Doorgaan naar hoofdcontent

Posts

Er worden posts getoond met het label Dat was toen

De eighties-eruptie

Ik was een jaar of 15 toen ik voor het eerst de naam Nelson Mandela hoorde. Op de radio, in dit liedje (hoewel ‘liedje’ een beetje raar klinkt voor zo'n protestsong): Ik weet nog dat ik dacht: Wie is dat eigenlijk, Nelson Mandela? Dus toen ging ik even googlen. Haha. O nee. Dit vind ik dus ineens een onthutsende ontdekking. Dat ik me eigenlijk al bijna niets meer kan voorstellen bij het pre-internettijdperk. Het is idioot hoe snel je gewend raakt aan dingen. Hoe deed ik dat vroeger, als ik iets wilde weten? Ging ik dan een boek halen bij de bibliotheek? Vroeg ik het aan mijn ouders? Ik denk het. Of eigenlijk denk ik het niet; zeker niet in het geval van Nelson Mandela, want toen was ik 15 en keihard aan het puberen en vroeg ik helemaal niets aan mijn ouders, behalve of het eten al klaar was en hoe laat ik thuis moest zijn ‘s nachts. (Waarschijnlijk dacht ik gewoon: nouja, daar kom ik vast nog wel eens achter, en ging weer verder met mijn leven.) ‘Wilde jij toen je 1...

Maarten van Roozendaal

Het was 1993 en ik was hevig verliefd. Het object van mijn affectie runde destijds een theatertje. Tijdens de voorstellingen zat hij meestal achter de bar, achterin de zaal. Ik zat zo veel mogelijk op een barkruk naast hem en zag op deze manier vele optredens, zonder ooit een kaartje te kopen. (Niemand die de moed heeft gehad daar iets van te zeggen; ik denk dat ze bang waren om het prille geluk te verstoren.) Op een avond kwam Maarten van Roozendaal. Who the fuck is Maarten van Roozendaal, dacht ik. En ik was blijkbaar niet de enige, want de kaartverkoop bleef steken op twee. Het podium was gereed: de lampen gesteld, de piano uitversterkt, de microfoon getest, mooi strijklicht langs de gordijnen. Acht rijen stoelen, maar geen publiek. 'Tsja,' zei Maarten van Roozendaal. 'Tsja,' zeiden wij. 'Biertje dan maar?' 'Nou, doe mij maar een whisky,' zei Maarten. En zo bleven we aan de bar zitten, met z’n zevenen: Maarten, Henk en ik, de twee betalend...

Ze

Ik ben niet opgevoed met het idee dat er een God is. Wel ben ik groot geworden in de overtuiging van het bestaan van Ze. U weet wel: Ze. Van: Ze zullen wel weten wat Ze doen. Als de nood aan de man kwam, dan zouden Ze er wel voor zorgen dat het weer goed kwam. Ze zouden ons beschermen. Als ik ziek zou worden of een ongeluk kreeg, zouden Ze me naar het ziekenhuis brengen en daar zouden Ze me weer beter maken. Ze hadden het beste met ons voor. Je kon van Ze op aan. En Ze zouden heus niet liegen. Als Ze zeiden, in de televisiereclame, dat een theelepeltje Dreft genoeg was voor de hele vaat, dan was dat zo. Er zouden ook heus geen spullen te koop zijn in de supermarkt die ongezond voor je waren; dat zouden Ze niet toestaan. (Zo slecht zou alcohol dus ook wel niet zijn: dan zouden Ze het toch niet máken? Duh.) Wie Ze precies waren, dat heb ik me eigenlijk nooit zo duidelijk afgevraagd. Ze wa...

Mijn broertje is fan van Snoopy dus hij slaapt op een hondenhok; waar andere mensen een ruggengraat hebben heeft hij een gleuf

Al een paar dagen spookt deze absurde zin door mijn hoofd, waarvan ik dacht dat ik de oorsprong wist, namelijk de oudejaarsconference 'De Openbaring' van Freek de Jonge, uit 1982. Het is een zin - dacht ik - uit het 'opstel van zijn zoontje' over de Derde Wereldoorlog, dat ik destijds - toen ik oudejaarsconferences, cabaret in het algemeen en Freek de Jonge in het bijzonder nog leuk vond - volledig uit mijn hoofd kende en letterlijk kon meepraten. 'We lagen in bed. Mama bij haar vriendin en papa in het opklapbed met de opblaaspop.' Etc. Gisteravond sloeg ik aan het googlen om het fragment in kwestie eens op te zoeken om te kijken of ik het nog steeds zo grappig vond ( nee ) en of ik het nog steeds kon playbacken ( ja - wat eens te meer aangeeft dat ik nodig mijn harde schijf moet opschonen ). Wat echter vooral opviel, en wat me eerlijk gezegd zeer verontrustte, was dat het betreffende zinnetje in het fragment NIET VOORKOMT. Húh?? Ik zit nu dus ...

Ik, cavia

Loïs zei vanmiddag voor het eerst: 'Ik hou van jou'. (Tegen mij; niet onbelangrijk). Niet dat dit haar eerste verbale uiting van affectie was, ze zegt al zeker een jaar 'mama, ik vin jou lief', maar 'ik hou van jou' was nieuw. Voor Bo daarentegen, was het het eerste zinnetje dat ze sprak. Dat klonk als: 'Ikkaavejaa'. Of: 'Ik, cavia'. (Ik moet schaamtevol bekennen dat deze specifieke liefkozing hier nog wel eens wordt uitgesproken.) En over cavia's gesproken, vandaag hebben we besloten dat er weer een hond moet komen. Niet nu, maar volgend jaar, als Loïs vier is en naar school gaat. Want zonder hond is ook maar zo zonder hond. Moet ik even vertellen. Wij hadden Coco. De liefste hond van de wereld. Maar dan dus echt. Ze overleed toen ze bijna dertien was, in 2005. Ons vriendje. Ik vond helaas maar twee digitale foto's. Op de eerste foto is Bo net 1 jaar, op de tweede (bijna) 2. Wacht, ik maak nog even een foto van een foto: Lief hè.

De Vijf

Een van onze grootste 'gezinhobby's' is het voorlezen voor het slapengaan. Dat is, ík lees voor en Bo, Merlijn, Loïs en Henk luisteren. Op het grote bed zitten we, met twee kopjes koffie en drie kopjes thee. We lezen het liefst hele boeken - dus geen korte verhalen - waarvan we dan elke avond een hoofdstuk doen. Of twee, als het korte hoofdstukken zijn. Of drie, als het zo spannend is dat we niet kunnen stoppen. We begonnen met de volledige Dolfje Weerwolfje serie, grotendeels gelezen tijdens mijn zwangerschap van Loïs, en daarna volgden vele, vele andere boeken. Soms iets minder leuk, maar meestal echt geweldige boeken. Onze laatste titels waren: 'Waarom de walvissen kwamen' van Michael Morpurgo (prachtig), 'Het eiland daarginds' van Paul Biegel (hilarisch en vervreemdend), 'De dode hoek' van Paul van Loon (eng) en 'De Hekstensteen' van Leonie Kooiker (heel leuk). Soms best spannende boeken, of een beetje moeilijk (we houden ons niet altijd...

Gesodemijter in de reprise

Op zaterdag 14 november 2009 NOVY wrote: Zonder hier verder al te veel op in te gaan, er is in mijn jeugd nogal creatief met de waarheid omgesprongen. Familiegeheimen, doofpot-affaires, de hele rataplan. Enfin. Toen ik eindelijk de onderste steen boven had en - na een eindeloze reeks therapeutische sessies - de feiten en gevoelens mijnes levens op een rijtje, besloot ik, onder het motto: ‘het leven is al ingewikkeld genoeg zonder verhullingen en omwegen’ dat als ik ooit kinderen zou krijgen, ik nooit tegen hen zou liegen. De waarheid en niets dan de waarheid! En ja, het zou best kunnen dat ik hierin volledig ben doorgeslagen, maar so be it. ‘Dat vogeltje is dood, lieverd.’ ‘Nee, schat, dat is helemáál geen aardige meneer.’ ‘Kindjes komen uit mama’s buik. Door een piepklein gaatje. En dat doet HEEL VEEL PIJN.’ Helder. Duidelijk. Overzichtelijk. Geen gedraai om de hete brij. Mijn credo: je moet kinderen behandelen als gelijkwaardige gesprekspartners. Er was alleen één dingetje, één klei...

H-day

Goeie help. Vanavond klim ik voor het eerst sinds 23 jaar weer op een paard. En dat vind ik eigenlijk behoorlijk griezelig. Want iedereen kan nou wel zeggen dat paardrijden iets is dat je, net zoals zwemmen en fietsen, niet verleert, maar toch: ik kan toch intussen hoogtevrees hebben gekregen? Of last van een langzaam-door-de-jaren-heen-ontstane equinofobie ? What was I thinking anyway? Toen we tijdens de wekelijkse vriendinnen-koffie-date ontdekten dat we allemaal vroeger paardenmeisjes waren geweest ( Nah! Allemaal pennypaardenmeisjes! Nah! ) en van de weeromstuit het achterlijke idee kregen om met z’n zessen - for old time’s sake - op paardrijles te gaan? Zo’n ontzéttend pennypaardenmeisje was ik overigens helemaal niet, hoor. Want hoewel ik net als bijna iedereen in het dorp waar ik opgroeide wel op de manege rondliep en zelfs een tijdje een eigen pony had, werd het nooit helemaal mijn sport. Omdat ik niet zoveel talent had, for sure , maar vooral omdat ik dat dressuurgedoe eigenl...

DK07

Kijk, ik heb dus een gouden regel: Op vakantie reize men naar het zuiden. Richting de evenaar, so to speak. Naar daar waar het warm(er) is. Schiermonnikoog, dat is de meest noordelijke plek waar u me zult tegenkomen. Maar principes zijn er om opzij te zetten, nietwaar, en zo leek het drie jaar geleden ineens een heel goed plan om in de herfstvakantie naar Denemarken te gaan. Want joh, wist je dat we met de auto in slechts 6 uurtjes in een ander lánd kunnen zijn? Een land waar we nog nooit eerder geweest zijn?! En dat ze daar retegoedkope huisjes hebben, met sauna en bubbelbad, pal aan het strand? Leest u 'Herfstvakantie met hindernissen in drie verhalen'. 1. Kent u Flip de beer? Misschien persoonlijk, of anders wellicht via haar ? Flip de beer is een pedagogisch verantwoorde logeer-beer. Hij komt met een koffertje met daarin een pyama, een tandenborstel en een dagboek. Het is de bedoeling dat je in dat dagboek schrijft. Alsof je Flip bent, denk ik dan (een dagboek immers), ma...

That man

Ik werd wakker met een lente-gevoel en dit heerlijke nummer in mijn hoofd. En na een blik op de wekker (die ook de datum aangeeft) moest ik denken aan de man die vandaag, 87 jaar geleden, werd geboren. Een man over wie ik een boek zou kunnen schrijven maar over wie ik ook heel kort kan zijn: zonder hem was ik er niet geweest. (Zo makkelijk joh, bloggen. Je schrijft gewoon youtube over.)

Mosselbabyvis

Loïs heeft vele nicknames. Zo luistert ze o.a. naar Lo, Lootje, Poppedijn, Poppekop, Polleke, Loisepois, Lohues, Wiske en Simonenkipskie. En naar Lola natuurlijk, zoals Henk haar steevast noemt. (Een daad van kinderachtig verzet tegen het feit dat de nummer 1 van zijn namenlijstje niet verder is gekomen dan de tweede ronde.) De eerste maanden na haar geboorte heette Loïs hier ‘de mossel’. Ik weet niet eens meer wie hiermee begon. Merlijn, denk ik. Of Henk. Of misschien was het wel Anna-Maria. Hoe dan ook, het paste wonderwel en iedereen nam het over. Zelfs oma. Het klópte gewoon echt; Loïs-de-baby had iets heel mosseligs over zich. (Waarbij u zich - zeker wanneer u gruwt van mosselen - waarschijnlijk niet zoveel kunt voorstellen. Maar neem het maar van mij aan.) ‘Ha die mossel,’ klonk het als er iemand langs de box liep. En dagelijks hoorde je dingen als: ‘De mossel, die slaapt zeker?’ ‘Heeft de mossel al een schone luier gekregen?' en ‘Neem jij de mossel nog even op schoot, dan d...

Waar ik momenteel van droom

1. 'Onze' stacaravan. Briljant in al zijn 'eightieness'. En van alle gemakken voorzien natuurlijk. 2. Daar rechts achterin, in die hangmat, daar lig ik. U ziet alleen een paar benen met zwarte slippers, maar dat ben ik dus. Ik schommel lichtjes en lees een boek. 3. Onder de hangmat zit Loïs, daar nog maar net een jaar oud, in haar romper op de grond, ultiem gelukkig takjes en torretjes te eten. 4. De slingers hangen er vanwege de zesde verjaardag van Merlijn. 5. De wandelwagen diende voornamelijk als pakezel. Om dingen mee van boven naar beneden te vervoeren en weer terug. (Wat ik misschien even moet uitleggen, want u denkt nu: boven? Beneden? Goed. De camping in kwestie bestaat uit een 'boven' en een 'beneden'. De eigenlijke camping, daar waar de tenten en caravans zijn en de sanitaire voorzieningen, is boven. Beneden is de bar, het zwembad en het meertje. Beneden woon je, met andere woorden, en boven slaap je. Eigenlijk net als in de meeste huizen.) 6...

Woszja en het gebakken ei

Tussen zijn derde en vijfde levensjaar had Merlijn een imaginary friend : Woszja. Die was er ineens. En hij bleef jaren rondhangen. Soms ging hij ergens mee naar toe. Op vakantie. Of naar een feestje. Maar vaak ook niet. Soms liet hij wekenlang niets van zich horen en dook dan plotseling weer op. De eerste keer dat Woszja zich in ons leven aandiende was op een avond. Ik herinner het me nog goed. Ik liep op de overloop en hoorde Merlijn praten. Ik keek om de hoek van zijn kamerdeur. ‘Tegen wie praat je?’ vroeg ik. ‘Tegen Woszja,’ zei Merlijn. ‘Tegen wie?’ ‘Woszja’. ‘Wie is Woszja?’ ‘Mijn vriendje.’ (Ik heb natuurlijk geen idee of ik het zo moet schrijven; dat met die s en die z heb ik zelf maar bedacht, voor het extra Russische effect. Ik had er namelijk hele romantische ideeën bij: van zo’n knap Siberisch jongetje, jammerlijk gestorven op een besneeuwde steppe na een val van zijn paard. Een ver familielid misschien, dat Merlijn nu had uitgekozen om vriendschap mee te sluit...

NK-08-PH

Ik heb iets met vervoermiddelen. Met bijzondere, afwijkende vervoermiddelen. Ik ben niet zomaar zo gek op mijn fiets , natuurlijk. En wat betreft auto’s: lange tijd waren er maar drie auto’s die ik een blik waardig gunde: de Mini, de Kever en de Eend. Oja, en het Volkswagenbusje. Inmiddels is dat wel een beetje bijgesteld; er zijn meer vierwielers waarbij ik mezelf wel achter het stuur zie zitten, maar ik ben nog steeds verzot op rare voertuigen: busjes die met behulp van zelf getimmerde interieurtjes omgetoverd kunnen worden tot camper, Engelse dubbeldekkers, antieke brandweerwagens – ooit heb ik eens een lift naar Amsterdam gekregen van twee jongens met een oude ambulance: dat was gaaf – en oude vierkante Volvo's. Toen ik mijn rijbewijs had gehaald kocht ik een Austin Mini. Oftewel, de helft betaalde ik zelf, de andere helft betaalden mijn ouders; het beste cadeau dat ik ooit heb gekregen. Acht jaar - van mijn 18e tot mijn 26e - heb ik er in rondgereden. Mee geleefd, beter ...

Nooit eindigend verhaal

In 1984 ging ik met mijn vader, zijn vrouw en mijn halfzusje een dagje naar Amsterdam. Beter zeg ik: met mijn ‘oom en tante’ en hun dochter T. – want van bovengenoemde cruciale bloedverwantschap was ik destijds nog niet op de hoogte. Enfin en hoe dan ook, het was een geweldige dag. Zo’n dag met een gouden randje. Ik vond Amsterdam fantastisch, de zon scheen en alles wat we deden staat in mijn geheugen gegrift. Eerst gingen we naar het Rijksmuseum. Daarna naar de McDonalds. Waar ik – in tegenstelling tot T. die de hele ochtend had lopen stuiteren van opwinding: ‘we gaan naar de Mác. Dónalds!’ (extra grappig nu ik bedenk dat T. tegenwoordig de meest verstokte vegetariër is die ik ken) - nog nooit van gehoord had ( in het Noorden hadden we alleen de Wimpy ) en mijn eerste 6 stukjes mcNuggetskip van mijn leven at. Na het bezoek aan McDonalds gingen we naar de Bijenkorf en daarna naar de bioscoop, voor The Neverending Story. (Het Rijksmuseum, de Macdonalds en The Neverending S...

Kaartjes voor Tori

Woehoeoeoeoeoe!!! Lange neus naar de recessie, onze de financiële crisis en wanbetalende opdrachtgevers: Ik. Heb. Kaartjes. Voor.. Tori Amos!! How cool is that?! Tori Amos is namelijk echt mijn all time hero! (heroin? Hm, dat klinkt meteen weer raar.) Ik heb al haar cd's (behalve de laatste), speel haar liedjes op de piano, als ik 'fan' niet zo'n stom woord vond, dan was ik het van haar. Tori Amos rules! 'Het concert in Groningen is haar meest intieme tijdens deze Sinful Atrraction Tour', zo valt in de concertaankondiging te lezen. Ook dat nog! Kreun ! Intiem en Sinful....klinkt dat goed of klinkt dat goed? Hier een van de mooiste liedjes/momenten op de concertregistratievideo uit 1997 (die ik zo vaak heb afgespeeld dat hij uiteindelijk letterlijk aan flarden lag): Cornflake Girl En voor de liefhebber nog even een ietwat sentimentele doch bijna spirituele Tori Amos-ervaring: Tijdens de zoveelste autorit in een angstige periode waarin ik dagelijks met e...

Een jaar geleden

Dinsdag 20 mei 2008 Lief kindje in mijn buik, lieve Loïs, Morgen is onze grote dag, morgen ga ik je op de wereld zetten. Hoe ongelofelijk spannend is dat! 9 maanden heb je in mijn buik gezeten, ik heb je gevoeld onder mijn hart, ik heb door mijn huid heen je hoofdje en je rug geaaid, ik heb met je voetjes gespeeld....en morgen mag ik dan eindelijk naar je kijken, je in mijn armen houden. Lijk je op je grote broer en zus, of ben je misschien heel anders? Het is gek: ik kan me nu geen voorstelling van je maken maar ik weet zeker dat ik je meteen zal herkennen. Ik heb nog twee wensen. Ik wens dat je het laatste stukje van je reis goed doorstaat en ik wens dat je gezond bent. Klein meisje, ik hou van je......tot morgen! Dit schreef ik, precies een jaar geleden. Ménmén wat was ik zenuwachtig. Heel gek hoor, zo’n ingeleide bevalling: nog 6 nachtjes slapen, nog 5 nachtjes slapen, nog 4 nachtjes slapen...aftellen zoals ik niet meer had gedaan sinds de dagen voor mijn tiende verjaardag. N...

Boekeloelie

De allerliefste opa van de hele wereld zou dit jaar 111 zijn geworden, als hij nog geleefd had. Wat natuurlijk niet zo is. (Stel je voor, hónderdenélf!) Nee, de allerliefste opa van de wereld overleed in 1986, toen hij 88 was en ik 15. Omdat hij een paar honderd kilometer van ons vandaan woonde zagen we hem niet zo vaak, maar de laatste jaren van zijn leven belde ik hem iedere vrijdag op. Zo’n telefoongesprek verliep altijd volgens een vast patroon. Opa nam op, mompelde ‘een momentje’ in de hoorn en legde deze vervolgens met veel gestommel op tafel. Intussen stond hij dan op en gooide een kleedje over de vogelkooi, om zijn twee lawaaiige parkieten - een blauwe en een groene - de snavel te snoeren. Want anders was er geen gesprek mogelijk. En als hij dan, na een paar minuten, terug aan de lijn kwam en ik vroeg ‘Hoe gaat het ermee, opa?’ antwoordde hij altijd: ‘Goedgoed!’ Goedgoed. Mooi he? Niks klagende bejaarde. Hij zal heus ook zo zijn pijntjes en mindere dagen gehad hebben, h...

Wat is in een naam?

Handig, zo’n blogstafette . Als je even geen inspiratie hebt. Of geen zin om het te krijgen. Her en der en daaro las ik verhalen over kinderen en hoe ze aan hun naam zijn gekomen. Hier volgt het mijne. Bo heet eigenlijk Vera Bo. Ze is vernoemd naar twee vriendinnen, die allebei Vera als tweede naam hebben. En die beide deelgenoot waren van de ontdekking van mijn zwangerschap. We zaten op een middag met z’n drieën ergens koffie te drinken. En op een bepaald moment zei Vera 1: “Ik ben ongesteld”. Vera 2 zei: “Ik moet naar de huisarts voor een uitstrijkje”. En, puur omdat ik ook iets gynaecologisch te melden wilde hebben, zei ik: “Ik ben zwanger”. Ik schrok er zelf van, want het was helemaal niet zo. Toch? Ik was 4 jaar daarvoor al met de pil gestopt, om gezondheidsredenen. En al die tijd was er niets gebeurd. Ergens in mijn achterhoofd vond ik dat misschien wel een beetje raar, maar tegelijkertijd was mijn kinderwens nog niet dusdanig groot dat ik me zorgen maakte. Ik was er eigenlij...

2003: Niet alleen een moeilijk wijnjaar

Het is eigenlijk de schuld van Susy . Die op haar blog beschreef wat ze dacht toen uit de 20 weken-echo bleek dat het kindje in haar buik een jongetje was. Ik meende me te herinneren dat ik, jaren terug, zo’n beetje exact hetzelfde had opgeschreven, in het 9 maanden zwanger-dagboek van Merlijn. Wat ik vervolgens natuurlijk onmiddellijk moest gaan opzoeken, om te kijken of ik gelijk had. Ja, stom. Nogal naïef. Gewoon even niet bij nagedacht. Dat die 9 maanden van Merlijn voornamelijk in 2003 vielen. 2003. Dát jaar. Ik zag het natuurlijk meteen toen ik begon te bladeren. Ojee, dacht ik. Stoïcijns als ik ben heb ik natuurlijk toch eerst even de betreffende passage opgezocht (inderdaad: bijna letterlijk! Geweldig, mijn geheugen!) en een reactie getyped op de post van Susy. Maar daarna. Móést ik gaan lezen. En ook weer een beetje huilen. Want 2003. Poeh, 2003. En hoewel ik me had voorgenomen dit blog vooral luchtig te houden, ga ik het verhaal toch maar vertellen nu. Op 1 januari vierden ...