donderdag 31 mei 2012

Viva!

Was ik dat, die maar steeds zo hard riep dat freelance tekstschrijven en het moederschap zo’n ideale combinatie vormen?
Nee écht hoor: í-de-aal!
Je kunt gewoon helemaal je eigen tijd indelen en terwijl je aan het werk bent kun je ook nog lekker wat in het huishouden doen. En je bent er altijd voor je kinderen! Als ze naar school zijn kun je naar afspraken toe, interviews houden en de administratie doen en het schrijven, dat kan dan ’s avonds, als het lekker rustig is. En ’s nachts. Want teksten moeten nou eenmaal af. Maar ’s morgens gaat gelukkig pas om 7 uur de wekker dus dat geeft helemaal niks. En zei ik al dat je zo lekker je eigen tijd kunt indelen?
Ammehoela.
Zal ik het eens recht voor zijn raap zeggen?
Het is echt niet te doen.
En het heeft vast te maken met de manier waarop ik de dingen organiseer, maar het hangt ook samen met het vakgebied waarin ik me begeef; dat tekstschrijven is een nogal onvoorspelbare tak van sport. Soms is het heel stil en maak ik me zorgen en neem ik me voor om alles aan te nemen wat maar voorbij komt en vervolgens zit ik dan dus weer tot over mijn oren in de deadlines. Meestal onmogelijke deadlines. Met dat het gisteren af moet.
En kinderen, u weet dat misschien, kinderen, die zijn ook tamelijk onvoorspelbaar. Breken ineens heel onvoorspelbaar hun arm. Of moeten ineens heel onvoorspelbaar op schoolreisje. Tel daar nog een partner bij op die ook een nogal onvoorspelbaar leven leidt en je hebt chaos. CHAOS!
Ik liep de laatste tijd alleen maar gestresst rond te rennen! Overdag, terwijl ik de boodschappen en de klusjes deed en de kinderen naar school en muziekles en sportclubs bracht, liep ik met allerlei ideeën en zinsconstructies in mijn hoofd die ik pas ‘s avonds echt kon gaan uitwerken. Ik was totaal afwezig. En doodmoe. Dertig keer per dag was ik mijn sleutels kwijt. En mijn tas. En mijn telefoon. En mijn portemonnee. Ik legde alles gedachteloos ergens neer. En ik vergat afspraken. Ik vergat afspraken! Dat ik dan gebeld werd en ze vroegen: waar blijf je? Zulke dingen.
En ik was ongeduldig tegen de kinderen.
JULLIE MOETEN NU GAAN SLAPEN WANT MAMA MOET NOG WERKEN EN IK WIL NIET WEER PAS OM VIER UUR VANNACHT NAAR BED!
Hebben die kinderen daar boodschap aan?
Toen ik op een nacht, vlak voordat we naar Parijs gingen, letterlijk huilend een artikel zat te schrijven - want ik was zo moe en ik wou zo graag naar bed maar dat kon niet want het stuk moest af en het moest ook nog eens heel goed worden met veel passie enzo en dat lukte natuurlijk helemaal niet, zat ik er opeens finaal doorheen.
In Parijs nam ik het besluit: dit ga ik niet meer doen zo. Zolang de kinderen op de basisschool zitten in elk geval. Ik neem alleen nog opdrachten aan die ik leuk vind en die ik goed kan afronden zonder dat de rest van mijn leven in puin valt.

En daarnaast werk ik tegenwoordig bij Viva! (Met een uitroepteken.)
Dat is het leukste winkeltje van Groningen, met tweedehands merkkleding.
Het winkeltje met de leukste en meest diverse klantenkring – die tegelijk voor een deel uit de leveranciers bestaat.
Ik kan niet anders zeggen: het is het Walhalla.
Ik kom er volledig tot rust.
Ik staar niet meer 10 uur per dag naar een beeldscherm, maar ik kleed etalagepoppen aan.
Ik label kleding, ik adviseer mensen (nooit geweten dat ik dat kon) en ik naai knopen aan jassen.
Bovendien maak ik er de meest bizarre dingen mee, waar ik natuurlijk niet over kan vertellen.
Ik ben gelukkiger dan ik lang geweest ben.
Ik leef weer. En dat heeft misschien alles te maken met de naam van de winkel, je weet het niet.
Maar zeg nou zelf, dat ziet er best goed uit, zo’n Novy achter de toonbank.


Klik hier voor de website van Viva! (En als u dan even doorklikt naar de facebookpagina en daar op ‘like’ zou willen drukken? Ook al woont u in Maastricht?)

maandag 28 mei 2012

Pinksteren: geschikt.



Dat stuk in de Volkskrant had het ook even over 'jaloezie jegens die bloggende wondermoeders’, nou u weet, dat is in mijn geval niet nodig, hè. Mijn kwaliteiten liggen meer op het vlak van het kwijtraken van de huissleutel dan op dat van het bakken van een cake; ik ben allesbehalve een wondermoeder.
Maar nu mag u best wel even jaloers worden hoor.
Ik heb namelijk zo’n leuk weekend gehad!
En ik heb zulke leuke kinderen! En zulke leuke vrienden! Ha!
(Jammer dat de man en vader er niet was, maar hee, die had het óók leuk; daar kon ik dankzij facebook voortdurend getuige van zijn.)
Wat we dan allemaal deden?
Nou, er was een feestje, zo'n leuk feestje, u weet wel, buiten, aan lange tafels met salades en kannen witte wijn, er was een etentje in de tuin bij oma en er was een zwembadbezoek dat uitmondde in een spontane logeerpartij. En vandaag, vandaag was echt Goed. Al had ik dan geen roze hoedje op, ik was echt nergens liever dan waar ik was: op de 'Picknick in het plantsoen’, een evenement waarvoor zich via Facebook meer dan 1000 mensen hadden aangemeld (en ze waren er allemaal!) met live muziek in de muziekkoepel, zo’n honderd meter van ons huis.
(Zodat iedereen de hele tijd bij mij thuis naar de wc ging, behalve ik zelf; ik behelp me namelijk prima op een dixi.)

Oja! Verhaal.
Op een bepaald moment moest ik dus plassen, ik liep naar de dixi’s en sloot achteraan in de rij.
Een nogal lánge rij, dus ik overwoog even om alsnog naar mijn huis te lopen, maar ik bleef staan, omdat er iets heel geinigs aan de hand was.
Moet u zich voorstellen: twee toilethokjes naast elkaar, met op de ene deur een H en op de andere een D. Maar omdat er bijna uitsluitend vrouwen in de rij stonden, werden beide hokjes door de vrouwen gebruikt.
Logisch, want dan schiet het tenminste een beetje op.
Maar zo af en toe verscheen er dan toch ineens een man ten tonele.
En dan werd het leuk.
Er waren:
  • mannen die de situatie overzagen en schuchter achteraan de rij sloten;
  • mannen die de situatie overzagen, constateerden dat ze de enige man waren en zich pontificaal voor de deur van het herentoilet posteerden om als eerstvolgende naar binnen te gaan;
  • mannen die de situatie overzagen en het vervolgens niet zo goed wisten en wat halfslachtig bleven staan toekijken hoe de een na de andere vrouw het herentoilet binnenging, maar ondertussen ook niet echt in de rij stonden dus gewoon nooit aan de beurt kwamen en uiteindelijk toch maar een struik opzochten. (Dit was de grootste groep.) 
De leukste man - maar ik heb natuurlijk al verkering - overzag de situatie en riep: ‘Meisjes, wat is de bedoeling, ga ik van mijn recht gebruik om de herenwc te gebruiken, of zal ik maar gewoon achteraan sluiten?’
Een man naar mijn hart.
En de rij riep in koor: ‘Achteraansluiten!’.

Nouja, ik vond vandaag alles leuk, wil ik maar zeggen.
Zo'n dag was het.

zondag 27 mei 2012

Updates en cola en sinas

Het valt me op dat ik bijna nooit ergens op terugkom op dit blog. Dan gooi ik weer eens iets de wereld in en dat blijft dan vervolgens zo’n beetje hangen in het luchtledige.
Dus.
Tijd voor enkele updates.
Eerst maar de Avondvierdaagse:
Ook de laatste avond hebben we gered. En als beloning waren er bloemen en medailles.
(En nee, niks meer over kroketten, misschien dat u dat geruststelt.)



Ziet u die pleister op die arm, op die laatste foto? Op de andere arm zit er ook een. 
Merlijn kreeg die dag namelijk de ‘cola- en sinasprik’. 
Ja, ik heb een nieuw woordje geleerd. De cola- en sinasprik; bijna alle kinderen die dit jaar negen (zijn ge)worden hadden het erover. (Ik begrijp het nog niet helemaal, geloof ik. Is dan die ene prik de sinasprik en de andere – de pijnlijkste – de colaprik? Omdat cola harder prikt? Ofzo? Ik heb ijverig rondgevraagd maar niemand kon me hier duidelijkheid over verschaffen. Niet belangrijk, schijnbaar.)
Ik kan me trouwens niet herinneren dat het vroeger ook al zo werd genoemd, sterker nog, toen Bo vorig jaar de betreffende prikken kreeg noemden we het nog gewoon BMR en DTP. Niks gehoord toen over cola of sinas. En nu ineens is het een min of meer geaccepteerde uitdrukking. Echt, google maar.
Ik vind het dan wel weer grappig dat iemand – een kind hopelijk - dat bedacht heeft. En later tegen zijn kleinkinderen kan vertellen dat hij de bedenker was van de uitdrukking ‘cola- en sinasprik’. Hoewel tegen die tijd vaccinaties misschien wel helemaal achterhaald zijn of heel anders gaan - je weet het niet hè.

Ik ben trouwens manloos – en de kinderen vaderloos – deze pinksterdagen. Man en vader begeeft zich op Pinkpop. Hij kampeert in een beige Hymer op het backstageterrein, tussen de artiesten en radio- en televisiemakers en noemt dat dan ‘werk’.
Met zulk werk heb je geen hobby meer nodig, zeg ik altijd maar.

Oja, de updates.
Ik heb nog steeds jeuk.
Eh...de wasmachine stinkt niet meer.
En.
Ehm.Was er meer?
Oja. De volgende keer ga ik echt vertellen over mijn bijzondere carrièremove.

woensdag 23 mei 2012

Kroketten

En? Is uw borst nat? Ik denk het wel hè, met dit weer. Want poeh, wat is het warm. En ik weet niet wat u vindt, maar ik vind het nogal plotseling.
Ik bedoel: kleren die vorige week nog te koud waren, zijn nu ineens te warm.
Het enige wat je tegenwoordig nog nodig hebt in dit rare land zijn heel veel warme winterkleren en een bikini.
Maar u hoort mij niet klagen hoor. Ik vind het prima zo; het kan mij niet warm genoeg.

We lopen deze week de Avond4daagse, bij wijze van buitenschoolse activiteit.
En de Avond4daagse, als u het mij vraagt, slaat echt he-le-maal nergens op.
In een lange sliert 5 kilometer wandelen, voornamelijk – in ons geval – door de buitenwijken van de stad. En dat dan 4 dagen achtereen. En waarom? Om gewoon. Voor de zomaar. Omdat het leuk is.
En weet u? (En ik besef ineens dat ik dat vorig jaar rond deze tijd ook schreef) het ís ook leuk.
In a way.
Want wat doe je bij zo’n Avond4daagse? Behalve snoepjes uitdelen aan je kinderen?
Praten. Met mensen met wie je in het dagelijks leven eigenlijk nooit praat, maar waar je nu dan toevallig naast loopt. De Avond4daagse, dat is vier keer vijf kilometer vol conversaties. Vluchtige conversaties, want je hoeft je maar te bukken voor een steentje in je schoen en hoppa, je loopt alweer naast iemand anders. Het is eigenlijk een heel ongedwongen vorm van speeddaten.
Soms ontstaan er heel leuke gesprekken.
En soms ook rare gesprekken.
Zo vertelde iemand - toen we het ineens over kroketten hadden gekregen – het verhaal over een vriend van hem, die eens seks had met een Duits meisje op het strand. Op een zeker moment, tijdens de coïtus, floept zijn geslachtsdeel per ongeluk naar buiten en belandt, plof, in het zand. Waarop die jongen denkt: nou ja, ik zeg maar niks, ik stop hem er gewoon weer in, ze merkt het vast niet. En hij gaat weer door met waar hij mee bezig was. Roept dat meisje ineens, na een paar minuten: ‘Stop! Stop! Noch mal panieren, bitte!’
Haha. Ja, niveautje, mensen. Vooral leuk is dat deze persoon, de verteller, waarschijnlijk ALTIJD dit verhaal vertelt als het over kroketten gaat. Dat vind ik heel grappig. Dat bijna iedereen wel zo'n hilarisch of schokkend of sterk verhaal heeft dat hij ALTIJD vertelt in een bepaalde situatie.
Wacht, ik doe even zo'n manbijthond-achtige lezersvraag.
Bent u of kent u iemand die altijd hetzelfde verhaal vertelt in een bepaalde situatie?

Ik geloof dat ik maar eens naar bed ga.

Ik eindig met een plaatje.
Van het onweer dat niet kwam.


maandag 21 mei 2012

Op je verjaardag naar school



Kijk, daar ging ze.
Naar school.
Mooi hè.
Ik keek ernaar en pinkte in gedachten een traantje weg.


Toen ik thuiskwam vond ik vier keer hetzelfde katern van de Volkskrant in de brievenbus, van mensen die allemaal dachten dat ik het artikel op pagina 18 wel leuk zou vinden om te lezen.
Ha! Maar natuurlijk vond ik dat leuk!
Niet in het minst om de foto van die geweldige Maantje Piet in het badpakje van mijn geweldige Loïs.
Ik riep op haar weblog dat ik stikjaloers was. Dat was gewoon een matter of speech, natuurlijk. Maar zo halverwege de dag overviel me toch een licht grmpf-gevoel.
Want wat was het nou toch leuk geweest als ik ook in dat artikel was genoemd! Om tegen mijn moeder te kunnen zeggen: 'Kijk mam, ik sta in de krant.'  – want als je in de krant staat ben je iemand.

Grmpf.
Ik snap al wat ik fout doe, dacht ik.
Ik naai geen rokjes.
Ik tuinier niet.
Ik bak geen taarten met seizoensfruit. Integendeel: ik ben iemand die niet weet wanneer de bramen rijp zijn en die zich in april afvraagt of we al bijna kastanjes kunnen zoeken. Bij wijze van spreken.

Maar dat is het natuurlijk helemaal niet.
Want zoveel breng ik er de laatste tijd gewoon niet van terecht. Van dat hele bloggen.
Ik nader de 500 logjes in een steeds trager wordend tempo. Als ik zo doorga strand ik bij 498.
En zo kom je natuurlijk nooit in de krant!
Nee.
Dus. Maakt uw borst maar nat.

zondag 20 mei 2012

Loïs 4t haar verjaardag

Zo zeg.  Mijn dochter wordt morgen vier. En dat is best gek, aangezien ze pas vorige week werd geboren. (Time flies, when you're having fun?)
We vierden het feest vandaag al. En wat boften we met het weer! Ik weet niet hoe het in de rest van Nederland was, maar hier was het zomer. En het was een dag vol hoogtepunten; Loïs kreeg van ons een fiets en kon er meteen op fietsen, ze kreeg een zelfgemaakte Pippi Langkousjurk van klik en een zelfgemaakt Pippi Langkouslampje van klik (o wat fijn dat we allemaal van die kunstenaars om ons heen hebben; hoeven we zelf niks te kunnen) en er was taart en er kwamen een heleboel leuke mensen en nouja, allemaal dingen die een heel saai logje opleveren.

Foto's dus maar.











dinsdag 15 mei 2012

Met water innemen

Ja sorry hoor.
Ik heb het druk.
Met dingen.
Ons huis, dat we deze maand eindelijk echt te koop gaan zetten. Onze jongste dochter, die afscheid neemt van de peuterspeelzaal en vanaf maandag naar de basisschool gaat. Haar verjaardag, die we zondag gaan vieren. Merlijn, die sinds gisteren geen gips meer heeft, maar sinds vandaag ook geen grote-teennagel, nadat een vriendje de deur over zijn voet schraapte. Bo, die de komende week nog 372 keer moet trainen en 8 keer moet optreden met haar circusgroep. Henk, die werkmatig van festival naar festival vliegt (nah: hij gaat zelfs naar Pinkpop). En ik zei de gek, die zich drie slagen in de rondte werkt om genoeg geld op de wal te slepen, met zo links en rechts een schrijfopdracht en mijn nieuwe ‘baantje on the side’. Waar ik nodig eens iets over moet vertellen. Maar niet nu.
Nu vertel ik iets anders.
Ik heb jeuk, namelijk.
Een bijzonder vervelende, onverklaarbare jeuk. Overal, maar vooral op mijn rug en buik.
Er is niets te zien. Geen bultjes, geen vlekjes. Niks.
Gebruik ik een ander wasmiddel? Neen. Heb ik iets raars gegeten? Neen.
Misschien toch een allergie, dacht de dokter. En gaf me pilletjes. Waar ik verschrikkelijk slaperig van werd. Wat echt niet handig is, gezien het bovenstaande.

Ik heb sowieso een beetje een ambivalente verhouding met die pillen. Nog los van dat ze niet helpen, voorlopig.
Zal ik het vertellen? Het levert wel weer een verontrustend kijkje in mijn leven op, vrees ik.
Nou, vooruit.
Ik had gisteravond een heel interessante ervaring.
Voor ik naar bed ging besloot ik zo’n pilletje te nemen – ook al had ik er die dag al een gehad – want dat leek me gezien de bijwerkingen het beste. Dus ik mikte zo’n ding in mijn keel en ging slapen.
Een half uur later (ofzo, dat denk ik) werd ik wakker. Van het gevoel dat er iets niet in orde was.
Mijn borstkas stond in brand. En ik rook de indringende geur van appeltjesshampoo.
Had ik misschien een hartaanval? Ik herinnerde me dat ik wel eens had gehoord dat mensen die een hartaanval hebben een bepaalde geur ruiken. Maar was dat wel appeltjesshampoo?
Oh shit, ik wist het ineens.
Die pil. Die ik zonder water had ingeslikt.
Die was natuurlijk blijven steken ergens halverwege mijn slokdarm en was daar aan het desintegreren geslagen. En dat was blijkbaar niet de bedoeling.
Ik rende naar de badkamer en dronk drie glazen water. En zat vervolgens een uur rechtop in bed tot het bizarre gevoel wegtrok.

Dus wat hebben u en ik hiervan geleerd? Neem medicijnen in met water, zoals in de bijsluiter wordt aangeraden.

Doei.