Doorgaan naar hoofdcontent

Posts

Een kat met een kokertje

Het lijkt erop dat mijn gebeden zijn verhoord, want we hebben een kat tegenwoordig. In onze tuin. Bij de achterdeur. In de keuken. Op het aanrecht. Heel gezellig. Hij heeft een rood halsbandje om, met een belletje en een kokertje. Waarschijnlijk is het een kat van iemand uit de buurt, die ineens heeft ontdekt dat het bij ons ook leuk is. Of leuker, te oordelen aan het tevreden gespin. Hij is er niet de hele tijd. Af en toe is hij een paar dagen weg, maar hij komt telkens weer terug. Het zou ermee te maken kunnen hebben dat   we   de kinderen hem allerlei lekkers toestoppen, zoals kaas. En volle kwark. En plakjes ham. Dingen, zeg maar, waarvan ik, als het mijn kat was, niet zou willen dat ie dat gevoerd zou krijgen bij de buren. Ik probeer me niet teveel aan hem te hechten. Het is immers niet onze kat; hij mag niet blijven. Hij mag niet mee naar binnen, op de bank, want hij heeft een kokertje. Intussen heb ik wel de onbedwingbare behoefte om meer over...

Onnavolgbaar

Mijn 'taalpreken' beginnen altijd met een enigszins deemoedige disclaimer in de trant van: ‘Dit wordt heus geen betweterig taallesje hoor, of misschien stiekem toch, haha hihi.’  Enerzijds is dat omdat ik eigenlijk gewoon graag door iedereen leuk gevonden wil worden – en dus niet irritant , maar anderzijds ook omdat ik het eigenlijk wel een beetje ééns ben met de afhakers, de mensen die geërgerd denken: jemig Novy, wat kan het mij nou in de godsnaam schelen hoe je iets eigenlijk zou moeten zeggen of schrijven. Want waar gaat het in wezen over? Als je erover nadenkt is het absurd om een taal tot stilstand te willen dwingen; te vangen in een groen wetboekje en vervolgens de vrijwillige taalpolitie te laten toezien op correcte naleving. Dat slaat nergens op en het kán ook helemaal niet; de taal rent met ons mee. Nog heel even en het woord ‘meteen’ is voorgoed verdwenen, verzwolgen door 'gelijk'. Je doet er niets aan. Het is natuurlijke selectie. Evolutie....

Het laatste woord

Ik wilde openen met de zin: 'Ik heb een fascinatie voor begraafplaatsen.' Maar dat is onzin, het is helemaal geen fascinatie, ik vind het gewoon leuk om over een kerkhof te wandelen. Vooral als het zonnetje schijnt. Het is als een gewone wandeling, lekker buiten in de natuur, maar dan met iets te lezen erbij. En daar hou ik van, want ik wil altijd overál wel iets te lezen bij. Mijn gezin houdt er ook van, en zo liepen we afgelopen paasmaandag de hele middag over het Selwerderhof. Een beetje te gniffelen om de gekke namen op de monumenten en verhalen te verzinnen, rondom de in steen gegraveerde teksten. (Bij sommige graven hoeft dat niet, die vertellen uit zichzelf al een hartverscheurend verhaal.) Ik weet eigenlijk niet of het raar is. In feite is een begraafplaats toch ook een soort openluchtmuseum? Ik zou het persoonlijk wel een leuk idee vinden, als er af en toe nog eens mensen langs mijn grafsteen zouden lopen, die mijn naam zouden spellen en uitrekenen hoe ou...

Klinkt als een verrekte goed raam

Haha. Ja. Ik ben sowieso eigenlijk wel een beetje zat van die uitdrukking 'out of the box denken'. Het is namelijk ook nog eens niet goed. Het ís niet 'out of the box'. Het is: ' out side the box .' Buiten het hokje. Buiten de kaders. Dus: out side the box, niet out of the box. Echt. Out of the box, dat is wat baby's willen. Ik zou zeggen: gewoon weg met die box. Opbergen die doos, boven op een plank, niet meer aan denken. Tot het straks misschien ineens weer heel hip wordt om in the box te denken. Ik geloof daar wel in. Dat over twintig jaar de mensen tegen elkaar zeggen: ‘Je moet eens wat meer in the box denken, jij.’ Iemand attendeerde me vandaag op www.vaagtaal.nl , een website met allerlei uitwassen van de huidige ‘bobotaal’; een bonte verzameling van woorden en uitdrukkingen om verbaal mee te imponeren en tegelijkertijd niets te zeggen. Zoals: comfortzone. Daar moet je vooral uit, hè, tegenwoordig. Out of your comfort...

Zon, maan en sterren

We stonden te wachten bij de deur van de klas, een groepje vaders, moeders en oppassen. De deur ging open en de kinderen kwamen naar buiten, met voorop Loïs en haar vriendinnenclubje, zichtbaar opgewonden. ‘Ik ben een zonnekind!’ riep vriendinnetje C. stralend uit. Vier enthousiaste kinderstemmen vielen haar bij: ‘C. is een zonnekind!’ ‘Natuurlijk, liefje, maar dat wísten we toch al,’ zei haar moeder, terwijl ze ons aankeek met opgetrokken wenkbrauwen. Ik grapte tegen de andere kindjes: ‘Maar wat zijn jullie dan? Regenkinderen?’ Nee, zij waren gewóne kinderen: maankinderen. ‘C. Is een zonnekind, omdat ze heel goed kan lezen en haar Cito’s heel goed heeft gemaakt!’ Aha. Zo. Dus. Ik moest er even van bijkomen. Want wat kregen we nou? Hoezo worden de kinderen in groep 3 ineens onderverdeeld in zonnekinderen en maankinderen? Ik dacht dat ik zo’n beetje alles wel meegemaakt had, met twee kinderen die de basisschool respectievelijk helemaal en bijna hebben doorlopen. I...

Occupational hazard/calculated risk

Drie weken geleden kocht ik een nieuwe fiets voor Merlijn. Gisteren werd ie gestolen. Bij de A-kerk. (Waar Henk het kerkorgel aan het opnemen was, iets wat hier mee te maken heeft, maar dit terzijde.) Merlijn baalde enorm. Want ook al was zijn nieuwe fiets dan geen Gazelle Chamonix T4 met een nexusnaaf en 24 versnellingen - maar gewoon een degelijke zwarte tweedehands omafiets, hij was er nógal blij mee. Geweest. Ik besloot uiteraard het voorval te relativeren; fietsen kwijtraken aan fietsendieven is nou eenmaal een vorm van occupational hazard voor inwoners van een stad als Groningen. Calculated risk . Maar ik was er toch wat mopperig van. Tegen beter weten besloot ik de tip van een vriendin op te volgen en maar eens op Marktplaats te kijken. En jawel, nee maar: daar stond ie! Voor 50 euro. (Maar liefst. Tsjonge, ik had er drie weken geleden nog meer dan het dubbele voor betaald.) ‘Jongens,’ riep ik. ‘Ik heb hem gevonden! Hij is vandaag op Marktplaats gezet! Dat i...

De kat bij de Jumbo

Bij de entree van 'onze' Jumbo, zit op de inpakplank, boven de lege dozen, regelmatig een kat. Dat is misschien een beetje vreemd, dat vond ik de eerste keer ook, maar mensen wennen over het algemeen snel aan nieuwe dingen, dus inmiddels is het een heel vertrouwd beeld. Ik heb geconcludeerd dat het de kat van de straatkrantverkoper moet zijn. Dit aan de hand van de constatering dat de kat er nooit zit als de straatkrantverkoper er niet is, en andersom. (Er is een groot detective aan me verloren gegaan.) Maar die kat gaat dus altijd met hem mee. Ik vind dat zo schattig! Hij blijft in de winkel rustig zitten wachten, tot het weer tijd is om weg te gaan. Af en toe krijgt hij een aai van een langslopende klant. (Dat denk ik tenminste; er zijn vast meer mensen die dat doen.) Het is serieus de beste kat die ik ken. (Van de katten die momenteel in leven zijn, dan. Want de allerbeste kat ooit was natuurlijk Bram; mijn eerste grote liefde. Over wie ik na vijfentwintig jaar nog ...