woensdag 15 april 2015

Onnavolgbaar

Mijn 'taalpreken' beginnen altijd met een enigszins deemoedige disclaimer in de trant van: ‘Dit wordt heus geen betweterig taallesje hoor, of misschien stiekem toch, haha hihi.’ 

Enerzijds is dat omdat ik eigenlijk gewoon graag door iedereen leuk gevonden wil worden – en dus niet irritant, maar anderzijds ook omdat ik het eigenlijk wel een beetje ééns ben met de afhakers, de mensen die geërgerd denken: jemig Novy, wat kan het mij nou in de godsnaam schelen hoe je iets eigenlijk zou moeten zeggen of schrijven.

Want waar gaat het in wezen over?

Als je erover nadenkt is het absurd om een taal tot stilstand te willen dwingen; te vangen in een groen wetboekje en vervolgens de vrijwillige taalpolitie te laten toezien op correcte naleving.

Dat slaat nergens op en het kán ook helemaal niet; de taal rent met ons mee.

Nog heel even en het woord ‘meteen’ is voorgoed verdwenen, verzwolgen door 'gelijk'.
Je doet er niets aan.
Het is natuurlijke selectie.
Evolutie.
De dodo is uitgestorven, de dino’s ook.
Zo gaat dat.
Het is niet anders.
De tijger zal ook uitsterven. Dat weten we allemaal. Misschien nog niet in ons mensenleven, maar hij gaat eraan.

Maar ho, wacht!
STOP!
Dat willen we niet!
Dat moeten we proberen te voorkómen – ook al is het dan waarschijnlijk tevergeefs.
We richten actiegroepen op en worden lid van het Wereld Natuur Fonds.


Zo is het leuker bekeken: Ik zit niet bij de taalpolitie, ik ben gewoon lid van de stichting Red De Tijger! Wrauw!



Vandaag doe ik een poging het woord ‘onnavolgbaar’ te redden.
Daar gaat het namelijk niet best mee; het lijkt slachtoffer te zijn geworden, van een hostile take-over. Door een andere betekenis.


Kijk: (een kleine greep uit vele voorbeelden)

 





Onnavolgbaar betekent: 'Zó goed, dat het niet na te doen is.'

Navolgen, immers, betekent zoveel als: hetzelfde bereiken, in iemands voetsporen treden, iemand evenaren.

'Wat Sven Kramer doet op de tien kilometer is onnavolgbaar.'
'Benfica aanvaller Salvio passeerde zijn tegenstander op onnavolgbare wijze.'


Onnavolgbaar betekent NIET: niet te volgen / onbegrijpelijk / ksnaperniksvan


'Onnavolgbare logica' (185.000 hits op google! Damn!) slaat dus nergens op, tenzij je bedoelt dat je de betreffende redenering weergaloos vindt en niet te overtreffen briljant.

Onvolgbaar zou wel kunnen, maar dat woord bestaat niet.


Ik geef toe, het zou hartstikke leuk zijn als allebei de betekenissen goed waren.
Alleen al omdat je dan van sommige dingen kon zeggen dat ze 'onnavolgbaar onnavolgbaar' zijn.
Maar helaas.



Goed.

RED DE TIJGER!


donderdag 9 april 2015

Het laatste woord

Ik wilde openen met de zin: 'Ik heb een fascinatie voor begraafplaatsen.'
Maar dat is onzin, het is helemaal geen fascinatie, ik vind het gewoon leuk om over een kerkhof te wandelen.
Vooral als het zonnetje schijnt.

Het is als een gewone wandeling, lekker buiten in de natuur, maar dan met iets te lezen erbij.
En daar hou ik van, want ik wil altijd overál wel iets te lezen bij.


Mijn gezin houdt er ook van, en zo liepen we afgelopen paasmaandag de hele middag over het Selwerderhof. Een beetje te gniffelen om gekke namen op monumenten.  Verhalen te verzinnen, rondom de in steen gegraveerde teksten. (Bij sommige graven hoeft dat niet, die vertellen uit zichzelf al een hartverscheurend verhaal.)


Ik weet eigenlijk niet of het raar is.
In feite is een begraafplaats toch ook een soort openluchtmuseum?
Ik zou het persoonlijk wel een leuk idee vinden, als er af en toe nog eens mensen langs mijn grafsteen zouden lopen, die mijn naam zouden spellen en uitrekenen hoe oud ik was toen ik stierf.
(En dit is tegelijkertijd een gekke gedachte, want ik wil immers gecremeerd. Denk ik. Enfin.)


Merlijn maakte nog een steengoeie grap, trouwens, waar we wel een kwartier over na bleven grinniken. Behalve Bo dan.
Voor ik de grap kan vertellen, moet ik eerst wat achtergrondinformatie geven.
Tot vorig jaar sliepen onze drie kinderen altijd samen in één (groot tweepersoons)bed. Niet uit ruimtegebrek; ze hadden alledrie een eigen kamer, maar twee daarvan stonden permanent leeg. Die hadden we best kunnen verhuren.
Vorig jaar kwam daar verandering in. Bo ging naar de middelbare school, werd puber, en wilde vanaf toen alleen slapen. Logisch.
Maar ze is een beetje doorgeslagen.
Soms, in het weekend vindt ze het gezellig als haar broertje en zusje komen ‘logeren’, maar dan moeten ze hun eigen matras meenemen.
Terwijl zij dus nog steeds dat tweepersoonsbed heeft, van 1 meter 60 breed.
Ze heeft veel ruimte nodig momenteel, zullen we maar denken.


Goed, we kwamen dus langs een tweepersoonsgraf, waarin twee echtelieden naast elkaar waren begraven en niet – zoals meer gebruikelijk – boven elkaar.

Zegt Merlijn: ‘Zo eentje wil Bo later als ze dood is, maar dan voor haar alleen.’
Haha. Haha.
Oké, misschien had u erbij moeten zijn, of toch nog iets meer ingewijd, om de grap echt te waarderen. Maar geloof me, het was hilarisch.


We liepen overigens heus niet alleen maar te ginnegappen hoor, helemaal niet; we hadden net vorige week oma – de moeder van Henk – begraven en daar was natuurlijk niets grappigs aan.


Hoewel.
Het was op die dag dat het zo verschrikkelijk stormde, in het noorden van het land.

We arriveerden met de rouwauto (hier heb ik even het synoniemenwoordenboek voor moeten raadplegen; ik kwam niet verder dan lijkwagen, was daar niet een vriendelijker woord voor?) bij het hek, waarop een groot bord prijkte met de roodomrande tekst: ‘De begraafplaats is gesloten i.v.m. de storm.’

Ehm.

Gelukkig kon de afscheidsdienst toch doorgang vinden, er mocht alleen uit veiligheidsoverwegingen naderhand, behalve een klein groepje naaste familie, niemand mee naar het graf.
En dat was zeker geen overdreven maatregel.
Het was onstuimig.
We zwoegden met de kist – op wielen, dat wel – tegen de wind in, terwijl overal om ons heen takken afgerukt werden en hele bomen zomaar in tweeën braken.


Tijdens de ceremonie had 'My friend the wind' van Demis Roussos uit de speakers geklonken, omdat mijn schoonmoeder dat zo’n mooi lied vond.

Ze had altijd graag het laatste woord.



zondag 29 maart 2015

Klinkt als een verrekte goed raam





Haha.
Ja.


Ik ben sowieso eigenlijk wel een beetje zat van die uitdrukking 'out of the box denken'.

Het is namelijk ook nog eens niet goed.
Het ís niet 'out of the box denken'.
Het is: 'outside the box denken.'
Buiten het hokje.
Buiten de kaders.
Dus: outside the box, niet out of the box.
Echt.
Out of the box, dat denken baby's.


Ik zou zeggen: gewoon weg met die box. Opbergen die doos, boven op een plank, niet meer aan denken. Tot het straks misschien ineens weer heel hip wordt om in the box te denken.
Ik geloof daar wel in. Dat over twintig jaar de mensen tegen elkaar zeggen: ‘Je moet eens wat meer in the box denken, jij.’



Iemand attendeerde me vandaag op www.vaagtaal.nl, een website met allerlei uitwassen van de huidige ‘bobotaal’; een bonte verzameling van woorden en uitdrukkingen om verbaal mee te imponeren en tegelijkertijd niets te zeggen.

Zoals: Comfortzone.
Daar moet je vooral uit, hè, tegenwoordig. Out of your comfort zone!
Want daar gebeurt het; the magic happens outside your comfort zone.
(Net als met die box denk ik dat dit ook vanzelf weer omdraait. Over een tijdje zeggen de mensen tegen elkaar: ‘Je moet wat meer in je comfortzone gaan zitten, dan gaat het vast beter.’ Let op mijn woorden.) 


Wat ik ook heel erg vind: Terugkoppelen.
Het is nog helemaal niet zo lang geleden dat je nog gewoon kon komen vertellen hoe het was afgelopen. Maar nu moet je ineens alles terugkoppelen.
Met je klimhaak. 


Het woord dat volgens de website de vaagtaalverkiezing 2014 heeft gewonnen is: Kwaliteitsvenster. 
Een terechte winnaar, als je het mij vraagt.
Kwaliteitsvenster, dat is inderdaad nógal vaag. Ik kan niet eens bedenken wat het zou kunnen zijn. Het klinkt als een verrekte goed raam (voor in een glazen plafond wellicht) maar dat is niet wat ermee bedoeld wordt, dat weet ik vrijwel zeker.

Nja. Ga maar eens kijken op vaagtaal.nl 



En onthoud: het is outside the box.

dinsdag 17 maart 2015

Beter bizar laat dan nooit

Soms kom je ergens pas bizar laat achter.

De Viva (jawel) heeft daar momenteel een item over onder het kopje: 'Laat gevallen kwartjes'.
Er verscheen een onthutsende rij bekentenissen op Facebook.
Van mensen die bijvoorbeeld opbiechtten dat ze pas heel laat beseften dat Horeca staat voor Hotel-Restaurant-Café. En dat Benelux een samenvoeging is van België, Nederland en Luxemburg.
Dat het een aard-appel is en geen aar-dappel.
Dat Brian Adams zong I got my first real 6-string en niet I got my first real sexdream. (?)
Dat Dikkertje Dap geen giraffe is en Berend Botje geen beer.
Heel leerzaam allemaal.


Ik heb ook iets waar ik pas heel laat achter kwam.

Nog maar heel recent.
Als in: eergisteren.

Komt ie:

Paolo Nutini is géén vertolker van het Italiaanse kwezellied, à la Eros Ramazotti. 


Nja. Een enorme vergissing, dat weet ik nu.
Maar dat dacht ik dus.

Het had te maken met mijn wekkerradio, die al een tijd kapot is waardoor ik ’s ochtends niet meer naar 3fm luister, maar vooral ook met het onfortuinlijke toeval dat het éérste van Paolo Nutini waarmee ik in aanraking kwam niet zijn stem was, of zijn fijne voorkomen, maar zijn naam.

En zeg nou zelf: Paolo Nutini, dat klinkt toch ook gewoon als het neefje van Laura Pausini.
Dus ik parkeerde hem gezellig bij de italopop en ging verder met mijn leven.


Wat misschien ook mee heeft gespeeld: ik heb helemaal niets met Italiaanse namen.
Ik vind ze altijd zo aanstellerig.
Leonardo di Caprio.
‘Giovanni, Delano, eten!’
Bruno Banani.

Kent u die? Bruno Banani?
Dat is een parfumlijn.
Toen ik de reclame voor het eerst op televisie zag dacht ik dat het een grapje was.
HAHA lachte ik.
HAHA.
Dat gaat toch niemand kopen!
Een geurtje dat Banani heet.

Maar ik had het weer eens mis, want de betreffende lijn bestaat nog steeds en heeft het zelfs tot in de Douglas geschopt.
Er zijn dus wél mensen die het kopen!
(Zijn dat mensen die zich kunnen losrukken van de associatie met de geur van bananenschuimpjes, of – de absurde gedachte – juist niet?)


Terug naar Paolo Nutini.

Man!
Paolo Nutini ís helemaal geen Italiaan! Ja, okee, hij heeft een Italiaanse vader, vandaar de naam en zijn zuidelijke uiterlijk, maar hij komt uit Schotland!
En hij zingt helegaar geen Italiaanse zeikliedjes, hij maakt prachtige, snijdende soul en nja… woah! 

Ik ben erachter.

En ik zeg altijd maar zo: beter bizar laat dan nooit.


woensdag 11 maart 2015

Zon, maan en sterren

We stonden te wachten bij de deur van de klas, een groepje vaders, moeders en oppassen.
De deur ging open en de kinderen kwamen naar buiten, met voorop Loïs en haar vriendinnenclubje, zichtbaar opgewonden.

‘Ik ben een zonnekind!’ riep vriendinnetje C. stralend uit.
Vier enthousiaste kinderstemmen vielen haar bij: ‘C. is een zonnekind!’

‘Natuurlijk, liefje, maar dat wísten we toch al,’ zei haar moeder, terwijl ze ons aankeek met opgetrokken wenkbrauwen.
Ik grapte tegen de andere kindjes: ‘Maar wat zijn jullie dan? Regenkinderen?’

Nee, zij waren gewóne kinderen: maankinderen.
‘C. Is een zonnekind, omdat ze heel goed kan lezen en haar Cito’s heel goed heeft gemaakt!’

Aha.
Zo.
Dus.
Ik moest er even van bijkomen.
Want wat kregen we nou?
Hoezo worden de kinderen in groep 3 ineens onderverdeeld in zonnekinderen en maankinderen?
Ik dacht dat ik zo’n beetje alles wel meegemaakt had, met twee kinderen die de basisschool helemaal en bijna hebben doorlopen.

Ik ging maar eens googlen.
En jawel: het is een bestaande onderwijsmethode. Naast zonnekinderen en maankinderen zijn er ook nog sterrenkinderen.
De methode hoort bij de boekjes ‘Veilig leren lezen’, die Bo en Merlijn volgens mij destijds ook gebruikten.

‘Hadden jullie dat ook, dat met die zonnekinderen enzo?’ vroeg ik.
Nee, zij hadden er net als ik nog nooit van gehoord.

Is dit nieuw? Doen ze dat nu ineens hier op school? Of is het een actie op eigen houtje, van deze specifieke juf?
Ik moest het morgen maar eens vragen.


Ja, ik weet het niet hoor, misschien ben ik overgevoelig, maar ik vind het gewoon een beetje raar.
Een plusgroepje, okee, snap ik.
Maar zonnekinderen en maankinderen?

Het blijft me bezighouden.

Telkens als ik C. nu zie op school denk ik: Hee, zonnekind!
En ik moet ook de hele tijd zo denken aan de Zonnekoning! 
Die goeie ouwe Lodewijk XIV.
Le roy soleil.
L‘enfant soleil.
Alles draait om de zon.
De zon straalt.
De maan reflecteert slechts haar schijnsel.

Nouja, enfin.


Wellicht, denkt u nu, ben ik wel gewoon een beetje jaloers.
Wou ik óók wel graag een zonnekind.
Haha. 
Echt niet.
Want ik héb toch al een zonnekind! Het zonnetje in huis.
Ons eigen lieve regenkind.
Oh nee, maankind.
Kind.


zondag 8 maart 2015

Occupational hazard/calculated risk

Drie weken geleden kocht ik een nieuwe fiets voor Merlijn.
Gisteren werd ie gestolen.
Bij de der AA kerk. (Waar Henk het kerkorgel aan het opnemen was, iets wat hier mee te maken heeft, maar dit terzijde.)

Merlijn baalde enorm. Want ook al was zijn nieuwe fiets dan geen Gazelle Chamonix T4 met een nexusnaaf en 24 versnellingen - maar gewoon een degelijke zwarte tweedehands omafiets, hij was er nógal blij mee. Geweest.

Ik besloot uiteraard het voorval te relativeren; fietsen kwijtraken aan fietsendieven is nou eenmaal een vorm van occupational hazard voor inwoners van een stad als Groningen.
Calculated risk.
Maar ik was er toch wat mopperig van.

Tegen beter weten besloot ik de tip van een vriendin op te volgen en maar eens op Marktplaats te kijken.
En jawel, nee maar: daar stond ie!
Voor 50 euro. (Maar liefst. Tsjonge, ik had er drie weken geleden nog meer dan het dubbele voor betaald.)



‘Jongens,’ riep ik. ‘Ik heb hem gevonden! Hij is vandaag op marktplaats gezet! Dat is hem toch, Merlijn? Ja kijk, die lamp en dat zadel en dat witte stuk hier…het ís hem.’
Er zat alleen geen slot meer op.
Dat was er afgezaagd; logisch.

Ik wilde onmiddellijk reageren.
‘Nee wacht,’ zei Henk. ‘We moeten de politie bellen.’
En voegde daad bij woord.
Hij vertelde het verhaal en gaf het advertentienummer door. Ze wisten wie het was en zouden er meteen induiken, maar wij mochten intussen geen actie ondernemen. Henk beloofde het.

Na het verversen van de pagina bleek de fiets nu ineens nog maar 40 euro te kosten.
De verkoper wilde er blijkbaar snel vanaf.
Ja hoor, dacht ik, gooi onze lieve fiets maar te grabbel.

Ik kon me niet beheersen en stuurde natuurlijk tóch een sms.
‘Ik heb interesse in je fiets. 40 euro klinkt prima.’
Ik kreeg onmiddellijk antwoord.
‘Dat is goed. Voor 5e extra kan ik hem bij je thuis brengen.’

Ik wist even niet of dat een goed idee was, dus ik hield me wat op de vlakte.
‘Ja, dat mag. Maar ik kan hem ook ergens ophalen hoor, zeg het maar.’
‘Over 20 minuten ben ik met de fiets bij de Mediamarkt. Daar kunnen we afspreken.’



Henk belde, zuchtend, opnieuw met de politie.
‘Sorry, ik heb mijn vrouw niet onder controle. Ze heeft een afspraak met hem gemaakt bij de Mediamarkt. Over twintig minuten.’

Haha.

Ik bleef thuis.
Henk ging op pad, met Merlijn – iemand zou tenslotte de fiets terug moeten fietsen, mocht de operatie lukken – én Bo, die uiteraard per se meewilde, om vanaf een afstandje alles te gaan filmen. 
Een politieman in burger zou ook ter plaatse komen.
Het was allemaal reuze spannend.

Na een kwartier belde Henk: ‘Ik heb nog niemand gezien. En ik vind het ineens eigenlijk helemaal niet leuk meer. Moet ik straks een arme junk laten oppakken.’
Ik begreep het.
Want ik vond het eigenlijk inmiddels ook zielig.
Het is raar, maar ik heb een beetje een zwak voor junks.
En dat is stom, want junks hebben geen zwak voor mij, dat weet ik ook wel.
Maar ja.

Meteen nadat ik had opgehangen ging de telefoon opnieuw. Het was de verkoper, met een onverwacht bericht: ‘Ik heb hem niet meer, de fiets. Ik was even bij een vriend en toen ik weer buiten kwam was hij weg. Gestolen.’
‘Joh,’ antwoordde ik, ‘hoe kan dat nou?’
‘Ja, fietsen worden vaak gejat in Groningen hè. Dat gebeurt. Ik had hem ook gewoon op slot gezet.’
(Waarbij ik moest grinniken om het woordje ‘ook.’ Klopt. Merlijn had hem óók gewoon op slot gezet.)

‘Oh,’ zei ik. ‘Nouja, niets aan te doen hè.’
Want wat kun je anders zeggen.

Dus ik belde Henk maar weer.
Die vervolgens – nadat er nog even een man onopvallend was langsgelopen en vanuit zijn hoodie had gefluisterd: ‘Niet gelukt?’, waarop Henk had teruggefluisterd tegen de agent: ‘Nee, niet gelukt.’ – onverrichter zake met de kinderen naar huis terugkeerde.

Vijf minuten later zag ik dat de fiets van marktplaats was verwijderd.
De dief/verkoper had blijkbaar (hoe dan ook?) nattigheid gevoeld.

Damn.

De fiets die we ’s middags al als verloren hadden beschouwd, maar die voor eventjes weer binnen handbereik had geleken, was nu voorgoed weg uit ons leven.


We hadden het misschien heel anders aan moeten pakken.
De politie erbuiten moeten laten.
Ik had gewoon meteen moeten zeggen: ‘Ja, kom maar brengen.’
En als hij dan met de fiets voor de deur had gestaan had ik gezegd: ‘Mooi, dank je. Ik betaal je geen 45 euro helaas, want het is de fiets die je vanmiddag van mijn zoon hebt gejat. Maar je hebt blijkbaar geld nodig, dus hier heb je een tientje.’

Zoiets.
Slaat ook nergens op, maar toch.

vrijdag 13 februari 2015

De kat bij de Jumbo

Bij de entree van 'onze' Jumbo, zit op de inpakplank, boven de lege dozen, regelmatig een kat.
Dat is misschien een beetje vreemd, dat vond ik de eerste keer ook, maar mensen wennen over het algemeen snel aan nieuwe dingen, dus inmiddels is het een heel vertrouwd beeld.

Ik heb geconcludeerd dat het de kat van de straatkrantverkoper moet zijn. Dit aan de hand van de constatering dat de kat er nooit zit als de straatkrantverkoper er niet is, en andersom. (Er is een groot detective aan me verloren gegaan.)

Maar die kat gaat dus altijd met hem mee. Ik vind dat zo schattig! Hij blijft in de winkel rustig zitten wachten, tot het weer tijd is om weg te gaan. Af en toe krijgt hij een aai van een langslopende klant. (Dat denk ik tenminste; er zijn vast meer mensen die dat doen.)


Het is serieus de beste kat die ik ken. (Van de katten die momenteel in leven zijn, dan. Want de allerbeste kat ooit was natuurlijk Bram; mijn eerste grote liefde. Over wie ik na vijfentwintig jaar nog steeds niet kan vertellen zonder te snotteren. Want het liep niet zo goed af. Traumatisch, zelfs. Maar genoeg hierover.)

Als je hem over zijn kop aait, deze kat in de winkel, dan doet hij zijn ogen dicht. En dan voel je prr prr, onder je hand. Precies zoals een goede kat betaamt.



Sinds onze verhuizing, bijna een jaar geleden, doen we onze boodschappen in de Jumbo, hier om de hoek. Aan de rand van de Oosterparkwijk. Ik kende de Oosterparkwijk voorheen alleen van de reputatie; ik had er niet echt een beeld bij.
Nu wel.
De overstap van de door studenten en ‘binnenstadjers’ bevolkte Albert Heijn naar onze nieuwe supermarkt, was, hoe zal ik het zeggen, een soort antropologisch avontuur.
Het is echt wezenlijk anders. Je staat bij de kassa altijd wel achter iemand die alleen vijftien halve-literblikken bier afrekent en een bifiworstje.
En de stoep voor de ingang is een populaire hangplek van een groep alcoholisten.
De kinderen vonden dat in het begin nogal een uitdaging. (Maar mensen – en in het bijzónder kinderen – wennen over het algemeen snel aan nieuwe dingen, dus etc.)

Ik kan wel met ze. Ze vinden mijn fiets leuk. En ze weten inmiddels dat ze geen lege blikjes in mijn mand mogen gooien.

De straatkrantverkoper hoort er niet bij, hij staat een eindje verderop, dichter bij de deur. Hij hoort alleen bij zijn kat.


Ik ben dol op katten.

Daarmee ben ik niet uniek, dat weet ik, alleen al gezien het aantal kattenfilmpjes die voorbijkomen in mijn tijdlijnen. Na pornofilmpjes zijn kattenfilmpjes de meest bekeken filmpjes op het internet, las ik ergens. En ik geloof dat.

Wat me iets unieker maakt, is dat ik heel (heel heel) erg van katten hou, maar géén kat héb.
Sterker nog: ik mag het woord ‘kat’ eigenlijk niet eens hardop uitspreken, thuis.
Want daarmee kwets ik mijn man.
Henk is namelijk allergisch voor katten.
En omdat ik tweeëntwintig jaar geleden bij mijn volle verstand de keuze heb gemaakt voor een leven mét hem – en dus zónder katten – mag ik nu nooit meer zeuren.

En daar heeft hij natuurlijk wel een beetje een punt.
Maar ja: ik was jong en onbezonnen!
En al meer dan twintig jaar heb ik mijn mond gehouden!
En nu kan ik het niet ineens niet meer onderdrukken: het moet eruit!


Ik denk dat het de midlifecrisis is.
De een gaat zijn motorrijbewijs halen, ik wil een kat.
Of zelfs: twee katten.
Twee jonge katjes.
Straks, in het voorjaar.
Het gaat heus niet gebeuren, dat snap ik ook wel, maar ik wil het, ik wil het, ik wil het.

(...)

Ik ben zelfs zover gegaan, dat ik man en zoon (want ja, die ook..) heb opgedragen toch nog een keer een allergietest te doen. (Misschien zijn ze er inmiddels overheen gegroeid…?)


Hopend op een wonder (playing the karma-card again) ga ik morgen maar eens een straatkrant kopen.



Kan ik meteen even een fotootje maken van de kat.
Want ik heb er nu alleen een van zijn lege plekje.

Kijk, daar zit ie dan, naast de infokiosk.

Zo heet zo’n ding. #wistjeniethe






Edit 4 maart: