donderdag 27 februari 2014

Scènes uit een verhuizing


Ik was weer eens een doos aan het inpakken, toen ik uit het raam keek en mijn oog op de boom voor ons huis viel, met bovenin het wapperende parachuutje.
Het parachuutje waaide zo'n vier jaar geleden in de boom, toen Merlijn het voor de 127e keer van het balkon naar beneden liet zweven. Minstens zoveel pogingen hebben we ondernomen om het ding uit de boom te krijgen, maar tevergeefs.
Elke zomer, als de boom in blad staat verdwijnt het uit onze gedachten, om in de herfst weer tevoorschijn te komen, een stukje hoger dan het jaar ervoor, en een paar tinten valer.
Het is onze nalatenschap aan het plein, waaraan we 7 jaar woonden.


Het doet me altijd denken aan The Lord of the Flies. Kent u dat boek? Of de film? Waarin een groep schooljongens met een vliegtuig neerstort op een onbewoond eiland en er een zeer grimmige rangorde ontstaat?
In het begin van het boek zijn alle jongens heel bang. Voor Het Beest. Ze weten niet wat Het Beest is, ze horen alleen voortdurend – met name ’s nachts, als het stil is – een griezelig geluid uit het bos komen.
Uiteindelijk ontdekken ze dat het een parachute is, die hoog in een boom hangt, met daaraan het lijk van de piloot van het vliegtuig. Dat is dan weer symbolisch enzo, dat de enige volwassene op het eiland dood is, maar ik wil eigenlijk alleen maar zeggen: dat doen parachutes dus. In bomen blijven hangen.

---------------

Inpakken blijkt lastig, met Loïs. De knuffels mogen niet in een doos, want dat is zielig. En ik mag niets weggooien. En dat doe ik dus wel, met overgave. Reeds 32 volle zakken belandden de afgelopen weken in de ondergrondse vuilcontainer of in de rekken van de kringloop.
Niets, maar dan ook niets dat ik niet meer hebben wil, gaat mee naar het nieuwe huis.
Dat is mijn motto. Het is fijn om een motto te hebben, tijdens een ingrijpende operatie als een verhuizing.
Alles moet weg, was eerst mijn motto. Maar dat bleek niet houdbaar, dat had ik kunnen voorzien.

In elke ruimte in ons huis staan vuilniszakken. Met elke verhuisdoos die ik vul, gaat eenzelfde hoeveelheid in een vuilniszak. De zakken staan open; ze gaan pas dicht als ze vol zijn.
Maar dan hebben we dus Loïs. En Loïs heeft onraad geroken. Ze duikt voortdurend hysterisch in de vuilniszakken en komt met het ene na het andere kapotte fotolijstje, spongebobgummetje of afgekloven potlood aanrennen, dramatisch uitroepend: 'Nee! Déze mag je niet weggooien!'

Het kon onze jongste dochter wel eens een jeugdtrauma gaan opleveren, deze verhuizing. Met zo'n moeder die akelige dingen zegt als: 'Ja eh, niet zeuren hoor, de kindertjes in Afrika, die hebben soms niet eens één knuffel. Jij mag er nog steeds 85 houden.’

---------------

Heerlijk vind ik het, dat ontspullen. (Om maar even een hip, maar o zo lelijk woord te bezigen.) Want ik heb niet zoveel met spullen. Alleen maar soms. Sóms heb ik iets met spullen.
Maar dan hebben die spullen weer niet zoveel met mij. Of ze zijn me niet gegund, om de een of andere reden.

Ik vond vandaag drie koffiekopjes bij de kringloop. Voor vijfentwintig cent per stuk. Fantastisch mooie kopjes. Het waren er helaas maar 3, maar ik dacht: hoe vaak komt het wel niet voor dat je met drie mensen koffie drinkt? Best vaak! Minstens net zo vaak als met z’n vieren, waarschijnlijk.
Dus ik nam ze mee, wetende dat ik hiermee in het 'ontspullingsproces' wat tegen de stroom in roeide.

Pt, stond er onder op de kopjes.
Pt, met een komma erachter, inderdaad.
Ik ging googlen en jahoor: Pt, bestaat. Hartstikke design. Ik wist het.
Helemaal in mijn nopjes was ik. Met mijn drie nieuwe kopjes, die vast prachtig zouden staan in ons nieuwe huis.

Het nieuwe huis, waar we voorlopig geen afwasmachine zullen hebben.
Omdat dit Henk wat angst inboezemt, is hij alvast aan het oefenen. De afwasmachine staat al een paar dagen leeg; er wordt met de hand afgewassen. Door Henk. En hij doet dat op zich best goed.
Tot vanavond dan.
Ik lag na het eten even op mijn  bed te wordfeuden wat belangrijke mailtjes te versturen, toen ik beneden ineens een akelig gerinkel hoorde.
Ik wist het meteen, ik hóórde het. Ik voelde het; een kleine rilling langs mijn ruggengraat.



Nja. Twee kopjes zijn ook leuk. Want hoe vaak gebeurt het wel niet dat je met z’n tweeën koffie drinkt? Best vaak!
Bovendien, als je samen de stormen des levens overleeft, kan dit er ook wel bij.
(Want ja, dat is óók verhuizen: dingen terugvinden, in laatjes.)





zondag 9 februari 2014

Ploggen


Het is een rage, ineens, hè: ploggen.
Ploggen is een vorm van bloggen, maar dan met plaatjes. Je vertelt over je dag, aan de hand van foto’s. Geen geënsceneerde foto’s, maar truthies en slordige kiekjes van de dingen waar je mee bezig bent.

Ik vind het een beetje stom, dat ploggen. (Hoewel ik dan wel weer een aantal plogs gretig volg.)
Want hebben we daar niet instagram voor?
Moet er niet gewoon tekst op een blog?
Nja.

Ik ben geloof ik stiekem aan het overwegen om er straks tijdelijk mijn toevlucht toe te nemen.

We hebben straks precies 28 dagen om ons huidige huis leeg te pakken en ons nieuwe huis te verbouwen.
Haha.
Haha.
Want het is niet zo dat we verder vrij zijn ofzo, in die vier weken. Het leven gaat gewoon door.
Henk reist dagelijks naar Zwolle en ik …ja, ik.
Op z’n minst zie ik aankomen dat ik weinig tijd heb om te bloggen. En dat zou best eens jammer kunnen zijn, want zo’n verhuizing/verbouwing gaat natuurlijk een heleboel hilariteit opleveren. (Ik wil eigenlijk altijd dat het hilarie is. Net als hysterie. Maar dat terzijde.)
Dus misschien moest ik proberen een en ander in plaatjes te vangen.
(Ik zal dan eerst eens 3462783 foto’s van mijn iPhone moeten gooien, voor wat ruimte.)

Off topic:
Ik boekte een reisje naar Berlijn!
In de meivakantie.
Bold, hè.
Ik dacht: na zo’n verhuizing moeten we er vast even tussenuit.
Leve HiSpeed en Airbnb!



(Berlijn-tips? Graag!)


Nog zo'n rage. Maar gelukkig.

dinsdag 4 februari 2014

De minirok


Ik was vandaag in de stoffenwinkel.
Ik kom daar zo weinig mogelijk, want a) ik heb er zelden iets te zoeken en b) ik vind het er een beetje griezelig, omdat ik denk dat iedereen aan me kan zien dat ik niet met een naaimachine overweg kan.
(Dat is trouwens niet helemaal waar, want 13 jaar geleden, toen ik zwanger was van mijn oudste dochter, maakte ik een boxkleed. Helemaal zelf.)

De reden dat ik er vandaag was, in de stoffenwinkel, was dat ik een stukje zwart kunstleer wilde kopen, om de bank te repareren die ik op marktplaats heb gezet en waar ooit door een logeerrat een gaatje in was geknaagd.

‘Hallo,’ sprak ik een meisje aan dat tot het winkelpersoneel behoorde, te oordelen aan de schaar die ze aan een koordje om haar nek droeg. ‘Verkopen jullie zwart kunstleer?’
‘Ja hoor, loop maar even met me mee.’

Ik volgde het meisje naar de kunstleer-sectie en zag onmiddellijk precies wat ik nodig had. Prachtig.
‘Dan wil ik hier graag een stukje van,’ zei ik.
‘Hoeveel?’
‘Nou, ik heb maar een klein lapje nodig,’ antwoordde ik en maakte met mijn vingers een rechthoekje ter grootte van een speelkaart.

De minimale afname is 25 centimeter.’

‘Oh,’ zei ik. ‘Je bedoelt dat de dienst die je me gaat bewijzen niet uitkan, voor minder dan het bedrag dat een stuk van 25 centimeter kost.’

Het meisje keek me niet-begrijpend aan.
 
‘Ik kan er moeilijk zo’n hoekje uitknippen, hè,’ snibde ze.
‘Dat snap ik,’ zei ik, ‘maar je kunt wel een strook van 10 centimeter knippen. En dan wil ik best betalen voor 25 centimeter, daar gaat het niet om, maar ik hoef het niet te hebben. Ik heb maar een klein stukje nodig en de rest gooi ik weg. Dat is zonde, vind je ook niet? Daarbij is het niet zo goed voor het milieu.’

Er sloop een lichte paniek in de niet-begrijpende blik van het meisje.
‘De minimale afname is 25 centimeter,’ herhaalde ze pinnig en begon demonstratief een reep van 25 centimeter af te snijden. 

‘Okee,’ zei ik.
Want ik weet wanneer ik mijn mond moet houden.
Hoewel ik natuurlijk best een goed punt had, was het wel een beetje aanmatigend zoals ik deed. Een beetje autoritair ook. Uit de hoogte. Ik liet haar niet alleen merken dat ik oneindig welbespraakter was dan zij, met bovendien meer gevoel voor duurzaamheid, maar ook dat ik haar maar een verkwanselend dom wicht vond.
En eigenlijk alleen om mijn eigen onzekerheid te overschreeuwen, in een omgeving die duidelijk niet de mijne is.

Ik fietste dus vervolgens naar huis met een stuk kunstleer van 140 bij 25 cm. 

Jammer dat ik niet met een naaimachine overweg kan, anders zou ik er best een leuke minirok van kunnen maken.