Kijk, ik heb niet zo veel met sport.
Bo wel.
Bo is er goed in, ze is lenig, sterk en snel (we weten nog niet zo goed of we haar op tennis moeten doen, op turnen of op atletiek? Waar is het meeste geld mee te verdienen? Wat zou u adviseren?) en koppelt aan al dit talent ook nog eens de juiste mentaliteit: ze wil winnen.
Gisteren was er de jaarlijkse hardloopwedstrijd in ‘ons’ plantsoen, waar de school van Bo en Merlijn sinds jaar en dag een eigen evenement van maakt, door middel van een gezamenlijke inschrijving en het uitdelen van schoolt-shirts en met een eigen hoofdkwartier waar ranja en broodjes knakworst te halen zijn.
‘Ik wil een beker, mama,’ zei ze toen we haar deelnameformulier invulden. ‘Ik ga gewoon zó hard rennen dat ik win.’ En ze zei dit met zo veel overtuiging dat ik haar zondermeer geloofde.
Henk, zelf ook een hardloper, zou met haar gaan trainen in de herfstvakantie.
Maar toen brak ze haar arm.
Dus van dat trainen kwam niet zo veel terecht - hoewel er toch nog twee keer even is geoefend.
Daar stond ze, gisteren, vooraan in het vak.
Het startschot klonk en wég was ze. Samen met honderden anderen. En ik was - absurd natuurlijk - ineens zo zenuwachtig, ik stond te trillen op mijn benen. Kom op meisje, dacht ik. Kom op, je kunt het.
Na een minuut of vijf kwam het kopgroepje achter de bomen vandaan. En Bo zat erbij!
Ze perste er op het laatst nog een sprintje uit ook.
En toen was het ineens wat onduidelijk. Was ze nou als derde of als vierde meisje over de streep gekomen?
Na controle van de chip bleek dat ze niet bij de prijswinnaars zat.
Geen beker.
‘Ik denk dat je vierde bent geworden’ zei ik.
‘Vierde is stóm!’ Ze was ze zo teleurgesteld. En ik ook. (Vóór haar, niet ín haar natuurlijk; ik was echt retetrots. Op mijn meisje, dat zo hard had gelopen. Met haar gipsarmpje.)
Gisteravond verschenen de uitslagen op internet.
En daar stond het, zwart op wit.
Vierde.

En weet u, vierde is inderdaad stom.
Maar ook heel knap.
En als troost stond er een hele stoere finishfoto online:

Voor u me kunt beschuldigen van oudste-kindverheerlijking: hulde ook voor Merlijn, die zijn persoonlijke record met maar liefst een hele minuut verbeterde. Hulde voor Henk, diein de categorie 45+ op de 4 kilometer een hele respectabele tijd neerzette. Hulde voor alle andere deelnemers en deelnemertjes, die er met z'n allen een sportief gebeuren van hebben gemaakt. Hulde voor het weer, omdat het ondanks alle onheilsvoorspellingen gewoon droog bleef.
Oja. En hulde voor mijn chocoladetaart.
Bo wel.
Bo is er goed in, ze is lenig, sterk en snel (we weten nog niet zo goed of we haar op tennis moeten doen, op turnen of op atletiek? Waar is het meeste geld mee te verdienen? Wat zou u adviseren?) en koppelt aan al dit talent ook nog eens de juiste mentaliteit: ze wil winnen.
Gisteren was er de jaarlijkse hardloopwedstrijd in ‘ons’ plantsoen, waar de school van Bo en Merlijn sinds jaar en dag een eigen evenement van maakt, door middel van een gezamenlijke inschrijving en het uitdelen van schoolt-shirts en met een eigen hoofdkwartier waar ranja en broodjes knakworst te halen zijn.
‘Ik wil een beker, mama,’ zei ze toen we haar deelnameformulier invulden. ‘Ik ga gewoon zó hard rennen dat ik win.’ En ze zei dit met zo veel overtuiging dat ik haar zondermeer geloofde.
Henk, zelf ook een hardloper, zou met haar gaan trainen in de herfstvakantie.
Maar toen brak ze haar arm.
Dus van dat trainen kwam niet zo veel terecht - hoewel er toch nog twee keer even is geoefend.
Daar stond ze, gisteren, vooraan in het vak.
Het startschot klonk en wég was ze. Samen met honderden anderen. En ik was - absurd natuurlijk - ineens zo zenuwachtig, ik stond te trillen op mijn benen. Kom op meisje, dacht ik. Kom op, je kunt het.
Na een minuut of vijf kwam het kopgroepje achter de bomen vandaan. En Bo zat erbij!
Ze perste er op het laatst nog een sprintje uit ook.
En toen was het ineens wat onduidelijk. Was ze nou als derde of als vierde meisje over de streep gekomen?
Na controle van de chip bleek dat ze niet bij de prijswinnaars zat.
Geen beker.
‘Ik denk dat je vierde bent geworden’ zei ik.
‘Vierde is stóm!’ Ze was ze zo teleurgesteld. En ik ook. (Vóór haar, niet ín haar natuurlijk; ik was echt retetrots. Op mijn meisje, dat zo hard had gelopen. Met haar gipsarmpje.)
Gisteravond verschenen de uitslagen op internet.
En daar stond het, zwart op wit.
Vierde.

En weet u, vierde is inderdaad stom.
Maar ook heel knap.
En als troost stond er een hele stoere finishfoto online:

Voor u me kunt beschuldigen van oudste-kindverheerlijking: hulde ook voor Merlijn, die zijn persoonlijke record met maar liefst een hele minuut verbeterde. Hulde voor Henk, die
Oja. En hulde voor mijn chocoladetaart.
Reacties
Stiekum nog wat traantjes weg staan pinken? (-:
Mijn oudste zit op tennis. Waarschijnlijk foute keuze. Hij is lenig, sterk, kan klimmen en duiken. Maar met dat racket en die bal, dat is nog niet zoveel. Als je niet zo goed kijkt kan het ook honkbal zijn. Of ballet.
Oh ja, nog een reden; tennisleraren zijn vaak heel leuk:-)
Wanneer moet je haar terugbetalen?
@Door: ik vind atletiek wel leuk. Was vroeger zelf ook goed in verspringen. Tennis daarentegen vond ik dan weer vreselijk. (Later vond ik het wel leuk)
@Susy: Tsjongejonge, heb je lol? Ik heb het al veranderd, ja! Tsk.
@Esther: Persoonlijk lijkt turnen me een regelrechte ramp. En bovendien vrij slecht voor je lichaam?
Enne is dr arm nu 10 cm langer? Rennen met een gipsarm?!
gr muts Inge
Even een overzichtje ;-)
tennis: schouder en elleboog
turnen: rug (overstrekken)
.
.
etc
En vierde is een stuk beter dan, bijvoorbeeld, laatste. En ik kan dat weten...
Zeker weten. Wat weegt zo'n ding wel niet?
As a matter of fact,
ik kom nu nét, 2 dagen later,
pas uit mijn hysterische lachbui.
Hmmm.
Dus.
Nee, maar leuk.
Die loop.
Die van mij lopen ook vaak.
Met recht trots!
Kom er nu pas achter waar je woont. Ik denk in buurt van Plantsoen waar ik ooit vlak bij woonde. Leuk man! Ehm.. vrouw.