Doorgaan naar hoofdcontent

Posts

Er is een ramp gebeurd

Er is een ramp gebeurd, maar de wereld draait gewoon door. Het is geen trending topic op Twitter, er zijn geen krantenkoppen. Nergens op internet vind ik bevestiging van wat ik heb meegemaakt.  Mijn liefste vriendin is overleden.  Ze deed niet aan social media.  Ze had geen Instagram, geen Facebook. Haar ziekteproces was geen publiek gebeuren; niemand leefde virtueel mee met haar hoop en vrees – daar had ze geen behoefte aan. ( Old school ziek zijn en sterven, gewoon in familie- en kleine vriendenkring, het kan nog.)  Ik doe wel aan social media (hoewel ik me steeds vaker afvraag waarom) en deelde er af en toe iets over. Minimaal; hier en daar een gedichtje dat iets verraadde van de situatie – zonder ooit haar naam te noemen. Misschien had ze het wel helemaal niet erg gevonden, denk ik nu. Ik weet het eigenlijk niet. Ik weet een heleboel even niet meer zo goed.  Mijn liefste vriendin is overleden. Het was niet plotseling, geen onverwachte schok; het was een geb...

Alles en tegelijk bijna niets

Twee levensmotto’s slepen me er momenteel doorheen. Het zijn:  ' Count your blessings'  en   ' Nicht ärgern, nur wundern' .  Het eerste motto gaat me bijzonder goed af. Echt, ik count me een ongeluk. Ik heb dan ook behoorlijk veel blessings : ik woon met mijn 3 (+1) leuke kinderen in een gezellig, warm huis met een pelletkachel, we hebben twee schatten van katten, we zijn gezond, we lachen veel, we eten lekker, ik heb interessant werk (wat ik toch altijd al thuis deed) en mijn moeder is weliswaar oud maar woont niet in een verzorgingstehuis, wat haar kansen om corona te krijgen aanzienlijk verkleint en waardoor ik bovendien aan niemand toestemming hoef te vragen of ik bij haar op bezoek mag. Ik realiseer me dagelijks dat ik me, tot nu toe althans, op een hoog en droog plekje bevind tijdens deze hele coronadinges.  Het tweede motto gaat ook best lekker. Ik maak me nauwelijks meer druk. Ik lees of hoor iets raars of stoms, ik verbaas me.... en laat het los. Makke...

Coronamazzel

Begin 2020 zat ik nog steeds gevangen in een onmogelijke en inmiddels onhoudbare situatie en wist ik nog steeds niet hoe ik eruit moest komen. En toen was er ineens corona. Plotseling stond alles stil. Het was alsof de wereld even op me wachtte, zodat ik weer kon bijbenen. Ineens was er ruimte en lucht – en tijd (want ik had als zzp’er van het ene op het andere moment geen werk meer). Het was mijn startschot. Ik begon keihard te rennen. Alle samengebalde energie van de voorgaande vier jaar kwam naar buiten. Ik ging als een speer: ik ritselde een nieuwe naam bij de koning, ik ramde de scheiding erdoor – met convenant en ouderschapsplan en alles – we verkochten ons huis en ik verhuisde naar een nieuwe fijne plek. En tijdens dit alles kreeg ik ook nog ineens hulp uit onverwachte hoek (blijkbaar moet je de kosmos eerst even zelf de weg wijzen..) Het is wel een beetje gek. Corona is een ramp, voor de hele wereld, voor de slachtoffers en hun families, voor mensen die langdurig ziek blijven,...

De Wand

Op de eerste avond van de grote stillegging moest ik ineens denken aan een boek, dat ik lange tijd mijn lievelingsboek heb genoemd, maar dat ik de laatste jaren totaal was vergeten. Ik heb het ook niet meer, daar kwam het misschien door. (Uitgeleend, geen idee meer aan wie, zoals dat boeken nogal eens vergaat.) De Wand , heet het boek. Van Marlen Haushofer, een Oostenrijkse schrijfster.  Ik vond het zo’n 25 jaar geleden in een antiquariaat; het was destijds al niet meer in de handel. Ik herkende de titel, omdat ik had onthouden wat mijn vriendin Geertje erover had verteld: zij was zo in de ban van het boek geweest, dat ze er op een nacht over droomde en vervolgens heel hard haar hoofd stootte aan een balk in de slaapkamer; iets dat nooit eerder was gebeurd in de twintig jaar dat ze er sliep. Ook op mij maakte het boek veel indruk. Het is een verschrikkelijk eenzaam, beklemmend verhaal, maar op een gekke manier ook hoopvol. (Hoopvol-achtig.) Nou moet ik erbij zeggen dat ik des...

De egel

Het was een van de laatste nachten van de vakantie – we sliepen al een paar uur – toen plotseling mijn dochter van tien met grote haast uit haar slaapzak ontsnapte, de tent openritste  en zichzelf naar buiten wierp.  Nog voor ik goed en wel begreep wat er gebeurde, hoorde ik ze al: braakgeluiden. En velen zullen dit beamen; dat zijn angstaanjagende geluiden voor de kamperende mens. Even later kwam ze weer naast me liggen. ‘Och liefje,’ zei ik. Schatje toch. Was je ineens misselijk? Goed zeg, dat je op tijd naar buiten ging! ( DE DANKBAARHEID!  ) Gaat het nu weer een beetje?’ Het ging weer. Ik omhelsde krampachtig de gedachte dat er gewoon iets niet goed gevallen was. Dat was eruit nu, dus hier zou het gewoon bij blijven. Toch? Ja. Nee. Natuurlijk niet.   Wist ik heus wel. Nog geen vijf minuten later vloog ze opnieuw als een haas de tent uit. Na de te verwachten geluiden – die al een stuk minder angstaanjagend klonken; ik leg mij als realist doorgaans snel b...

Schipbreuk

Het schip was gezonken , maar ik zat er nog in. Ik was meegenomen naar de bodem en daar leefde ik verder, in een luchtbel in het wrak. Met de kinderen. Na de eerste paniek bleek het eigenlijk prima toeven in die luchtbel. We hadden zuurstof en genoeg te eten en drinken. En er was ook gewoon school en werk. En Netflix. Ik wist heus wel dat we daar niet konden blijven. Ik wist heus wel dat ik dapper moest zijn, een grote hap lucht nemen, de luchtbel doorprikken en gáán. Zwemmen! Naar boven, naar het oppervlak. Ik zou het vast halen. Ik was sterk. Maar voorlopig bleef ik nog even zitten. Eerst nog wat meer moed verzamelen. Zouden de kinderen het ook redden? Waren die sterk genoeg voor de stap in het diepe?  We konden beter eerst een goed plan bedenken. Niet roekeloos paniekzwemmen, dat was dom. We hadden geen haast tenslotte; de zuurstof was nog lang niet op.  En misschien gebeurde er wel snel een wonder! Iets dat alles opnieuw zou veranderen. Daar konden we maar beter e...

Warme dekens

Ik moest een blauw operatieschort aantrekken, met knoopjes op de rug, en strakke witte kousen, helemaal tot mijn liezen. Daarna werd ik in een bed naar de operatieafdeling gereden. Het was er koud. Logisch; bij lagere temperaturen verspreiden bacteriën zich minder snel en het personeel blijft lekker alert. Denk ik. Maar ik wist het eigenlijk niet. Dat het er zó koud zou zijn. Er stonden nog drie bedden in de ruimte, met mensen erin, die ook voorbereid werden op een operatie. Ik probeerde me voor hen te interesseren, maar het ging niet: ik was teveel met mezelf bezig. Iemand probeerde een infuus in mijn linkerhand te prikken. Het deed pijn. Ik keek de andere kant op. Het duurde lang. ‘Lukt het?’ vroeg ik, met mijn hoofd nog steeds gedraaid. ‘Nee. De naald wil niet opschuiven. Ze moeten het straks op de OK maar doen.’ Het prikken hield op. Ik keek naar mijn hand, uit een gaatje liep een straaltje bloed. Ik kreeg een watje, dat ik er stevig op moest drukken. Het begint al g...

Hulpvraag: Ik wil zo graag mijn naam

Ik ben natuurlijk niet zomaar weer gaan bloggen hè. Ik heb u nodig. Zo moet ik binnenkort een operatie ondergaan (waar ik meer over ga vertellen, als ik heb bedacht hoe) en heb ik de weken daarna vast mensen nodig om tegenaan te klagen.  En dan is er ook nog de volgende  case, waar ik maar niet uitkom.  Ik waarschuw wel: het is een  tamelijk langdradig ( en al eens eerder verteld ) verhaal, met veel (rare) namen, waarbij ik onontkoombaar  mijn hele achtergrond te grabbel gooi, bovendien is het  nogal een non-issue, op de schaal van wereldvrede en milieu, en al helemaal als je denkt dat  de het einde der tijden is aangebroken. Dus alleen als u er zin in heeft. Ik werd geboren en kreeg de achternaam Gortzak. Dat was niet per se de leukste naam om mee op te groeien. In Amsterdam was ik er misschien nog enigszins mee weggekomen; daar wonen er meer – maar in Norg, het dorpje in Drenthe waar we halverwege de jaren 1970 naartoe verhuis...

Ik ging op vakantie en nam mee

Ik ging op vakantie en nam mee: mijn drie kinderen. Ik zou dat iedereen kunnen aanraden; mijn kinderen meenemen op vakantie , als dat niet een beetje raar was en bovendien logistiek lastig en misschien ook wel wat ontwrichtend voor ons gezinsleven. (U snapt vast dat ik iets probeer te zeggen in de trant van ' die gasten, die kun je er wel bij hebben ,' maar dan leuker. Lukt niet helemaal. Beetje roestig. Krijg je ervan .) Was ik daags voor de reis nog wat zenuwachtig ( had ik niet beter gewoon een weekje naar Vlieland kunnen gaan? Of lekker veilig ergens in een all-inclusive vakantieoord? Waarom moest ik nou weer zo nodig met rugzakken op door Portugal? ) – dat was natuurlijk nergens voor nodig. Want het werd uiteraard geenszins griezelig, of spannend. (Je moet dat ‘vrouw alleen op vakantie met drie kinderen’ ook in perspectief zien: twee van die kinderen torenen inmiddels ruimschoots boven mij uit.) Wel werd het verrékte leuk. Verrassend plezierig ook, merkt...

Stel, je komt te laat

Stel, je komt te laat. Op school. Of bij een vergadering. Of je koorrepetitie. Ze zijn al begonnen. Je hebt dan de keuze.  Ofwel je doet voorzichtig de deur op een kier, sluipt naar binnen en gaat stilletjes op een lege plek zitten. Fluistert eventueel wat excuses, mocht dat nodig zijn. Ofwel, je zwaait ferm de deur open en biedt met opgeheven hoofd en luide stem je verontschuldigingen aan en vertelt in geuren en kleuren waarom je te laat was; de brug stond open, de wekker was stuk, je band was lek. Er is voor beide wat te zeggen. Ik weet het niet zo goed, nu. Ik sta voor de deur. Zal ik naar binnen sneaken , net doen alsof er niets gebeurd is, en gewoon weer eens een stukje schrijven? Over de dingetjes van het leven? Of knal ik de deur open en vertel ik met veel misbaar WAAR IK IN DE GODSNAAM HEB UITGEHANGEN AL DIE TIJD!? Wat betreft dat laatste kan ik in elk geval zeggen: I’ve been to many places. (En dat zeg ik in het Engels, omdat daar meer over...

Keukenkastjesgate

Soms heb ik het idee dat ik vaker dan de gemiddelde mens in rare situaties verzeild raak. Wat nu weer, dacht ik, toen ik eergisteren deze e-mail in mijn inbox aantrof: Of eigenlijk dacht ik: what the fuck is dit nou weer voor gefokkingouwehoer , want ik was ziek en daar nogal chagrijnig van. Ik moest de email een paar keer lezen om te snappen wat er stond. Voor zover mogelijk. Best mw Mekkering . Dat had eigenlijk Mekkring moeten zijn. Of eigenlijk Van Apeldoorn tegenwoordig, maar dat kon de afzender natuurlijk niet weten, dus dat nam ik haar maar niet kwalijk. Net als de schrijffouten. Maar dan: Wij hebben ineens keukenkastjes van u in onze garage staan (dit is geen grap). Dat is een zin die vele vragen oproept. Ineens in onze garage . Ineens in onze garage? Dat is gek! Keukenkastjes verschijnen doorgaans niet zomaar plotseling in iemands garage. Of waar dan ook. Keukenkastjes van u. Keukenkastjes van mij? Hoezo keukenkastjes van mij? ...

Je zou toch over mij kunnen schrijven?

Wanneer ik nou weer eens een stukje zou schrijven, vroeg mijn moeder, voor wie het blijkbaar ook allemaal wat lang ging duren. Ik legde haar uit dat ik nogal veel aan mijn hoofd heb de laatste maanden, dingen waarover ik dolgraag zou bloggen, maar waarover ik niet kán bloggen, omdat er anderen bij betrokken zijn, en kinderen bovendien. Dat ik zogezegd lijd aan een exogeen gegenereerd writer’s block . Ja, dat begreep ze natuurlijk wel. ‘Maar je zou toch over mij kunnen schrijven?’ (Je moest eens weten, mam, wat ik allemaal al over je heb geschreven, wat misschien ooit nog eens het levenslicht gaat zien. Ik kan alleen niet beloven dat jij dan nog leeft.) ‘Koos zei het laatst ook,’ ging ze verder: “Yvon zou best eens wat vaker over jou kunnen schrijven.”’ Daarmee had ze me even een momentje in verwarring. De buurman van mijn moeder leest mijn blog? En vindt dat ik wel eens wat vaker over mijn moeder mag schrijven? Euh?  Ik vroeg me onwillekeurig af of hij dat echt gezegd...