dinsdag 15 april 2014

De Oosterhoutjes


Kijk, dit is het kozijn van onze voordeur.





We hebben twee bellen. Een klingelbel, waar je je totaal van naar de kloten schrikt als je toevallig in het halletje staat (weet ik inmiddels uit ervaring), en een drukbel, die een vreemd geluid maakt, dat ik nog steeds in eerste instantie niet kan thuisbrengen.
Het is even wennen; in ons vorige huis hadden we een bel die zo zacht was dat we hem nauwelijks hoorden – in de woonkamer al helemaal niet. (Wat best lekker rustig was, realiseren we ons nu.)
En dat ik nu ineens twéé nieuwe geluiden tegelijk moet adapteren helpt ook niet echt.
Jaja, het is vreselijk allemaal.
Haha.
Nee.

Waar ik het eigenlijk over wilde hebben, is het naambordje, dat tussen de twee bellen in hangt. 
Oosterhout.
Zo heten wij niet, het is de naam van de vorige bewoner.
De eerste dag dat we hier woonden heb ik geprobeerd het bordje los te schroeven, zonder resultaat. De schroefjes zitten volledig vastgeroest. Misschien dat het zal lukken met een of ander roest-oplosmiddel, maar pff wat een gedoe. Of ik zou met grof geweld kunnen proberen het bordje eraf te roppen, met behulp van een plamuurmes ofzo, maar dat is ook zo wat.
En bovendien: wat dan?
Moet er dan een nieuw bordje op?
Ze zijn allemaal even vreselijk, zag ik, toen ik stiekem even ging kijken op www.naambordjes.nl. Of je nou kiest voor landelijk, klassiek, industrieel of modern, voor metaal, hout of plexiglas.
En moeten we dan heel hip Henk, Yvon, Bo, Merlijn en Loïs doen? Of alleen onze achternaam? Met familie ervoor? Haha.
We kunnen ook iets joligs doen als Hier wonen wij. Of Wacht u voor de hond.
U begrijpt het al, daar komen we voorlopig niet uit.

Momenteel gaan we dus door het leven als 'de Oosterhoutjes'.
(Er zijn al zeker zeventien mensen binnengekomen die geestig riepen: ‘Woont hier de familie Oosterhout?’ Dat krijg je. En wij elke keer weer beleefd lachen.)

Ik denk dat we het voorlopig maar zo laten.
Ik wou tenslotte altijd al een alias.


En als u me nu wilt excuseren, ik duik nog even in de reissectie van het internet.
Eens kijken of we kunnen besluiten waar de Oosterhoutjes naar toe gaan in de zomervakantie.

vrijdag 4 april 2014

Het einde van iets



Voor u dit leest MOET u eerst dit lezen.

Nouja, u moet natuurlijk helemaal niets, maar als u het niet doet mist u mogelijk de impact van het komende verhaal.
Nja.
Zie maar.
Het gaat over een lampje. Over het mooiste lelijke lampje van de wereld, dat op een bijzondere wijze in ons bezit is gekomen en al 21 jaar op onze slaapkamer staat.

Zo'n tien dagen geleden pakte ik het lampje van de kast om het in een verhuisdoos te stoppen en ik kreeg de schrik van mijn leven.
(Bij wijze van spreken dan, want ik schrik natuurlijk niet zo gauw. Maar toch.)

Húh?!?

De prachtige witte lelie was ineens een soort van…. zwart.

Nog even dacht ik dat ik het niet goed zag. Dat het met de lichtinval te maken had. Of dat ik me het lampje gewoon niet goed herinnerde; ik kijk immers niet dagelijks naar alle dingen in huis.

'Henk,' checkte ik, 'vind jij ook niet dat ons lampje eh… er anders uit ziet?'
'Euh,' zei Henk, 'dat is gek.'
Hij opende de glazen bol open en een enorme putlucht kwam ons tegemoet. Echt, hè: wat een stank. De bloem in het water was volkomen bedorven. Verrot.
Ik wist niet dat plastic bloemen konden bederven, maar dat kan dus, na 21 jaar.
(Of langer; wie weet hoe lang het lampje al bestond voordat wij het uit het hotel meenamen.)


Krampachtig probeerde ik er geen betekenis aan te hechten.
Maar dat was natuurlijk onmogelijk.
Want het lampje hád al betekenis.
En als dit lampje symbool stond voor onze liefde, WHAT THE FUCK BETEKENDE DIT DAN?
En waarom net nú?
We hebben verdorie net een nieuw huis gekocht!
Nu uit elkaar gaan zou echt een enorme financiële ramp zijn!

'Wat betékent dit, wat betékent dit,' piepte ik paniekerig.
'Joh,' zei Henk. 'Je moet het maar zo zien, het is het einde van iets, maar het begin van iets nieuws. We gaan een nieuwe fase in.'
Hm, bromde ik.
Hm. Een nieuwe fase.

Veel tijd om er bij stil te staan had ik niet, er moest tenslotte verhuisd worden.
En ik vergat het maar zo'n beetje.

Tot ik een paar dagen geleden de betreffende doos uitpakte en het lampje –  een lege glazen bol en een voet met fitting – tevoorschijn haalde.
'Een nieuwe fase, dus,' sprak ik dapper. En dacht aan de drie grote rode plastic rozen die ik zojuist uit een andere doos had getoverd.
Ik frunnikte een van de rozen in de lamp en was aanvankelijk best tevreden.
Minstens zo kitscherig als de lelie, maar dan ánders; heel goed, voor bij de nieuwe fase.
Tot ik 's avonds het lichtje aanknipte.
Oeh!




Nee, dit was het toch niet helemaal, zacht gezegd.
Ik weet niet hoe de nieuwe fase eruit ziet, maar in elk geval niet zo.

Maar wat dan, hè?
Wat nu?
Proberen bij de Xenos toch maar een nieuwe lelie te vinden?
Dat voelt ook zo als iets geforceerd in stand houden.
Loslaten, moeten we.  (Een nieuwe fase.)

Misschien moet het wel helemaal anders. Misschien moeten er badeendjes in. Of een schatkist. Of een kasteel van lego.
Ik weet het niet.
Heeft u een idee?

Want zo is het niks. 



woensdag 26 maart 2014

Bij ons in de PC: het ranzige puinzuigertje


Het gaat hartstikke goed hoor: overmorgen verhuizen we. En het huis is heus niet af, maar af genoeg.

Het is opmerkelijk hoe wonderwel we deze ‘hell of a month’ inclusief ziekte-episode hebben overleefd; eigenlijk heb ik welgeteld maar één zenuwinzinking gehad, die was afgelopen zondag. 
Maar om daarover te vertellen moet ik eerst even een paar weken terug in de tijd.

Ik kocht een stofzuiger, voor in het nieuwe huis.
We hadden namelijk geen stofzuiger, omdat ons huidige huis is uitgerust met een centraal stofzuigersysteem. Dat klinkt fancy hè. (Dat vond ik tenminste wel, toen we destijds dit huis kochten en het als een van de USP’s werd gepresenteerd.) Alsof je helemaal niet meer zelf hoeft te stofzuigen! Dat het gewoon centraal geregeld wordt; als je de voordeur uitstapt, wordt je hele huis even vacuüm getrokken, zoiets.
Maar dat valt dus tegen. Je moet gewoon zelf stofzuigen, je hoeft alleen niet met een stofzuiger te sjouwen, want je hebt enkel een slang. Die je op elke woonlaag in een gat kunt steken, waardoor de centrale stofzuiger geactiveerd wordt. Het stof wordt beneden opgevangen in een grote stofzuigerzak, die je een keer per jaar moet vervangen. Of eens in de twee maanden misschien, voor andere mensen.
Zo, dat heb ik even goed uitgelegd zeg.
Het kon wel eens een lang verhaal worden, dit.

Ik kocht dus een stofzuiger, bij Bol.com. (Ik blijf het moeilijk vinden dat je daar ook andere dingen kunt kopen dan boeken. En ik vond het ook jammer dat ik het boekenweekgeschenk er niet bij kreeg.)
Ik bestelde een zakloos exemplaar, want dat is modern. (Dat wist ik niet, ik was er al een tijdje uit.)
Een paar dagen later werd er een prachtig, rood, lief stofzuigertje bezorgd, met een blinkend schone opvangbak, die eruit zag als alsof je er ook in kon magimixen.





Goed, door naar afgelopen zondag.
We waren aan het werk in het nieuwe huis. Ik deed een poging de slaapkamers een soort van schoon te maken.
Er was geen beginnen aan. Op de vloer lag een centimeters-dikke laag gruis. Vies grijs bouwstof, met stukken cement en stucwerk en houtsnippers en schroeven en zooi.
Ik begon maar wat te vegen (en stikte nagenoeg) en gooide met behulp van een stoffer en blik wat hoopjes puin in een zak. Op een bepaald moment wilde ik gaan stofzuigen, maar de bouwstofzuiger die er stond van de werklieden deed het voor geen meter.
Ik zag het allemaal niet meer zitten.

En net toen ik het bijltje erbij neer wilde gooien dacht ik aan mijn lieve nieuwe rode zuigrakkertje dat beneden in de kelder stond.
En ik wist dat het een slecht idee was.
Maar het was een noodgeval, dus ik deed het toch.
En oh my; dát zette zoden aan de dijk! Wat een zuigkracht! Ik kreeg er weer helemaal hoop van! Maar tegelijkertijd voelde ik me zo schuldig.
Want dit was natuurlijk helemaal niet goed voor mijn nieuwe stofzuigertje! Wiens blinkend frisse magimixkom na drie seconden was veranderd in een vies, dofgrijs afvalvat.

Ik wist dat het niet goed kon gaan.
En dat ging het dus ook niet.
Plotseling gaf het lieve stofzuigertje een ijselijke gil. Echt: door merg en been. Een ijs-e-lij-k gekrijs. Als van een kind, met een armpje in de papierversnipperaar. Zoiets ergs.

Bo en ik keken elkaar paniekerig aan en doken samen naar de knop.
‘Wat. Was. Dat,’ fluisterde Bo.
En ik liet mezelf op mijn knieeën vallen naast het ranzige puinzuigertje.
‘Oh liefje, oh liefje,’ jammerde ik. ‘Sórry, sórry.’
En toen ging ik huilen.
Tranen met tuiten.
Dat moet er best pathetisch uit hebben gezien.
Maar ja: I killed it!
Binnen tien minuten.
Hoe erg.


(Henk heeft hem trouwens gerepareerd. En ik heb beloofd dat ik het nooit meer zal doen. Aan Henk én aan het stofzuigertje, dat na een nat doekje best wel weer een beetje rood is. Alles komt goed.)

donderdag 20 maart 2014

Stemming

Stemmen, dat deed ik ook nog gisteren.
Zoals velen heb ik sterk overwogen het niet te doen. Het heeft toch geen enkele zin, dacht ik.

(Nee, de stoep warmhouden, dat heeft zin! Haha, sorry, even een eighties eruptie:





Mijn moeder van 83 ging voor het eerst niet naar de stembus. ‘Wat maakt het uit, kind, of je door de hond of de kat gebeten wordt?’
Ze heeft haar geloof in de politiek verloren.
Na tien jaar geleden ineens een ommezwaai van liberaal naar sociaal gemaakt te hebben, geeft ze er nu de brui aan. Van rechts naar links naar laat maar.

Tsja. Ik heb mijn geloof in de politiek ook al lang verloren eigenlijk.
En wie niet? De politici zelf?

Toch ging ik maar stemmen. Onder het mom van ‘tot je een betere manier heb gevonden om de wereld mooier te maken, is stemmen het enige instrument dat je hebt.’ En ook al helpt het dan geen zier (omdat het logge politieke apparaat er tussen zit dat vervolgens ook nog iets met onze stemmen moet doen), je spreekt je tenminste uit. Ofzo.
Nu denk ik: Alsof je dat ook niet gewoon op Facebook kan doen. Je uitspreken.

Nja, goed. Dat was gisteren. De verkiezingsuitslagen zijn inmiddels volledig overschaduwd door de belofte van Wilders. Van stemmen naar stemmingmakerij. (Hou zou het gaan heten? Mindergate?) 


Over stemming gesproken trouwens, bij ons zit de stemming er weer goed in!
Na een paar dagen in de absolute buikgriephel te hebben vertoefd, waarin ik het ineens allemaal helemaal niet meer zag zitten (we moeten nog zoveel doen, we moeten nog zoveel inpakken, we krijgen het nooit af, waar zijn we aan begonnen? Is het wel een leuk huis?) en ik zwaarmoedig besefte dat we alles hopeloos onderschat hebben, dat ik te vaak naar home-makeoverprogramma’s heb gekeken, waardoor ik geloofde dat je in drie dagen een heel huis kunt verbouwen en dus dacht dat we met een maand echt zeeën van tijd zouden hebben.
(Haha. Het is een bouwput, mensen. Een bouwput! De vloeren liggen nog open, overal zie je leidingen, het stucwerk is nog niet af en óveral ligt bouwgruis en stof en gereedschap en zooi.)

Met mijn koortshoofd belde ik in paniek ook nog met de tapijthandel om onze rode vloerbedekking af te bestellen, waardoor we dus nu straks (nu straks?) gewoon niets op de vloer hebben, haha, want ik wéét het gewoon niet.

Maar het is gek hè, met stemming. Want vandaag zag ik alles weer heel zonnig in! De zon scheen ook uitbundig, dus dat ging makkelijk. Ik fietste door de stad (op een nog wat bejaard tempo) en ik dacht alleen maar: wat een feest! We gaan verhuizen naar een heel leuk huis! En het is nog niet af, maar dat geeft niet! Dan maken we het wel af! We hebben elkaar en een dak boven ons hoofd en we zijn gezond! Jeuj!

zaterdag 15 maart 2014

Bij ons in de PC – next episode

Vandaag kochten we vloerbedekking. Tapijt. Voor de slaapverdieping. Want dat is lekker zacht aan de voeten.
Iedereen mocht zelf een kleur kiezen; wij zijn een zeer sociocratisch gezin.

Bo koos kobaltblauw.

Snap ik.

Loïs koos roze.

Logisch.

Merlijn koos marineblauw.

Begrijpelijk.

En wij? Wij kozen rood. Waarom?
Eigenlijk omdat ik de winkel uit wilde. De kinderen vonden het overduidelijk niet meer leuk; Merlijn hing bleekjes – herstellende van een buikvirus – op een stoeltje, Bo klaagde ineens ook over misselijkheid (en ik zag overal vloerbedekking) en Loïs was niet te doen, ze gedroeg zich als een kind waarvan ik als het van iemand anders was geweest had gedacht: tss, dat die mensen dat kind niet hadden kunnen ópvoeden, zeg.
Ja. Maar daar had ik dus even geen tijd voor, voor opvoeden.
We moesten vloerbedekking uitzoeken.

Even leek er even op dat we zwart zouden kiezen. Eigenlijk vooral omdat het een overgebleven rol betrof, van heel dure kwaliteit maar nu dan best goedkoop.
Maar ineens dacht ik: zwart? Ik ben me daar toch geen gothic ofzo. Bovendien: op zwart, zie je alles. (Behalve koffievlekken misschien.)
En toen zei Henk ineens: ‘We kunnen ook rood doen.’ En ik dacht - met een oog op mijn zwak-ziek-en-misselijke kroost: ja! Rood! Prima. Doen we.

Het leek een valide keuze op dat moment, maar inmiddels ben ik er knap zenuwachtig van.
Want ik hou helemaal niet van rood! Dat is niet waar, want ik hou wel van rode fietsen en rode schoenen vind ik ook leuk. Maar rode vloerbedekking? Rood fluffy spul onder mijn bed?
Is dat niet een beetje…? Moet er nu ook een spiegel aan het plafond?
Hm, hm, hm.
Ik hou van jaren 70 shizzle. Dus hadden we niet gewoon suffig oranje of bruin moeten nemen? Paars eventueel?

Om mijn onrust te stelpen besloot ik vanavond op Marktplaats wat te gaan speuren naar nachtkastjes. Voor op een rood tapijt.

Ik vind deze wel leuk eigenlijk.




En deze, ook al is het er maar één.





Daarna viel mijn oog op de volgende advertentie, die me in de war maakte.





Ach wat jammer, was mijn eerste gedachte: de la is weg.
Wat zou er met de la gebeurd zijn?
Was de la stuk?

En toen bekeek ik de foto’s.
Geen tekenen van een missende la.
Waar zou die la dan gezeten moeten hebben, dacht ik.
Misschien achter het deurtje?
En toen drong het tot me door:
Dit nachtkastje heeft nooit een la gehad.
Het is een nachtkastje zonder la.
Precies zoals de advertentie zegt.
Dus het klopt!
Nachtkastje zonder banaan, was ook goed geweest.


Zo, dan weet u even hoe de vlag erbij staat, hier.

woensdag 12 maart 2014

Dat met dat vliegtuig


Had ik al verteld dat we aan het verbouwen/verhuizen zijn?
Haha. Grappig hoor, Novy.
Ja.
Ik had eigenlijk een stukje willen schrijven met de titel: Loden leidingen en stalen zenuwen.
Maar daar kon ik weinig tekst bij verzinnen, want die titel zegt het eigenlijk allemaal al.


Kijk, zo is het momenteel:



U ziet: dat komt helemaal goed. Onze meubels staan daar vast prachtig, over twee weken. (Stalen zenuwen.)

Nee, wat me de laatste dagen pas écht bezighoudt, is dat met dat vliegtuig. Dat vliegtuig dat verdwenen is. Dat is toch heel gek? Een vliegtuig dat kwijt is? En dat er mensen waren die hun vermiste geliefden probeerden te bellen, en verbinding kregen! Niet dat er zich echt iemand meldde aan de andere kant van de lijn, maar de telefoons gingen wel over! En dit werd dan ook nog een soort van officieel bevestigd, door de luchtvaartmaatschappij.
Raarr! Want een telefoon die in de zee ligt doet het niet meer. En dan krijg je dus de voicemail. Op z’n hoogst.
Er waren trouwens er ook nog twee mannen met gestolen paspoorten aan boord, maar dat schijnt er dan weer niets mee te maken te hebben.

Er doen momenteel een aantal scenario’s en complottheorieën de ronde.

  1. Het vliegtuig is in de lucht geëxplodeerd. Door een bom, bijvoorbeeld. Dat zou verklaren waarom er geen brokstukken te vinden zijn; die zijn dan heel ver uit elkaar in de zee terecht gekomen zijn ‘en probeer ze dan maar eens te vinden.’ 
  2. Het vliegtuig is ontvoerd naar een verlaten vliegveld in Maleisië, waar de bemanning en passagiers worden vastgehouden. Dat zou verklaren waarom de telefoons nog over gingen. Er schijnt voor de kust van Maleisië ook olie op het zeeoppervlak gesignaleerd te zijn, maar dat bleek toch niet van het vliegtuig. 
  3. Het vliegtuig is ontvoerd door buitenaardse wezens. Kán. 
  4. Het is een Hollywood-stunt, om reclame te maken voor een remake van de serie Lost. Dit is wat mij betreft het meest logische scenario, want dat was natuurlijk het eerste waar ik ook aan dacht. Niet perse aan een Hollywood-stunt, maar wel aan Lost. Mén! Dacht ik. It’s really happening! Hoewel het ook meteen weer een wat vreemd beeld gaf; het overgrote deel van de passagiers komt namelijk uit China. En dan heb je daar dus zo’n strand, met allemaal Chinezen. Geen Sawyer, geen Sayid, geen Kate, geen John Locke, alleen Jin en Sun en Jin en Sun en Jin en Sun en Jin en Sun.  




Nja, ik vind het spannend.


zaterdag 8 maart 2014

Trots zijn op je kinderen is eigenlijk raar, maar soms ben je het wel




Ik stoomde vandaag 50 vierkante meter behang af en ik wil dus nu het liefst gewoon een beetje voor dood op de bank hangen, maar ja: gisteravond vierden we een leuk hoogtepuntje, waar ik natuurlijk wel even iets over kwijt moet.
We zagen Merlijn, ons jongetje, op het grote witte doek, in de film Reporter.
En dat is raar hoor, kan ik zeggen.
Om in zo’n zaal te zitten met een kleine vierhonderd andere mensen die allemaal naar jouw kind kijken. Die een rol speelt, natuurlijk, maar toch!
Ik heb vrees ik dan ook niet echt onbevangen naar de film kunnen kijken, haha.



Maar wat een happening, alles. Het hele corps van de brandweer was aanwezig, in vol ornaat (inclusief vrouwen in galajurken waardoor ik me nogal underdressed voelde terwijl ik nog wel mijn nieuwe laarzen-met-hak aanhad.)
Oma was er natuurlijk, en de buren, en een heleboel vrienden en bijna alle juffen van school!
En toen werd er ook nog bekendgemaakt dat de film is geselecteerd voor het Filmfestival van Moskou! (Hoe zou de temperatuur daar zijn in juni?)


Kijk, zo kwamen de acteurs aan. Best spectaculair. En best hard ook, aan de oren.




Hoe het nou allemaal precies zit met die film? Bekijk hieronder het interview met Thijs Gloger, de regisseur. Die kan het veel beter vertellen dan ik. (Vanaf 10:28)

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...