donderdag 29 april 2010

Ze is de zon




En de zon schijnt ook op Sicilië: Franc heeft gebeld! Alles is in orde, mijn vertrouwen in de mensheid volledig hersteld.
We gaan. Naar Sicilië. Jeu!

Dus als u me wilt excuseren, nu moet ik me gaan voorbereiden.
Want alles wat mee moet zit in de was ik heb geen idee wat er allemaal mee moet.

Ik zeg: addio.

woensdag 28 april 2010

Losing my internet-innocence

Het was mooi.
Het weer, het weer was mooi. Bijna windstil. Met van die Hollandse Luchten als op zo’n 18e eeuws schilderij van de een of andere Nederlandse meester. Blauwe luchten met grote witte wolken en af en toe een dramatische grijze, hoog aan de hemel.

Loïs, die zonder besef van de situatie ronddartelde en leven in het rond strooide. Bo en Merlijn, die heel hard moesten huilen. Oma, mijn schoonmoeder, die trots en dapper de dag over zich heen heeft laten komen. En Henk, die recht vanuit zijn hart de hele ceremonie heeft geregisseerd en zo mooi heeft gesproken, grote bikkel, mijn held.
Nouja, dat allemaal. En meer.
En nu zijn we moe.

And on to the next.

Sicilië.

Terwijl we nog wat aan het twijfelen zijn of we nou wel of niet moeten gaan – er is nog zoveel te regelen hier, bovendien is oma jarig in die week en dat vinden we toch ineens wat zielig - dient zich intussen een verontrustend feit aan. Ik heb het tot nu toe nog wat weten te negeren - andere dingen aan mijn hoofd - maar het baant zich inmiddels een weg naar de voorgrond: de man van het huisje dat we hebben gehuurd mailt niet meer terug.

En dat is raar.
Dat is écht raar.
Want de afgelopen maanden, vanaf het moment dat ik het huisje voor de betreffende periode heb vastgelegd, bestond er een uitermate goed mailcontact. Een beetje té goed misschien, nu ik er over nadenk, maar dat is dan ook meteen het enige dat ik zou kunnen aanmerken als voorteken.
Franc kon geen scheet laten of hij mailde me erover. Stuurde ons lijsten van autoverhuurbedrijven. Verschafte informatie over busverbindingen en bezienswaardigheden in de buurt. Bestookte ons met vragen, over hoe laat ons vliegtuig precies landt opdat hij ons kan komen ophalen en een welkomstpakket kan neerzetten, etc.
Het leek af en toe wel of we bij die mensen thuis zouden gaan logeren, in plaats van dat we gewoon hun huisje huurden.
Veel mail dus.
Een intensief mailcontact.
Tot drie weken geleden. Het laatste bericht dateert van 9 april. Een bericht met de constatering dat ik een dag te laat was met mijn laatste betaling en het verzoek of ik het bedrag heel snel alsnog wilde overmaken.
Dat deed ik uiteraard direct en maakte per mail mijn excuses.
Geen antwoord.

Ik mailde een week later nog eens. Of er misschien een probleem was?
Was het geld ontvangen? Alles goed?
Geen antwoord.

Ik mailde vorige week opnieuw. Hallo? Contact? I hope everything’s allright?
Niets.

Gisteravond stuurde ik de volgende mail:
Franc,
There's probably a logical explanation for your radio-silence, but I really don't like it anymore. In this period of mourning we cannot bear having to worry about our upcoming holidays. Did we rent a house on Sicily? Or are we being conned? Do we have to cancel our trip? Sleeping on the beach with my 80year old mother is not something we look forward to.....
I will try ringing you tomorrow, and I sincerely hope I will have to apologize for this distrusting email.
Regards,
Novy


Ok. Niet heel subtiel. Maar ja, met die iphone-ongein nog vers in mijn geheugen………laat ik het zo zeggen: ik ben in sneltreinvaart mijn naïviteit aan het verliezen.
Losing my internet-innocence.
Nog even en ik word cynisch. En dan weet u het wel.


vrijdag 23 april 2010

Pas. Volgende vraag?

Cremeren of begraven? Maandag of dinsdag? ’s Morgens of ’s middags? Een platte grafsteen of alleen een kopsteen? Grind of gras? Een grafzorgcontract voor 10, 20 of 30 jaar? Een kist van vuren, grenen of eiken? Massief of spaanplaat? Gelakt, gefineerd, ruw? Met of zonder koperbeslag? Satijnen bekleding of ongebleekte katoen? Volgauto’s? Eén, twee, drie? Kist in bijzijn van nabestaanden laten zakken tot op de bodem of tot het maaiveld? Zelf de kist dragen of dragers inhuren? Een dominee? Een voorganger? Sprekers? Muziek? Welke muziek? Cake, broodjes en/of kersenbonbons? Hoeveel cake, broodjes en/of kersenbonbons? Bloemen? Welke bloemen? Hoeveel bloemen? Welke kleur? Met of zonder lint? Kaart? Met grijze rand, met ribbelrand, met vogeltjes, een zonsondergang? Welke tekst op de kaart? Een standaard-zin of iets persoonlijks? Volledige naam of roepnaam? De namen van de kinderen cursief gedrukt? Advertentie in de krant? Opbaren in een rouwcentrum? In de rode kamer? De gele kamer? De groene kamer? De Museumkamer? Een wake? Geen wake?

Okee. Waar we geel zeiden moet wit zijn, de eerste ja moet veranderd worden in nee, waar we misschien zeiden moet zijn ja, één moet géén worden en waar we Churchill zeiden dat moet zijn Eissenhouwer. Stop.
Hoeveel jokers kunnen we inzetten?

woensdag 21 april 2010

Zelfkennis


‘Is Loïs lief?’ vroeg mijn moeder aan haar jongste kleindochter. Die hierop fijntjes antwoordde:

‘Nee. Ben een monster.'

maandag 19 april 2010

Ode aan een buurmeisje


Gelukkig is er naast het verdriet om het naderende afscheid van opa ook nog ruimte voor leuke dingen. Zo was ik gisteren met Bo in Amstelveen, alwaar in de schouwburg het 27e Concours de la Chanson Alliance Française plaatsvond. Niet dat ik nou zo’n grote fan ben van Franse Chansons, maar wel van mijn buurmeisje Nina. En zij deed mee.

Nee, wacht. Ik begin even anders.
Wij hebben buren. Buren die net als wij drie kinderen hebben, maar dan allemaal 11 jaar ouder. Waarmee ze ons 'en passant' een blik in de toekomst gunnen. Nouja, we wish: oudste zoon, hyperintelligent, studeert inmiddels in Amerika - chemistry ofzo - jongste zoon is stoer en cool en nog aardig ook en dochter Nina, de middelste en het object van mijn fascinatie, is.....nouja, wat ik zeg: het object van mijn fascinatie.
Ik bekijk haar met een mengeling van hoop (dat mijn dochters later ook zo leuk zullen zijn) en van jaloezie: o man ik wou dat ik, toen ik zestienzeventienachttien was, hálf zo veel flair en lef en talent had als zij!
Misschien intrigeert ze me ook wel zo omdat ik stiekem ook zeventien ben. Want zeventien, dat is mijn absolute leeftijd. (U weet wel, absolute leeftijd: de leeftijd die je je hele leven hebt gehad en zult hebben. Hetgeen verklaart waarom er een hoop oude mensen van 5 bestaan en evenzovele kleine kinderen van 50.) Ik doe trouwens erg mijn best om mijn absolute leeftijd te verbergen tegenwoordig, want een moeder van drie kinderen die zich gedraagt als iemand van zeventien, dat schijnt een beetje sneu te zijn. Helemaal als die moeder van drie kinderen inmiddels rimpels heeft en toch echt, écht volgend jaar 40 wordt.
Ik dwaal af.
Nina.
Nina leeft.
Nina bruist.
Ik vind dat leuk. Ik geniet van de passie waarmee ze het leven bestormt. En ik moet telkens lachen als haar ouders hun ogen ten hemel slaan als ze weer eens een plan heeft. Vorig jaar rond deze tijd zei ze: “Oja, trouwens, ik ga deze zomer op de brommer naar Berlijn.”
Waarop haar ouders zich verslikten: “Brommer? Héb je dan een brommer?”
Nou, nee, ze had nog geen brommer natuurlijk. Maar daar ging ze dan voor sparen. En hij kwam er hoor, die brommer. En ze ging naar Berlijn. En het was fantastisch.

Dit jaar doet ze eindexamen gymnasium, ze speelt bij de Noorderlingen (theatervooropleiding hier in Groningen) en vandaag hoorde ze dat ze door is naar de derde en laatste ronde van het toelatingsexamen voor de toneelschool in Maastricht! Ik bedoel maar: veel leuker kan het allemaal niet, toch?

Goed. Met het oog op Grey’s Anatomy dat ik gewoon keihard zit te missen hiero, even de vaart erin:
Gisteren. Meisje met grote blauwe ogen en rood jurkje aan zingt Frans liedje, ontroert hele zaal en krijgt aanmoedigingsprijs uit handen van Ivo Niehe.

Oja. Liesbeth List, een van de juryleden, zat in de rij achter ons. Net als Tonny Eyk trouwens, van wie ik eigenlijk een beetje ben geschrokken: in mijn gedachte zag hij er namelijk nog steeds zo uit. Als een mannetje dat tegenwoordig drie keer in zijn eigen onderkin past.

vrijdag 16 april 2010

Mijn schoonvader gaat dood

Mijn schoonvader gaat dood.
En niet als in: iedereen gaat dood op een zeker moment, maar als in: nu. Tussen nu en binnenkort.
Wanneer dat binnenkort precies is, dat zal de tijd leren, want dat valt nou eenmaal niet exact te voorspellen.
‘Moeten we denken aan dagen of aan weken?’ vroeg ik aan de arts, die hierop antwoordde: ‘Inderdaad.’
En dat snap ik natuurlijk, maar ik vind het toch jammer. Want ik weet altijd graag waar ik aan toe ben. Net als dat ik de neiging om een en ander enigszins zakelijk te benaderen. Dat is zo’n beetje de verdeling hier momenteel: Henk rouwt (of hoe dat ook heet als iemand nog niet dood is, maar stervende) en ik maak de verkeerde opmerkingen.
Ik zeg bijvoorbeeld dat hij toch een mooi leven heeft gehad. Dat hij een mooie leeftijd heeft bereikt. En dat het ook heel mooi is, dat Henk dit mag doen: zijn vader naar de dood begeleiden. Dat het ten eerste al mooi is dat het niet andersóm is, want vaders die hun zoons moeten begraven, etc.
En dat komt niet allemaal even goed aan. Logisch. Maar ik kan er niets aan doen: misschien ben ik gewoon niet zo teergevoelig, of misschien is het eenmaal de manier waarop ik met dingen omga. Ik bedoel het niet verkeerd en het wil ook zeker niet zeggen dat het me niet raakt: ik ben behoorlijk dol op mijn schoonvader. De opa van mijn kinderen. Ik zal hem missen.




Het ontslag uit het ziekenhuis, vanmiddag, ging gepaard met een aanvraag voor intensieve thuiszorg. In verband hiermee kwam de verpleegster op een bepaald moment aanzetten met een ingevuld formulier. Ze las het hardop voor en vroeg vervolgens aan mijn schoonvader of het zou lukken een handtekening te zetten.

Dus. Bed omhoog, tafeltje erbij, bed nog een eindje verder omhoog, kussen onder zijn rug, pen in de hand, aanwijzen waar hij moest tekenen, ja, daar ja.

En toen. Met de allergrootste inspanning, letter voor letter, zette mijn schoonvader zijn handtekening. Vermoedelijk voor de allerlaatste keer.
De verborgen documentairemaakster in mij vond het nog even jammer dat ik het niet filmde, maar ik bedacht op tijd dat ik mijn telefoon had uitgezet. En maar goed ook, want dit moment was te intens om niet met volledige aandacht mee te maken. Met ingehouden adem keken we mee. Zo aangrijpend, om getuige te zijn van iemands laatste handtekening.
‘Het lijkt verdorie wel of ie zijn doodvonnis tekent,’ fluisterde ik (wat ik veilig kon doen omdat mijn schoonvader nogal doof is).
En dat was het ook, in feite.

zondag 11 april 2010

Voor als u ook net zin had om een boterhamzakje over uw hoofd te trekken

Op andere dagen had ik dit clipje misschien hoogst annoying gevonden en niet om aan te zien, maar nu werkt het echt totáál voor me: I feel so much better!
#stomsaaiweekendenmorgenalweermaandag





KLIK!

donderdag 8 april 2010

Sommige dingen moet je aan den lijve ondervinden

Sommige dingen moet je aan den lijve ondervinden. Zoals, bijvoorbeeld, dat het onmogelijk is om je ogen open te houden tijdens het niezen. Ik ondervond dat ooit aan den lijve, toen ik tijdens een heftige regenbui met mijn mini een vrachtwagen aan het inhalen was met 150 kilometer per uur.
U moet weten, een mini met zo’n lage bodem en van die kleine wieltjes geeft aan aquaplaning een heel andere dimensie. Dus toen ik moest niezen, net op het moment dat ik me náást de vrachtwagen bevond en met beide handen aan het stuur en mijn blik strak op de weg trachtte niet tegen de vangrail te surfen, besloot ik mijn ogen open te houden.

Geen! Goed! Plan! Excruciating! Excruciating! Excruciating! Pain! Aah! Aah!
Ik heb werkelijk een moment gedacht dat ik mijn oogbollen zo, plop, uit hun kassen tegen de voorruit schoot. Echt. Niet overdreven.
Ik heb een vrij sterke wil, dat blijkt wel hè. Als ik iets besluit dan besluit ik het ook. Met nog steeds bloeddoorlopen ogen zat ik die avond in Nijmegen bij mijn toenmalige schoonouders aan tafel.

Ja, je maakt wat mee in zo’n mini. Misschien moet ik ook nog eens vertellen over de periode dat ik aan het oefenen was om met één been te rijden. Voor het geval dat ik nog eens mijn linkerbeen zou moeten missen.
Ik deed dus alles met mijn rechterbeen; het gaspedaal, de koppeling en de rem. (Om stil te gaan staan rem je het laatste stukje met de handrem en kun je de koppeling intrappen. Optrekken doe je voorzichtig vanuit stationair. Gaat prima.) Andersom heb ik het natuurlijk ook geprobeerd – want stel dat het mijn rechterbeen was dat ik zou moeten missen - maar dat werd niks. Remmen met links, dat gaat niet. Ja, misschien na lang oefenen. Maar dat oefenen, hè. Nouja. You get the picture.
(Overigens sowieso een behoorlijk link project, achteraf bekeken. Hmm. Laten we het er maar op houden dat het 20 jaar geleden een stuk minder druk was op straat.)

(.........)
(.........)

Kijk, dit heb ik dan weer. Toen ik de eerste regel schreef deed ik dat met een plan. Ik wilde iets vertellen. Over iets wat je nog meer aan den lijve moet ondervinden, denk ik. Maar wát? (Ik schreef de eerste regel gisteren al, dat verklaart misschien een klein beetje.)
Nu slaat dit stukje dus eigenlijk nergens op. Ja, u weet nu dat u niet moet proberen uw ogen open te houden tijdens het niezen. Maar dat wist u waarschijnlijk al, want dat schijnt ineens algemeen verbreide kennis te zijn.
Nja. Sorry.

dinsdag 6 april 2010

That man

Ik werd wakker met een lente-gevoel en dit heerlijke nummer in mijn hoofd. En na een blik op de wekker (die ook de datum aangeeft) moest ik denken aan de man die vandaag, 87 jaar geleden, werd geboren. Een man over wie ik een boek zou kunnen schrijven maar over wie ik ook heel kort kan zijn: zonder hem was ik er niet geweest.



(Zo makkelijk joh, bloggen. Je schrijft gewoon youtube over.)


maandag 5 april 2010

The only way of being

De combinatie van een mezelf opgelegd blogverbod wegens werkdrukte, een tekening van Merlijn (over opa die ziek in bed ligt en wiens leven momenteel aan een zijden draadje hangt - wat niets hoeft te betekenen want hij heeft er minstens 13) en een muziekje dat het helemaal voor me doet op deze tweede Paasdag, heeft het volgende onzinnige 'filmpje' opgeleverd.
Sorry.
Mijn suggestie: kijkt u een seconde of tien naar de tekening van Merlijn en doe dan 3 minuten uw ogen dicht, om alleen maar te luisteren. Met uw gezicht naar de zon.