Doorgaan naar hoofdcontent

Er is een ramp gebeurd


Er is een ramp gebeurd, maar de wereld draait gewoon door. Het is geen trending topic op Twitter, er zijn geen krantenkoppen. Nergens op internet vind ik bevestiging van wat ik heb meegemaakt. 


Mijn liefste vriendin is overleden. 
Ze deed niet aan social media. Ze had geen Instagram, geen Facebook. Haar ziekteproces was geen publiek gebeuren; niemand leefde virtueel mee met haar hoop en vrees – daar had ze geen behoefte aan. (Old school ziek zijn en sterven, gewoon in familie- en kleine vriendenkring, het kan nog.) 

Ik doe wel aan social media (hoewel ik me steeds vaker afvraag waarom) en deelde er af en toe iets over. Minimaal; hier en daar een gedichtje dat iets verraadde van de situatie – zonder ooit haar naam te noemen. Misschien had ze het wel helemaal niet erg gevonden, denk ik nu. Ik weet het eigenlijk niet. Ik weet een heleboel even niet meer zo goed. 


Mijn liefste vriendin is overleden. Het was niet plotseling, geen onverwachte schok; het was een gebeurtenis waar we maandenlang – eigenlijk al een paar jaar – met angst en beven naartoe hebben geleefd. 
En het was erg. Het was verschrikkelijk. Het was rauw en hard. Zoals kanker is. Meedogenloos. 

Er was ook heel, heel veel liefde. Dat was prachtig. Het maakte alles zachter. Maar het kon er niet tegenop, tegen de dood. 


Mijn liefste vriendin is overleden. En voor mij is dat niet eens het ergst; ze had een man en kinderen. Hun verdriet is hartverscheurend, het snijdt nog meer door mijn ziel dan mijn eigen verdriet. Of misschien is dat helemaal niet van elkaar te scheiden. 


Mijn liefste vriendin is overleden en ik wil het nog steeds dicht bij mij houden; stil en klein, zoals het al die maanden was. Maar tegelijkertijd wil ik het ook uitschreeuwen: w├ęten jullie allemaal wel, dat er een geweldige, zo bijzondere, prachtige, warme, talentvolle vrouw, die nog zoveel te doen had hier, veel te jong uit haar leven is gerukt! 


Ik sprak op haar afscheidsceremonie. Ik had nooit eerder op een uitvaart gesproken. Ik dacht dat dat heel eng zou zijn, maar dat was het niet. Ik was alleen maar trots dat ik daar mocht staan, naast haar kist en dat ik tegen haar mocht praten, terwijl iedereen luisterde. 
En ik huilde pas toen ik weer ging zitten.