de Oosterhoutjes naar toe gaan in de zomervakantie.

vrijdag 4 april 2014

Het einde van iets



Voor u dit leest MOET u eerst dit lezen.

Nouja, u moet natuurlijk helemaal niets, maar als u het niet doet mist u mogelijk de impact van het komende verhaal.
Nja.
Zie maar.
Het gaat over een lampje. Over het mooiste lelijke lampje van de wereld, dat op een bijzondere wijze in ons bezit is gekomen en al 21 jaar op onze slaapkamer staat.

Zo'n tien dagen geleden pakte ik het lampje van de kast om het in een verhuisdoos te stoppen en ik kreeg de schrik van mijn leven.
(Bij wijze van spreken dan, want ik schrik natuurlijk niet zo gauw. Maar toch.)

Húh?!?

De prachtige witte lelie was ineens een soort van…. zwart.

Nog even dacht ik dat ik het niet goed zag. Dat het met de lichtinval te maken had. Of dat ik me het lampje gewoon niet goed herinnerde; ik kijk immers niet dagelijks naar alle dingen in huis.

'Henk,' checkte ik, 'vind jij ook niet dat ons lampje eh… er anders uit ziet?'
'Euh,' zei Henk, 'dat is gek.'
Hij opende de glazen bol open en een enorme putlucht kwam ons tegemoet. Echt, hè: wat een stank. De bloem in het water was volkomen bedorven. Verrot.
Ik wist niet dat plastic bloemen konden bederven, maar dat kan dus, na 21 jaar.
(Of langer; wie weet hoe lang het lampje al bestond voordat wij het uit het hotel meenamen.)


Krampachtig probeerde ik er geen betekenis aan te hechten.
Maar dat was natuurlijk onmogelijk.
Want het lampje hád al betekenis.
En als dit lampje symbool stond voor onze liefde, WHAT THE FUCK BETEKENDE DIT DAN?
En waarom net nú?
We hebben verdorie net een nieuw huis gekocht!
Nu uit elkaar gaan zou echt een enorme financiële ramp zijn!

'Wat betékent dit, wat betékent dit,' piepte ik paniekerig.
'Joh,' zei Henk. 'Je moet het maar zo zien, het is het einde van iets, maar het begin van iets nieuws. We gaan een nieuwe fase in.'
Hm, bromde ik.
Hm. Een nieuwe fase.

Veel tijd om er bij stil te staan had ik niet, er moest tenslotte verhuisd worden.
En ik vergat het maar zo'n beetje.

Tot ik een paar dagen geleden de betreffende doos uitpakte en het lampje –  een lege glazen bol en een voet met fitting – tevoorschijn haalde.
'Een nieuwe fase, dus,' sprak ik dapper. En dacht aan de drie grote rode plastic rozen die ik zojuist uit een andere doos had getoverd.
Ik frunnikte een van de rozen in de lamp en was aanvankelijk best tevreden.
Minstens zo kitscherig als de lelie, maar dan ánders; heel goed, voor bij de nieuwe fase.
Tot ik 's avonds het lichtje aanknipte.
Oeh!




Nee, dit was het toch niet helemaal, zacht gezegd.
Ik weet niet hoe de nieuwe fase eruit ziet, maar in elk geval niet zo.

Maar wat dan, hè?
Wat nu?
Proberen bij de Xenos toch maar een nieuwe lelie te vinden?
Dat voelt ook zo als iets geforceerd in stand houden.
Loslaten, moeten we.  (Een nieuwe fase.)

Misschien moet het wel helemaal anders. Misschien moeten er badeendjes in. Of een schatkist. Of een kasteel van lego.
Ik weet het niet.
Heeft u een idee?

Want zo is het niks. 



Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...