Doorgaan naar hoofdcontent

Posts

Hulpvraag: Ik wil zo graag mijn naam

Ik ben natuurlijk niet zomaar weer gaan bloggen hè. Ik heb u nodig. Zo moet ik binnenkort een operatie ondergaan (waar ik meer over ga vertellen, als ik heb bedacht hoe) en heb ik de weken daarna vast mensen nodig om tegenaan te klagen.  En dan is er ook nog de volgende  case, waar ik maar niet uitkom.  Ik waarschuw wel: het is een  tamelijk langdradig ( en al eens eerder verteld ) verhaal, met veel (rare) namen, waarbij ik onontkoombaar  mijn hele achtergrond te grabbel gooi, bovendien is het  nogal een non-issue, op de schaal van wereldvrede en milieu, en al helemaal als je denkt dat  de het einde der tijden is aangebroken. Dus alleen als u er zin in heeft. Ik werd geboren en kreeg de achternaam Gortzak. Dat was niet per se de leukste naam om mee op te groeien. In Amsterdam was ik er misschien nog enigszins mee weggekomen; daar wonen er meer – maar in Norg, het dorpje in Drenthe waar we halverwege de jaren 1970 naartoe verhuis...

Ik ging op vakantie en nam mee

Ik ging op vakantie en nam mee: mijn drie kinderen. Ik zou dat iedereen kunnen aanraden; mijn kinderen meenemen op vakantie , als dat niet een beetje raar was en bovendien logistiek lastig en misschien ook wel wat ontwrichtend voor ons gezinsleven. (U snapt vast dat ik iets probeer te zeggen in de trant van ' die gasten, die kun je er wel bij hebben ,' maar dan leuker. Lukt niet helemaal. Beetje roestig. Krijg je ervan .) Was ik daags voor de reis nog wat zenuwachtig ( had ik niet beter gewoon een weekje naar Vlieland kunnen gaan? Of lekker veilig ergens in een all-inclusive vakantieoord? Waarom moest ik nou weer zo nodig met rugzakken op door Portugal? ) – dat was natuurlijk nergens voor nodig. Want het werd uiteraard geenszins griezelig, of spannend. (Je moet dat ‘vrouw alleen op vakantie met drie kinderen’ ook in perspectief zien: twee van die kinderen torenen inmiddels ruimschoots boven mij uit.) Wel werd het verrékte leuk. Verrassend plezierig ook, merkt...

Stel, je komt te laat

Stel, je komt te laat. Op school. Of bij een vergadering. Of je koorrepetitie. Ze zijn al begonnen. Je hebt dan de keuze.  Ofwel je doet voorzichtig de deur op een kier, sluipt naar binnen en gaat stilletjes op een lege plek zitten. Fluistert eventueel wat excuses, mocht dat nodig zijn. Ofwel, je zwaait ferm de deur open en biedt met opgeheven hoofd en luide stem je verontschuldigingen aan en vertelt in geuren en kleuren waarom je te laat was; de brug stond open, de wekker was stuk, je band was lek. Er is voor beide wat te zeggen. Ik weet het niet zo goed, nu. Ik sta voor de deur. Zal ik naar binnen sneaken , net doen alsof er niets gebeurd is, en gewoon weer eens een stukje schrijven? Over de dingetjes van het leven? Of knal ik de deur open en vertel ik met veel misbaar WAAR IK IN DE GODSNAAM HEB UITGEHANGEN AL DIE TIJD!? Wat betreft dat laatste kan ik in elk geval zeggen: I’ve been to many places. (En dat zeg ik in het Engels, omdat daar meer over...

Keukenkastjesgate

Soms heb ik het idee dat ik vaker dan de gemiddelde mens in rare situaties verzeild raak. Wat nu weer, dacht ik, toen ik eergisteren deze e-mail in mijn inbox aantrof: Of eigenlijk dacht ik: what the fuck is dit nou weer voor gefokkingouwehoer , want ik was ziek en daar nogal chagrijnig van. Ik moest de email een paar keer lezen om te snappen wat er stond. Voor zover mogelijk. Best mw Mekkering . Dat had eigenlijk Mekkring moeten zijn. Of eigenlijk Van Apeldoorn tegenwoordig, maar dat kon de afzender natuurlijk niet weten, dus dat nam ik haar maar niet kwalijk. Net als de schrijffouten. Maar dan: Wij hebben ineens keukenkastjes van u in onze garage staan (dit is geen grap). Dat is een zin die vele vragen oproept. Ineens in onze garage . Ineens in onze garage? Dat is gek! Keukenkastjes verschijnen doorgaans niet zomaar plotseling in iemands garage. Of waar dan ook. Keukenkastjes van u. Keukenkastjes van mij? Hoezo keukenkastjes van mij? ...

Je zou toch over mij kunnen schrijven?

Wanneer ik nou weer eens een stukje zou schrijven, vroeg mijn moeder, voor wie het blijkbaar ook allemaal wat lang ging duren. Ik legde haar uit dat ik nogal veel aan mijn hoofd heb de laatste maanden, dingen waarover ik dolgraag zou bloggen, maar waarover ik niet kán bloggen, omdat er anderen bij betrokken zijn, en kinderen bovendien. Dat ik zogezegd lijd aan een exogeen gegenereerd writer’s block . Ja, dat begreep ze natuurlijk wel. ‘Maar je zou toch over mij kunnen schrijven?’ (Je moest eens weten, mam, wat ik allemaal al over je heb geschreven, wat misschien ooit nog eens het levenslicht gaat zien. Ik kan alleen niet beloven dat jij dan nog leeft.) ‘Koos zei het laatst ook,’ ging ze verder: “Yvon zou best eens wat vaker over jou kunnen schrijven.”’ Daarmee had ze me even een momentje in verwarring. De buurman van mijn moeder leest mijn blog? En vindt dat ik wel eens wat vaker over mijn moeder mag schrijven? Euh?  Ik vroeg me onwillekeurig af of hij dat echt gezegd...

Hoe ik bijna lid was geweest van Vindicat

Het was 1989. Ik was 18. Ik ging studeren in Groningen, samen met een aantal vrienden van de middelbare school in Assen. We gingen de KEI-week doen; de introductieweek voor studenten. Dat hield in (en waarschijnlijk gaat het nog steeds zo) dat je in een groepje werd ingedeeld en door een ‘KEI-leider’ – een ouderejaarsstudent – een week lang wegwijs werd gemaakt in het studentenleven van Groningen. Een ontdekkingstocht langs alle verenigingen, sportclubs en vooral veel eettentjes en cafés. Maar ja, wij hadden onze eigen vriendengroep. Dus we speelden vals. We haalden netjes onze KEI-kaart en goodiebag , maar vormden vervolgens stiekem ons eigen groepje. Zonder KEI-leider. We kenden de stad toch al; we kwamen niet van de andere kant van het land, tenslotte. Ik had voor ons achten een appartement in het centrum geregeld, van een kennis die zelf een weekje bij haar vriend ging logeren. Het werd fantastisch. In elk geval de eerste paar dagen. Op de derde dag zei mi...

Stuk

Ik blogde voor het laatst op 17 juni : de dag voor ik 45 werd. Nog een dag eerder was mijn leven ingestort, maar ik was nog in de ontkenning. Dus ik schreef maar gewoon een stukje, over de publieke waan van de dag. Het was de laatste stuiptrekking, voorlopig. Want mijn leven was ingestort, en al snel was daar geen ontkennen meer aan. Mijn man, mijn echtgenoot, de vader van mijn kinderen, was vertrokken. Weggegaan en niet teruggekomen. (Het verwarrende was dat hij intussen op zijn beurt beweerde dat ik hem het huis uit had gezet. Wat me geen goed teken leek; als je het daarover al niet eens bent, dan kon het nog wel eens een zware dobber worden.) Nou moet ik toegeven dat ik inderdaad de woorden ‘ik wil je niet meer zien’ had uitgesproken, maar dat leek me eerlijk gezegd geen reden waarom hij de volgende dag niet op de stoep had kunnen staan met een bos rozen en excuses. (De woorden ‘ik wil je niet meer zien,’ zegt men doorgaans niet zomaar, immers.) M...