dinsdag 19 april 2016

Keuken

Er blogt niet zoveel hier, merk ik.
Is jammer, op zich.
Er gebeurt namelijk wel een heleboel.
Waarschijnlijk teveel.
Dat het daarvan komt.


Ik laat maar even wat plaatjes van onze keuken zien. Of althans: van wat eens een keuken was en wat ooit weer een keuken gaat worden. Is het plan.









En dit is de gang. Daar aan het eind zat de deur naar de oude keuken. Nu is het een wat griezelige blinde muur. Daar moet iets mee: een spiegel? Een schildering?



Willem met de waterpomptang lacht nog. Dus alles komt goed. Heb je een klus te doen in de buurt van Groningen? Bel hem: 0642127009. Hij houdt heel erg van stucadoren. Stucen. Stuken. 

Zo wordt het. Echt. 

En zo. Hoewel de vloer natuurlijk niet echt zo hysterisch kunstgrasgroen wordt. 




woensdag 23 maart 2016

GeenStijl is de mol

En toen lag hij ineens op de mat: de stempas. Voor het eerste raadgevend referendum op woensdag 6 april.
We mogen stemmen!
We mogen ja of nee zeggen tegen het Associatieverdrag met Oekraïne.


Het begon allemaal ruim een half jaar geleden.
Op 1 juli 2015 werd er een wet aangenomen, die het eenieder in Nederland mogelijk maakt om een referendum aan te vragen over aangenomen wetten en verdragen.

De mensen van GeenStijl dachten: Hee, dat is leuk, dat gaan we doen! En ze begonnen onder de naam GeenPeil een campagne om 300.000 handtekeningen – het benodigde aantal om een referendum te kunnen aanvragen – te bemachtigen.

In mijn (werk)omgeving werd hierop met bijzonder veel enthousiasme gereageerd. Want dit was revolutionair! Niet perse inhoudelijk, daar ging het destijds eigenlijk nog niet zo om, maar de manier waarop: de handtekeningen konden, door gebruik te maken van nieuwe technologie, digitaal worden verzameld. Dat was ongelofelijk goed nieuws voor de democratie! GeenPeil toonde aan dat volksraadpleging vele malen makkelijker en goedkoper kan dan werd gedacht!


Ik deed mijn best om mee te gaan in het enthousiasme (Goed nieuws voor de democratie, jeej!) maar het lukte niet helemaal.
Want eigenlijk dacht ik: Huh? Waarom moet ik ineens iets goed vinden van GeenStijl? Ik vind GeenStijl namelijk over het algemeen vrij vervelend. Los van of ik het met hun inhoud eens ben (meestal niet), ben ik redelijk 'wars' van hun retoriek en tone of voice. (Ze zijn gewoon niet lief. En ik hou nou eenmaal van lief.)


Ik bleef het verder ook wat ingewikkeld vinden. Ik dacht: we hébben toch een democratie? (For what it’s worth, misschien, maar toch.) We hebben een stelsel waarin we onze vertegenwoordigers kiezen, die dan vervolgens, namens ons, de beslissingen nemen. We vertrouwen erop, als het goed is, dat zij er verstand van hebben en weten wat ze doen. 
Zou het nou wel handig zijn als ze ons dan om de haverklap gaan vragen wat we vinden van elke nieuwe aangenomen wet? Helpt dat?

Aan de andere kant, tsja, misschien zou ik het af en toe inderdaad tóch wel fijn vinden, als ze mij eens rechtstreeks naar mijn mening zouden vragen. Over of ik vind dat er meer geld naar zorg en onderwijs zou moeten, bijvoorbeeld. Of over hoe ik aankijk tegen het basisinkomen.


Hoe dan ook, GeenPeil heeft het voor ons geregeld. Het is gelukt: ruim 400.000 handtekeningen zijn digitaal gezet, het referendum moest worden georganiseerd.
We mogen onze mening geven!
Over het Associatieverdrag met Oekraïne.

Wow: thanks!
We mogen ineens écht meepraten!
Over…..het Associatieverdrag met Oekraïne.

Nou weet ik niet hoe het met u zit, maar ik had daar eerlijk gezegd niet heel sterke gevoelens over. Ik bedoel, het was niet zo dat ik ’s nachts wakker lag en dacht: verdorie, ik wou dat iemand me nou eens zou vragen wat ik er nou eigenlijk van vond, van dat Associatieverdrag met Oekraïne.
Ik dacht eerlijk gezegd sowieso niet zoveel na over Oekraïne – behalve dan toen dat vliegtuig er was neergeschoten. Maar verder gingen er hele dagen voorbij dat ik niet aan Oekraïne dacht. En ik durf zomaar te denken dat dit geldt voor heel veel mensen die onlangs de stempas in hun brievenbus hebben gevonden.

Ik snap het niet. Waarom denken ze dat wij – ‘het klootjesvolk’ – kunnen inschatten of zo’n verdrag slim is of niet?

Ik zal heus niet beweren dat er geen mensen zijn die het verdrag volledig begrijpen en de consequenties ervan kunnen overzien en dus vol overtuiging ja of nee kunnen stemmen. 
Maar ik durf wél te beweren dat dat er niet heel erg veel zijn.


Ik heb me er enigszins in verdiept, en ik snap er nog steeds bar weinig van.

Wat ik ervan heb begrepen is dit:

Dit associatieverdrag is een soort handelsverdrag, maar dan met een beetje meer.
Voorstanders van dit verdrag (o.a. het kabinet en Victoria Koblenko) zeggen dat het goed is voor de Nederlandse economie, maar ook voor de mensen in de Oekraïne, die aan de invloed van Poetin willen ontsnappen. En dat het goed is voor de mensenrechten, omdat de EU dan kan optreden bij conflicten. En dat het heus niet betekent dat Oekraïne dan vervolgens lid gaat worden van de EU.
Tegenstanders (GeenStijl, PVV, SP, Thierry Baudet) zeggen dat het heus wél betekent dat het een eerste stap is naar toetreding van de EU, dat het een gevaarlijk door oorlog geteisterd instabiel land is waar we niet mee in zee moeten, en dat er een heleboel (criminele) Oekraïeners naar de EU zullen komen omdat ze geen visum meer nodig hebben, en dat de Nederlandse markt bedolven zal worden onder de plofkippen en dat Monsanto meer voet aan de grond krijgt. Bovendien willen we geen problemen met Poetin, die onze nauwe band met Oekraïne niet zo leuk zal vinden.


Maar, denk ik dan: dat kunnen jullie nou allemaal wel zeggen, maar hoe weet ik wat waar is? Hoe weet ik wat er echt zal gebeuren? Dat kan ik toch allemaal helemaal niet overzien, met mijn beperkte kennis? Misschien dat ik er meer van zou begrijpen als ik het hele 329 (ofzo) pagina’s tellende verdrag zou lezen, maar dan nóg vraag ik me af of dat genoeg informatie oplevert om zinvolle conclusies te kunnen trekken. Ik heb er toch helemaal geen verstand van? Weet ik veel! Ik heb verstand van d’s en t’s. En van hoe je lasagne maakt met spinazie.

Het is, als je het mij vraagt, nogal debiel om het volk hierover een oordeel te laten vellen. Het vereist veel te veel voorkennis.


En waar hébben we het eigenlijk helemaal over? Het is een raadgevend referendum, met een opkomstdrempel van 30 procent. (Waardoor het in theorie kan gebeuren dat een ja-stem bijdraagt aan een nee-uitkomst, maar dit terzijde.)
Als de drempel niet gehaald wordt mag de overheid het advies naast zich neerleggen.
Als de drempel wél wordt gehaald, moet de overheid verplicht het advies oppakken en goed bekijken……en mag het dan alsnog naast zich neerleggen. Het is tenslotte maar een advies.



Hier is wat ik stiekem denk: het is een ongelofelijke mol-actie.
GeenStijl heeft gewoon onder het toeziend oog van iedereen ontzettend zitten mollen. En 25 (pardon, 40!) miljoen uit de pot gespeeld.



vrijdag 18 maart 2016

Het zwarte monster en de tweekoppige draak


Ik las wat oude blogs van mezelf terug en ik schrok een beetje; ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat ik vroeger leuker was. Grappiger, in elk geval. Luchtiger.
Ik had oog voor gekke, kleine dingetjes. Daar schreef ik geinige stukjes over en dat vonden de mensen dan leuk.


Maar ik zie ze niet meer, de gekke kleine dingetjes. Of ik zie ze nog wel, maar heb vervolgens geen zin om erover te schrijven. Want jee: moet ik dan gaan vertellen dat ik vandaag werd betrapt op het per ongeluk stelen van twee pakjes biologische roomboter bij de Lidl? 
Terwijl de wéreld in brand staat?

Want zo voel ik me, eerlijk gezegd, en gedraag ik me, vandaag de dag. Alsof de wereld in brand staat.

En dat is gek. (*kijkt door het raam naar buiten en ziet geen bommen vallen, geen rook, geen huilende mensen – slechts lief spelende kindjes in de tuin, in de vroege lentezon.*)


Het komt door Facebook en Twitter. Het komt doordat ik de stomme kop van Trump honderdduizend keer per dag voorbij zie schuiven. Het komt doordat ik voortdurend aangrijpende beelden zie van mensen in nood, ergens in de wereld. Doordat ik de godganse dag meningen lees. Stomme meningen, domme meningen, racistische, griezelige, enge meningen, waar ik me boos over maak en bang van word.

Doordat ik me veelvuldig op Internet en de social media begeef, sta ik continu met een been in de vrede en met een been in de oorlog.
En dan heb ik het dus zowel over de letterlijke oorlog – beelden van Syrië, bombardementen, onthoofdingen, vluchtelingenleed – als over de oorlog die woedt op de social media zelf. (Ik zeg het maar zo: als tweets wapens waren, dan was er in cyberspace een bloederiger slagveld dan waar ook op aarde.)

De derde wereldoorlog is begonnen, op Internet. Ik heb dat jaren geleden al eens gezegd, ook al wist ik toen nog niet zo goed wat ik bedoelde.
Maar het is echt waar. En we doen er allemaal aan mee. Iedere uiting die je publiekelijk online doet, draagt in meer of mindere mate bij aan het op de spits drijven van….nouja, van álles.

Ik zie het Internet als een groot, zwart monster, dat alle nuance opslokt, en in een razend tempo de mensheid maakt tot een tweekoppige draak die zichzelf naar het leven staat.

Rechts tegen links. Trump tegen Bernie. Bezorgde burgers tegen ‘Gutmenschen’. 
Het kán niet goed gaan. 

En het houdt me danig bezig.



Maar soms ben ik ineens bang dat het hier op een dag ook echt oorlog wordt en dat ik dan zal denken: waarom heb ik niet gewoon wat meer genoten van de rust, van de vrede, toen het nog kon? (Zoals je naar vroegere foto’s van jezelf kunt kijken en denken: waarom was ik destijds niet wat blijer met mezelf!? Ik was zoveel mooier en jonger dan nu!)

Ik weet heus wel wat me te doen staat.
Ik weet alleen niet zo goed hoe het moet.
Het monster heeft me in zijn greep.


Ik kijk naar buiten en ik zie geen vallende bommen, geen rook, geen huilende mensen – alleen spelende kindjes in de tuin, in de vroege lentezon. 

Focus, Novy. Focus.


zondag 28 februari 2016

Home Swiet Home



Een tijdje geleden kreeg ik de vraag of ik wilde meewerken aan een initiatief om vluchtelingen die in Groningen in de noodopvang zitten een gezicht te geven; opdat Groningers hun 'nieuwe buren' een beetje kunnen leren kennen.

Ik zei onmiddellijk ja. Ten eerste omdat ik nieuwsgierig ben en dingen altijd graag met eigen ogen zie; ik was reuze benieuwd hoe het er daaraan toegaat, hoe de sfeer is, op zo’n COA-locatie. En ten tweede, omdat ik dacht: mooi, dan doe ik ook meteen iets – zij het dan minimaal – voor de vluchtelingen.

Want dat vond ik eigenlijk wel: dat ik iets moest doen.
Maar ik wist niet zo goed wat dan.
Ik ben namelijk eigenlijk niet zo helperig, eerlijk gezegd, uit mezelf.
Ik help mijn kinderen, ik help wel eens een vriend of vriendin, en ik help mijn moeder. Maar dan houdt het op. Mijn oude buurman, die waarschijnlijk ook wel eens hulp kan gebruiken, help ik niet. Maar toen het meisje van de thuiszorg vorige week bij mij aanbelde of ik even wilde assisteren; meneer was gevallen in zijn slaapkamer en ze kon hem alleen niet overeind krijgen, voelde ik me de rest van de dag wel heel goed; ik had toch maar mijn buurman van de grond opgeraapt!

Waarmee ik maar weer constateerde: we willen wel helpen, maar weten vaak niet zo goed hoe, of we moeten eerst een bepaalde schroom overwinnen. (Ik zeg ineens we, omdat ik denk dat er wel mensen zijn die dit herkennen.)

Enfin.


Een van de gesprekken die ik had was met Ebaa. Een stoere Syrische vrouw, die in haar eentje gevlucht is. Haar man en haar drie kinderen zijn nog in het kapotgeschoten Aleppo. Het leek het beste idee om alleen gaan, maar nu, na zes maanden in Nederland, weet ze ineens niet meer op ze er wel goed aan heeft gedaan. Zij zit nu hier – ze is veilig, maar haar familie is nog dáár.

Het interview was in het Spaans. Dat sprak zij heel goed en ik een beetje. Niet zo dat ik heel intelligente vragen kon stellen, maar goed genoeg om haar te verstaan. Ik hoop vurig dat ik inderdaad goed heb begrepen dat ze zwemjuf is. 
Wat een hartverscheurend verhaal. Op een bepaald moment zat ik zelf gewoon mee te huilen. Ik heb ook drie kinderen. Je moet er toch niet aan denken.


Thuis zocht ik haar op, op Facebook. Toen moest ik opnieuw slikken.
Want zo is het dus gewoon hè. Zo zit je nog op een scooter met je spiegelzonnebril op, en zo is je hele stad platgebombardeerd en ben je ineens in een vreemd, koud land, na een afschuwelijke reis, in totale wanhoop omdat je niet weet wanneer en of je je kinderen weer zult zien.

Poeh.





maandag 8 februari 2016

Wegkijker?




Een tijdje geleden kwam deze foto voorbij op Facebook.
Ik vond het een gekke foto, die allerlei gevoelens bij me opriep.
Tegelijkertijd snapte ik natuurlijk ook wel dat ik niet precies wist waarnaar ik keek. Dat is altijd het gevaar met foto's, zeker als ze niet in een duidelijke context zijn geplaatst. Een foto is letterlijk een momentopname, die wellicht niet het hele verhaal vertelt. 

Wat ik denk te zien?
Een groepje vluchtelingen, bestaande uit zeven mannen, één vrouw en drie kinderen, op weg naar een veilige plek in Europa.
Wat me opvalt? De mannen dragen allemaal schoenen en de vrouw niet; zij draagt slechts de drie kinderen.

Huh? dacht ik.
De reacties onder de foto brachten niet veel duidelijkheid.
Iemand zei: 'Misschien waren de schoenen van de mannen allemaal te groot voor haar. En je kunt nog beter op blote voeten lopen dat op te grote schoenen, want daar krijg je blaren van.'
Euh, ja. Dat zou kunnen ja.

Iemand anders zei:
'Het is een cultuur-ding. Wij kunnen dit niet beoordelen met onze westerse bril op. Dat is nou eenmaal zo in hun cultuur; kinderen zijn het pakkie-an van de vrouw. Wij vinden dit misschien aanmatigend, maar zij voelen zich er waarschijnlijk comfortabel bij.'
Euh, ja. Dat zou ook kunnen. (Met de nadruk op comfortabel.)

Ik vond het al met al niet bevredigend.
Als het een groepje Nederlanders was geweest hadden we met z'n allen in koor geroepen: 'Hee stelletje eikels, doe eens even galant zeg! Je laat je vrouw toch niet op blote voeten drie kinderen meezeulen? Til ook eens even een kind! Tjemig.'
Maar omdat het geen Nederlanders zijn, doen we dat niet. We zijn voorzichtig. Want buiten dat we het misschien niet helemaal snappen hoe het zit, willen we natuurlijk andermans cultuur niet bekritiseren.
Maar toen dacht ik aan Aletta Jacobs en aan de Dolle Mina’s, en aan wat er de afgelopen eeuw allemaal bereikt is in Nederland op het gebied van gelijke rechten.
En ineens galmde de stem van Geert door mijn schedel. Hij riep iets over 'verislamitisering van de samenleving'. 
Sssst! riep ik.

Ik ben namelijk een ontzettend links watje. Tot de vluchtelingencrisis verhoud ik me in principe als volgt: ‘Kom maar hoor, kom maar hier. Kom maar mensen, wier huis is kapotgeschoten, wier kinderen bang zijn en hongerig. Kom maar, na die ellendige tocht met een bootje over de zee en op je blote voeten door het bos, kom maar, hier is het veilig. Hier zijn geen bommen, hier is vrede.’

Maar nu schrok ik dus ineens een beetje. Ben ik misschien …. te naief?

Als ik denk aan vluchtelingen, dan denk ik aan mensen. Mensen, zoals ik er ook een ben. Mensen die menswaardig moeten kunnen leven. Mensen die van hun kinderen houden en ze veilig willen laten opgroeien.
Ik denk in eerste instantie, zo besefte ik ineens, niet aan de religie die ze meebrengen.
Ik heb daar namelijk niet zoveel mee. Met religie in het algemeen.
Ik weet natuurlijk dat er veel mensen zijn die in God of in Allah geloven, maar dat negeer ik altijd maar zo’n beetje. Niet als fenomeen, maar wel in de praktijk van het dagelijks leven. En dat gaat me prima af.

Ik ben overigens voor vrijheid van godsdienst. Iedereen doet maar. Moet er een moskee komen? Dan moet er een moskee komen. Hoofddoekjes? Ook prima. Zolang ik mijn lokken maar mag laten wapperen, haha.

Haha.

Hee, daar had je Geert weer. Wegkijker! riep hij, van binnenuit in mijn oor.
Hou je mond! riep ik terug. 
Laat me even denken!



In ogenschouw nemend dat de toename van de bevolking in Nederland door asielzoekers nog steeds maar heel klein is, zelfs als het nog een tijdje doorgaat (dus waar hebben we het eigenlijk over?) is het tegelijkertijd wel een feit dat het aantal (streng) gelovigen in Nederland procentueel meer dan evenredig stijgt. (Want hoeveel atheïsten zouden er zijn onder de Syrische vluchtelingen? En waarom voelt dit als een taboe-vraag?) 
Een toename die, bovendien, wordt gevormd door een geloof dat gepaard gaat met specifieke normen en waarden, die hoe dan ook invloed zullen hebben op 'onze' maatschappij - en die niet perse altijd zullen stroken met bepaalde nationale morele verworvenheden. 

Als we een multiculturele samenleving nastreven (wat we tot op zekere hoogte al zijn, maar wat nog veel meer zal toenemen, want grenzen dicht? hoe dan? ik geloof daar eerlijk gezegd niet in. Omdat ik vind dat het niet moet, maar ook omdat ik niet inzie hoe het kán; want wat is de uiterste consequentie? Gaan we mensen aan de grens doodschieten? Ik denk ik stel de vraag even) dan moeten we ons ervan bewust zijn dat er aan die verworvenheden geknabbeld gaat worden.

En dat niet erg vinden.





zondag 24 januari 2016

Meet Anna Pushkin


In de kerstvakantie vond ik een doos. Met klein speelgoed. Poppetjes, beestjes, poppenhuismeubeltjes, autootjes, verdwaalde legoblokjes, AH- mini’s, etc.
Speelgoed waarmee nooit gespeeld wordt, en werd.
Ik bedacht ineens dat ik daar iets mee moest.
(Waar ik bij moet zeggen dat ik enigszins overwerkt was en overprikkeld van die hele decembermaand, en de intense behoefte had aan iets sufs.)

Dus ik kocht een letterbak op Marktplaats en begon aan mijn euh...project.
Zo noemde ik het maar.
De kinderen vonden het geloof ik wel een soort van grappig, maar zaten er vooral meewarig bij te kijken. Elke avond na het eten ging ik een tijdje zitten spelen. Ik kan niet vertellen hoe vredig ik werd van kleine plastic teddybeertjes op kleine plastic paardjes lijmen. Van poppetjes en dingetjes bij elkaar verzinnen die samen een verhaaltje vertellen.
(Mijn lievelings is Minnie Mouse die cello speelt op een fluitje in de vorm van een gitaar, in haar kamertje met bloemen.)

Het valt nog knap tegen hoeveel tijd er in is gaan zitten, trouwens.
Maar vandaag was het af.




Net op tijd, want er is een nieuw project: Project poes.

Toen we eenmaal weer reëel denkende mensen waren geworden, die niet meer verwachtten dat Lotje terug zou komen lopen, besloten we tot de aanschaf van een echte, eigen kat. (Lotje heeft ons doen inzien dat we een kat nodig hebben – laat dat haar taak zijn geweest.)
Dus togen we naar een asiel in Drachten. Voor een poesje dat we hadden gezien op de ‘ik zoek baas’ –app. Het bleek er niet meer te zijn en we werden doorverwezen naar een andere kattenopvang, die op dit moment geen plaatsbare katten had en ons ook weer doorverwees, tot we uiteindelijk bij een asiel/pensiontoestand diep in de krochten van Friesland besloten Anna mee naar huis te nemen.

Nu vind ik Anna eigenlijk een wat moeilijke naam voor een kat.
Meer iets voor een boot.
(Ik heb een kat. Ik heb een hele leuke splinternieuwe kat. Haar naam is Anna en ze zit hier op de mat.)

Dus we vroegen ons voorzichtig af of het done zou zijn om haar – ze is tenslotte pas anderhalf – te hernoemen.
Want dat is een van de leuke dingen van een dier nemen. En van een kind krijgen, for that matter. Dat je een naam mag verzinnen.
Ik heb ook altijd een heleboel namen op voorraad. (‘Als ik ooit nog een schaap krijg dan noem ik hem Woll-e’ – op die manier.)

Zo heb ik heb Oedi altijd een leuke naam gevonden voor een kat.
Oedi-poes. Vooral voor de wat complexere kat.
Of Nails. Geinig en tóch chic.

We besloten voorlopig maar tot een compromis: Anna Pushkin.
Roepnaam Pushkin. Afgekort: Poes. (Prima!)

Maar we moeten nog maar zien, hoor.
Ik merk nu al dat ik haar steeds Koetje noem.
Dus wie weet wordt het nog Bertha 3.
Of het blijft toch gewoon Anna.

Hoe dan ook, ze is heel erg lief. Heel.

Ik denk dat ik de mensen ga doodgooien met kattenfilmpjes de komende tijd.


 








Edit: Iemand met verstand van zaken attendeerde me erop dat achternamen in Rusland een vrouwelijke vorm kennen. Het zou dan in dit geval dus Anna Pushkina moeten zijn. 
Uit te spreken als: Anna Púshkina. (Zoals Anna Karénina.) 
Waarvan Akte.

Voorlopig is het voor mij trouwens Koetjepoes.  





zaterdag 9 januari 2016

Documentairetip: Making a Murderer

Ik las een paar dagen geleden ineens dit: Waarom de halve wereld kijkt naar Making a Murderer.

En ik dacht: oké, de halve wereld doet iets en ik hoor er weer eens niet bij.
Dat gebeurt vaker. En meestal schep ik er met mijn tegendraadse natuur ook wel een zeker genoegen in, om bij de andere helft te horen.
Maar nu was er toch iets dat me triggerde.
Dus ik ging éventjes kijken. Op Netflix.
Na het eerste halfuur dacht ik nog: Neh. Ik geloof niet dat ik hier zin in heb.
En daar had ik misschien beter naar kunnen luisteren.
Want ik bleef dus kijken, en nu zit ik gevangen.

Het gaat over Steven Avery, die opgroeit op een autosloperij in een enigszins asociale setting (‘trailer trash’) en op zijn drieëntwintigste naar de gevangenis moet wegens verkrachting. 
Onschuldig, zo blijkt na achttien jaar, wanneer de echte dader gevonden wordt.
Hij komt vrij en pakt zijn leven weer op. Hij besluit een aanklacht in te dienen tegen de sheriff en de officier van justitie, die aantoonbaar grote fouten hebben gemaakt in zijn zaak.
En dan…. wordt hij beschuldigd van moord.

Meer zeg ik niet. Dit was misschien al wat veel.


Maar het is dus. Echt. Verschrikkelijk.
Ik heb in mijn hele leven nog nooit iets gezien op de televisie dat zo FRUSTREREND!! is als dit. (Just what I need in life. Hm.)


We zijn pas in aflevering 4 (van de tien) en ik kán al niet meer.
Ik trek letterlijk de haren uit mijn kop.
‘Hoe dan, hoe dan toch?!’ schreeuw ik naar het scherm.
En vervolgens doe ik weer heel hard van 'LALALALA', met mijn vingers in mijn oren.
Ik wil echt dingen naar de tv gooien.
Zo erg is het.
Ik weet gewoon niet wie ik het ergst haat: Kocourek, Vogel, Colborn, Lenk of die verschrikkelijke roodharige engerd waarvan ik even zijn naam kwijt ben, oja Kachinski! Zijn grijns wil ik wel van de beeldbuis afspúgen!

Tussendoor moeten we steeds de tv op pauze zetten, omdat Bo en Merlijn ook totaal gegrepen zijn (of het eigenlijk pedagogisch verantwoord is dat ze meekijken weet ik even niet) - maar het af en toe niet meer kunnen volgen. En logisch ook. Want ik snap er ook geen flikker van!
(En tegelijkertijd ook weer wel, dat maakt het zo griezelig.)

De boekjes van Piet Polies kunnen met terugwerkende kracht het haardvuur in.
‘Maar die meneer is toch een rechter? Die moet toch eerlijk zijn?
‘Waarom doet die politiemeneer zo gemeen?’
Het is enger dan The walking dead.
Het is de totale omkering van goed en kwaad.

En echt gebeurd dus.
Soort van. (Want het blijft natuurlijk een geregisseerde documentaire.)


Wat ook niet helpt is dat de familie waar het om draait een gemiddeld IQ heeft van 70. 
Ze begrijpen nauwelijks wat hen allemaal overkomt. Ook letterlijk niet. Het is…. zo ongemakkelijk, allemaal.
(Zoon, 16 jaar, aan de telefoon vanuit de gevangenis: ‘Er staat in de brief dat er inconsistenties zitten in mijn verklaring. Maar ik weet niet wat inconsistenties zijn.’ Moeder: ‘Nee, dat weet ik ook niet. Ik hou van je, jongen, hou je taai hè.’)


Aan het eind van aflevering 3 dacht ik werkelijk dat ik gek werd.
Echt, het had geen kwaad gekund als ik even in een zakje was gaan blazen.
Ik kon niet op de bank blijven zitten. Ik stond op het kleed te springen en tegen de tv te schreeuwen. (En of dát pedagogisch verantwoord is weet ik ook even niet.)


Maar om u dus de kans op zo’n opwinding niet te onthouden – en stiekem onder het mom van ‘gedeelde frustratie is halve frustratie’ – is hier dus mijn tip:

Making a Murderer (klik = trailer)

Gaat dat zien.


(Oh. Ik zie nu dat Arjen Lubach het er ook over had in DWDD, vanavondNouja, we zijn het geloof ik wel aardig eens.)