donderdag 27 juni 2013

Wat gezever over de wereld

Ik betrap me erop dat ik de ontwikkeling van de mensheid meestal als een vaststaand gegeven zie.
Dat ik denk dat waar we nu staan, een logisch gevolg is van de evolutie.

Men neme een oerknal, een aarde, een kosmos en er ontstaat leven: planten, dieren en mensen. Steeds meer mensen. Ze ontwikkelen zich volgens een bepaald patroon met als resultaat: het nu. 

We gingen (grofweg) van de bronstijd via de middeleeuwen, de renaissance en de industriële revolutie, naar de huidige tijd: de gecomputeriseerde netwerksamenleving.
Onvermijdelijk.

Maar is dat eigenlijk niet een naïeve redenatie? Omdat het nou eenmaal zo gegaan is, had het niet anders kunnen gaan.


Ligt het lot van de wereld vast?
Of hadden we misschien, als iemand op een bepaald moment een ander plannetje had bedacht, in een heel andere wereld geleefd?

Wat is ontwikkeling? Mensen bedenken iets. En als het iets goeds is (in de zin van ‘handig’; we hebben er iets aan) dan raakt het geïntegreerd in het leven en verandert het de wereld.
Een voorbeeldje: Als Mark Zuckerberg niet had bestaan, of als hij op zijn dertiende onder een auto was gekomen, dan hadden we geen Facebook gehad. Natuurlijk, je kunt zeggen dat er dan wel iemand anders was geweest die iets dergelijks had bedacht, maar dan was het toch anders geweest. Dan had de wereld er anders uitgezien.

En als er nou nooit iemand op het idee was gekomen om olie en gas uit de grond te halen? Oftewel: als er nou eens éérst iemand was geweest die op een ánder idee was gekomen om energie op te wekken? Door bijvoorbeeld gebruik te maken van de zon, of de wind? (Op welke manier dan ook.) Hoe had de wereld er dan nu uitgezien? Als we niet al tijden bezig waren spul uit de grond te peuren (met alle vervuiling van dien)?
Ik heb er geen verstand van, maar gevoelsmatig vind ik het niet zo'n goed idee. Al die olie en dat gas maar uit de aarde pompen. Ik bedoel: wie heeft eigenlijk gezegd dat dat mag? Misschien kan een beetje geen kwaad, omdat er heus genoeg is, maar als we maar door en door gaan? Zou dat niet op den duur toch voor een probleempje kunnen zorgen? Aardbevingen bijvoorbeeld? Het is toch eigenlijk ook een beetje raar om te doen? Uiteindelijk hoort het er toch gewoon, dat gas, in de aarde? Het zit er misschien niet voor niks, hè.

Iets anders wat volgens mij niet goed gaat in de wereld:
We slapen te weinig.

Ik kijk, als ik de kluts kwijt ben, altijd graag naar de dieren. De dieren in het wild. Om even helemaal naar de basis te gaan en te zien hoever ik weer van het padje ben geraakt.
Het leven van een leeuw bestaat uit slapen, eten en spelen. Dat eten, okee, dat is telkens even een dingetje; daar moet je eerst even een antilope voor vloeren, maar als dat dan gelukt is ga je smikkelen en daarna… slapen. En nog wat slapen. En nog maar wat slapen.
Misschien even met de kinderen spelen, maar dan weer slapen.
En niks acht uur, maar gewoon, tot je weer honger hebt.

Wij mensen zijn steeds minder gaan slapen. Om efficiënter te worden. Om meer voor elkaar te kunnen krijgen en meer geld te kunnen verdienen. Dat is waarschijnlijk ook een logisch gevolg van de evolutie.

We zijn een wereld vol met mensen die te weinig slapen. Dat kan nooit goed gaan.

Trusten.

dinsdag 18 juni 2013

6


Symboliek, mensen, symboliek. Het leven staat er bol van.

Kijk: Mijn lievelingsgetal is 6.
Misschien omdat volgens de getallensymboliek mijn getal 6 is.

Mijn geboortedatum is namelijk: 18-6-1971
1+8+6+1+9+7+1= 33
En 3+3= 6

Twee van mijn kinderen hebben ook het getal 6:
Bo is geboren op 1-1-2002: 1+1+2+2= 6
En Merlijn op 12-7-2003: 1+2+7+2+3= 15 en 1+5= 6

Nou wil het leuke feit dat 2013 óók 6 is. (2+1+3= 6)
En vandaag werd ik 42! (4+2 = 6)

Nah. Dat betekent vast iets.
Het jaar 2013 heeft me tot nu toe al veel moois gebracht, en nu denk ik dus zomaar dat de tweede helft van dit jaar (starting today) nog veel meer moois gaat brengen!

Het moet haast wel. Ik werd vandaag namelijk 141 (6!) keer gefeliciteerd. (67 keer op facebook, 31 keer op twitter, 3 keer telefonisch, 8 keer via whatsapp, 2 keer per mail en ongeveer 30 keer live. Unreal.)

THANKS EVERYONE! YOU MADE MY DAY!

donderdag 13 juni 2013

Ik kan echt heel goed pannenkoeken bakken


Ik was bij een vriendin. We gingen lunch maken. Voor ons een salade, pannenkoeken voor de kinderen.
‘Zal ik de pannenkoeken bakken?’ vroeg ik. ‘Ik kan namelijk heel goed pannenkoeken bakken.’
Ik liet er vier aanbranden.
Aan tafel sprak ik: ‘Sommigen zijn een beetje zwart, jongens, sorry.’
‘Ik dacht dat jij zo goed pannenkoeken kon bakken?’ grijnsde mijn vriendin.
‘Nja,’ zei ik. ‘Maar jij leidde me af.’

En toen kwam het.
‘Weet je eigenlijk dat jij dat heel vaak zegt? Dat je ergens heel erg goed in bent?’

Oeh.
Dit voelde zomaar ineens als een aanval.
En ik begon koortsachtig te piekeren.
Had ze gelijk? Zeg ik heel vaak dat ik ergens goed in ben?
Ja, misschien wel. Maar nooit over de wezenlijke dingen! Juist niet! Ik vind mezelf namelijk nog lang niet goed genoeg! Ik zou bijvoorbeeld nooit zeggen: 'Ik kan echt zo goed schrijven!' Of: 'Ik ben toch zo’n goeie moeder.’ Nee zeg, dan moet er moet nog heel wat gebeuren.
Maar inderdaad, ik zeg wel: ‘Ik kan heel goed pannenkoeken bakken. Ik kan heel goed achteruit inparkeren, ik kan heel goed raadseltjes oplossen, ik kan heel goed schilderijtjes recht hangen.’ Waarom doe ik dat? Om interessant te zijn? Om een minderwaardigheidscomplex te overschreeuwen?

En blijkbaar is het dus irritant? Hm, ja, misschien wel. Misschien is de ironie erachter wel zo twisted dat ik die alleen snap.
Ik was even helemaal van mijn stuk gebracht. Gedachten buitelden over elkaar heen.

En toen ging ze verder: ‘Maar dat vind ik juist zo leuk aan jou. Dat je dat gewoon durft te zeggen. Dat is namelijk zo on-Nederlands! Dat hoort gewoon eigenlijk niet, zeggen dat je ergens heel goed in bent. Ik zou zoiets bijvoorbeeld nooit zeggen. Maar jij doet dat dus gewoon.’

Hm. Het bleef een beetje kritiek vermomd als compliment.
(‘Dat jij met jouw figuur gewoon een skinny spijkerbroek aan durft te trekken, echt, dat vind ik zo cool!’)


maandag 10 juni 2013

Kikkervisjes? Hartstikke leuk. Kinderen ook.

En toen haalde ik dus vanmiddag mijn dochtertje op bij haar speeladres en toen trok ze daar nog even een aquarium uit de vensterbank.
Aquarium aan diggelen. Kikkervisjes over de vloer. (Die overigens best makkelijk met een stoffer en blik waren op te scheppen. Ze wonen nu tijdelijk in een ovenschaal.)
Maar ook: AU!
Ik bleek het aquarium een soort van opgevangen te hebben. Met mijn scheenbeen. De punt van het aquarium op mijn scheenbeen; een gat van ongeveer een centimeter in doorsnee, met uitzicht op iets wits. (Aargh, is dat mijn bot?)

Nu heb ik een pleister, doet lopen veel pijn en moet ik een ander aquarium zien te regelen. Voor dertien getraumatiseerde kikkervisjes. (Eentje bloedde, zelfs, net als ik.)






zaterdag 8 juni 2013

Manifest tegen het cadeau


Cadeautjes zijn leuk. Dat is nou eenmaal zo. Het ligt al in het woord besloten. Nee, dat slaat nergens op, maar toch: het woord ‘cadeautje’ heeft door ervaring een blije lading. ‘Het leuke cadeautje’, dat is bijna een pleonasme.

Ik ageer dan ook niet tegen cadeautjes an sich, maar slechts tegen het ‘cadeaus geven’ als institutie, het keurslijf met allerlei ongeschreven regels.

Afgelopen woensdag, tijdens de wekelijkse koffiedate met een aantal mede-moeders (dat klinkt mutsig, maar dat is het heus niet) bleek iemand jarig.
Ik gaf haar het bosje bloemen dat ik zojuist op de schooltrap had gekregen (omdat ik de dag ervoor mezelf bijna had verzopen in de plantsoenvijver toen ik een mobiele telefoon van een vriendje van Bo probeerde te redden – ander verhaal).
Onmiddellijk begonnen anderen in hun tas te grabbelen. Tevoorschijn kwamen een chuppa-chupp, een pen met een raar handje erop, een plastic broche met een hartje en nog wat gekke kleine dingetjes die het heel goed deden als cadeautje.
De jarige was ontzettend jarig en ik jubelde inwendig op het hysterische af: ‘Ja! Zo moet het!’

Op de verjaardag van mijn zusje, die ik bijwoonde op Hawaï, had ik een vergelijkbare ervaring. Ze kreeg vele cadeaus, die ik me allemaal niet herinner. Behalve dat ene cadeau; een doos, gevuld met allemaal spulletjes en een kaartje.
Op het kaartje stond:

'For your birthday I’m giving you some of my favourite things. A shawl that has traveled a lot of places & been on many meditaton retreats with me. Buddha beads from a monastery in New York, prayer flags from a giftshop of a friend of mine, that hung in my home on the mainland & here on Hawaii, 3 sticks of very special incense to send your prayers & wishes to the heavens and lots of delicious chocolate. 
Thanks for your friendship & inspiration.' 

Okee, beetje hippiesque, en misschien had de gever gewoon geen geld voor een ‘echt cadeautje' – dat zou kunnen – maar ik vond het zo mooi! (Zo mooi dat ik stiekem een foto maakte van de tekst; daarom kan ik het nu zo letterlijk reproduceren. En het was een fantástische shawl.)

Waarom moeten cadeaus altijd in een winkel worden gekocht en ingepakt worden en ongeveer zo en zo duur zijn – afhankelijk van de persoon en de gelegenheid? Wie wordt daar eigenlijk blij van, behalve de mensen van de cadeauwinkels?
We zijn langzaam bezig elkaars huizen vol te stapelen met spullen.
Stop!
Ik heb al zoveel spullen!
Ik heb al een boek!

Misschien ben ik wel niet helemaal representatief hier, misschien hou ik wel wat minder dan de gemiddelde mens van cadeautjes. Dat zou best kunnen. Ik hoef namelijk eigenlijk niets. En wat ik wel hoef, dat koop ik wel zelf.
Je zou me dus geld kunnen geven. Maar elkaar geld geven, dat slaat ook nergens op. Dat is een zinloos heen en weer schuiven, inzichtelijk gemaakt in het absurde voorbeeld van Henk en zijn zus, die elkaar op hun verjaardagen altijd 20 euro geven, in een envelopje. (Voor het eurotijdperk; 25 gulden.)
Ergo; ieder jaar op 23 februari verdwijnt er 20 euro uit onze huishoudpot, op 31 augustus komt het weer terug. Het saldo staat jaarlijks op nul.
(Wie straks het langst leeft heeft gewonnen – mits het overlijden plaatsvond op een gunstige datum; ná de eigen verjaardag, maar vóór die van de ongelukkige. Haha.)
Ik kijk het al jarenlang met lede ogen aan en vraag me regelmatig hardop (maar zonder ooit indruk te maken) af ‘of ze nou echt elke keer een nieuw briefje van 20 in een nieuwe envelop doen? Of….?’

Pff.
Ik wil er echt eigenlijk wel voor pleiten om dat hele verplichte cadeaugedoe af te schaffen. Geef elkaar cadeautjes als je er zin in hebt. Wanneer je iets bent tegengekomen in een winkel of in je eigen kast, dat je aan de persoon in kwestie deed denken. Geef elkaar onverwachte cadeautjes op onverwachte momenten. Niet per se op een feest – alleen omdat dat nou eenmaal zo hoort.
(Zeg nou zelf, je zit er meestal niet op te wachten; zo’n feest is al zo’n gedoe, iedereen komt binnen en wil je feliciteren, terwijl jij staat te stressen op het aansnijden van de taart en thee zet en wijnflessen openmaakt en toastjes smeert. En dan moet je ineens cadeaus uitpakken! Daar heb je toch helemaal geen tijd voor!)


Leen me het boek dat je net hebt gelezen en zo mooi vond. Trakteer me op koffie. Geef iets geks op een leuk moment (ik werd heel blij van de 20 aan elkaar geknoopte gelukspoppetjes (één voor elke dag dat ik weg was) die een vriendin me gaf voor ik op reis ging). Geef me een geitenkaasje met een strik erom. Teken een hartje op mijn arm met watervaste stift. Maak mijn keuken schoon. Geef me een avocado. Of een fles wijn. Dat is volgens velen het meest afgezaagde cadeau ter wereld, maar ik zeg: altijd welkom.

Hik.
Sic.

zondag 2 juni 2013

Een blog aan mijn been


We beleven dolle tijden hier en we hebben het hartstikke druk. En druk, dat betekent werk, en werk dat is goed want werk is geld en daar kun je leuke dingen mee doen zoals….ehm….bloggen? Oh nee, dat dus juist niet! Geen tijd!
Haha, het is ook nooit goed.
Enfin.
Ik schud dan maar even mijn iPhone leeg, in plaats van tekst.
Want er was wel van alles.
We hadden de toestand omtrent het bezoek van Het Koninklijk Paar.
En ik was nog met Merlijn op de radio.
En we hadden de avond4daagse.
En Loïs was jarig.
(Ook al is dat dan al twee weken geleden.)

Vol spanning wachten
Intussen: Bo op stelten
Haha. Dit doet mijn nieuwe iPhoto. Vond ik lollig.


avond4daagse


radio

leuk
www.slordigetaarten.nl
Voor het eerst zelf naar school fietsen.
En ik maakte natuurlijk een fotoboek. Dit is de kaft.
(Maar in Nederland schijnt ook de zon.)