maandag 8 februari 2016

Wegkijker?

Iemand vertelde me over zijn vrouw, die jarenlang op woensdagmiddag het voetbalelftal van hun zoontje trainde. Door de jaren heen waren er steeds meer islamitische kinderen in het team gekomen en op een bepaald moment kwamen er klachten: een aantal ouders vond het niet prettig dat het team werd getraind door een vrouw. Waarop de voetbalclub haar vroeg te stoppen en haar verving door een man.

Dit kwam overigens geheel terloops ter sprake, we hadden het niet over integratieproblematiek, of zelfs over politiek in het algemeen. We ging gewoon over zijn vrouw, over dat ze zo'n drukke baan heeft en sinds kort – nu ze niet meer naar de voetbal hoeft op woensdagmiddag – weer vijf dagen werkt.

Maar het bleef door mijn hoofd spelen.
Huh? dacht ik.
Maar....ehm…?
Hadden we niet..?
Deden we in Nederland niet dat….?
Huh?
Ik dacht aan Aletta Jacobs en aan de Dolle Mina’s.

En toen galmde ineens de stem van Geert door mijn schedel. Hij riep iets over 'verislamitisering van de samenleving.' 
Sssst! riep ik.
Ik ben namelijk een ontzettend links watje. Tot de vluchtelingencrisis verhoud ik me als volgt: ‘Kom maar hoor, kom maar hier. Kom maar mensen, wiens huis is kapotgeschoten, wiens kinderen bang zijn en hongerig, kom maar, na die ellendige toch met een bootje over de zee en op je blote voeten door het bos,  kom maar, hier is het veilig. Hier zijn geen bommen, hier is vrede.’

Maar nu schrok ik dus plotseling. Ben ik misschien …. te naief?

Als ik denk aan vluchtelingen, dan denk ik aan mensen. Mensen, zoals ik er ook een ben. Mensen die menswaardig moeten kunnen leven. Mensen die van hun kinderen houden en ze veilig willen laten opgroeien.

Ik denk in eerste instantie, zo besefte ik dus ineens, niet aan de religie die ze meebrengen.
Ik heb daar namelijk niet zoveel mee. Met religie in het algemeen.
Ik weet natuurlijk dat er veel mensen zijn die in God of in Allah geloven, maar dat negeer ik altijd maar zo’n beetje. Niet als fenomeen, maar wel in het dagelijks leven. En dat gaat me prima af.

Ik ben voor vrijheid van godsdienst. Ja hoor, iedereen doet maar. Is er een moskee voor nodig? Dan bouwen ze maar een moskee. Hoofddoekjes? Ook prima. Zolang ik mijn lokken maar mag laten wapperen, haha.

Haha.

En toen dacht ik dus weer even aan de voetbalclub.
En daar was Geert ook weer. Wegkijker! riep hij.
Hou je mond! riep ik terug. 
Laat me even denken!



In beschouwing nemend dat de toename van de bevolking in Nederland door de asielzoekers nog steeds maar heel klein is, zelfs als het nog een tijdje doorgaat (dus waar hebben we het eigenlijk over?), is het tegelijkertijd wel zo dat procentueel het aantal (streng) gelovigen meer dan evenredig stijgt. (Want hoeveel atheïsten zouden er zijn onder de Syrische vluchtelingen?) Een toename, bovendien, door een geloof dat behoorlijk bepalend is voor de normen en waarden.
Normen en waarden die hoe dan ook invloed zullen hebben op ‘onze’ maatschappij. En die niet perse altijd stroken met bepaalde nationale morele verworvenheden. (Voetbalclub.)

Als we een multiculturele samenleving nastreven (wat we tot op zekere hoogte al zijn, maar wat nog veel meer zal toenemen, want grenzen dicht? hoe dan? ik geloof daar eerlijk gezegd niet in. Omdat ik vind dat het niet moet, maar ook omdat ik niet inzie hoe het kán; want wat is de uiterste consequentie? Gaan we mensen aan de grens doodschieten? Ik denk ik stel de vraag even) dan moeten we ons ervan bewust zijn dat er aan die verworvenheden geknabbeld gaat worden.
En dat niet erg vinden.

Ik ben maar weer eens heel erg blij dat ik niet in de politiek zit.

Je zou hier toch maar een mening over moeten hebben.


zondag 24 januari 2016

Meet Anna Pushkin


In de kerstvakantie vond ik een doos. Met klein speelgoed. Poppetjes, beestjes, poppenhuismeubeltjes, autootjes, verdwaalde legoblokjes, AH- mini’s, etc.
Speelgoed waarmee nooit gespeeld wordt, en werd.
Ik bedacht ineens dat ik daar iets mee moest.
(Waar ik bij moet zeggen dat ik enigszins overwerkt was en overprikkeld van die hele decembermaand, en de intense behoefte had aan iets sufs.)

Dus ik kocht een letterbak op Marktplaats en begon aan mijn euh...project.
Zo noemde ik het maar.
De kinderen vonden het geloof ik wel een soort van grappig, maar zaten er vooral meewarig bij te kijken. Elke avond na het eten ging ik een tijdje zitten spelen. Ik kan niet vertellen hoe vredig ik werd van kleine plastic teddybeertjes op kleine plastic paardjes lijmen. Van poppetjes en dingetjes bij elkaar verzinnen die samen een verhaaltje vertellen.
(Mijn lievelings is Minnie Mouse die cello speelt op een fluitje in de vorm van een gitaar, in haar kamertje met bloemen.)

Het valt nog knap tegen hoeveel tijd er in is gaan zitten, trouwens.
Maar vandaag was het af.




Net op tijd, want er is een nieuw project: Project poes.

Toen we eenmaal weer reëel denkende mensen waren geworden, die niet meer verwachtten dat Lotje terug zou komen lopen, besloten we tot de aanschaf van een echte, eigen kat. (Lotje heeft ons doen inzien dat we een kat nodig hebben – laat dat haar taak zijn geweest.)
Dus togen we naar een asiel in Drachten. Voor een poesje dat we hadden gezien op de ‘ik zoek baas’ –app. Het bleek er niet meer te zijn en we werden doorverwezen naar een andere kattenopvang, die op dit moment geen plaatsbare katten had en ons ook weer doorverwees, tot we uiteindelijk bij een asiel/pensiontoestand diep in de krochten van Friesland besloten Anna mee naar huis te nemen.

Nu vind ik Anna eigenlijk een wat moeilijke naam voor een kat.
Meer iets voor een boot.
(Ik heb een kat. Ik heb een hele leuke splinternieuwe kat. Haar naam is Anna en ze zit hier op de mat.)

Dus we vroegen ons voorzichtig af of het done zou zijn om haar – ze is tenslotte pas anderhalf – te hernoemen.
Want dat is een van de leuke dingen van een dier nemen. En van een kind krijgen, for that matter. Dat je een naam mag verzinnen.
Ik heb ook altijd een heleboel namen op voorraad. (‘Als ik ooit nog een schaap krijg dan noem ik hem Woll-e’ – op die manier.)

Zo heb ik heb Oedi altijd een leuke naam gevonden voor een kat.
Oedi-poes. Vooral voor de wat complexere kat.
Of Nails. Geinig en tóch chic.

We besloten voorlopig maar tot een compromis: Anna Pushkin.
Roepnaam Pushkin. Afgekort: Poes. (Prima!)

Maar we moeten nog maar zien, hoor.
Ik merk nu al dat ik haar steeds Koetje noem.
Dus wie weet wordt het nog Bertha 3.
Of het blijft toch gewoon Anna.

Hoe dan ook, ze is heel erg lief. Heel.

Ik denk dat ik de mensen ga doodgooien met kattenfilmpjes de komende tijd.


 








Edit: Iemand met verstand van zaken attendeerde me erop dat achternamen in Rusland een vrouwelijke vorm kennen. Het zou dan in dit geval dus Anna Pushkina moeten zijn. 
Uit te spreken als: Anna Púshkina. (Zoals Anna Karénina.) 
Waarvan Akte.

Voorlopig is het voor mij trouwens Koetjepoes.  





zaterdag 9 januari 2016

Documentairetip: Making a Murderer

Ik las een paar dagen geleden ineens dit: Waarom de halve wereld kijkt naar Making a Murderer.

En ik dacht: oké, de halve wereld doet iets en ik hoor er weer eens niet bij.
Dat gebeurt vaker. En meestal schep ik er met mijn tegendraadse natuur ook wel een zeker genoegen in, om bij de andere helft te horen.
Maar nu was er toch iets dat me triggerde.
Dus ik ging éventjes kijken. Op Netflix.
Na het eerste halfuur dacht ik nog: Neh. Ik geloof niet dat ik hier zin in heb.
En daar had ik misschien beter naar kunnen luisteren.
Want ik bleef dus kijken, en nu zit ik gevangen.

Het gaat over Steven Avery, die opgroeit op een autosloperij in een enigszins asociale setting (‘trailer trash’) en op zijn drieëntwintigste naar de gevangenis moet wegens verkrachting. 
Onschuldig, zo blijkt na achttien jaar, wanneer de echte dader gevonden wordt.
Hij komt vrij en pakt zijn leven weer op. Hij besluit een aanklacht in te dienen tegen de sheriff en de officier van justitie, die aantoonbaar grote fouten hebben gemaakt in zijn zaak.
En dan…. wordt hij beschuldigd van moord.

Meer zeg ik niet. Dit was misschien al wat veel.


Maar het is dus. Echt. Verschrikkelijk.
Ik heb in mijn hele leven nog nooit iets gezien op de televisie dat zo FRUSTREREND!! is als dit. (Just what I need in life. Hm.)


We zijn pas in aflevering 4 (van de tien) en ik kán al niet meer.
Ik trek letterlijk de haren uit mijn kop.
‘Hoe dan, hoe dan toch?!’ schreeuw ik naar het scherm.
En vervolgens doe ik weer heel hard van 'LALALALA', met mijn vingers in mijn oren.
Ik wil echt dingen naar de tv gooien.
Zo erg is het.
Ik weet gewoon niet wie ik het ergst haat: Kocourek, Vogel, Colborn, Lenk of die verschrikkelijke roodharige engerd waarvan ik even zijn naam kwijt ben, oja Kachinski! Zijn grijns wil ik wel van de beeldbuis afspúgen!

Tussendoor moeten we steeds de tv op pauze zetten, omdat Bo en Merlijn ook totaal gegrepen zijn (of het eigenlijk pedagogisch verantwoord is dat ze meekijken weet ik even niet) - maar het af en toe niet meer kunnen volgen. En logisch ook. Want ik snap er ook geen flikker van!
(En tegelijkertijd ook weer wel, dat maakt het zo griezelig.)

De boekjes van Piet Polies kunnen met terugwerkende kracht het haardvuur in.
‘Maar die meneer is toch een rechter? Die moet toch eerlijk zijn?
‘Waarom doet die politiemeneer zo gemeen?’
Het is enger dan The walking dead.
Het is de totale omkering van goed en kwaad.

En echt gebeurd dus.
Soort van. (Want het blijft natuurlijk een geregisseerde documentaire.)


Wat ook niet helpt is dat de familie waar het om draait een gemiddeld IQ heeft van 70. 
Ze begrijpen nauwelijks wat hen allemaal overkomt. Ook letterlijk niet. Het is…. zo ongemakkelijk, allemaal.
(Zoon, 16 jaar, aan de telefoon vanuit de gevangenis: ‘Er staat in de brief dat er inconsistenties zitten in mijn verklaring. Maar ik weet niet wat inconsistenties zijn.’ Moeder: ‘Nee, dat weet ik ook niet. Ik hou van je, jongen, hou je taai hè.’)


Aan het eind van aflevering 3 dacht ik werkelijk dat ik gek werd.
Echt, het had geen kwaad gekund als ik even in een zakje was gaan blazen.
Ik kon niet op de bank blijven zitten. Ik stond op het kleed te springen en tegen de tv te schreeuwen. (En of dát pedagogisch verantwoord is weet ik ook even niet.)


Maar om u dus de kans op zo’n opwinding niet te onthouden – en stiekem onder het mom van ‘gedeelde frustratie is halve frustratie’ – is hier dus mijn tip:

Making a Murderer (klik = trailer)

Gaat dat zien.


(Oh. Ik zie nu dat Arjen Lubach het er ook over had in DWDD, vanavondNouja, we zijn het geloof ik wel aardig eens.)



zondag 27 december 2015

Karma drain

En toen gebeurde er iets, wat we met de beste wil van de wereld niet hadden kunnen voorzien.

Lotje, u weet wel: niet onze poes, is..... verhuisd!


We hadden eigenlijk net zo’n beetje besloten dat het zo niet langer kon.

Lotje was hele dagen bij ons, ging om een uur of zes even naar huis om te eten (behalve wanneer die noodzaak er niet was omdat we per ongeluk de kaas hadden laten slingeren op het aanrecht) en kwam een paar uur later weer terug.
De laatste tijd was ze gedurende de nacht ook bij ons in bed, omdat we wisten dat ze na 22:30 uur niet meer naar binnen kon in haar eigen huis (geen kattenluik) en het ’s nachts koud was – en we haar bovendien ook met geen stok naar buiten kregen.

Als je er verder niet over nadacht, was het eigenlijk een prima gang van zaken. 
Maar het knaagde – niet onterecht blijkt nu – toch wat aan mijn karma: we hadden een wel-de-lusten-maar-niet-de-lasten-kat waar we de hele dag mee konden knuffelen, maar die ondertussen ergens anders gemist werd.



Enigszins gesterkt door de reacties op de 'Wat zou u doen' in de Volkskrant van vorige week (die overigens verontrustende overeenkomsten vertoonde met onze situatie) had ik een soort van adoptievoorstel uitgedacht. Daar moesten we in het nieuwe jaar maar eens wat mee gaan doen.

Ook al achtte ik de kans van slagen uiterst klein.

Wanneer Lotje wat erg veel bij ons was geweest – als we bijvoorbeeld een paar dagen achter elkaar de spreekwoordelijke kaas op het aanrecht hadden laten slingeren – kwam er steevast een berichtje van haar baasje: Is Lotje bij jullie? We hebben haar al dagen niet gezien en we missen haar zo.
Au.
En dan zetten we haar maar weer resoluut en schuldbewust buiten de deur.

Zo ging het ook op de donderdag voor de kerstvakantie.

Maar 's avonds kwam ze niet terug.
En de volgende dagen ook niet.
Op zondag zei ik: ‘Ze houden haar binnen denk ik. Arme Lotje. Nu wordt ze gestraft omdat wij haar zo lief vinden.’

Maandag hield ik het niet meer uit. Waar de fok was Lotje?
Ik stuurde een sms, lichtelijk schijnheilig: Nu hebben wij Lotje al vier dagen niet gezien. Ik hoop dat ze bij jullie is?

Aan het begin van de avond, we zaten net klaar op de bank om een film te starten (Hachi– a dog’s tale), kwam er antwoord.
Ik las het bericht.
Ja, sorry, het ging ineens allemaal heel snel, we hadden nog even langs willen komen met Lotje, zodat jullie afscheid konden nemen, maar dat lukte niet meer. We zijn verhuisd. Naar Glimmen. Bedankt voor de goede zorgen voor onze kat.

Ik slaagde een ijselijke gil.
‘Wat is er? Wat is er,’ riep iedereen.
‘Het is heel erg! Het is heel erg!’ kon ik niets anders uitbrengen.

Totaal in shock waren we.
Onze Lotje.
Zomaar bruut uit ons leven gerukt.

Uit het veld geslagen gingen we toch maar naar de film kijken.
Over een hond die negen jaar lang bij het station blijft wachten op zijn baas – die nooit meer uit de trein zal stappen omdat hij is overleden aan een hartaanval.
Bij de afloop moesten we allemaal huilen.
Om Hachi.
Maar vooral om Lotje.
Heel hard.

Ik sms’te iets volwassens terug: Ik hoop dat Lotje een goede start kan maken in haar nieuwe omgeving. En jullie natuurlijk ook. We hebben erg van haar genoten: wat een lieve poes.


Maar we rekenen er natuurlijk gewoon op dat ze terug komt lopen.
Dat hoor je wel eens, toch? Dat katten dat kunnen? Honderden kilometers, soms.
Van Glimmen naar Groningen is maar vijftien.

Zucht.

(Doe maar niet, Lotje. Veel te gevaarlijk. Er zijn zoveel auto's....)








maandag 21 december 2015

Filmtips voor met de kinderen


Ja sorry, het is een titel van niks, sowieso grammaticaal, maar ook inhoudelijk, want hoezo ‘de kinderen’? Welke kinderen? Wat voor kinderen? Van hoe oud?

Laat ik anders beginnen.
Wij hebben thuis een gezamenlijke hobby: films kijken.
We kunnen ook heus heel leuk samen in het bos wandelen, in de zee zwemmen en koekjes bakken, maar collectief het allergelukkigst zijn we wanneer we met z’n vijven naar een film kijken die precies goed is.
Voorwaar nog geen sinecure trouwens: een film vinden die precies goed is, met onze uiteenlopende leeftijden en voorkeuren (Loïs (7): Frozen, Merlijn (12): The Hobbit, Bo (13): The Hunger Games, Henk: A Clockwork Orange, ik: Los Amantes del Círculo Polar. Of lost in Translation. Of Magnolia. Of the Sheltering Sky. Of Fargo. Of Extremely close and incredibly loud. Of

Maar soms lukt het en dan is er magie.
Ik dacht laat ik die titels eens delen; wie weet heeft iemand er nog wat aan, in deze kerstvakantie. Want Home Alone hebben we inmiddels allemaal wel gezien.


Een top vijf.


Holes
Deze film is echt…..fantastisch! Als in: hoe krijg je het verzonnen. Over een jongen die in een soort opvoedingskamp terechtkomt, waar hij samen met de andere jeugdige bewoners de hele dag om een onduidelijke reden gaten moet graven in de woestijn. Het plot is compleet waanzinnig. 
Ik heb een paar mensen horen zeggen dat het boek beter is, maar dat kan me niet schelen want ik las het boek lekker niet. We zagen alleen de film. En die was leuk. Héél leuk.



Het was al het lievelingsboek van Bo; De zomer van Winn Dixie.
Over het meisje Opal, dat met haar vader, die dominee is, net verhuisd is naar een klein stadje in Florida. Ze is ongelukkig en mist haar moeder, die hen heeft verlaten. Maar dan vindt ze in de supermarkt een grote vieze zwerfhond; een hond met een glimlach. Ze mag hem houden en met Winn Dixie (ze geeft hem de naam van de supermarkt) aan haar zijde maakt ze een heleboel bijzondere vrienden en wordt alles beter, ook de relatie met haar vader. 
Klinkt een beetje Disney zo, is het niet.  



Nim’s Island
Een heerlijke film. Over een meisje dat op een onbewoond eiland woont in een waanzinnig huis, met haar vader die onderzoek doet naar plankton. Haar vrienden zijn een zeeleeuw en een pelikaan. Als haar vader op een dag niet terugkeert van een expeditie op zee, roept ze per email de hulp in van de schrijver van haar favoriete avonturenboekenserie. 
Een echte feelgood movie. Grappig, bij vlagen behoorlijk spannend en nog vét romantisch ook.



 Little Miss Sunshine (12+)
Hilarisch en hartverwarmend. (En oké, onderhuids ook treurig en schrijnend, maar dat ontging onze kinderen probleemloos.)

Bron: Cineville

Moonrise Kingdom (12+)
Echt. Zo’n. Rare film.  Over padvinders. Totally weird (warning!), maar staat garant voor verwondering en uiteindelijk onverwachte ontroering.





Joe, merry Xmas!



Ik heb er overigens nog veel meer, van die 'filmtips voor met de kinderen'. Maar dat zijn voornamelijk films die niet per se voor Loïs geschikt zijn. Dus eigenlijk 'filmtips voor met de tieners'. Ik deel ze graag, dus roep maar.

dinsdag 8 december 2015

Game changer



Taalnazi’s(?) zijn de beste mensen op deze aardbol las ik laatst op Facebook, dus ik zou mezelf verloochenen als ik niet even zou reageren op de uitslag die vandaag bekend werd gemaakt, van een onderzoek naar welk woord wij Nederlanders het afgelopen jaar het irritantst vonden.

Op nummer 1 is geëindigd: me.


En dat vind ik dus raar.
Want ‘me’ is een prima woord.
Niks mis mee.

Maar – aha!– het gaat hier om ‘me’ als bezittelijk voornaamwoord.
(Me moeder, me huiswerk, me nieuwe schoenen.)
Ja, dat is inderdaad VERROTTE IRRITANT, ja!





Maar ik vind dus, want ik ben nou eenmaal een zeur, dat ‘me’ heus een terechte winnaar is, maar dan wel in een andere categorie: 'Woorden die ergerlijk verkeerd worden toegepast.' (Of zoiets.)

Daar zou het echt op 1 mogen staan:‘me' waar men eigenlijk mijn bedoelt.
En dan op 2 bijvoorbeeld: 'onnavolgbaar' in de betekenis van 'niet te snappen/volgen'.
En 'gelijk', als je 'meteen' wilt zeggen, op 3.
Op 4: 'stukje, als het gebruikt wordt voor immateriële zaken zoals erkenning, zelfvertrouwen, mededogen, introspectie, feedback of rouwverwerking'.
Op 5: 'Bedoeling' waar men 'bedoening' bedoelt.
En op 6 (dank, Katja, die was ik vergeten!): 'is', in plaats van 'eens'. ('Help is een handje!')


Van mij had papadag mogen winnen. Want dat moeten we niet meer willen met z’n allen.


Ik weet trouwens ook al een kanshebber voor volgend jaar: Game changer.
Onthoud wat ik zeg!
Misschien dat u het nog niet eens (zo vaak) gehoord heeft, maar geloof me: volgend jaar zijn we er allemaal zat van.
(En jaja, het zijn twee woorden, maar de regels van het spel zijn hartstikke soepel heb ik vandaag geleerd. Diervriendelijk vlees, dat zijn ook twee woorden. (Diervriendelijk vlees!?) En anders schrijf ik het wel aan elkaar: Gamechanger. Wat kan het schelen.)


Maar nu toch nog even dit.
Eigenlijk hè, als we consequent zouden zijn, dan zou – net als ‘me’– ook het woordje ‘je’ als bezittelijk voornaamwoord verboden moeten worden.
Want dat is precies hetzelfde!

Dat moet op een bepaald moment in de geschiedenis ook gebeurd zijn: dat sommige mensen ineens ‘je moeder’ en ‘doe je jas aan’ gingen zeggen, in plaats van 'jouw moeder' en 'jouw' jas.
En irritant dat dat was! Voor die ene helft van onze voorouders, van een generatie of vier, vijf geleden! 



Disclaimer:
Ik ben een taalnazi van niks. Because I don't really care.
Het is in feite taalpurisme tegen wil en dank; het strookt helemaal niet met mijn anarchistische inslag. Het gaat zoals het gaat, namelijk.

Zoals ik jaren geleden al eens schreef, in een column over dit onderwerp:

"...... Taal is een organisch ding, immers. Taal ontwikkelt zich voortdurend, onder aanvoering van de gesproken variant. En dat is maar goed ook, het zou gek zijn als we nog steeds Neerlandsch zouden spreecken. Zo bekeken is het dus eigenlijk heel onnatuurlijk, en ijdel bovendien, om zo’n taal op een bepaald moment tot stilstand te dwingen en te vangen in een ‘Grammatica’ en een boekje met een groen kaftje en daaraan vervolgens te onlenen hoe het hoortBoehoe! De taalpurist in mij en de realist voeren een bittere strijd."