Doorgaan naar hoofdcontent

SOEP

“We doen dat we heksen zijn,” zegt Bregtje. “En dan gaan we soep koken.”
“Ja,” zegt Vera. “Heksensoep.”
“Kijk, we hebben deze,” Bregtje loopt naar de tafel, die gemaakt is van een oude deur op schragen, en trekt tussen een heleboel rommel en gereedschap een elektrisch kookplaatje tevoorschijn, “en die grote pan. Nou moeten we alleen nog een lepel. Een grote houten lepel, om mee te roeren. Ga jij die even halen, in de keuken.”
Vera sjokt weg. Een tijdje later komt ze terug met in haar ene hand een pollepel en in de andere de hand van Iris.
“Marijke zegt dat Iris ook mee moet spelen.”
Bregtje draait zich om. “Dat kan helemaal niet, Iris kan geen heks zijn.”
“Nee…..maar we moeten op haar passen. Marijke gaat boodschappen doen.”
Vera bijt op haar lip. Als Bregtje nou maar niet boos is. Ze hadden net zo'n leuk plan.
“Ik weet iets,” zegt Bregtje, de donderwolk verdwijnt alweer van haar gezicht, “Iris mag straks proeven, als de soep klaar is. Dan veranderen we haar in een kikker. Of in een zwarte kat.” Ze giechelt. “En eerst binden we haar vast aan een boom.”
“Met mijn springtouw,” zegt Vera. Ze kijkt omhoog naar Iris. “Vind je dat goed?”
“Flupp,” klinkt het uit Iris. Ze blaast een grote spuugbel op haar lippen.

Het touw kan precies een keer om Iris en de boom. Vera legt er een knoop in.
“Zo. Nou moet je hier blijven zitten, goed? Maken we je straks weer los.”
Bregtje heeft het kookplaatje op een omgekeerde kist gezet, vlakbij het stopcontact. Met een borstel maakt ze de pan van binnen schoon. Vera haalt de tuinslang die opgerold naast het schuurtje aan de buitenkraan hangt. Met z”n tweeën vullen ze de pan met water.
“Nu moeten we kruiden verzamelen,” zegt Bregtje.
“Wat voor kruiden?”
“Nou gewoon, blaadjes en zo.” Bregtje geeft Vera een plastic bakje. Zelf neemt ze een rieten mand.
Vera loopt naar de hoek van de tuin. Bij de vijver staat een plant met grote donkergroene bladeren. Ze trekt er drie bladeren af en scheurt ze in kleine stukjes. Ze plukt ook een paardebloem en trekt een paar plukken gras uit de grond. Dan is het bakje vol.
Als ze terugkomt is Bregtje al weer bezig in het schuurtje. Ze heeft het kookplaatje op de hoogste stand gezet. In de pan drijven allemaal blaadjes en takjes. Vera kiept de inhoud van haar bakje er bij.
“Deze moet er ook nog in.” Bregtje houdt een dikke wriemelende worm triomfantelijk tussen haar duim en wijsvinger omhoog.
“Is dat niet zielig?”
“Natuurlijk niet. We zijn heksen.” Met een gemeen lachje laat ze de worm vallen. Plons.
“Nu moet het gaan koken, dan wordt het pas echt soep.” Ze steekt haar vinger in het water. “Het wordt al een beetje warm.” Met twee handen omklemt ze de lepel en roert met al haar kracht in de grote pan.
Na een hele tijd begint het te borrelen. Er verschijnt een dikke geelgroene schuimlaag op de soep. Vera hangt haar neus erboven. “Het stinkt.”
Bregtje ruikt ook aan de soep. “Getver! Precies goed. Echte heksensoep.”
Ze moeten allebei opeens heel erg lachen.
“Ik moet plassen,” giert Vera, ze staat met haar benen gekruist te wiebelen. “Misschien kunnen we dat er ook nog wel door doen.”
“Getver,” hikt Bregtje, de tranen stromen over haar wangen van het lachen. “Nou ophouden hoor, ik moet blijven roeren, anders kookt het over.”


Even later is de soep klaar en kunnen ze Iris halen.
Ze rennen naar de boom die midden op het grasveld staat. Iris zit met een stokje in de grond te porren.
“Hallo, daar zijn we alweer. Kom je soep bij ons eten?”
“Jah,” stoot Iris uit. Ze steekt een modderige vinger in haar mond.
Vera krijgt de knoop die ze zelf gemaakt heeft niet meer los, dus schuift ze het touw omhoog zodat Iris er onderuit kan kruipen. Grappig, ze had gewoon weg kunnen lopen, maar dat wist ze natuurlijk niet. Malle Iris.
Vera en Bregtje tillen voorzichtig de zware pan van de kist en zetten hem op de grond.
Iris zit op het krukje. “Mondje open,” zegt Bregtje. “Krijg je lekkere soep.”
Iris doet haar mond open. Ze doet altijd alles wat je zegt, dat is handig. Bregtje giet een lepel soep naar binnen. “En nu slikken.” Iris slikt. Ze kijkt een beetje vies maar ze lacht er ook bij. “En nog een hapje.” Bregtje giet een tweede lepel naar binnen. Iris slikt weer.
“Hocuspocus,” zegt Vera. “Toe maar, word maar een kikker.”
Opnieuw krijgen ze de slappe lach.

“Zo. Drie is denk ik wel genoeg.” Bregtje zet de lepel in de pan. “Nu moeten we wachten. Tot er iets gaat gebeuren.” Ze gaat in het gras zitten. Vera ploft naast haar.
Iris danst. Ze is natuurlijk blij dat ze niet meer stil hoeft te zitten tegen de boom aan. Met haar armen gespreid draait ze rondjes, steeds sneller en sneller. Haar witte jurk wappert om haar lange benen. Na een paar minuten gaat ze op de grond zitten wiebelen.
Vera laat zich achterover vallen en doet haar ogen dicht.
Als ze na een paar minuten weer overeind komt zit Iris op handen en knieën. Haar mond is in een vreemde grimas getrokken en ze kwijlt, erger dan normaal.
“Ze doet raar,” zegt Vera. Ze stoot Bregtje aan, die van madeliefjes een ketting maakt.
“Kijk dan, ze doet heel raar.” Iris draait met haar ogen. Haar gezicht is rood aangelopen.
“Ze wordt geen kikker,” zegt Vera. “Kikkers zijn groen.”
Iris rolt door het gras. Ze maakt een gorgelend geluid en slaat wild in het rond met haar armen.
“Misschien heeft ze buikpijn,” zegt Vera. “Misschien komt het van de soep.”

Dan horen ze een portier dichtslaan. Marijke!
Bregtje rent om het huis heen naar de auto. “Mam, er is iets met Iris!”
Marijke gooit de tassen met boodschappen op de grond en komt de tuin in rennen. Ze laat zich naast Iris in het gras vallen. “Iris, Iris, meisje, wat is er met je!”
Iris staart met haar schele ogen in het niets. Ze hijgt. Er komt schuim uit haar mond.
“Wat is er gebeurd,” schreeuwt Marijke. Ze kijkt van Bregtje naar Vera en weer terug. In haar ogen staat paniek. “Wat hebben jullie gedaan!” Ze gaat steeds harder schreeuwen. “Wat hebben jullie ingodsnaam gedaan!”
“We hebben soep gekookt,” zegt Bregtje.
“Heksensoep,” vult Vera aan.
“Van gras,” zegt Bregtje. “En blaadjes.”
“Allemaal verschillende,” zegt Vera. “En een worm.”
“Welke blaadjes!” schreeuwt Marijke. Het lijkt of ze bijna gaat huilen.
“Allemaal verschillende,” zegt Vera weer. “En een worm.”
“Bregt, ga de dokter bellen, snel! Het nummer ligt naast de telefoon!”
Bregtje rent weg.
Vera blijft staan. Het is helemaal niet leuk meer. Ze kijkt naar Iris, in het gras. Haar gezicht is nu bijna paars geworden.
Marijke veegt met een zakdoek het schuim van haar mond en wangen, maar er komt steeds meer, meer en meer schuim, alsof ze zeep heeft gegeten.

Reacties

Manon zei…
En toen? Zit hier met knikkende knieën van de schrik!
Jools zei…
And then what?!
NOVY zei…
@Natasja en Joeltje: Weet ik veel! Ik schreef dit - onafgemaakte - verhaal een jaar of 15 geleden. En vandaag vond ik het terug. Maar het loopt goed af hoor. Denk ik.
Anoniem zei…
Getver wat een eng verhaal!
Inge
Nicoleke zei…
Vijftien jaar geleden?
Wat cool dat je dat gevonden hebt zeg!

En nu een eind schrijven aub.
Daar ga ik geen 15 jaar op wachten he.
Odette zei…
Yvon, maak dit verhaal please, please af. Die spanning is vreselijk.
Manon zei…
Ha, ik kan weer inloggen. Gisteravond kon ik geen reactie meer plaatsen.

Maar hier is wat ik gisteravond schreef:

Pfieuw, gelukkig is het niet echt!

Maar mens, je hebt talent. Moet je wat mee doen :-)
Jacq zei…
Wauw Yvon! Als je dan toch tussen twee opdrachten inzit, zou ik van de nood maar een deugd gaan maken. Afmaken dat verhaal, uitbreiden tot dat kinderboek en een uitgever zoeken.
Caroline zei…
werkelijk waar mijn maag krimpt hier samen! Doe me een lol, brei er een sympatieke afloop aan....
sanneke zei…
Ah nee, wat een naar verhaal! Ik moet zo nog slapen hoor!
Cisca zei…
Ik vind het ook maar een onprettig verhaal...
Kom maar op met dat ze leven nog lang en gelukkig einde.
ri zei…
Sluit me aan bij de andere. Schrijf een eind, een HAPPY eind!

Populaire posts van deze blog

Nog 33 dagen tot Hawaii/Hawaï

Ik vrees dat ik u de komende maand dood ga gooien met geleuter over Hawaii. Nog even en u denkt: mens, ben je nou nog niet weg? Het spijt me. Maar aangezien ik ter plaatse nogal verstoken zal zijn van wifi, heeft u straks lekker drie weken rust. (Ik weet het trouwens wel, hoor. Dat in het Nederlands Hawaii eigenlijk zo moet worden geschreven: Hawaï. Niet met dubbel i, maar met één i, met stipjes. Vind ik ook eigenlijk mooier. Maar om een wat duistere reden heb ik op een bepaald moment gekozen voor de Amerikaanse schrijfwijze en nu hou ik daar maar zo'n beetje aan vast. Als u het erg vervelend vindt, dan mag u best  telkens als u Hawaii leest, dit in gedachten vervangen door Hawaï.) Maar wat ik dus wou zeggen: op de gangbare wereldkaart lijkt Hawaii al best heel spannend en ver weg enzo, maar gisteren stuitte ik op een wereldkaart waarbij de globe op een andere manier is losgeknipt, oftewel de zogenaamde Pacific-centered wereldkaart: Oeh. Das écht wel midden in de zee....

Stuk

Ik blogde voor het laatst op 17 juni : de dag voor ik 45 werd. Nog een dag eerder was mijn leven ingestort, maar ik was nog in de ontkenning. Dus ik schreef maar gewoon een stukje, over de publieke waan van de dag. Het was de laatste stuiptrekking, voorlopig. Want mijn leven was ingestort, en al snel was daar geen ontkennen meer aan. Mijn man, mijn echtgenoot, de vader van mijn kinderen, was vertrokken. Weggegaan en niet teruggekomen. (Het verwarrende was dat hij intussen op zijn beurt beweerde dat ik hem het huis uit had gezet. Wat me geen goed teken leek; als je het daarover al niet eens bent, dan kon het nog wel eens een zware dobber worden.) Nou moet ik toegeven dat ik inderdaad de woorden ‘ik wil je niet meer zien’ had uitgesproken, maar dat leek me eerlijk gezegd geen reden waarom hij de volgende dag niet op de stoep had kunnen staan met een bos rozen en excuses. (De woorden ‘ik wil je niet meer zien,’ zegt men doorgaans niet zomaar, immers.) M...

Het leven is een gedoetje and then you die

Ik denk de laatste tijd aan niemand zoveel als aan wijlen onze Dichter des Vaderlands  René Gude . Dat komt omdat ik het leven momenteel weer eens nógal een gedoetje vind. Ik heb het woord overigens niet van René Gude geleerd, ik gebruik het al heel lang, maar tegenwoordig moet ik daarbij dus altijd aan hem denken; hij heeft het woord bestaansrecht en verdieping gegeven. Het zou bijna tragisch kunnen zijn, als het niet zo fantastisch was! Ik bedoel: dat een filosoof, iemand de een groot deel van zijn leven heeft gewijd aan het bestuderen van de grote vragen des levens, uiteindelijk herinnerd gaat worden als de filosoof die zei dat 'het leven een gedoetje is'. Geniaal. Want dat is het namelijk gewoon! Uitgekleed en ontdaan van alle ‘bedoeling’ en opsmuk is het leven niet meer dan een gedoetje. Je zou zelfs rustig kunnen zeggen: een gedoe. Maar dat doen we niet, als we beschaafde mensen zijn, we zeggen: gedoetje. Niet om het te bagatellisere...