Ik ben geen hypochonder. Natuurlijk, ik weet heus wel eens zéker dat ik een agressieve ziekte heb en binnen afzienbare tijd dood ga, maar niet vaker dan eens in de vijf jaar. Dus dat kwalificeert niet voor hypochondrie. Ik kom ook eigenlijk nooit bij de dokter. Voor mezelf niet, en tot voor kort ook bijna nooit met mijn kinderen. We zijn zelden ziek en als we eens wat hebben gaat dat gewoon vanzelf weer over. Maar ik zei dus: tot voor kort. Want de laatste tijd zijn we een beetje aan het klooien met Bo, onze oudste dochter, die onlangs twaalf werd. Ze is steeds zo moe. En ziet zo bleek. En dat is natuurlijk helemaal niet zo raar voor een bijna-puber die drie keer per week sport en net als haar moeder weinig winterproof is, maar toch. Een paar maanden geleden gingen we maar eens naar de dokter en een bloedonderzoek bracht de geruststellende verklaring: bloedarmoede. Ze kreeg een drankje. Na inmiddels zes weken dagelijks ijzer slikken, zien we echter geen enkele verbetering. Z...