vrijdag 6 november 2015

Een fenomeen zonder naam

Omdat ik nogal veel te doen had de laatste weken, was er geen tijd om te schrijven over pandaberen en vluchtelingen, over ontvrienden op Facebook (en dat dat in Australië inmiddels officieel onder pesten valt), en over waar allemaal een piemel in moet. 
Jammer, want het hadden misschien best leuke stukjes kunnen worden.

Nu moet u het doen met een heel wat minder belangwekkend verhaal.
Over een fenomeen, dat me ineens opviel.

Een fenomeen dat iedereen kent, al dan niet onbewust, maar dat eigenlijk nooit benoemd wordt. Omdat er geen naam voor is.
En omdat het eigenlijk ook een ontzettend open-deurfenomeen is.
(Misschien moet ik het niet eens fenomeen noemen, maar mechanisme?)

Hoe dan ook, ik stond er zo wat over na te denken op het schoolplein, gisteren.
(Ik sta nogal eens op het schoolplein, hè. Bijna dagelijks, en door een wat ongelukkige gezinsplanning: vijftien jaar lang. Waarvan inmiddels tien jaar om zijn. En mocht dit nu klinken alsof ik het heel vervelend vind, dat valt reuze mee: ik zit voornamelijk in mijn eentje achter mijn computer in een leeg huis, dus ik vind het altijd wel even prima om verplicht door de stad te moeten fietsen en mensen te kijken. Bovendien, ik moet toch ergens mijn structuur vandaan halen.)



Ik ken eigenlijk alle gezichten wel zo’n beetje, op het schoolplein. En ik weet vaak ook nog wel bij welk kind zo’n ouder of oppas hoort. Dat krijg je ervan. 
Maar ik groet natuurlijk niet iedereen op het schoolplein.
Nee, dat zou heel gek zijn. (‘Hoi!’ ‘Hee, hallo!’, ‘Hoi!’ ‘Hoi!’ ‘Hoi!’ ‘Hoi!’  ‘Hee, jij ook hier?’ ‘Hoi!’ ‘Goedemiddag!’ Je bent ook wel eventjes bezig dan.)

Ik groet alleen de vaders en moeders die ik écht ken – omdat ze bijvoorbeeld de ouders zijn van vriendinnetjes van Loïs.
Tegen de vader van dat ene jongetje met dat groene jasje, uit groep vijf, zeg ik niets. We maken niet eens oogcontact. Want we kennen elkaar tenslotte niet.
Behalve dan van gezicht.
Van hier, van het schoolplein.


Maar stel nou, dat ik de vader van het jongetje met het groen jasje uit groep vijf ergens ánders tegenkom, zeg bij de Hema, dan is het heel goed mogelijk dat we elkaar op zijn minst een knikje of een glimlach toewerpen. Om te zeggen: ‘Hee, ik ken jou, van het schoolplein.’

En sterker nog, als ik die vader van het jongetje met het groene jasje uit groep vijf tegenkom op de Ramblas in Barcelona, in de zomervakantie, dan is het zelfs heel waarschijnlijk dat er een gesprék plaatsvindt!
‘Nou, dat is toevallig! Jullie óók hier?’


De kans dat er een groet wordt uitgewisseld met een vage kennis neemt dus toe naarmate de afstand ten opzichte van de logische context groter wordt.

Of andersom:

Hoe vanzelfsprekender het is dat je iemand ergens tegenkomt, des te kleiner de groetkans.


Grappig hè.


Ik zei het al, het is een beetje een open-deurfenomeen, maar ik vond het toch de moeite van het opschrijven waard.

Dat blijkt wel.



Edit: Ik werd gewezen op dit mooie artikeltje over 'familiar strangers'. 

9 opmerkingen:

Nicole zei

Nou dat. Onze buurman van 5 deuren verder groet mij nooit, kijkt me niet eens aan. Ik zeg ook nooit wat tegen hem.
Maar laatst stond ie achter me bij de kassa in de HEMA en warempel, hij zei "oh hallo, lekker aan het winkelen?".

Ik schrok er zelfs van.

Tijmen zei

Ja. Als ik je nu in Canada tegen zou komen, zou ik je wel groeten, denk ik.

Terrence Weijnschenk zei

Geweldige observatie, Yvon! Ik ga die lekker delen met mijn Twittervriendjes...Ik merk het zelf op de markten waar ik werk: je eigen buren vertrouwen mensen niet toe om twee maal in een week even de goudvissen eten te geven terwijl ze op vakantie zijn 'want ik ken jou nauwelijks' maar tegen een collega die naast ze op de markt staat en ze nog nooit gezien hebben zeggen ze rustig:'Ik ben even pissen, let jij even op mijn geldkistje waar €800 in zit? Thanks!'

NOVY zei

Haha, dank Terrence. Inderdaad: Context is key.

moker zei

hoi!

NOVY zei

@Nicole: Precies, dat. Haha. De vraag is nu: zeg je de volgende keer, als je hem in de straat tegenkomt, iets tegen hem?
@Tijmen: Je zou me waarschijnlijk niet eens herkennen, haha.
@Moker: in jouw geval zou dit moeten zijn: moi!

Ximaar zei

Een herkenbaar fenomeen waar ik me wel eens aan onttrek. Zeker hier in de stad groet ik altijd de mensen die in m'n straatje wonen, of dat nu naast de deur is of in Verweggistan. Buren doen dat net zo. Op het dorp was dat duidelijk minder. Daar heerste meer een valse schaamte. Ik groet ook onbekenden als er weinig mensen in de buurt zijn. Moet ook wel, anders blijf je aan de gang. Een leuk voorbeeld was in Mainburg, een stadje niet aan de Main maar iets ten zuiden van Regensburg. Het was daar minder weer en ik schuilde voor een bui bij een bakkertje met koffie. Daar zaten al wat andere fietsers. Een fietsechtpaar aan een tafeltje naast me groette ik en wenste ze smakelijk eten. Een week en 700 fietskilometers later liep ik met m'n fiets aan de hand over een groot en druk plein in Innsbruck. Loopt er zomaar een man op me af die me groette. Geen idee wie het was, maar dat bleek die man van het fietsechtpaar te zijn, maar nu in gewone kleren. ;-)

NOVY zei

@Ximaar: Ja, je onttrekken aan fenomenen, dat is vaak het leukst.

LEHTI zei

Mooi gezegd. En ook wel weer interessant hoe zoiets op facebook dan zou werken. 'Liken' relatief onbekenden elkaar eerder uit beleefdheid?, of is dit nu juist één van die dingen die zich uitsluitend 'offline' voordoen?

Verder mijmerend dacht ik dat het misschien ook te maken heeft met privacy. Jij schreef onlangs zelfs een beetje huiverig te zijn om gezellig te doen met je oude buurman. In den vreemde zou dat al veiliger zijn: Je hoeft hem niet je huis uit te praten of zo.

De argwaan/ vijandigheid verslapt en de gezamenlijkheid vergroot als ook de afstand groter wordt. Verschil met 'de rest' wordt kleiner. Friezen versus Groningers, Rome aanhangers versus die van het omringende Lazio, Iraniërs tegen Afghanen.... als zij elkaar in Verweggistan tegenkomen zijn ze opeens eensgezind Noorderlingen/ Italianen/ Perzen.
Daar bestaat vast een mooi woord voor.