Doorgaan naar hoofdcontent

Verblijf houden; resideren; gehuisvest zijn

Een tijdje geleden vroeg een van mijn buren, die schrijft op wonen.blog.nl, of ik samen met hem wilde bloggen. Over wonen.
Ik zei: “Goh.” En: “Tsja.” En: “Ik zal er eens over nadenken.”
En daar bleef het bij. Want ‘wonen’? Wat weet ik nou over wonen?
Ja, okee, ik woon. Net als 16.428.309 andere Nederlanders. (Nee, de daklozen niet meegerekend, duh).
Ik heb 4 muren en daar bevind ik mij regelmatig tussen, met man en kinderen. En ik heb een dak en daar zitten we onder.
Ik woon
jij woont
wij wonen.
In Holland staat een huis.

Maar dat is waarschijnlijk niet wat hij bedoelde. Ik moest vast schrijven over hypotheekrenteaftrek en WOZ-waarde. Of over warmte-isolatie, en besparen op de stookkosten. Misschien over designkoelkasten en stoomovens en home cinema sets.
En dat weet ik allemaal niet hoor. Want ik doe gewoon maar wat, met dat wonen. Ik woon maar een eind in het wilde weg.
Dus erover schrijven? Neu.
Ja, ik heb wel eens verslag gedaan van mijn ervaring met onze schoonmaakster. (Dat is ook iets met wonen, toch?)
Maar verder, neu.
Dus, ik zei het al, het bleef erbij.


Kreeg ik toch vanmorgen een soortgelijke vraag! Van de vader van een klasgenootje van Merlijn. Die ik onlangs had toegevoegd aan mijn LinkedIn-contacts. Hij vroeg of ik inderdaad tekstschrijver was (ja) en of hij mij wel eens mocht bellen voor een klus (ja). En of ik toevallig ook blogde (ja, of eh...nee (ik had net van haar geleerd dat mijn IRL kennissen beter niet konden weten van mijn schrijfsels)) want hij had namelijk een blog over wonen en daar momenteel even niet zoveel tijd voor dus of ik dan wellicht.......?

En toen dacht ik ineens: misschien moet ik het heel anders bekijken.
Natuurlijk kan ik stukjes schrijven over wonen.
Ik ben toch zeker ervaringsdeskundige!
Wonen, pfff, dat doe ik dagelijks!
Dus kom maar op met die blogs. Over wonen.


(Iemand ideeën, suggesties, tips?)

Reacties

Populaire posts van deze blog

Nog 33 dagen tot Hawaii/Hawaï

Ik vrees dat ik u de komende maand dood ga gooien met geleuter over Hawaii. Nog even en u denkt: mens, ben je nou nog niet weg? Het spijt me. Maar aangezien ik ter plaatse nogal verstoken zal zijn van wifi, heeft u straks lekker drie weken rust. (Ik weet het trouwens wel, hoor. Dat in het Nederlands Hawaii eigenlijk zo moet worden geschreven: Hawaï. Niet met dubbel i, maar met één i, met stipjes. Vind ik ook eigenlijk mooier. Maar om een wat duistere reden heb ik op een bepaald moment gekozen voor de Amerikaanse schrijfwijze en nu hou ik daar maar zo'n beetje aan vast. Als u het erg vervelend vindt, dan mag u best  telkens als u Hawaii leest, dit in gedachten vervangen door Hawaï.) Maar wat ik dus wou zeggen: op de gangbare wereldkaart lijkt Hawaii al best heel spannend en ver weg enzo, maar gisteren stuitte ik op een wereldkaart waarbij de globe op een andere manier is losgeknipt, oftewel de zogenaamde Pacific-centered wereldkaart: Oeh. Das écht wel midden in de zee....

Het leven is een gedoetje and then you die

Ik denk de laatste tijd aan niemand zoveel als aan wijlen onze Dichter des Vaderlands  René Gude . Dat komt omdat ik het leven momenteel weer eens nógal een gedoetje vind. Ik heb het woord overigens niet van René Gude geleerd, ik gebruik het al heel lang, maar tegenwoordig moet ik daarbij dus altijd aan hem denken; hij heeft het woord bestaansrecht en verdieping gegeven. Het zou bijna tragisch kunnen zijn, als het niet zo fantastisch was! Ik bedoel: dat een filosoof, iemand de een groot deel van zijn leven heeft gewijd aan het bestuderen van de grote vragen des levens, uiteindelijk herinnerd gaat worden als de filosoof die zei dat 'het leven een gedoetje is'. Geniaal. Want dat is het namelijk gewoon! Uitgekleed en ontdaan van alle ‘bedoeling’ en opsmuk is het leven niet meer dan een gedoetje. Je zou zelfs rustig kunnen zeggen: een gedoe. Maar dat doen we niet, als we beschaafde mensen zijn, we zeggen: gedoetje. Niet om het te bagatellisere...

Stuk

Ik blogde voor het laatst op 17 juni : de dag voor ik 45 werd. Nog een dag eerder was mijn leven ingestort, maar ik was nog in de ontkenning. Dus ik schreef maar gewoon een stukje, over de publieke waan van de dag. Het was de laatste stuiptrekking, voorlopig. Want mijn leven was ingestort, en al snel was daar geen ontkennen meer aan. Mijn man, mijn echtgenoot, de vader van mijn kinderen, was vertrokken. Weggegaan en niet teruggekomen. (Het verwarrende was dat hij intussen op zijn beurt beweerde dat ik hem het huis uit had gezet. Wat me geen goed teken leek; als je het daarover al niet eens bent, dan kon het nog wel eens een zware dobber worden.) Nou moet ik toegeven dat ik inderdaad de woorden ‘ik wil je niet meer zien’ had uitgesproken, maar dat leek me eerlijk gezegd geen reden waarom hij de volgende dag niet op de stoep had kunnen staan met een bos rozen en excuses. (De woorden ‘ik wil je niet meer zien,’ zegt men doorgaans niet zomaar, immers.) M...