Doorgaan naar hoofdcontent

Het is rood en het trapt best wel zwaar

Wij hebben geen tuin. We hebben wel een groot dakterras, een plein voor de deur, een park om de hoek en, aan de achterkant van ons huis, een gangetje met een schuurtje.
Een schuurtje waar mijn fiets niet in past. Dus die staat altijd in het halletje bij de voordeur.
Tenminste, ’s nachts. Overdag staat mijn fiets vaak buiten, op het plein, als ik er mee ben weggeweest. En dan moet hij ’s avonds dus nog naar binnen. Want anders wordt ie gestolen.
Het klinkt allemaal misschien wat omslachtig, maar zo doen we het al jaren. Bovendien hou ik nogal van mijn fiets, dus heb ik het er graag voor over.

Maar soms, heel soms, vergeet ik het. Om hem binnen te zetten. Of, en dat komt tot nu toe nog steeds op hetzelfde neer, ik denk dat ik het ben vergeten. En dan gebeurt het dus dat ik midden in de nacht ineens, vanuit diepe rust, overeind schiet en paniekerig uitroep: ‘Mefietstaatnogbuiten!’
En als Henk daar nog niet van wakker is geworden geef ik hem een por en roep het nog eens.
Omdat ik dan hoop dat hij zegt dat ik me geen zorgen hoef te maken, omdat hij hem zelf persoonlijk binnen heeft gezet. Of omdat hij zeker weet dat hij mij het heeft zien doen.
Nee, niet omdat ik wil dat hij zijn bed uit gaat en dan in de vrieskou naar buiten om te kijken of ie er nog staat.
Of nouja.
Eigenlijk dat ook. Als het nodig is.

Waarom nu dit logje? Omdat het vannacht weer eens zover was. (De loos-alarm variant.)
En omdat ik het wel een mooie aanleiding vind om u voor te stellen aan mijn vijfde grote liefde in dit leven. Mijn fiets. Mijn mooie, grote, rode brandweerfiets.



Er kan een heleboel in en op.

Net zoveel boodschappen als er ook in een winkelwagentje passen:

Een slapend jongetje:

Een baby in een maxicosi:


Ik, met drie kinderen tegelijk. (Maar daar heb ik jammer genoeg geen foto van.)

En, toen ik nog zwanger was van Loïs, een heel gezin. Dan fietste Henk, ik zat achterop (met Loïs in mijn buik), Merlijn op het kleine zadeltje en Bo in de mand. Maar dat heeft er wel een beetje gek uitgezien denk ik.

Reacties

Linda zei…
Sjemig wat een gevaarte.
Kan je die dingen zo kopen of moet je die zelf in elkaar knutselen?
NOVY zei…
Hij stond bij een fietsenhandel tegen de gevel. Als plantenbak hahaha.
Jools zei…
IK MOET OOK ZO'N FIETS! Wat een gevaarte, geweldig! Ik ben gisteren weer eens gaan oriënteren op fietskarren, lijkt me ook heerlijk. Ik zie me dus écht niet fietsen met een iebelig kinderstoeltje voorop hè, doe mij maar een fietskar. Geweldig.
Maar ik ben zo'n doos, mijn fiets moet na IEDER gebruik terug in de graasj/garage. Omdat ik zo voorzichtig ben. En we wonen ook nog eens in zo'n suffe wijk waar overdag niet eens mensen komen. Dus gejat word ie niet.
Waarom vertel ik dit allemaal? I don't know.
Stien zei…
Dit is zo herkenbaar! Toen wij nog op ons appartementje woonden stond mijn spiksplinternieuwe fiets ook buiten, en 's nachts sleurde vriendlief 'm naar boven! Echt! Ware liefde :-)
Nu wonen we in een rijhuis en hebben we een bakfiets. Een zalig ding! In de zomer staat hij buiten op de stoep, 's nachts slaapt hij dan in de gang. En ja ook hier het nachtelijk gepanikeer of die teergeliefde bakfiets al dan niet is binnengezet, hevige discussies over wiens beurt het nu is om weer naar beneden te hossen en in pyjama het gevaarte binnen te zetten. Gelukkig slaapt ons gevaarte in de winter gewoon op onze koer.
Anoniem zei…
Wat een stoer ding.

Dat mis ik nou echt hier. Fietsen. En ik wil straks ook weleens fietsen met het meiske.

Ik heb je trouwens gelinkt op mijn site. Hoop dat dat ok is.
Anoniem zei…
Wat een waanzinnig gave fiets!!!
Ik hou me aanbevolen als je er nog eens zo 1 tegenkomt als plantenbak hihi
Ik heb dan geen kinderen meer die op mijn fiets mee kunnen (nouja, lees die mogen dat niet meer...dan zeggen mn fietsbanden PANG)maar voor de boodschappen enzo issie berehandig volgens mij!
Tienke zei…
i love your bike!!!

Populaire posts van deze blog

Nog 33 dagen tot Hawaii/Hawaï

Ik vrees dat ik u de komende maand dood ga gooien met geleuter over Hawaii. Nog even en u denkt: mens, ben je nou nog niet weg? Het spijt me. Maar aangezien ik ter plaatse nogal verstoken zal zijn van wifi, heeft u straks lekker drie weken rust. (Ik weet het trouwens wel, hoor. Dat in het Nederlands Hawaii eigenlijk zo moet worden geschreven: Hawaï. Niet met dubbel i, maar met één i, met stipjes. Vind ik ook eigenlijk mooier. Maar om een wat duistere reden heb ik op een bepaald moment gekozen voor de Amerikaanse schrijfwijze en nu hou ik daar maar zo'n beetje aan vast. Als u het erg vervelend vindt, dan mag u best  telkens als u Hawaii leest, dit in gedachten vervangen door Hawaï.) Maar wat ik dus wou zeggen: op de gangbare wereldkaart lijkt Hawaii al best heel spannend en ver weg enzo, maar gisteren stuitte ik op een wereldkaart waarbij de globe op een andere manier is losgeknipt, oftewel de zogenaamde Pacific-centered wereldkaart: Oeh. Das écht wel midden in de zee....

Het leven is een gedoetje and then you die

Ik denk de laatste tijd aan niemand zoveel als aan wijlen onze Dichter des Vaderlands  René Gude . Dat komt omdat ik het leven momenteel weer eens nógal een gedoetje vind. Ik heb het woord overigens niet van René Gude geleerd, ik gebruik het al heel lang, maar tegenwoordig moet ik daarbij dus altijd aan hem denken; hij heeft het woord bestaansrecht en verdieping gegeven. Het zou bijna tragisch kunnen zijn, als het niet zo fantastisch was! Ik bedoel: dat een filosoof, iemand de een groot deel van zijn leven heeft gewijd aan het bestuderen van de grote vragen des levens, uiteindelijk herinnerd gaat worden als de filosoof die zei dat 'het leven een gedoetje is'. Geniaal. Want dat is het namelijk gewoon! Uitgekleed en ontdaan van alle ‘bedoeling’ en opsmuk is het leven niet meer dan een gedoetje. Je zou zelfs rustig kunnen zeggen: een gedoe. Maar dat doen we niet, als we beschaafde mensen zijn, we zeggen: gedoetje. Niet om het te bagatellisere...

Stuk

Ik blogde voor het laatst op 17 juni : de dag voor ik 45 werd. Nog een dag eerder was mijn leven ingestort, maar ik was nog in de ontkenning. Dus ik schreef maar gewoon een stukje, over de publieke waan van de dag. Het was de laatste stuiptrekking, voorlopig. Want mijn leven was ingestort, en al snel was daar geen ontkennen meer aan. Mijn man, mijn echtgenoot, de vader van mijn kinderen, was vertrokken. Weggegaan en niet teruggekomen. (Het verwarrende was dat hij intussen op zijn beurt beweerde dat ik hem het huis uit had gezet. Wat me geen goed teken leek; als je het daarover al niet eens bent, dan kon het nog wel eens een zware dobber worden.) Nou moet ik toegeven dat ik inderdaad de woorden ‘ik wil je niet meer zien’ had uitgesproken, maar dat leek me eerlijk gezegd geen reden waarom hij de volgende dag niet op de stoep had kunnen staan met een bos rozen en excuses. (De woorden ‘ik wil je niet meer zien,’ zegt men doorgaans niet zomaar, immers.) M...