donderdag 22 december 2011

Een kerstsp(r)ookje

Het lijkt wel een sprookje. Een kerstsprookje.
We vonden net in onze kast een kistje.
'Wat is dit?' vroeg Henk.
'Ik weet het niet' zei ik. 'Het lijkt wel een soort vioolkistje.'
We maakten het open.
En staarden naar een mini-cello.
Vol ongeloof.
Er lag hier zomaar een prachtig klein muziekinstrumentje in de kast!
Ik pakte het voorzichtig op, streek met de strijkstok langs de snaren en er klonk de mooiste, zuiverste toon die ik ooit hoorde.

Okee. Dat laatste is niet waar; er kwam helemaal geen geluid uit. Maar verder: sprookjesachtig hè.
Mysterieus ook.






Edit 25-12-2011. Het bleek de cello van de barbie van Vera, Bo's vriendinnetje.
Natuurlijk. Sommige barbies spelen cello.

maandag 19 december 2011

Te Koop



Kijk. Dit is ons huis. Dat staat vanaf vandaag te koop.
Ja, (nog) niet officieel bij een makelaar ofzo, maar toch: Te Koop.
Als u een goed bod doet mag u het zo hebben.

Op de foto’s ziet u het huis in de zomer en in de winter. Nou waren dat toevallig de enige twee foto's die ik kon vinden, maar het is best toepasselijk: kunt u meteen zien wat een ideaal huis het is in beide jaargetijden.
Een tuin zit er niet bij overigens, dat u dat even weet. Wel een 'achterom' met fietsenschuur, een waanzinnig (!)  dakterras en een eigen parkeerplaats.

Ik zal binnenkort een webpage maken met meer informatie en meer foto’s en plattegronden, maar vanaf vandaag kunt u in principe al contact opnemen om een afspraak te maken voor een bezichtiging.
Eerlijk gezegd zie ik daar wel een béétje tegenop. Tegen die bezichtigingen. Ik heb me namelijk laten vertellen dat huizenkijkers het erg op prijs stellen als een huis netjes is. Dat ze blij worden van een huis zónder stapels papier en rondslingerende was en mét verse bloemen op tafel en de geur van appeltaart. En dat ze dan zomaar bereid zijn om 10.000 euro meer te betalen! Nah.
Of dat zo is betwijfel ik eerlijk gezegd. En dat gaat hier hoe dan ook niet lukken. Ik zal heus wel een beetje opruimen en wat vaker stofzuigen, maar een showroom zal het hier nooit worden, daarvoor wordt er hier teveel eh..... geleefd.
Wij hadden eens buren die, toen hun huis te koop stond, alle overbodige dingen in hun auto stalden als er kijkers kwamen. De wasmanden, het speelgoed, de kinderfietsen. Nou, daar ga ik dus niet aan beginnen, mensen! Oh. *krijgt ineens een meesterlijk idee* Wat ik wél zou kunnen doen, is de kinderen in de auto laten wonen, zolang het huis te koop staat!
Ja.
Nee.
We hadden maar gewoon zo gedacht: Men kijkt er maar doorheen. Dat kan ik ook, dus waarom zou iemand anders dat niet kunnen? Als ik een huis leuk vind en ik zie de mogelijkheden, dan kijk ik overal doorheen. Dwars door de muren als het moet, en zeker door een rondslingerende sok.
Ik bedenk trouwens net dat rondslingerende sokken in ons geval zelfs een voordeel zouden kunnen zijn: ze nemen een beetje de aandacht weg van de vloer. Want dat moet ik misschien even eerlijk vertellen: de vloeren in ons huis, en dan met name de vloer in de woonkamer op de eerste verdieping, zijn niet helemaal da bomb. Al sinds we hier wonen droom ik van een mooie houten vloer in plaats van die malle witte kurkvloer met de roze vegen. Maar weet u? Als u ons huis koopt, dan krijgt u mijn droom er gewoon gratis bij!

Omschrijving:
Moderne stadsvilla, net buiten het centrum van Groningen. Prachtig gelegen op het binnenterrein van het monumentale gebouw van de voormalige Rijks-HBS. De hoekwoning beschikt over een eigen parkeerplaats pal voor de deur. De ligging is ideaal; vlak bij het Noorderplantsoen en precies 1 kilometer van de Grote Markt.

Indeling:
Begane grond: Entree met garderobekast. Royale woonkeuken met Bulthaup-elementen. Toilet. Zeer ruime berging/hobbyruimte met wasmachineaansluiting. Achterdeur naar fietsenschuur.

1e verdieping: Woonkamer ca. 50m2. met Frans balkon op het zuiden.

2e verdieping: Overloop, 3 slaapkamers 8m2, 13m2, 20m2. In de grootste slaapkamer zit een luxe kastenwand van The Doors. Badkamer voorzien van ligbad, douchecabine, dubbele wastafel. Separaat 2e toilet.

3e verdieping: 2 slaapkamers van 10m2, een tweede badkamer met wastafel en douche. Een bergkast met combiketel en maar liefst twee dakterrassen: de grootste, op het noordwesten, heeft een magnifiek uitzicht over het Noorderplantsoen.

Algemeen:
Adres: Kamerlingheplein 19 - 9712 TR - Groningen
Bouwjaar: 2001
Woonoppervlakte: 215m2
Inhoud: 700m3


Dat is dus echt een kast van een huis hè.
Voor maar €449.500,--- k.k.

dinsdag 13 december 2011

Dexter. Ivo. Dexter.

Gisteren keken we de laatste twee afleveringen van Dexter. Van het eerste seizoen, voor de duidelijkheid: we zijn nog maar groentjes op Dextergebied.
Toen de serie begon op televisie en iedereen er helemaal hysterisch over liep te doen, dacht ik: Mwa. Een serie over een moordenaar die je dan sympathiek schijnt te gaan vinden.....ik kon me er niet zoveel bij voorstellen.
Maar toen kregen we de dvd-box te leen met de nadrukkelijke boodschap: 'Je moet echt gaan kijken.'
Dus dat deden we dan maar braaf.
De afgelopen week zagen we alle twaalf afleveringen en ik heb me prima vermaakt. Het klopt ook helemaal: Dexter is een seriemoordenaar en je gaat met hem meeleven.
Seizoen twee en drie liggen hier ook, daar gaan we mee verder, er is alleen één dingetje dat het een beetje lastig maakt: Dexter doet me enorm aan Ivo Niehe denken.
Ja, dat zal wel aan mij liggen - hier thuis leverde het me althans alleen meewarige blikken op – maar ik vind dat dus echt. Kijk ik zie heus het verschil wel: Dexter is leuk, jong en stoer en een soort van aantrekkelijk, heeft geen raar haar en er komt geen woord Frans woord over zijn lippen. Maar het is de manier waarop ze allebei hun wenkbrauw optrekken en hun mond bewegen. Het zijn de 'honderige' lijnen in hun gezicht.

Ik heb zoiets eerder gehad. Ik was een jaar of tien en had een boekje over sierduiven gekregen, van mijn opa. (Mijn opa wist nooit zo goed wat ik leuk vond, maar dat vergaf ik hem.) En een van die duiven in dat boekje, een witte met een wat zwoele oogopslag, die leek dus sprekend op Pamela van Dallas! U weet wel, Pamela Ewing. Van Bobby.
Victoria Principal.
Sprékend, écht!
Mijn vriendinnen begrepen niet wat ik bedoelde. Zagen gewoon een duif. En dachten dat ik Pamela probeerde te beledigen of zoiets. Nou, geenszins hoor. Ik zag dat gewoon!
Het had te maken met de manier waarop het beest het kopje scheef hield, of met de afstand tussen de snavel en de oogjes, of gewoon met die zwoele oogopslag.
Ik heb het boekje helaas niet meer, anders had ik het laten zien.
Nu moet u het doen met Dexter en Ivo.
Ziet u het ook?
Zo niet, beschouw dit dan maar als gewoon een verontrustend kijkje in mijn hoofd.



Bron: AP denk ik?
Bron: Klik

zaterdag 10 december 2011

Lievelingsdieren

Soms vraagt iemand aan mij: Wat is jouw lievelingsdier?
En dan antwoord ik: de kat. En paarden vind ik ook leuk. En honden soms.
Maar eigenlijk zijn mijn echte lievelingsdieren ráre dieren.
Ik ben dol op rare dieren.
De kangoeroe, het zeepaardje, de bombardeerkever, ja, eigenlijk alle dieren uit Bibi’s bijzondere beestenboek.

Kent u dat? Een hilarisch (kinder)boek. En dan maar proberen om niet voortdurend in de lach te schieten tijdens het voorlezen.
Het vogelbekdier staat er natuurlijk ook in. Vroeger vond ik het vogelbekdier echt heel leuk. Tegenwoordig denk ik: tsja. Te gezocht. Alsof God dacht: ik ben nu in zo’n lekker gekke bui, ik maak eens een harig zoogdier met een snavel. Lachen man.
Nee, dan de Albatros. Die is tenminste authentiek. En al sinds De Reddertjes een van mijn lievelingsdieren. We keken pas naar een aflevering van een natuurserie – dat heb je soms, daar zap je dan langs en je blijft kijken. Een prachtige serie, trouwens: Frozen Planet – en daar ging het ook over albatrossen. Mooi man. Zo’n jonge albatros kruipt uit het ei en je ziet hem denken: Wat ben ik? Een zeilboot? En dan gaat ie proberen te vliegen. Briljant. Alsof je een vlieger op moet laten bij windkracht 13. Ik zat op het puntje van mijn stoel, deed intussen een monoloog-interieurachtige voice-over met de stem van de albatros en hield het bijna niet van de spanning. Dát is televisie, mensen. Het schijnt dat zo’n vogel een week moet oefenen voordat het een keer lukt met die vleugels. En als ie dan eindelijk in de lucht zweeft, dan blijft ie dat ook maar doen, voorlopig.

We zagen ook nog een diepzeekwal, met allemaal gekleurde knipperende discolichtjes.
‘Dat is nog te kitsch voor de Xenos!’ riep Henk.
Jaja, es gibt vreemde schepsels op deez’ aard.
Neem ook de Narwal. Een Narwal is zo’n dier waarvan ik altijd denk dat ie niet bestaat. Net als de eenhoorn. Tot ie dan voorbij komt in zo’n natuurdocumentaire en ik me realiseer: joh! Ze zijn echt! Maar dat zakt straks weer weg, let maar op.
Die hoorn van de Narwal is overigens geen hoorn, maar een tand. En die zit er niet om mee te vechten, of te imponeren, het blijkt een sensor te zijn. Een hooggevoelig zintuig.
Nou is het natuurlijk best fijn om alles lekker heel goed te voelen, maar moet dat nou met zo’n onhandig ding? Stel je voor, dat je een tand hebt van drie meter lang. Hoe verschríkkelijk onpraktisch! Daar bots je toch overal mee tegenaan! En met zo’n sensitief geval moet dat nog geen pretje zijn ook. Nou zijn er natuurlijk in de zee minder dingen om tegenaan te botsen, maar dan nog: er zit voortdurend zo’n irritant ding voor je snuit.
Ga weg, ding!
Maar ze zijn natuurlijk niet anders gewend, die Narwals.

We lazen pas een prachtig boek, dat Bo had gekocht op een rommelmarkt. Waarom kwamen de walvissen? Het gaat over Narwals (raar woord wordt het op den duur hè: narwalnarwalnarwal) en over een jongen en een meisje op een eiland tijdens een oorlog.
Toen het uit was opperde Henk het plan om het boek te gaan verfilmen.
Dat leek mij ook wel wat. Op Schiermonnikoog, bijvoorbeeld.
Alleen die Narwals leken me dan even een dingetje.
Want hoe kom je nou aan Narwals hè.
Die bestaan immers niet.

donderdag 8 december 2011

Dat verdomde lot ook altijd

Het is koud, het is nat, het is ’s avonds al vroeg donker en ’s morgens pas laat licht. Misschien is het u ook opgevallen.
Herfst heet dat. Herfst, bijna winter.
En ik zal het maar eerlijk zeggen: ik doe het daar niet zo lekker op.
Ik ben een koukleum, ik mis de zon, ja het zou zelfs zo kunnen zijn dat ik een ietsiepietsie last heb van een winterdepressie. Maar vertelt u dat maar niet verder, want ik vind het zelf eigenlijk een beetje beschamend. U hoeft zich overigens geen zorgen te maken, want het is heus niet zo dat ik hele dagen in bed lig met de dekens over mijn hoofd. Alleen maar soms even tien minuutjes. Dat kán natuurlijk ook helemaal niet, want er zijn kinderen om voor te zorgen, er zijn deadlines te halen en tegenwoordig is er ook nog een winkel waarop gepast moet worden.
Bovendien ben ik nog steeds de held van mijn eigen leven. En helden liggen nou eenmaal niet in bed, met hun hoofd onder de dekens.

Maar elk jaar, in het gewraakte semester, dringt zich onvermijdelijk dezelfde gedachte op (elk jaar een beetje eerder dan het jaar daarvoor – en dat op zich is wel zorgelijk): Waarom woon ik niet in een warm land?
Onmiddellijk gevolgd door een tweede, tamelijk wrange, gedachte.
Ik wóónde. Namelijk. In een warm land.
Totdat mijn moeder besloot ‘dat het beter was om het kind in Nederland te laten opgroeien.’
Aaargh!
Why???
Wát nou beter!? Ik had voor altijd in de zon kunnen zitten!
Ik had het altijd lekker warm kunnen hebben!
Een beetje aan het strand hangen....een beetje surfen....
Met altijd een gebruinde huid. En zee-haar.
Mén.
Bovendien had ik dan nu vloeiend twee talen gesproken.
En deed ik waarschijnlijk iets met toerisme, liet ik Nederlandse toeristen het eiland zien. Of wat dan ook.

‘Nee hoor’, zei Henk. ‘Waarschijnlijk was je op je 18e helemaal zat van de zon en de zee en het strand, en besloot je heel gek en avontuurlijk in Groningen te gaan studeren. Dat moet ook wel, anders had je mij natuurlijk nooit leren kennen.’

Fok. Dat verdomde lot ook altijd!

‘Nee hoor, neenee,’ probeerde ik nog, ‘ik ontmoette jou gewoon toen je op vakantie naar Tenerife kwam.’
Maar dat deed Henk af als zeer onwaarschijnlijk. Want wat had hij in ‘s hemelsnaam op Tenerife moeten zoeken, als hij niet wist dat ik daar was?

Hm.
Nou.

Dan schik ik me maar.
In mijn lot.


zondag 4 december 2011

Handlezen

Weet u eigenlijk dat ik ‘s Nederlands beroemdste handlezeres tot mijn dierbare kennissen mag rekenen?
Ze heet Ellen Duim, heeft een succesvolle praktijk in Amsterdam en is een fantastisch leuk mens. We leerden haar en haar gezin kennen op een camping in Frankrijk. Ze heeft mijn handen gelezen (een eer, want ze werkt natuurlijk niet op vakantie) en daar sloeg ik stijl van achterover. We zaten aan een picknicktafel op een stil plekje van de camping en ik heb, werkelijk waar, tranen met tuiten gehuild. En dat is nogal wat voor een Novy; als u me een beetje kent weet u dat ik al de slappe lach krijg van het woord yoga.

Ellen staat in het laatst verschenen nummer van het ‘Hoe overleef ik’ tijdschrift, dat Bo tussen haar pakjes vond vanavond. Daarin leest ze Francine Oomens handen. Heel leuk.

Meteen bekeek ik natuurlijk maar weer eens mijn eigen handen.




Nou kan ik niet handlezen dus ik ben veel te kort door de bocht, maar kijk, in mijn hand raken de levenslijn (geel) en de hoofdlijn (rood) elkaar niet. Bij lange na niet. Dat dat zo is weet ik al een hele tijd, omdat me jaren geleden al is opgevallen dat bij de meeste mensen die lijnen samenkomen, zo onder de wijsvinger. Ik had alleen geen idee of dat iets te betekenen had en wat dan, eventueel.
Maar nu las ik dus in dat tijdschriftje van Bo dat als die twee lijnen elkaar niet raken, dat betekent dat je veel ruimte nodig hebt. Dat je er niet tegen kan als je geclaimd wordt.
Nja, dat klopt wel aardig. Ik ben nogal - hoe zeg je dat - solitair.

Dus ik rende net naar boven, om de slapende handjes van mijn kinderen te bekijken.
Ik wist het natuurlijk al: Bij Merlijn zouden de lijnen samenkomen en bij Bo zeker niet.
Het klopte.
Maar bij Loïs.... ? Ik opende haar handje, zag de lijnen ... samenkomen ... en slaakte een zucht van opluchting. En vroeg me onmiddellijk af: Waarom? Denk ik - blijkbaar - dat het leven makkelijker is als je mensen dichterbij laat komen?

zaterdag 3 december 2011

Geloven

Zo’n anderhalf jaar geleden schreef ik eens een ode aan een buurmeisje. Misschien weet u dat nog? Ik deed van ooh en aah en jubelde over haar talent en bruisende persoonlijkheid.
Welnu, het blijkt maar weer: ik heb er verstand van. Want ook al werd Nina (nog) niet aangenomen op de toneelschool in Maastricht, ze speelt al wel de hoofdrol in een heuse telefilm van Mijke de Jong! En die wordt woensdag a.s. uitgezonden!
Dat vind ik dus echt supercool hè: ons buurmeisje op televisie.
In een chador nog wel.

De film heet Geloven en is onderdeel van de serie Duivelse Dilemma's: vier korte films waarin prominente Nederlandse filmmakers hun personages voor een moeilijke keuze plaatsen.
Hoe kan je een goed mens blijven onder extreme omstandigheden?

Martine heeft een huisartsenpraktijk met veel allochtone patiënten. Bevrijd van het geloof waarmee ze zelf werd opgevoed en gevormd door het feminisme, staat ze voor zelfbeschikking en vrije ontwikkeling voor iedereen. Zo heeft ze ook haar dochter opgevoed. Maar zal het haar lukken haar levensovertuiging trouw te blijven als Anna haar eigen weg kiest en moslima wordt?
Met o.a. Elsie de Brauw en Nina van den Berg
Regie: Mijke de Jong; Scenario: Jolein Laarman





Dus. Ik weet niet wat u woensdagavond doet, maar ík ga kijken.

Duivelse Dilemma's: Geloven
woensdag 7 december 2011
22:55 uur
Nederland 2